Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Vrijwilligerswerk heeft een imagoprobleem. Het betaald werken op exotische bestemmingen wordt vaak weggezet als pure verspilling, waarbij onnuttig werk wordt verricht door naïeve jongelui. Vrijwilligersorganisaties bestrijden dit beeld te vuur en te zwaard, maar hebben moeite hun geloofwaardigheid te herwinnen. De toekomstige vrijwilliger weet ondertussen niet waar hij terecht kan voor verantwoorde projecten. Is het niet hoog tijd voor een vrijwilligerskeurmerk? Reinier Vriend van Volunteer Correct zocht het uit.

Max Havelaar is een voorbeeld van een succeskeurmerk. Je ontwaart een probleem (onderbetaalde boeren) en verzint een oplossing (een minimumprijs). Wie aan de voorwaarden voldoet, mag het beeldmerk dragen. Consumenten kunnen dan deze kennis laten meewegen in hun aankoopbeslissingen en daarmee merken belonen voor hun verantwoorde inkoopbeleid. Nu is de vrijwilligersindustrie berucht om haar onduidelijkheid. Een veelgehoorde klacht van potentiële vrijwilligers is dat het praktisch onmogelijk is organisaties met elkaar te vergelijken. Kan een keurmerk uitkomst bieden?

De voordelen van een vrijwilligerskeurmerk lijken immers overduidelijk. Met een lijst aan voorwaarden waar een organisatie aan voldoet, weten vrijwilligers waar ze aan toe zijn. Het zou voor hen mogelijk zijn om een grove schifting te maken: er zullen organisaties zijn mèt en zonder het keurmerk. Ook zou de overzichtelijkheid toenemen wanneer de meewerkende organisaties op één plek terug te vinden zijn. Maar dan dient de vraag zich aan: als een keurmerk zoveel voordelen heeft, waarom is het er dan nog niet?

het opzetten van vrijwilligerswerkkeurmerk blijkt in de praktijk een lastige opgave

Mirna van Veen is al sinds 2009 bezig met het opzetten van vrijwilligerswerkkeurmerk IFO-Fairtravelers. In de praktijk blijkt dat een lastige opgave. De sector is erg veelzijdig en er zijn veel discussiepunten. Grote organisaties staan tegenover kleine organisaties. Hoewel er een kleine honderd organisaties vrijwilligerswerk aanbieden, is ongeveer de helft daarvan van klein formaat. De kleine organisaties zenden jaarlijks relatief weinig vrijwilligers uit en doen dit meestal voor een relatief lage prijs. Voor hen is deelname aan het keurmerk dus relatief duurder. Omtrent het keurmerk bestaan er naast ideologieverschillen ook disputen over de verhouding tussen kosten, transparantie en continuïteit.

Van der Veen geeft aan dat organisaties op dit moment niet in durven stappen vanwege vanwege het risico op negatieve media-aandacht die gepaard zou gaan met de investering: “Organisaties vrezen o.a. de vorming van een tegenkeurmerk. Als dit wordt ontwikkeld door een organisatie met een veel groter mediabudget of -invloed, dan hebben organisaties het gevoel dat hun keurmerk geen toegevoegde waarde meer oplevert.” Van der Veen verwijst hierbij naar keurmerkonderzoek: zolang er een keurmerk op het product staat, vragen de meeste consumenten zich niet af wat dat keurmerk nu werkelijk betekent. Een inhoudelijk gedegen keurmerk kan het dan afleggen tegen een schijnkeurmerk.

Er moet vooral ruimte blijven voor het stellen van kritische vragen

Wat is een schijnkeurmerk? Een goed voorbeeld van een vaak bekritiseerd keurmerk is AH's 'gezondere keuze'. De producten, allemaal uit de Unileverstal, bleken niet gezond (zoals verwacht) maar minder ongezond dan een ander product. Klanten kregen het gevoel door het keurmerk te worden gepiepeld, experts brandden het keurmerk af als onzinnig, maar bij AH wordt het nog steeds ingezet. Keurmerken hebben dus een zwakte: ze zijn zoveel waard als de regels die ze hanteren. Als de regels niet streng genoeg zijn, verliest een keurmerk misschien voor experts haar geloofwaardigheid, maar het publiek kijkt niet altijd kritisch mee.

De Nederlandse vrijwilligersmarkt wordt gedomineerd door een klein aantal grote bedrijven. Hier is een derde probleem denkbaar. In overwegingen over welke voorwaarden in het keurmerk worden opgenomen, kan hier een split ontstaan tussen commerciële organisaties en stichtingen. Bedrijven moeten immers op hun winstgevendheid letten, terwijl stichtingen zich graag tegen commercie af willen zetten. Een keurmerk dat door beide kampen gedragen kan worden, moet worden teruggebracht tot een grote gemene deler. Het is de vraag of stichtingen voldoende voordeel zien in deelname aan een keurmerk waarin ook de ideologische concurrenten kunnen deelnemen. Zeker wanneer deelname voor hen ook nog (relatief) kostbaarder is.

Of en wanneer er een keurmerk komt voor vrijwilligerswerk blijft de vraag. Mirna van der Veen is optimistisch over haar IFO-Fairtravelers. En het mag gezegd: een keurmerk voor vrijwilligerswerk kan om verschillende redenen heel welkom zijn. Er moet dan wel vooral ruimte blijven voor het stellen van kritische vragen, want een schijnkeurmerk, dáár schiet verantwoord vrijwilligerswerk helemaal niets mee op.

Stichting Volunteer Correct zet zich in voor transparantie en accountability in internationaal vrijwilligerswerk. Na het maken van vrijwilligerswerkreportages tijdens 'Project Kaapstad', verzorgen ze voorlichtingsworkshops over vrijwilligerswerk op maat. De documentaire “Making a Difference” over hun Zuid-Afrikaanse avontuur zal aan het eind van het jaar in première gaan. Like hun Facebookpagina om op de hoogte te blijven van hun activiteiten.

Een abonnement op OneWorld magazine voor 25 euro

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
670

Reinier Vriend

Reinier J. M. Vriend (1984) is mediawetenschapper, docent en filmmaker. Hij is mede-oprichter van stichting Volunteer Correct, waarvan hij …
Profielpagina