OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Noorwegen is het walhalla van elektrisch vervoer. Het Noord-Europese land verkent nu al een nieuwe wereld die uitsluitend op schone energie draait. Noorwegen heeft zich bijvoorbeeld voorgenomen dat alle binnenlandse vluchten per 2040 elektrisch moeten zijn. Daarnaast is het al bezig om de huidige veerboten te vervangen door elektrische varianten. Noren blijven daarom bijpassend koel onder de aanblik van een Tesla: elektrisch vervoer is daar al onderdeel van het dagelijks leven.

Afgelopen jaar was ruim 39 procent van de nieuw verkochte auto’s in Noorwegen elektrisch oplaadbaar. Ter vergelijking: in Nederland was dit een schamele 2,7 procent. Van de EU-landen scoorde alleen Zweden – met 5,2 procent – hoger dan Nederland.1

Stimuleren, stimuleren

Hoe kan het verschil met Noorwegen – dat geen EU-lid is – zo groot zijn? Desgevraagd zal de Noor op straat zich misschien op de ‘groene’ borst kloppen, maar feit is dat elektrische auto’s daar vaak voordeliger zijn dan vergelijkbare brandstofauto’s.

Dat komt weer doordat de Noorse overheid – al sinds 1990 – elektrische auto’s uitbundig versiert met een verleidelijk subsidiepakket: geen btw (die in Noorwegen 25 procent bedraagt), geen invoer- of wegenbelasting, en lokale voordelen, zoals toegang tot sommige busbanen, gratis gebruik van tolwegen en gratis parkeren. Deze maatregelen blijken allesbepalend: in regio’s waar deze lokale voordelen niet gelden worden veel minder elektrische auto’s verkocht. Het helpt ook dat in Noorwegen brandstof duurder is dan groene stroom.

Meer dan een derde van de CO2-uitstoot van Noorwegen komt uit het achtereind van auto’s. Om haar bijdrage aan klimaatverandering te temperen pakt Noorwegen de vervoersector aan. In de energiesector valt weinig te winnen: 96 procent komt al uit schone, hernieuwbare energie.

Zwarte drek

Voordelen te over voor de elektrische auto-eigenaar in Noorwegen, maar hoe kan het land zich al die subsidies veroorloven? Dat is waar het groene imago van Noorwegen samenkomt met de zwarte drek die het allemaal mogelijk maakt.

Noorwegen verdient al sinds de jaren 60 bakken met geld aan de export van olie en gas. Er worden nog steeds nieuwe olievelden aangeboord, helemaal tot aan de Noordpool. De opbrengsten van de olie- en gasexport stopt Noorwegen in een fonds en mede daarmee wordt haar geroemde verzorgingsstaat ondersteund.

NorskUtslipp2030
Beeld door: Bron: CICERO

Zo ook de overstap naar elektrisch vervoer. In zekere zin verscheept het land haar carbon footprint naar het buitenland. Noorse olie en gas leiden over de grens tot CO2-uitstoot, maar niet op eigen bodem, waardoor het ook niet bij de eigen uitstoot wordt opgeteld. Of dat terecht is wordt ter discussie gesteld.

Waterkracht

Mede dankzij olie beschikken de Noren over de financiële middelen om de overstap naar elektrisch vervoer voort te stuwen. Daar komt bij dat Noorwegen vrijwel al haar energie verkrijgt uit waterkrachtcentrales. Terwijl andere landen zich de kop breken over het leveren van voldoende groene stroom aan een groeiend elektrisch wagenpark dat energie vreet, heeft Noorwegen het einddoel al bijna bereikt: Noorse stroom komt voor 96 procent uit hernieuwbare energie.

Portret Robin Berg (Lomboxnet)

Utrechtse energierevolutie groeit de wijk uit

LomboXnet als inspiratiebron in door Utrecht geleid EU-energieproject.

Dus al zou het volledige huidige Noorse wagenpark morgen elektrisch worden, dan zou het land voldoende groene stroom produceren om dat op te vangen. Daarnaast kunnen al die auto’s de in batterijen opgeslagen stroom ook weer terugleveren aan het netwerk, bijvoorbeeld om tekorten op te vangen, zoals dat ook op kleine schaal gebeurt in Utrecht.

Toch hebben de gunstige subsidies een opmerkelijk averechts effect: volgens onderzoek leiden ze ertoe dat veel Noren een extra elektrisch voertuig aanschaffen, naast de conventionele brandstofauto die ze al bezitten. Dezelfde onderzoekers betogen echter dat het groeiende wagenpark de CO2-uitstoot op de korte termijn niet ten slechte zal komen.

Niet zo rechttoe rechtaan

In Nederland – en in de EU in het algemeen – is de weg naar een volledig elektrisch wagenpark niet zo rechttoe rechtaan. In een recent rapport van de European Automobile Manufacturers’ Association (ACEA) wordt de aanschafprijs benoemd als een van de belangrijkste obstakels voor de grootschalige inzet van elektrische voertuigen.

Er is een wrang verband tussen het percentage elektrische voertuigen in een land en het jaarinkomen van diens inwoners. Zelfs binnen Noorwegen zijn er verschillen: in het rijke Oslo was het percentage nieuw verkochte elektrische auto’s in 2015 bijna drie keer zo hoog als in de relatief armere regio’s Hedmark (8,9 procent) en Oppland (7 procent).

Een ding is duidelijk: zonder stimuleringsmaatregelen zijn elektrische auto’s (nog) geen optie voor de gemiddelde EU-burger. Toen Denemarken de subsidies voor elektrische auto’s vroegtijdig introk, kelderde de verkoop van die voertuigen.

In Europese lagelonenlanden als Polen en Estland zijn er helemaal geen stimuleringsmaatregelen voor elektrische auto’s. Dat is niet eens zo gek: elektrisch rijden zou de uitstoot alleen maar verplaatsen van de uitlaat naar de schoorsteen (van de vervuilende energiecentrale). Dat kenmerkt de energietransitie: we hebben zo lang gewacht dat fossiele brandstoffen in alle sectoren tegelijk moeten verdwijnen. En dat lijkt voor dit soort landen een onmogelijke opgave te zijn.

Gelukkig lost het prijsverschil in rap tempo op. De verwachting is dat elektrische auto’s over vijf jaar evenveel zullen kosten als vergelijkbare benzineauto’s. Van grotere zorg is het gebrek aan investeringen in infrastructuur voor elektrische (en waterstof-)auto’s.

Er zijn op dit moment honderdduizend laadpalen in de EU, terwijl er minstens twee miljoen nodig zullen zijn in 2025. En meer dan drie kwart van de bestaande laadpalen concentreert zich in vier EU-landen. Nederland beschikt over het leeuwendeel: 28 procent. En die royale portie concentreert zich weer in de Randstad; in het noorden van ons land en in de buitengebieden ontstaat een zorgwekkend tekort. Dat moedigt een elektrische road trip bepaald niet aan.

Op sleeptouw

De rijkere landen binnen de EU zullen de rest de komende jaren op sleeptouw moeten nemen om te voldoen aan de eisen en richtlijnen die de Europese Commissie heeft opgesteld. Wil de EU dat 30 procent van de verkochte nieuwe auto’s tegen 2030 elektrisch is, stelt het ACEA, dan zullen landen als Nederland, Frankrijk en Duitsland ervoor moeten zorgen dat hun eigen percentage minstens 50 procent wordt.

Als het in Noorwegen niet werkt, dan zal het nergens werken

Misschien is het niet zo verbazingwekkend dat de EU zo achterloopt op Noorwegen. Het land van de middernachtzon is het gedroomde laboratorium voor een groene energie-utopie. De politieke wil en de middelen zijn er. Toch worden zelfs daar de stimuleringsmaatregelen langzaam teruggedraaid. Laten we hopen dat de technologie dan zo vergevorderd is dat de aanschafprijs en het opladen van elektrische auto’s geen struikelblokken meer zijn. Want, zo lijkt het, als het in Noorwegen niet werkt, dan zal het nergens werken.

samuele-errico-piccarini-197299-unsplash

De elektrische auto is een tablet op wielen

Waar rijden we straks op: elektriciteit, waterstof of zonne-energie?

  1. Zweden heeft sindsdien wel allerlei nieuwe stimuleringsmaatregelen geïntroduceerd. De verwachting is dat de verkoop van elektrische auto’s hierdoor de lucht in zal schieten. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
IMG-20170928-WA0001-04

Floyd Driehuijs

Jr. Redacteur PowerSwitch

Floyd Driehuijs (1990) schrijft vanuit een antropologische achtergrond. Extremisme, mannelijkheid, energietransitie, klimaat: zijn …
Profielpagina