Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Midden jaren tachtig verscheen er een grote kop in De Telegraaf: ‘Racisme niet het probleem van zwarte, maar van witte mensen.’ De kop hoorde bij een lovende tekst over Philomena Esseds eerste boek, Alledaags racisme. De Surinaams-Nederlandse hoogleraar Essed was in de rest van de jaren tachtig nog regelmatig te vinden in verschillende media. Niet als één kant in een debat, maar als expert, als iemand die racisme kan analyseren, duiden en eventueel weerwoord kan bieden.

Die periode was misschien wel het hoogtepunt van een linksige consensus in Nederland. De afbraak van de verzorgingsstaat was nog niet echt begonnen, de anti-apartheidsbeweging werd breed gedragen, er was een grote afkeer van de Centrumpartij en Nederland voerde wat UvA-politicoloog Saskia Bonjour kortgeleden ‘het meest liberale migratiebeleid dat Nederland ooit heeft gekend’ noemde.

Die verrechtsing heeft niet alleen in de politiek plaatsgevonden, maar ook in de media.

Verrechtsing

Dertig jaar later is die consensus grondig kapotgeslagen. Dertig jaar neoliberale kabinetten, de opkomst van Pim Fortuyn, Geert Wilders en nu Thierry Baudet en de langzame normalisering van steeds rechtsere standpunten hebben het hele publieke debat ver-rechtst. Zo was het vroeger bijna onbespreekbaar om vluchtelingen bij voorbaat de toegang tot Nederland te ontzeggen. De afgelopen maanden heeft bijna iedere politieke partij zich juist achter het idee geschaard dat vluchtelingen toch echt ergens in Noord-Afrika in kampen moeten wachten.

Die verrechtsing heeft niet alleen in de politiek plaatsgevonden, maar ook in de media. Terwijl reclame-inkomsten steeds verder teruglopen, wordt journalistiek een steeds slechter betaald beroep met minder tijd voor verdieping en kwaliteit. Tegelijkertijd zorgt de opkomst van sociale media ervoor dat ophef een goede manier is geworden om geld te verdienen. Mensen klikken ergens op als ze er sterke emoties bij voelen en dat is makkelijker als je zaken zo extreem mogelijk positioneert.

Welles-nietes

De focus op ophef was vorige maand duidelijk zichtbaar toen een Australische krant een cartoon van Serena Williams plaatste. De cartoon was naar aanleiding van haar uitingen van frustratie in de finale van de US Open. Ze werd schreeuwend afgebeeld op een manier die zo uit Alabama anno 1920 had kunnen komen, terwijl haar Haïtiaans-Japanse tegenstandster opeens een klein, onschuldig, wit, blond meisje was geworden. “Ophef over ‘racistische’ cartoon Serena Williams in Australische krant” kopte de NOS. “Cartoon over Serena Williams na ophef nog een keer geplaatst” schreef RTL. “Krant furieus over rel ‘racistische’ cartoon Serena Williams”, bij De Telegraaf. Op radio en TV werden mensen die de cartoon te ver vonden gaan tegenover mensen gezet die nou echt niet snapten wat er racistisch kon zijn aan een karikatuur van zwarte mensen.

Nuance is niet goed voor de kijk- en leescijfers

Het is een typerende gang van zaken voor Nederlandse media: we vertellen een welles-nietesverhaaltje over of dit incident nou echt racistisch/seksistisch/homofoob/wat dies meer zij is, trekken kijkers met een debatavondje tussen twee schijnbaar gelijke kanten, de rest van de berichten gaat over de bijbehorende ophef en dan gaan we vrolijk door naar het volgende incident. Terwijl individuele incidenten tot in den treure worden bediscussieerd, verdwijnen de structurele aspecten die de samenleving vormgeven uit beeld, vervangen door discussie als entertainment: wie wint er deze keer? Kijk vanavond naar je favoriete praatprogramma!

Dit is deels het gevolg van sociale media, stelt Zeynep Tukfeci in The New York Times. Tukfeci is universitair docent in North Carolina en gespecialiseerd in de sociale eff ecten van technologie. ‘Facebook, Twitter en YouTube draaien op schandalige, opruiende en opvallende zaken, omdat zulke inhoud ‘engagement’ creëert en onze aandacht vasthoudt. Deze aandacht wordt daarna doorverkocht aan adverteerders.’ Met andere woorden: voor socialemediabedrijven is het essentieel dat gebruikers sterke gevoelens hebben bij zo veel mogelijk berichten en de beste manier daarvoor is je lezers partij laten kiezen. Een voetbalwedstrijd waarbij je niets om de uitkomst geeft, is niet interessant.

Experts niet welkom

hand

Een van de gevolgen van deze debatcultuur is het devalueren van expertise. Dat begint met de noodzaak van prikkelende stellingen om kijkers partij te laten kiezen. Experts hebben de irritante neiging om daar doorheen te prikken en komen vaak met lange en wat ingewikkelde uitleg. Al die nuance is niet zo goed voor de kijk- en leescijfers, en zeker niet voor de Facebook- en Twitter-reacties. Dan kan je beter een hardrechtse Jan Roos tegenover een aartsconservatieve imam zetten, wat het beleid van NTR-programma De Nieuwe Maan lijkt te zijn. Dat was voor de zomer nog een genuanceerd programma, waarin vooral moslims met veel verschillende perspectieven de ruimte kregen om diepgang te zoeken. Nu is het het zoveelste praatprogramma waarin gastenkeuze en harde stellingen tot een vertekend beeld van de samenleving leiden.

Als je dan toch een expert uitnodigt, kan je er als aandachtbeluste redacteur het beste iemand naast zetten die de prikkelende stelling inbrengt. Een tv-programma als Buitenhof zet dan een VVD-politica met weinig inhoudelijke kennis over de structuren van racisme tegenover een hoogleraar als Gloria Wekker. Ook de aanstelling van provocateur Jort Kelder als presentator past in dat beeld.

Zo presenteren media steeds meer een cultuur van gepolariseerde, tegenovergestelde meningen, een mediacultuur die draait om het denken tégen in plaats van mét anderen. Dat is op zichzelf natuurlijk niet een reden voor verrechtsing: deze cultuur werkt alle kanten op en dwingt iedereen om extremere standpunten in te nemen. Ook zijn extremere standpunten niet noodzakelijk slecht – al is het wel een probleem als dat het enige is dat je in het publieke debat ziet.

elijah-o-donnell-603766-unsplash

De verrechtsing van de media

Journalisten vertellen wat er allemaal mis gaat door de verrechtsing op de redactie.

Het valse midden

De verrechtsing kan wel worden verklaard door een ander aspect van deze polarisatie: het valse midden en de verschuiving daarin. Door twee extremen tegenover elkaar te plaatsen, creëer je namelijk ook een beeld van een neutraal midden. Een midden waarin die cartoons van Serena Williams niet netjes waren, maar racisme daar ook weer zo’n zware term voor is. Zo’n neutrale norm is hartstikke handig voor duiding: er zijn twee extreme meningen en het rationele pad zit er vast tussenin. Het staat media ook toe om de rol van neutrale arbiter op zich te nemen: eerst tegengestelde, extreme meningen laten horen en daarna het redelijke midden opzoeken.

Een midden dat tussen twee extremen bestaat, kan echter snel verschuiven als een van die twee stemmen radicaliseert. Dat gebeurde de afgelopen decennia, met een verrechtsing van het gehele Nederlandse discours als logisch gevolg van een radicaliserende rechterflank. Mediamakers worden daar automatisch in meegetrokken als ze proberen een neutraal midden te vinden. Zo presenteerde NPO-bestuurder Martijn van Dam in NRC een plan om de “bubbel” waar mensen in zitten “op te blazen” door ze andere perspectieven te geven. Maar het voorbeeld waarmee hij kwam, zette Buitenhof tegenover WNL. Een programma met diverse perspectieven dat – op soms gebrekkige wijze – diepgang zoekt en regelmatig rechtse gasten en rechtse presentatoren heeft, tegenover een hardrechts programma waar linkse geluiden amper te vinden zijn.

Racisme wordt genormaliseerd en het discours wordt langzaam naar rechts getrokken

Als de publieke omroepen een midden tussen WNL en Buitenhof als neutraal beschouwen, kom je automatisch op een verrechtst discours uit. Een discours waarin zaken die vroeger niet eens in een debat genoemd werden, zoals sterk gesloten grenzen, ‘bevolkingspolitiek’ en het algeheel weren van specifieke groepen migranten, nu met regelmaat terugkomen als serieuze onderwerpen die toch echt door twee verschillende mensen tegenover elkaar besproken moeten worden. Dit zijn geen extreme voorstellen meer, maar legitieme debatonderwerpen met voor- en tegenstanders en verrassend weinig expertise.

Mediamakers hoeven niet rechts te zijn om hier aan mee te werken, zelfs het bestrijden van deze verrechtsing kan er juist aan bijdragen. Aan de meest extreme figuren wordt inmiddels een platform geboden, met als argument dat ze op die manier ‘ontmaskerd’ kunnen worden. Terwijl de mediamakers niet de expertise hebben om die verrechtsing effectief te kunnen duiden of bestrijden. Dat zagen we in de opkomst van Pim Fortuyn en de afgang van gevestigde politici als Ad Melkert tegenover hem. En in een pers die gebiologeerd lijkt door Thierry Baudets vrij openlijke racisme. Racistische uitspraken simpelweg laten zien heeft slechts tot meer aandacht geleid en daarmee tot meer succes voor deze politici. Een effectief weerwoord bleef en blijft uit. Sterker nog: het racisme wordt eerder genormaliseerd en het discours wordt langzaam naar rechts getrokken.

Sommigen zijn dit zat. Leidse historicus Karwan Fatah-Black sloeg een aanbieding om deel te nemen aan een discussie over Serena Williams af, omdat hij te veel weet van racisme en tv-debatten “om een verhaal over decennia aan strijd van Williams (en haar zus) van tafel te laten vegen door een ‘enerzijds-anderzijds’ discussie.” Een paar dagen later weigerde mediamaker Clarice Gargard een uitnodiging van De Nieuwe Maan om over ‘politieke correctheid’ te babbelen omdat “harde zwart-wittegenstellingen vanuit de onderbuik de gecompliceerde realiteit geweld aan doen.” Dat zijn dus de reacties van experts die niet mee willen werken aan een debatspelletje dat een dagelijkse realiteit reduceert tot vermaak. En daarmee blijft het publiek verstoken van een belangrijke vorm van informatie: analyse, duiding en diepgang.

scan0011091

Niet welkom aan tafel

Jerry Afriyie schrijft over zijn ervaringen als gast bij RTL Late Night.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
Sander-Philipse

Sander Philipse

Sander Philipse schrijft normaal gesproken over American Football maar vindt progressieve zaken ook belangrijk.
Profielpagina