OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Families die in containers verblijven waar nauwelijks plaats is om in te slapen, mogen zich nog gelukkig prijzen. Vele anderen liggen noodgedwongen op de grond in de omliggende velden en slapen op een stukje plastic bij gebrek aan plaats in de tenten. In het kamp Moria op het Griekse eiland Lesbos zitten volgens UNHCR ondertussen ruim 7.000 vluchtelingen opgesloten terwijl er maar ruimte is voor 2.000 mensen. Watertekorten, overstroomde riolering en lange rijen waarin mensen soms urenlang wachten op voedsel. Louise Roland-Gosselin, humanitair adviseur voor Artsen Zonder Grenzen in Griekenland, beschreef onlangs op de Australische radio de verslechterende situatie in het kamp.

“Berichten van hulpverleners over zelfmoordpogingen en erbarmelijke omstandigheden in kampen als Moria, werken eigenlijk in het voordeel van het huidige Europese afschrikkingsbeleid”, stelt Rikko Voorberg, theoloog en initiatiefnemer van de actiegroep We Gaan Ze Halen. “Als hulpverleningsorganisaties maar blijven herhalen dat de kampen een hel op aarde zijn, dan komen er uiteindelijk minder vluchtelingen. Dan kun je dus zeggen dat het beleid werkt. De beleidsmakers doen er daarom alles aan om te voorkomen dat het góed loopt in de kampen. Dan zouden er namelijk vluchtelingen blijven komen. Hoe pervers is dat?”

Berichten over zelfmoordpogingen en erbarmelijke omstandigheden in vluchtelingenkampen werken in het voordeel van het huidige afschrikkingsbeleid

Volgens Voorberg is de verhoogde instroom van vluchtelingen niet de kern van de huidige ‘migratiecrisis’. “We hebben te maken met een opvangcrisis.” En die valt volgens Voorberg op te lossen.

Hoe halen we ze op?

“In Nederland is er draagvlak onder de burgers om vluchtelingen op te vangen. Er is plaats en geld”, somt Voorberg op. Waar wachten we dan nog op? “Op de vluchtelingen! Die moeten er wel zijn.”

Voorberg speelt al sinds 2015 met het idee om vluchtelingen gewoon te gaan halen, letterlijk, van de Griekse vluchtelingenkampen die hij meermaals bezocht. Met het initiatief We Gaan Ze Halen overwoog hij al om samen met een groep chauffeurs in de auto te springen en naar Athene te rijden. “Maar dat zou mensensmokkel zijn. We hebben geïnformeerd wat de gevolgen zouden zijn voor de chauffeurs en de vluchtelingen en waar arrestaties plaatsvinden.” Het initiatief wilde niemand in gevaar brengen dus werd er verder gekeken naar legale oplossingen. Deze brainstorm leverde weinig op. De optie om de vluchtelingen toch te gaan ophalen blijft bestaan. “Mensensmokkel gebeurt nu eenmaal in de verborgenheid. Wat als we massaal en openbaar vluchtelingen naar Nederland brengen? Hoe noem je zoiets? Dat heeft meer weg van een vreedzaam protest dan een criminele activiteit. Het is hetzelfde als het aanvallen van een systeem. Als je het en masse doet, dan stort het in.”

Maar voorlopig zijn ze het toch niet van plan, de vluchtelingen illegaal ophalen. Zeker niet nadat de burgemeester van Athene hen smeekte het niet te doen. “Als vluchtelingen maar een sprankje hoop krijgen dat ze mee kunnen rijden, ontstaat er een oorlog in de kampen. Zo gaan er doden vallen, werd gezegd.” Voorberg schudt wanhopig het hoofd. “Je laat de chaos bestaan om geen nieuwe chaos te creëren.”

We Gaan Ze Halen stortte zich vervolgens op een juridische strijd met de Nederlandse staat. Die beloofde in 2015 om binnen twee jaar 8.712 vluchtelingen op te vangen. Tot april 2017 werden uiteindelijk slechts 1.637 vluchtelingen herplaatst. Het Europese relocatie-systeem was vanaf het begin een zooitje: opvang op de eilanden was en blijft ondermaats, en het ontbrak aan de nodige registratie. “Veel mensen zijn op een of andere manier toch doorgereisd of uit wanhoop zelfs teruggekeerd.”

De Nederlandse rechters gaven de organisatie tot twee keer toe ongelijk. Nederland zou niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het niet naleven van Europese relocatie-afspraken. Bovendien ‘zijn we in Nederland eigenlijk al goed bezig op het vlak van vluchtelingen opvangen, in tegenstelling tot in andere landen’, vermeldde het vonnis. Volgens Voorberg moeten we helemaal niet naar andere landen of de eigen overheid kijken, maar het heft in eigen handen nemen en bekijken wat de opvangsmogelijkheden zijn.

Hoop zit in de steden

Het klopt dat de overheid beslist over het al dan niet toelaten van vreemdelingen tot het Nederlandse grondgebied. “Maar de burgemeesters hebben ook veel macht, zeker als ze met één stem spreken”, zegt Voorberg. “De steden: daar zit hoop in.” Amsterdam profileert zich nu als fearless city die de vluchtelingen met open armen zal opvangen. Maar hoe kan de stad de federale overheid overtuigen om de vluchtelingen naar Amsterdam te laten komen?

“Een vaag verzoek met: “kunnen we dit doen” of een statement: “laat hen maar komen” volstaat uiteraard niet. Dan stuit je nog steeds op een nee van Den Haag, zoals het geval was in Rotterdam en Utrecht. Want dan denkt het ministerie van Justitie en Veiligheid dat ze alles zouden moeten begroten. Maar als je als stad aantoont dat je alle lasten op je neemt: opvang regelt en begroot, dan zal de overheid meer geneigd zijn om zulke experimenten toe te laten. Je moet als stad kunnen bewijzen dat dit Nederland niets zal kosten.”

Volgens Voorberg hebben projecten die zo voorgesteld worden aan de regering meer kans van slagen. Zeker als er genoeg druk vanuit de steden en de burgers ontstaat. “Dan wordt het moeilijker voor de overheid om nee te zeggen. Nu verschuilt ze zich nog vaak achter een argument dat er geen draagvlak is in de samenleving. Maar werden we ooit wel bevraagd wat we willen? Mensen willen heel graag goede mensen zijn. Ze hebben problemen met het beleid, met de overheid, maar bijna nooit met de vluchteling zelf.”

Je moet als stad kunnen bewijzen dat dit Nederland niets zal kosten

Hoe vinden we de ruimte?

We hebben voldoende opvangcapaciteit voor mensen in nood, meldde GroenLinks-voorzitter Femke Roosma onlangs in een telefonisch gesprek aan OneWorld. De vraag wat de beschikbare capaciteit precies is, kon ze niet beantwoorden. Volgens Voorberg kunnen de steden ook gewoon aan burgers en bedrijven vragen of ze ruimte kunnen maken. “Toen er in 2015 noodopvang nodig was stond half Nederland klaar. Er waren meer vrijwilligers dan vluchtelingen.” Waarom zouden we dat niet herhalen? “We kunnen samen met het stadsbestuur bekijken of een kantoor ook een woonfunctie kan krijgen. Of een voorbeeld nemen aan Italiaanse katholieke organisaties die financiën regelen en woonplekken kopen. De organisatie Sentigiro heeft op deze manier honderd mensen kunnen ophalen.”

Wat er volgens Voorberg nu ontbreekt om de opvang voor de vluchtelingen te voorzien is een nauwe samenwerking tussen het stadbestuur, ngo’s, bottom-up initiatieven en de burgers. “Iets vergelijkbaars als het convenant rond versnelde toegang tot werk, ondernemerschap en onderwijs voor de statushouders in Amsterdam. Dat moet ook voor de opvang komen”.

Kritische stemmen wijzen op het woningentekort en ook media berichtten over de lange wachttijden voor statushouders voor een woning. Maar in de tussentijd kunnen steden, ngo’s, en burgerinitiatieven vast samen kijken naar wat er wel mogelijk is in plaats van wat niet.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ula Idzikowska

Redacteur Movement

Ula is storyteller en blogger. Zij heeft literatuur en onderzoeksjournalistiek gestudeerd en schrijft graag over migratie en …
Profielpagina