OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

In 2019 vierden we honderd jaar vrouwenkiesrecht in Nederland. In 1919 werd namelijk het woord ‘mannelijk’ uit de Kieswet geschrapt. Door dat ene woordje te verwijderen, gold de Kieswet voortaan ook voor vrouwen. Maar de viering is geen inclusieve. De veranderde Kieswet gold namelijk niet voor álle vrouwen. De feministische golf die had geleid tot het kiesrecht, spoelde namelijk niet aan in de overzeese gebieden die destijds nog in bezit waren van het Koninkrijk: Suriname, Nederlands-Indië en de Nederlandse Antillen. 1

Voor vrouwen, en de meeste andere inwoners trouwens, van Suriname, Nederlands-Indië en de Nederlandse Antillen, veranderde er in 1919 helemaal niets. Het zou nog tientallen jaren duren voordat ze ook daar stemrecht zouden krijgen. Maar over de strijd van de tientallen vrouwen die zich hier in de voormalige koloniën voor inzetten, horen we nauwelijks iets.

Indonesië

Wanneer er dan wel sprake is van honderd jaar vrouwenkiesrecht in Nederland? Om tot een nieuwe datum te komen, duiken we de koloniale geschiedenis in. Te beginnen bij wat toen Nederlands-Indië heette. Vrouwen verkregen daar kiesrecht in 1945, toen Indonesië zich onafhankelijk verklaarde van Nederland. Onder de toenmalige president Soekarno zou bij het kiesrecht geen onderscheid worden gemaakt tussen man en vrouw.

Soekarno gaf dit recht niet zomaar vanuit de goedheid van zijn hart; Indonesische vrouwen hadden ook tijdens de koloniale overheersing van Nederland al veel werk verricht in de strijd voor kiesrecht. Een van de bekendste voorvechters van vrouwenrechten op Indonesië was Raden Adjeng Kartini. Deze Javaanse aristocrate correspondeerde onder meer veel met vrouwen in Nederland over vrouwenrechten, en zette zich in het bijzonder in voor het recht op onderwijs van meisjes en vrouwen.

De Nederlandse Kieswet alleen voor mannen?
Het woord ‘mannelijk’ heeft niet altijd in de Kieswet gestaan. Tot 1887 stond in de wet dat Nederlanders boven een bepaalde leeftijd, die genoeg belasting betaalden, het recht konden verkrijgen om te stemmen én om verkozen te worden. Vrouwen waren in de praktijk wel degelijk uitgesloten, maar de wet vermeldde dit niet specifiek. Daarom deed Aletta Jacobs in 1883 het verzoek om zowel verkiesbaar te kunnen zijn als te kunnen stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen van dat jaar. Zij voldeed tenslotte aan de wettelijke criteria.

Het verzoek werd afgewezen omdat het weliswaar ‘niet in de letter van de wet stond, maar het wel in de geest van de wet was dat de Kieswet niet voor vrouwen gold’. Haar verzoek leek de zaak zelfs te verslechteren. In 1887 werd het woord ‘mannelijk’ aan de Kieswet toegevoegd, zodat voortaan duidelijk was dat vrouwen zich niet met politiek moesten bemoeien. Pas op 9 mei 1919 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel aan om het woord ‘mannelijk’ uit de Kieswet te laten schrappen.

Nederlandse Antillen

Op de Nederlandse Antillen kwam verandering langzaam op gang. Na de – officiële – afschaffing van de slavernij in 1863 (veel tot slaaf gemaakte mensen verkregen pas in 1873 hun vrijheid) zagen de Nederlandse regering en de kerk het als hun missie om zwarte inwoners te ‘beschaven’. Voor vrouwen betekende dit dat zij leerden zich bescheiden en onderdanig te gedragen ten opzichte van de man. Vrouwen die als slaafgemaakten gewend waren om zij aan zij met mannen fysieke arbeid te verrichten, moesten zich vanaf dat moment richten op zorg- en huishoudelijke taken. De feministische strijd was op de eilanden geen makkelijke. Vrouwen moesten zich zowel tegen de ongelijke positie op basis van gender verzetten, als tegen de ideologie van superioriteit van de ene huidskleur boven de andere.

Met de invoering van de nieuwe staatsregeling in 1937 werd het censuskiesrecht voor mannen uitgebreid met beperkt capaciteitskiesrecht (zie kader), en kregen vrouwen vanaf 25 jaar passief kiesrecht: vrouwen mochten zich voor het eerst verkiesbaar stellen, maar mochten zelf niet stemmen.

Censuskiesrecht is een vorm van kiesrecht waarbij kiezers een minimum bedrag aan belasting moeten betalen om te mogen stemmen.

Capaciteitskiesrecht betreft bepaalde ‘capaciteitseisen’ aan kiezers, zoals dat deze de lagere school moeten hebben voltooid om te mogen stemmen.

Op Curaçao namen vrouwen hier geen genoegen mee; zij kwamen in actie door politieke ruimte te claimen en zich te verzetten tegen de dominante en paternalistische normen van de regering. Binnen lokale volkspartijen ontstonden vrouwenbewegingen, zoals ‘Damanan di Djarason’ (‘Woensdagvrouwen’). Deze groep vrouwen, van verschillende sociale klassen en etniciteiten, werd geleid door Clarita da Costa Gomez, Thelma Römer-da Costa Gomez en Mena van West-Davelaar. Zij kwamen elke woensdag bij elkaar – de enige dag in de week die zij konden combineren met hun huishoudelijke taken.

En vaker waren vrouwen de drijvende kracht achter verandering, zowel op gemeenschaps- als op bestuurlijk niveau. Neem activist en feminist Adèle Rigaud, die binnen de Katholieke Volkspartij de vrouwenvleugel ‘Luchadonan pa Derecho di Voto pa Hende Muhe’ (Strijders van het Vrouwenkiesrecht) oprichtte, en samen met de Damanan di Djarason een grote rol speelde bij de invoering van het algemeen kiesrecht op Curaçao. Zij leerden – met behulp van een proefstemhokje, een stembiljet en een potlood – vrouwen hoe te stemmen. Ook gingen ze middels deur-tot-deur acties in gesprek met vrouwen van verschillende rangen, standen en geloofsovertuigingen over de urgentie van algemeen kiesrecht en verzamelden handtekeningen hiervoor.

In 1949 gingen vrouwen op Curaçao massaal naar de stembus en zo werd de eerste vrouw in de Nederlandse Antillen gekozen

Ze stuurden deze petitie naar de minister-president, waarna in 1948 ook in Curaçao het woord ‘mannelijk’ werd geschrapt uit de Kieswet. Daarmee werd het algemeen kiesrecht voor zowel vrouwen als mannen op de Nederlandse Antillen in dat jaar eindelijk ingevoerd. Een jaar later, in 1949, gingen vrouwen op het eiland massaal naar de stembus en werd de eerste vrouw in de nieuwe Staten van de Nederlandse Antillen gekozen: Altagracia (‘Tata’) de Lannoy-Willems.

Inmiddels hebben de eilanden al vijf vrouwelijke premiers gekend 2.

Feministen solidair?
Solidariteit met vrouwen in de rest van het Koninkrijk was geen prioriteit onder Nederlandse feministen in de 20e eeuw. Neem Aletta Jacobs: de eerste vrouw in Nederland met toestemming om af te studeren op de universiteit, waarna ze Nederlands eerste vrouwelijke arts werd. Jacobs werd een belangrijk voorvechter van het vrouwenkiesrecht in Nederland. Ze was voorzitter van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht, en reisde zelfs een jaar de wereld over, van Lapland tot Zuid-Afrika en van Libanon tot Brits-Indië, om bondgenoten in de strijd te ontmoeten.

Ondanks haar belangrijke rol binnen de vrouwenemancipatie was zij ook een product van haar tijd. Uit haar brieven en dagboeken blijkt dat Jacobs nadrukkelijk niet voor het kiesrecht van vrouwen in de toenmalige koloniën vocht. In een brief aan bevriende feministen schreef ze bijvoorbeeld:

Het gele ras en de door herhaalde kruising reeds bijna niet meer zwarte man of vrouw, gaan hier door Kaapstads straten naast zwarten en zwart-blauwen in alle verscheidenheid. De kleine, fijn gebouwde, aapgelijke Bosjesman en vrouw, de Hottentot, de Zulu, de Basuto, de Kaffer en alle andere kleurlingen, probeeren hier in kleeding en gebruiken de Europeeër na te doen en zien er daardoor dikwijls allerbespottelijkst uit.’

Suriname

In Suriname werd in 1937 het kiesrecht uitgebreid: de Statenleden die Suriname vertegenwoordigen werden voortaan op grond van census- en capaciteitskiesrecht gekozen. Grace Schneiders-Howard werd in 1938 als eerste vrouw verkozen in de Koloniale Staten van Suriname. Het zou tot 1948 duren tot het ‘algemeen kiesrecht’ werd ingevoerd, waarbij ook in Suriname het woord ‘mannelijk’ uit de Kieswet verdween. Het initiatief hiervoor kwam van het Nederlandse Tweede Kamerlid Corry Tendeloo (PvdA). Dit kiesrecht gold echter niet voor de Marrons en de oorspronkelijke bewoners van het land. Het zou nog tot 1963 duren voordat het kiesrecht ook voor hen gold.

In 1963 werd de eerste vrouwelijke parlementariër gekozen in Suriname

Vóór 1948, en tussen 1948 en 1963, spraken ook in Suriname veel vrouwen zich actief uit voor dit recht. Een van hen, de eerste vrouwelijke arts van Suriname, Sophie Redmond, speelde bij de invoering van het kiesrecht in 1948 een rol in het theaterstuk Misi Jana e go na stembus (Mevrouw Jana gaat stemmen), en was in de jaren ‘40 medewerker van het Dames Comité, een stichting die zich inzette voor vrouwenemancipatie. Oprichter van dat comité was Tine Putscher, de eerste Surinaamse vrouwelijke tandarts, die zich sterk maakte voor het opzetten van crèches (destijds nog een zeer omstreden concept, gezien de traditionele gezinsrollen van moeders en vaders). Putscher en Redmond waren zelf ook politiek actief.

Na 1963, toen het algemeen vrouwenkiesrecht in Suriname een feit was, werd Isabella Johanna Alyda Richaards namens de Nationale Partij Suriname gekozen in de Staten van Suriname: de eerste vrouwelijke parlementariër sinds de invoering van het ‘algemeen kiesrecht’ in Suriname. Op 14 mei trad zij aan in het parlement – die datum werd later uitgeroepen tot de Surinaamse Dag van de Vrouw.

De geschiedenis loopt door in het heden

Deze verhalen vormen nog maar het topje van de ijsberg van de strijd voor vrouwenkiesrecht in Nederland. De geschiedenissen zijn onlosmakelijk verbonden met ons koloniale verleden, de trans-Atlantische slavernijgeschiedenis en het gedachtegoed van mannelijke en witte superioriteit dat in de 19e en 20e eeuw zo dominant was, én lopen door in het heden. Dat in koloniale tijden vooral witte mannen uit hogere klassen het kiesrechtprivilege genoten, en vrouwen (zeker van kleur) pas veel later de kans kregen om mee te doen aan de politiek, laat nog altijd zijn sporen na.

Dat er anno 2019 weinig vrouwen politiek actief zijn, de meeste politici wit en rijk zijn, komt door hoe de politieke cultuur is ontstaan

Het verschaffen van kiesrecht loste namelijk niet in in één keer alle ongelijkheid op. Dit zien we terug in onze huidige politieke cultuur, die allesbehalve een weerspiegeling is van onze samenleving. Dat er ook anno 2019 nog weinig vrouwen politiek actief zijn, de meeste politici een universitair diploma hebben, overwegend wit en hetero zijn, en uit rijkere milieus komen, is een gevolg van hoe de politieke cultuur is ontstaan: vanuit een dominante groep die nog altijd overheerst. De cultuur is nog steeds niet gericht op vrouwen, en al helemaal niet op vrouwen van kleur of mensen uit armere milieus (of mensen met een beperking, mensen uit de lhbti+-gemeenschap).

Op zoek naar verhalen over de vrouwen die in de voormalige koloniën vochten voor het vrouwenkiesrecht, zijn we afhankelijk van de huidige geschiedschrijving, en die is beperkt. Dit gebrek aan kennis zorgt ook voor een gebrek aan rolmodellen; niet omdat ze er niet zijn, maar omdat we hun historische waarde niet erkennen. De viering van honderd jaar vrouwenkiesrecht in 2019 draagt hier opnieuw niet positief aan bij, omdat het de verhalen van deze vrouwen wederom uitsluit.

Pas als we deze geschiedenis accepteren als onderdeel van ons erfgoed, kunnen we de uitwassen van het classicisme, racisme en seksisme achter de ongelijke politieke vertegenwoordiging aanpakken. En pas dán kunnen we werkelijk juichen om honderd jaar inclusief vrouwenkiesrecht.

Met dank aan Atria, het Kennisinstituut voor Vrouwengeschiedenis, dat veel van het in dit artikel gebruikte onderzoek uitvoerde.

Aletttta

Hoe de feministische taalstrijd vrouwen van kleur negeert

Directeur of directrice: wat is beter?

1280px-group_of_10_suffragettes.png

Is bewust op vrouwen stemmen omgekeerd seksisme?

In 2017, precies honderd jaar na de invoering van het stemrecht voor vrouwen, vullen…

  1. Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Eustatius, Sint-Maarten en Saba. ↩︎
  2. Daarmee heeft Nederland dus wel degelijk vrouwelijke premiers gekend – alleen worden deze vrouwen in de lijstjes van voormalige premiers nooit genoemd. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Door Paul Voorham

Devika Partiman

Devika Partiman is sociaal activist en spreker. Ze is initiatiefnemer van Stem op een Vrouw, een stichting die via voorkeurstemmen meer …
Profielpagina
door Isaac Owosu

Rachel Rumai Diaz

Rachel Rumai Diaz is schrijver, dichter, performance artist en docent. Met haar woordkunst bouwt zij een brug tussen kunst en activisme en …
Profielpagina