OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De vervuiler betaalt. Simpel principe, maar hoe pak je dat aan? Als het op CO2 aankomt, wordt in Europa gebruik gemaakt van het ETS. Het emissiehandelssysteem van de EU is een manier om waarde toe te kennen aan het uitstoten van CO2. Dat klinkt misschien gek, want, laten we eerlijk zijn, CO2-uitstoot leidt tot klimaatverandering en dat is mooi waardeloos. Maar dat blijkt dus precies het probleem te zijn. Ga maar na: juist doordat het gratis – dus zonder waarde – is om CO2 uit te stoten, laat iedereen het maar een beetje wapperen. Maar die uitstoot veroorzaakt klimaatverandering en dat kost wel degelijk geld. Kosten we als samenleving als geheel moeten dragen.

Economen noemen dit soort kosten ‘externaliteiten’ of ‘externe kosten’: kosten die wel gemaakt worden, maar die niet verdisconteerd zitten in de prijs van een product. Door waarde aan CO2-uitstoot toe te kennen, worden die kosten wel (of deels) meegenomen in de prijs. En dan hebben bedrijven ineens echt een reden om minder CO2 uit te gaan stoten, want dat staat dan gelijk aan kosten drukken.

Hoe werkt het?

Het ETS is een marktinstrument waarmee de EU de uitstoot van broeikasgassen zo goedkoop mogelijk wil verminderen om zo haar klimaatdoelstellingen te realiseren. Het is een zogeheten cap and trade-systeem. Dat wil zeggen dat er een maximum (een cap) aan de hoeveelheid emissierechten zit en dat bedrijven de emissierechten onderling kunnen verhandelen (het trade-gedeelte). Op die manier ontstaat er een markt, waarin bedrijven als het goed is zelf de ruimte vinden om te verduurzamen. Omdat de autoriteiten de cap geleidelijk steeds lager maken – steeds minder emissierechten vrijmaken – wordt het steeds aantrekkelijker om minder uit te stoten.

Voor grote industriële bedrijven die veel broeikasgassen uitstoten is het verplicht om deel te nemen aan de emissiehandel. Dat zijn vooral bedrijven die elektriciteit opwekken, metaal produceren of chemische producten maken. In Nederland doen ongeveer 450 bedrijven mee aan emissiehandel. Kleinere bedrijven en particulieren hoeven dat niet, maar kunnen wel rechten kopen. Hieronder lees je daar meer over.

Deelnemers aan het ETS mogen alleen CO2 uitstoten als ze daar emissierechten voor inleveren. Een ton CO2-uitstoot betekent één emissierecht. Die emissierechten worden verstrekt door Europa en daarna door de lidstaten. In Nederland wordt dat geregeld door de de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA). De meeste bedrijven krijgen jaarlijks gratis een hoeveelheid emissierechten toegewezen, als tegemoetkoming aan de industrie. Wanneer een bedrijf meer uitstoot dan het aan rechten heeft, dan moet het extra rechten bijkopen via veilingen of handel.

Een bedrijf kan ook minder uitstoten dan verwacht, bijvoorbeeld als het heeft geïnvesteerd in maatregelen om de uitstoot te verminderen. De rechten die het bedrijf overhoudt, mogen dan verkocht worden. Bedrijven kunnen dus zelf een afweging maken wat het meest kosteneffectief is: investeren in schonere technologie of emissierechten bijkopen.

CO2

Hoe gaat de zware industrie de klimaatdoelen halen?

De zware industrie stoot veel broeikasgassen uit.

Onbekend maakt onbemind

Als – in alle bescheidenheid – zeer gemiddelde Nederlander stoot ik met mijn consumptie waarschijnlijk zo’n tien ton CO2 per jaar uit. Daar betaal ik niks voor 1, maar dat zou dus eigenlijk wel moeten. Om aan dat idee te wennen betaalde ik onlangs nog geen tientje voor het recht een ton CO2 uit te stoten. Een koopje! Want de prijs voor een ton staat ondertussen op bijna zestien euro. Daar kom ik zo op terug.

De aanschaf geschiedde heel eenvoudig via de CarbonKiller-campagne van milieuorganisatie WISE. WISE deelt op een aantal punten de breed gedragen kritiek op het ETS, maar ziet het ook als een ‘super belangrijk middel om in Nederland en Europa de CO2-uitstoot omlaag te krijgen’. Een goed systeem dus, alleen onbekend bij de burger en bovendien zijn er flinke problemen met de uitvoering ervan. Daar is de campagne op gericht: de aandacht vestigen op het ETS waardoor ook de problemen ermee sneller opgelost kunnen worden.

De voornaamste kritiek op het ETS is dat er te veel rechten in omloop zijn, waardoor de prijs erg laag is geworden. Volgens WISE bestaat er een overschot van zo’n twee miljard emissierechten. Die overvloed is een direct gevolg van de financiële crisis. Doordat er minder werd geproduceerd werd er ook minder uitgestoten. Daardoor daalde de vraag en de prijs van emissierechten sterk. Daar kwam bovenop dat bedrijven dezelfde hoeveelheid gratis emissierechten bleven ontvangen, wat de prijs verder drukte. Uiteindelijk zakte de prijs onder de 3 euro per ton. Veel te weinig om nog effect te hebben.

ETS
Het waardeverloop van een emissierecht

Politiek aan zet

Vorig jaar kwam er eindelijk een antwoord uit Brussel. Er werd besloten werk te maken van de lage prijs door de overschotten terug te dringen. Er worden minder extra rechten geveild en niet-verkochte rechten worden vanaf nu het jaar erop niet meer aangeboden. Overschotten zouden zo niet meer moeten ontstaan.

Met de groeiende economie neemt ook de vraag weer toe. Dat is terug te zien in de prijs die sinds vorig jaar verdriedubbeld is. Dat was al zo toen ik nog slechts 9,85 euro aan WISE overmaakte voor een ton CO2: de prijs was toen al bijna 15 euro. WISE heeft besloten de rechten te verkopen voor de prijs waarvoor ze zelf heeft ingekocht en geen winst te maken op haar campagnemiddel. Helaas voor mij kon ik de winst ook niet verzilveren want part of the deal is dat de gekochte rechten bij de NEA worden aangemeld als gebruikt. WISE koestert geen illusies dat de Carbonkillercampagne een deuk gaat slaan in de berg van twee miljard emissierechten – de teller staat nu op ruim 11 duizend verkochte rechten – maar het gaat om het principe.

image1
Het ETS kan complex overkomen

Dat neemt natuurlijk niet weg dat bedrijven die veel rechten bezitten potentieel rijk worden van de plotseling toegenomen waarde. Als je gratis rechten krijgt, dan verdien je in een stijgende markt ontzettend veel door niks te doen. Dat voelt onrechtvaardig en dat is het misschien ook wel, maar het is tegelijkertijd ook het bewuste ontwerp van het systeem. Het is bedoeld om te verhandelen: als je de rechten zelf niet nodig hebt om er geld mee te verdienen, dan kan je mooi cashen op de verkoop van je rechten. Ondertussen knijpt de overheid het aanbod steeds verder af.

Het doet er ook eigenlijk niet toe of de prijs hoog of laag is. Een hoge prijs is ook een indicatie dat het niet goed gaat. Er is dan immers veel vraag, dus bedrijven zijn bereid veel te betalen voor het recht uit te stoten. Veel belangrijker dan de prijs is het teruglopende maximum; de cap. Die gaat vanaf 2020 met 2,2 procent per jaar naar beneden. Volgens experts hobbelt het ETS daarmee nog steeds een beetje achter klimaatdoelen van Parijs aan. Maar het begint beter te gaan.

  1. strikt genomen is dat niet helemaal waar: voor sommige producten die ik consumeer is waarschijnlijk milieubelasting betaald, andere zijn in het ETS opgenomen. Producenten betalen die kosten en berekenen dat door aan mij als consument. Maar ik betaal niet direct voor de koolstof die ik uitstoot ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewl3-0749

Janno Lanjouw

Redacteur PowerSwitch

Na zijn studies Geschiedenis en Journalistiek en Nieuwe Media richtte Janno het Food Film Festival op. Daar raakte hij gespecialiseerd in …
Profielpagina

Advertentie

wca2019_600x500_v4 (002)