OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Het is volop in het nieuws: banken en investeerders willen werk maken van het verduurzamen van de portefeuilles. In Pakhuis de Zwijger kwamen de grote bazen van DNB, ABN, Triodos, Volksbank en pensioenuitvoerder APG samen om hierover te praten. De door Nederland geformuleerde klimaatdoelstellingen zijn: 49 procent CO2 reductie in 2030, ten opzichte van 1990, op weg naar een klimaatneutrale samenleving in 2050. Daarvoor moet de uitstoot onverbiddelijk omlaag. Of de financiële instellingen zichzelf dezelfde eis opleggen, is nog niet duidelijk. Er is vooralsnog niks getekend. Aan het einde van dit jaar moet er een akkoord liggen. Gemiddeld financiert de Nederlandse banken- en verzekeringssector nu nog 74 procent van wat er naar energie gaat in fossiel.

Waarom kan de financiële sector een grote rol spelen?

Zo’n beetje alles wat er in de samenleving gebeurt, kost geld. Al het geld dat wordt verdiend, geleend en uitgegeven in Nederland, gaat via de banken, beleggers en investeerders zoals verzekeraars en pensioenfondsen. Zo bezien is de financiële sector een soort monetaire afspiegeling van het land: de bancaire sector als het ‘bonnetje’ van onze samenleving. Als dat bonnetje groen is, is de samenleving groen. Ofwel: wanneer de portefeuilles van de financiële sector klimaatneutraal zijn, dan is dat een afspiegeling van een klimaatneutrale samenleving. Dus wanneer bankiers en investeerders alle leningen, investeringen en financieringen terugtrekken uit de fossiele industrie is de energietransitie voltooid en Parijs gehaald. Helaas is dat nog ver weg.

De financiële sector is buiten de klimaatdoelstellingen gehouden. Het idee daarachter is dat als de samenleving zichzelf CO2-reductie oplegt, de sector automatisch mee is. Maar misschien kan de bankensector een duit in het zakje te doen door óók een met Parijs overeenstemmende balans te hebben. Dan gaat de samenleving automatisch mee. Wat was er eerder, de kip of het ei…?

Hoe ziet het er nu uit?

Volgens vandaag verschenen onderzoek van de Eerlijke Bankwijzer is de ING verreweg de grootste financier van fossiele energie. In 2016-2017 ging er 7 miljard naar fossiele energiebedrijven, en 1,6 miljard naar duurzame energiebedrijven. Ten opzichte van 2013-2014 (87 procent) daalde het wel, maar nog steeds 83 procent van het totaal in energie ging naar fossiel. ING heeft wel al een eigen plan klaarliggen: ING heeft aangekondigd alle klanten individueel in lijn te willen brengen met het Akkoord van Parijs, waarbij ze focust op de meest vervuilende bedrijven.

De ABN Amro Bank ging zelfs méér investeren in fossiel, en is daarmee het slechtst beoordeeld door dit onderzoek. In 2016-2017 ging er 3 miljard euro naar fossiele energie, 82 procent van het geheel. Terwijl dat in 2013-2014 maar 68 procent was. Ook de Rabobank stak meer in fossiel in 2016-2017, 55 procent á 1,4 miljard euro, tegenover 51 procent in 2013-2014. De verzekeraars AEGON, Allianz, Achmea, APG, en Nationale Nederlanden staken ongeveer 95 procent van de beleggingen in de energiesector in fossiel. In totaal staken de veertien Nederlandse financiële instellingen 29 miljard euro in de fossiele sector. Triodos en de Volksbank investeren honderd procent in duurzame energie. Een voorbeeld voor het Nederlandse verzekerings- en bankenwezen.

Wat maakt het moeilijk?

Een groot probleem bij het bepalen van hoeveel impact de financiële sector kan maken, is dat de hoeveelheid CO2-uitstoot niet een, twee, drie te bepalen is. Xander Urbach, projectmanager duurzaam beleggen bij de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling, legt uit: “Ten eerste heb je verschillende onderdelen van de waardeketen van bedrijven die CO2 uitstoten. De eigen uitstoot, van de productieprocessen in fabrieken en bijvoorbeeld de auto’s waarin werknemers rijden. Ten tweede heb je uitstoot van de leveranciers, van de producten en diensten die een bedrijf inkoopt. Ten derde de uitstoot van klanten, dus bijvoorbeeld de automobilist die tankt. Hierin hebben banken en investeerders niet altijd inzicht, de bedrijven moeten die gegevens gaan verstrekken. Ook is er de vraag hoeveel van die uitstoot een geldschieter voor zijn rekening moet nemen. In een project zitten waarschijnlijk meerdere financiers, verschijnt de uitstoot op meerdere balansen, of verdeel je dat en hoe verdeel je dat dan? Dat is lastig. Maar het moet gebeuren! Daar zijn de banken en investeerders momenteel mee bezig, om al die uitstoot op een overeenstemmende manier in kaart te brengen. En dan kunnen ze ook bedenken hoe ze die uitstoot gaan reduceren.”

Dan, rendement, het toverwoord van investeerders. Zolang investeringen in groene projecten niet het beoogde rendement opbrengen, zijn investeringen in grijs nodig om geld te verdienen om als bank te kunnen blijven bestaan, zo vertelden de CEO’s in Pakhuis de Zwijger. Het dient als compensatie voor het ‘niet verdiende geld’ op de investeringen in groen. Maar, hoe kan het dat investeringen in fossiel meer rendement opleveren dan in groen?

Sommige dingen in deze wereld hebben geen prijs. ‘Externaliteiten’ in een economie zijn kosten of schade aan derden. Als bedrijven vervuilen, berokkenen ze schade aan anderen (dieren, mensen, het milieu), zonder dat die ander ervoor gecompenseerd wordt (het heeft geen prijs). Zoals er veel geld verdiend kan worden wanneer je je werknemers uitbuit, zo kan er veel geld verdiend worden als je het milieu uitbuit. Toen we met het opstoken van kolen en olie begonnen wisten we misschien nog niet veel van de schade, en later werd het te ingewikkeld om die te berekenen. Want wie zou je betalen voor schade die wordt geleden door mens, dier en milieu, verdeeld over de hele wereld én (toekomstige) generaties?

Ook is er de vrees voor het waterbed-effect: de ene kant gaat omlaag, en de andere kant omhoog, zoals bij een waterbed. In het geval van de energietransitie: als een bedrijf in een land wordt belemmerd om uit te stoten, zal het de praktijken over de grens verplaatsen.

Hoe nu verder?

Het goede nieuws is dat we nu tegen de grenzen aanlopen van dit systeem aanlopen. Want, die groene economie, die líjkt duurder, maar is het niet. Ten minste, niet op de lange termijn. De prijs van de opwarming van de aarde is hoog, en die zal betaald worden in de toekomst. De schade is langzamerhand steeds meer zichtbaar. En door internationale klimaatafspraken neemt de druk toe. Zodanig, dat investeringen in fossiel nu juist als risicovol worden bestempeld. De Nederlandsche Bank waarschuwt al langer, samen met de Europese Centrale Bank, dat klimaatverandering de grootste bedreiging is voor de financiële sector. Een logisch gevolg zou zijn dat je dit risico terugziet in de producten die deze klimaatverandering veroorzaken.

Ook Urbach ziet hierin de oplossing. “Op dit moment hebben groene investeringen een groter risicoprofiel, omdat zo’n profiel wordt opgesteld op basis van een ‘track-record’ na meerdere jaren resultaten, en die zijn er nog niet voor nieuwe producten. Daarnaast is de financiële sector nog steeds ingesteld op de korte termijn, waarin wordt gekeken naar de komende drie jaar en gerapporteerd wordt in kwartalen. Dit levert een strijd op tussen rendement nu, en over vijftig of honderd jaar. De horizon moet verlegd worden. De financiële sector moet dus een strategie voor de lange termijn maken. Een plan maken waarin de sector zichzelf in lijn stelt met Parijs. Dit vergt een hele andere manier van denken, een grote tegenstelling met hoe ze het gewend is.”

Niet voor niets is zowat iedereen voor een eerlijke CO2-prijs, oftewel een prijs op de eerder genoemde externaliteit, de vervuiling. Bijvoorbeeld een vervuilersprijs van vijftig euro per ton CO2, bovenop de belastingen die er nu al op zitten. Onderzoeken van onder meer DNB wijzen uit dat, ondanks dat het schokken voor de economie oplevert, het effect gering is, terwijl de effecten op de uitstoot positief uit zullen pakken.

Mede vanwege de vrees voor het waterbed-effect, en natuurlijk omdat klimaatverandering ons allen raakt, is het noodzakelijk om samen te werken. Om een Nederlands waterbed te voorkomen slaat de financiële sector hier de handen ineen. Gunstiger zou zijn als de hele Europese en wereldwijde sector dat zou doen, in navolging van Parijs. Dit zorgt pas echt voor een ‘level playing field’, en kan het tij echt keren. Het opgehaalde belastinggeld kan eventueel dienen om de getroffen industrieën te begeleiden naar duurzamere praktijken en business modellen. Dit voorjaar presenteerde de Europese Commissie het Sustainable Finance Action Plan, waarin onder andere wordt gesproken van een ‘plicht’ van de sector om verantwoordelijkheid te nemen voor alles wat er op de balans staat. En er wordt gekeken naar de mogelijkheid om de rente-eisen voor de financiële sector te versoepelen wanneer het gaat om groene investeringen.

Maar, zijn we op tijd?

Urbach: “We zien dat de financiële wereld wakker is geworden: mondiaal gezien loopt de Nederlandse financiële sector zelfs echt op de troepen voor. ING doet dat met hun ‘Terra’ aanpak en pensioenfonds ABP heeft als doelstelling om een 25 procent lagere CO2 footprint te hebben in 2020. Maar dat betekent niet dat het niet al te laat is. De wetenschap is er allang over uit: we stevenen af op een scenario van drie graden opwarming, we moeten nu handelen om dat te voorkomen en tegelijkertijd aanpassen aan de veranderingen die ons te wachten staan. De economie moet in lijn gebracht worden met wat de planeet vraagt.”

Kees van Dijkhuizen, de CEO van ABN Amro, gaf in Pakhuis de Zwijger ruiterlijk toe ‘achter de curve te lopen’, ofwel, laat te zijn met het stimuleren van een meer duurzame economie, iets wat naar eigen zeggen ‘hard nodig is.’ Dat stemt hoopvol: ook al hadden we die eerste stap al veel eerder moeten zetten, erkenning is de eerste stap naar verandering. Hopelijk gaat de financiële sector harder lopen om die achterstand in te halen.

Nijpels klimaattafels zijn doorgerekend

Waar het nu op aankomt is daadkracht

De doorrekening van het voorgestelde klimaatakkoord levert niet de gewenste duidelijkheid.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
Schermafbeelding-2018-03-27-om-13.38.31

Loudi Langelaan

Loudi Langelaan (23), filosoof en journalist. Denkt en schrijft het liefst over maatschappijkritiek, milieu-ethiek, duurzaamheid en …
Profielpagina