OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Leonardo Ipiales staat elke zondagochtend op de markt voor de kerk van Teror, een toeristisch plaatsje op het Canarische eiland Gran Canaria. Hij speelt panfluit en verkoopt cd’s, houten kinderfluitjes en zelfgemaakte armbandjes – op verzoek weeft hij je naam erin. Zijn cd’s kosten 12 euro per stuk, voor 20 euro krijg je er twee.

Tot eind jaren negentig zag en hoorde je panfluitspelers als Ipiales in heel Europa. In metrostations, op braderieën en bij toeristische trekpleisters. Vaak gekleed in gekleurde poncho’s, soms zelfs met een verentooi op het hoofd, en op de grond een grote speaker waar, ter begeleiding van de panfluit, liedjes als The Sound of Silence en – vast in het repertoire – El Cóndor Pasa uit galmden.

Ipiales kwam in 1995 als zeventienjarige vanuit zijn geboorteland Ecuador naar Spanje. Hij had gehoord dat panfluitmuziek in Europa booming was, waarna hij zichzelf het instrument leerde bespelen, zijn spullen pakte en vertrok. “Ik zwierf jaren door Spanje, Duitsland en Finland en zocht mijn broer op in de Verenigde Staten. Rond Koninginnedag was ik altijd een week in Rotterdam om daar te spelen. Het waren goede tijden.”

Imagoschade

Tegenwoordig woont Ipiales op Gran Canaria, van waaruit hij vooral tussen het ene en het andere Canarische eiland hopt, en markt na markt afloopt. Sinds een jaar of vijf merkt hij de terugloop pas echt. Hij zegt een van de weinige panfluiters op het eiland te zijn die er nog van kan rondkomen – en alleen als hij naast cd’s ook allerhande prullaria verkoopt.

Veel panfluiters werden een soort karikaturen van zichzelf.

De afgenomen populariteit komt volgens hem niet alleen doordat mensen veel minder cd’s zijn gaan kopen, maar vooral door imagoschade die de panfluitmuziek heeft opgelopen. “Mensen denken dat we playbacken, en sommigen doen dat helaas ook. Veel panfluiters werden een soort karikaturen van zichzelf. Kijk maar naar collega’s die zich als Noord-Amerikaanse indiaan verkleden, terwijl we uit de Andes komen. Ze verloochenen onze afkomst.”

Usb-stick

Luis Males weet dat veel van zijn mede-fluitisten het hem kwalijk nemen, maar toch zet hij wél een verentooi op zijn hoofd als hij een optreden geeft. “Het trekt de aandacht, en dat is nou eenmaal belangrijk als je iets wilt verkopen.”

Luis-Males-1
Luis Males speelt een quena.

Males kwam in 2010 voor het eerst vanuit Ecuador naar Rusland. Vanuit de stad Omsk in West-Siberië reist hij elke zomer drie maanden door de regio om geld te verdienen. Hij speelde onder meer in Kazachstan, Oezbekistan, Turkije en Korea. “Hier doen ze minder moeilijk over vergunningen dan in Europa. Van kennissen in Spanje hoor ik dat je daar wordt weggejaagd”, vertelt hij via de telefoon.

Een ander voordeel is dat de cd hier nog steeds populair is. Op een goede dag verkoop ik zo’n twintig tot dertig stuks. De computer en het internet hebben hier niet alles overgenomen. Soms vraagt iemand wel of ik de liedjes ook op een usb-stick heb, maar dat levert me te weinig op. Ik zet mijn muziek ook niet op YouTube, dan breng je je eigen markt om zeep.”

Auditie

Omdat er in de winter in Rusland niet genoeg werk is, keert Males eind september weer terug naar zijn geboorteplaats Otavalo, in Ecuador, waar hij de rest van het jaar woont en werkt. Het misverstand dat panfluitspelers allemaal uit Peru zouden komen wil hij graag de wereld uit helpen. “Peru is groter dan Ecuador en, onder meer door films en het toerisme naar Machu Picchu, veel bekender. Maar veruit de meeste panfluitmuzikanten komen uit Ecuador, en dan in het bijzonder uit Otavalo.”

“In Parijs moet je eerst auditie doen om als straatmuzikant te worden geselecteerd.

Ook Efrain Sarango is Ecuadoriaan en panfluitmuzikant. Hij woonde tussen 2000 en 2009 in Spanje, maar toen de crisis daar toesloeg, kwam hij na omzwervingen door Europa in Parijs terecht. Daar heeft hij nu een vaste plek in het metrostation en klust hij bij als schilder.

Efrain-Sarango
Efrain Sarango

De reden dat er minder panfluitmuziek op straat klinkt, komt door het strengere beleid van gemeentes, weet Sarango. “In Parijs moet je bijvoorbeeld eerst auditie doen om als straatmuzikant te worden geselecteerd en alleen de beste muzikanten krijgen toestemming. Sinds de aanslagen willen ze geen grote groepen mensen bij elkaar op straat, dus zijn ze nóg strenger geworden voor entertainment in het openbaar.”

Nieuwe melodieën

Sarango heeft stille hoop dat panfluitmuziek bij het grote publiek ooit weer zo geliefd zal worden als vroeger. Maar daarvoor moet er wel het één en ander veranderen, denkt hij. “Er zit geen vernieuwing in de muziek, we spelen vooral covers van bekende liedjes. Ik hoop dat de nieuwe generatie ons helpt om de kunst van het panfluitspelen te verspreiden en tegelijkertijd de cultuur en oorsprong weet te behouden. Of dat lukt, is afhankelijk van wat we hen van huis uit meegeven. Hoe mooi zou het zijn als onze kinderen nieuwe melodieën gaan creëren?”

Mocht Sarango’s wens om de panfluitmuziek een nieuwe impuls te geven niet uitkomen, dan zal veel muzikanten alsnog eenzelfde lot staan te wachten als de collega’s die hen de afgelopen twintig jaar voorgingen. Sarango: “Er zijn twee opties: ander werk zoeken of teruggaan naar Ecuador. Veel van mijn vrienden kozen voor dat laatste.”

AL-JANIAH

Een stukje Midden-Oosten in São Paulo

Al Janiah is een Arabisch restaurant in São Paulo dat wordt gerund door vluchtelingen.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Dz0bqdPz

Carlijn Teeven

Carlijn werkt vanuit Barcelona als freelance journalist en Spanje-correspondent. Ze schrijft en maakt radio.
Profielpagina