OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Bij de groenteboer in het centrum van Istanbul staat de televisie aan: een jonge kapper vertelt dat hij bij zijn klanten figuurtjes van een olijftak in het haar scheert: ze hoeven daarvoor niets te betalen. De televisie in de telefoonwinkel verderop zendt een reportage uit over studenten die hun steun betuigen aan militairen: ze doen een choreografie die eindigt met het lichtgevende woord Afrin. De operatie ‘Olijftak’ van het Turkse leger in de Syrische stad Afrin beheerst het Turkse nieuws.

“We willen dat onze Syrische broeders en zusters teruggaan naar hun land”, deelt de Turkse president Erdogan vanuit zijn presidentiële paleis in Ankara mee, in een toespraak tot de lokale provinciegouverneurs. De inval in Afrin moet die terugkeer waarborgen. Hij stelt het publiek gerust met de mededeling dat het grootste deel van de Syriërs zelf ook heel graag terug wil.

Volgens de Syrische architect Musenna Ghanem (28, net afgestudeerd) zijn er zonder twijfel Syriërs die vrijwillig teruggaan. Controleposten van het Assad-regime vormen echter een obstakel voor de mannen onder hen: bij de posten wordt gecheckt of ze niet in militaire dienst moeten. Laatst was Ghanem op het Syrische consulaat in Istanbul, waar hij een ellenlange rij mannen zag die volgens hem hun militaire dienst afkochten. “Dat doe je alleen wanneer je plannen hebt om terug te gaan”. Volgens Ghanem overwegen veel Syriërs de terugkeer vooral omdat ze in Turkije geen werk kunnen vinden. Ook hij heeft tientallen sollicitatiebrieven verstuurd, zonder succes. “Een Syrische vriend liet me laatst zijn cv zien. Helemaal bovenaan stond: ‘Ik doe alles wat jullie willen.’ Dat tekent toch zijn wanhoop?”

artikel-IMG_0739-
Syrische schoonheidssalon in het centrum van Istanbul. Beeld door: Durna Safarova

Pronken met veroveringen

Het indammen van de illegale migrantenstroom naar Europa was voor EU-leiders de belangrijkste reden om in maart 2016 een vluchtelingenakkoord met Turkije te sluiten. Voor elke illegaal gearriveerde Syriër die Turkije terugneemt uit Griekenland, neemt de EU een naar Turkije gevluchte, geregistreerde Syriër op, was de afspraak. Ook beloofde de EU aan Turkije zes miljard euro, voor opvang, onderwijs en gezondheidszorg voor vluchtelingen. Kortom: voor een veilig en humaan onderkomen voor Syriërs in Turkije.

Terwijl Turkije zich jarenlang opstelde als een ruimhartig opvangland, vaart Ankara nu een andere koers. Erdogan pronkt met militaire veroveringen van het Turkse leger in Syrië en wijst op een veilige haven die hij zo creëert. Vorig jaar gingen al 140 duizend Syriërs vanuit Turkije terug naar de Syrische grenssteden die het Turkse leger samen met het Vrije Syrische Leger op Islamitische Staat had veroverd. Ankara heeft duidelijk gemaakt dat de militaire operatie in het Syrische Afrin hetzelfde doel heeft.

Maar Ghanem wil onder geen beding terug. Zijn financiële situatie is moeilijk. Een vriend betaalt zijn huur, hij eet vaak bij kennissen. “Maar hier heb ik tenminste vrienden, ik ken bijna niemand meer in Syrië, ik zou geen idee hebben waar ik heen moet.”

Internationale hulporganisaties bestempelen het streven van Turkije om Syriërs te laten terugkeren, als onuitvoerbaar en dus misleidend. In een gezamenlijk rapport concluderen ze dat Syrië nog altijd wordt geteisterd door hevig geweld en bombardementen, en dat burgers er hun leven niet zeker zijn. De organisaties bekritiseren de gedwongen deportaties van Syriërs uit Turkije, maar leggen de schuld niet alleen bij Ankara: “Het is een gebrek aan politieke wil in welvarende landen: zij nemen hun verantwoordelijkheid niet.” Daarmee doelen ze op het niet nakomen van afspraken over het verdelen van Syrische vluchtelingen over Europese landen. De hervestiging van kwetsbare vluchtelingen in welvarende landen kelderde in 2017 met liefst 50 procent.

Vijandigheid

De Syrisch-Turkmeense Sultana Has (58) woont sinds vijf jaar in de conservatieve wijk Fatih in Istanbul. Ze mist haar dorp, maar piekert er niet over terug te gaan. “We woonden in een buitenwijk van Damascus, ons huis is vernield bij een bombardement. Waar zou ik met mijn man en kinderen heen moeten?” Ze komt amper rond, maar de buren zijn hulpvaardig en ze is blij dat ze een dak boven haar hoofd heeft. “Natuurlijk zijn er weleens spanningen tussen Syriërs en Turken”, vertelt Has. “Sommigen Syriërs laten hun kinderen bedelen en gooien vuil op straat, zij verpesten ons imago.”

De drie grootste steden van Turkije – Istanbul, Ankara en Izmir – zitten in een lastig parket. Sinds de toestroom van Syriërs naar Turkije voerden ze een genereus beleid: geregistreerde Syriërs mogen werken, komen in aanmerking voor een gratis medische controle, en krijgen boodschappenkaarten met geld erop. Maar de lokale bevolking verzet zich in toenemende mate; vooral de wedijver om banen binnen de informele economie zorgt voor onrust. In een onderzoek constateert de International Crisis Group groeiende vijandigheid jegens Syriërs in de grote steden. Confrontaties tussen de Turkse gastgemeenschap en Syrische vluchtelingen zijn in de tweede helft van 2017 verdrievoudigd ten opzichte van 2016. Istanbul heeft inmiddels een registratiestop van Syriërs gelast.

artikel-IMG_0794
Een markt in de wijk Fatih. Beeld door: Durna Safarova

Has kwam helaas niet in aanmerking voor een boodschappenkaart. Ze vertelt dat er allerlei eisen aan zo’n kaart zijn verbonden, niemand in je gezin mag bijvoorbeeld werk hebben, en je moet minderjarige kinderen hebben. “En ze komen thuis controleren, ze kijken in je kledingkast, om te zien hoe rijk je leeft.”

Smijten met geld

De Syrische kunstenaar Muhamed Shahhoud (26) zag dat er eind vorig jaar gaspotten werden uitgedeeld aan Syriërs, maar hij betwijfelt of alle miljardenhulp uit Europa echt bij vluchtelingen terechtkomt. Zijn met rook doordrenkte huiskamer in Istanbul hangt vol half afgemaakt schilderijen. “Landen smijten met geld. De EU geeft dit… de Arabische Emiraten geven dat…, maar waar gaat dat geld naartoe? Op het nieuws zie ik dat tentenkampen omvallen door de regen en kindjes in de kou staan.”

Afgelopen week kondigde EU-commissaris Dimitris Avramopoulos aan dat Turkije het tweede deel van de beloofde zes miljard euro krijgt, alweer bedoeld voor huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg. Een deel komt uit het EU-budget van de Commissie, de rest moet van de lidstaten komen. En terwijl Ankara klaagt over de trage uitbetaling van de eerste drie miljard, is er gesteggel binnen de EU wie het volgende miljardenfonds gaat bekostigen. Nederland en Duitsland willen niet dat de lidstaten nog meer bijdragen, een opstelling die het gevolg is van de recente diplomatieke geschillen met Turkije. Maar Avramopoulos hamert op de verantwoordelijkheid van de EU-leiders. Hij houdt vol dat er een ‘duidelijke en consistente’ afname is van illegale migratie naar Europa ten gevolge van de deal, en acht de betalingen aan Turkije daarom van groot belang.

Op de Turkse televisie gaat de niet-aflatende stroom nieuws over de militaire acties van Turkije in Syrië gewoon door. En het ministerie van Buitenlandse Zaken kondigt een plan aan om negen kampen te bouwen in diverse Syrische grenssteden, om zodoende 170 duizend terugkerende Syriërs de kans op terugkeer te bieden. “We hebben al 30 miljard dollar uitgegeven aan de zorg voor Syriërs en verwachten van Europese landen dat zij de last op onze schouders helpen verminderen”, zegt een woordvoerder.

Kunstenaar Shahhoud steekt zijn zoveelste sigaret op. Hij beziet de plannen van Turkije om Syriërs naar hun land te laten terugkeren, met grote argwaan. “Als je vluchteling bent, bepaalt de staat waar je heen gaat. Ze controleren je. Eerst moet je naar een kamp, dan naar een door hen aangewezen stad en nu toch maar terug naar Syrië. Ik wil zelf beslissen waar ik heenga.”

Het effect van de deal
Uit cijfers van Frontex blijkt dat het aantal illegale migranten dat in 2017 de EU binnenkwam, 60 procent was gedaald ten opzichte van 2016. Onduidelijk is of deze afname het gevolg is van de Turkije-deal. Al voor die deal sloten Servië, Macedonië en Kroatië hun grenzen voor migranten die niet uit Syrië, Irak of Afghanistan afkomstig zijn. Duizenden mensen strandden in het Griekse Idomenie. Dat zou anderen hebben ontmoedigd die route te kiezen. Weer anderen noemen het geweld in Syrië als belangrijkste factor voor migratie naar Europa.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Zara

Zara Toksöz

Redacteur Movement

Zara runt ‘Movement’, een platform over migratie. Zara studeerde Politicologie en Internationale Betrekkingen. Hierna heeft ze …
Profielpagina