OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Het intense geluid van de davul (trommel) samen met de schelle zurna (hobo) dendert door de straten en is tot aan de andere kant van de Amsterdamse Dappermarkt te horen. Mannen in pak en vrouwen in glimmende kleurrijke jurken vormen dansend een kring rondom de muzikanten. Winkeliers staan voor hun zaak en buurtbewoners hangen uit hun ramen. Sommige omstanders bewegen mee op de traditionele Turkse muziek die gespeeld wordt terwijl de bruid haar ouderlijk huis verlaat. De traditie dat de bruid feestelijk wordt opgehaald, leeft in veel gebieden in Turkije nog steeds voort. En klaarblijkelijk ook in de Dapperbuurt in Amsterdam-Oost, het startpunt van onze zoektocht naar ‘de’ Turkse Nederlander. De buurt die bekend staat om zijn multiculturele karakter heeft een grote Turkse gemeenschap. Hoe verhouden deze mensen zich tot de buurt waarin zij wonen?

Zafer (62) is er stellig over: “Dit is mijn buurt. Ik woon hier al meer dan de helft van mijn leven. Gooit iemand vuilnis op straat, dan bemoei ik mij ermee. Ik bescherm mijn buurt.” Zafer woont in een zijstraat van de Dapperstraat, al 35 jaar. In zijn woonkamer, op de leren bank vol kussens in zebradessin, dopt hij boontjes voor het avondeten. Hij vertelt waarom hij eind jaren ’70 vanuit de Turkse stad Gaziantep om politieke motieven naar Nederland kwam. “Ik kom uit een boerengezin. Toen we van het dorp naar de grote stad verhuisden, ging ik aan de slag als loodgieter. Het waren roerige tijden, met hevige conflicten tussen links en rechts. Mijn hele familie was links. Door mijn kledingstijl zag ik er ook uit als een typische linkse kerel. Ik werd vaak bedreigd door rechtse jongens en ze sloegen mij regelmatig in elkaar. Steeds vaker hoorde ik over vrienden die waren opgepakt of zelfs vermoord. Elk moment kon ik de volgende zijn. Ik kon de dreiging niet meer aan en zei tegen mijn vader: ik ga weg.”

Ze noemde ons toerist, omdat we nog geen verblijfsvergunning hadden of terrorist, omdat we links en actief waren.

Zafer kwam terecht in de Amsterdamse Reinwardstraat. Daar kraakte hij zijn eerste huis. “Samen met Berna, Ton, Sjan, Arie, Lange Rob en Lange Joop. De kraakgroep werd mijn vriendengroep. We kookten samen en gingen naar de disco in de Van Swindenstraat of een drankje doen in Café Museum, tegenover het Tropenmusem; daar zit nu zo’n yuppencafé.” Ongeveer tien jaar eerder waren de eerste Turkse gastarbeiders naar Nederland gekomen. Zafer ging niet echt met ze om. “In de Dapperbuurt pestten zij politieke vluchtelingen als ik. Ze noemden ons toerist, omdat wij nog geen verblijfsvergunning hadden, of terrorist, omdat we links en actief waren.” Zafer is nog altijd op de hoogte van de Turkse politiek, maar hij is er niet constant mee bezig. “Met vrienden discussieer ik er weleens over. Bijvoorbeeld na de diplomatieke rel tussen Nederland en Turkije. Ik vind het onbegrijpelijk: hoe kun je tegen Nederland zijn en voor de regering in Turkije? Ik ben een mens van hier. De Turkse politiek is dáár.”

"Rechts voor het volk, links voor de elite"

Voor de dertiger Ali ligt dit anders. Hij volgt de Turkse politiek dagelijks. Tien jaar geleden kwam hij “voor de liefde” naar Nederland. Op de hoek van de Reinwardstraat runt de lange, charismatische man een shoarmarestaurant. “Ik ben nieuwsgierig. Het is mijn land en wat daar gebeurt, raakt me.” Hij praat er graag over, ook met zijn klanten. “Nederlanders weten veel over de situatie in Turkije, alhoewel je hier wel slechts één kant van het verhaal leest. Ikzelf lees verschillende soorten kranten en probeer altijd de waarheid uit te leggen. Zo raakte ik een keer in discussie met twee Nederlandse vaste klanten over de Turkse politiek, over Erdogan. Het werd geen ruzie of zo, maar we waren het niet eens met elkaar. Daarna heb ik ze maandenlang niet gezien.” Lachend vervolgt hij: “Je moet eigenlijk ook nooit met klanten over politiek praten, maar ja, soms kan ik me niet inhouden.”

Ali noemt zichzelf rechts als het om de Turkse politiek gaat, al voegt hij daar meteen aan toe: “maar dat is anders dan rechts in Nederland. In Turkije zijn rechtse mensen arbeiders en gelovig, linkse mensen zijn rijk en ongelovig. Rechts is voor het volk, links voor de elite.” Zijn vriendengroep bestaat voornamelijk uit andere Turkse Nederlanders. Ze komen uit Centraal Anatolië: Konya, Karaman en Kayseri. “In die gebieden zijn niet veel economische kansen”, legt Ali uit. “Vandaar dat veel mensen uit die regio naar landen als Nederland vertrekken. Ik zou wel willen dat mijn kennissenkring meer gemixt was, maar door mijn drukke werk is er weinig ruimte om nieuwe mensen te ontmoeten. Zeker, veel mensen die ik ken zijn pro-Erdogan. Vergeet niet: meer dan de helft van het Turkse volk heeft voor hem gestemd!”

dapper-4-klein1
Reiger wacht zijn kans af op de Dappermarkt. Foto: Zola Can

Amsterdam heeft Ali naar eigen zeggen veranderd. “Ik kom uit Bolu, een prachtige groene plek aan de Zwarte Zee. Het is klein, je kunt er dus moeilijk stoute dingen doen. In Amsterdam heb je daar wel alle ruimte voor: feestjes, jointjes.” Hij lacht ondeugend. “Ik heb dan ook veel gezien. En daardoor een meer open blik gekregen. Dingen waarvan ik in Turkije nog nooit gehoord had, ontdekte ik hier voor het eerst. Zoals allerlei verschillende soorten films, homo’s, lesbiennes, en niet te vergeten: Nederlandstalige muziek. Ik ben veel ruimdenkender dan eerst.”

Ook de vriendinnen van Sirin (34) sympathiseren met de Turkse regering. Na de mislukte coup hebben ze het erover gehad binnen hun Whatsappgroep. “Zelf heb ik niks met de Turkse regering. En dat zeg ik ook gewoon. Dat is geen probleem. Het boeit me ook niet, ik moet hun mening accepteren en zij die van mij. Maar meestal hebben we het niet over politiek, hoor. Met mijn vriendinnen praat ik vooral over alledaagse dingen zoals nieuwe muziek, leuke winkels en de school van onze kinderen.” Sirin is in Nederland geboren. Ze komt uit een Arabisch sprekende familie, haar voorouders komen uit Syrië. “In Turkije noemen ze ons Arabieren, hier Turken”, lacht ze. “Ik voel me wel aangesproken als het in het Nederlandse nieuws over Turkse Nederlanders gaat. Niet per se een negatief gevoel, maar het gaat wel over mij dan. Ik voel mij ook Turks.” Tegelijkertijd voelt ze zich een echte Amsterdammer. “Ik wil hier nooit meer weg. Zelfs als ik buiten Amsterdam-Oost kom wil ik zo snel mogelijk terug, erg hè?”

Turkse tv-zenders

Net als zijn naamgenoot van het shoarmarestaurant, vertelt slager Ali (49, kleine man, twinkelogen) dat hij hier ruimdenkender is geworden. Hij heeft veertien jaar een groentewinkel en slagerij gehad in de Van Swindenstraat. Mijn familie komt uit Kirsehir, dichtbij de Turkse hoofdstad Ankara. Ze zijn Koerdisch, ik ben Koerd. Maar dat heeft voor mij niks met politiek te maken. Ik ben voor werk naar Nederland gekomen. Toen ik hier net kwam, begin jaren ’90, voelde ik mij natuurlijk niet meteen thuis. Ik was 22 en ik had oogkleppen op. Mensenrechten, vrijheid, ik heb het hier gezien. Nu voel ik mij zeker op mijn plek. Je kunt hier alles zeggen en dat is goed.” Op dit moment werkt Ali bij een andere slager. “Ik werk zes dagen in de week. Zaterdagavond is mijn vrije avond, dan zuip ik tot de volgende ochtend. Meestal wijn.” Ali glundert. “En zondag lekker de hele dag maffen.”

Ali woont samen met zijn vrouw en drie dochters. “Mijn vrouw kwam later dan ik naar Nederland. Zij is ook Koerdisch, of half, nou ja wat maakt het uit. Ze spreekt de taal in ieder geval niet. Nederlands beheerst ze ook niet goed. Onze televisie staat de hele dag op Turkse zenders. Mijn vrouw en dochters kijken Turkse soapseries. Ik heb er niets over te zeggen, ze bezetten de televisie. Mijn middelste dochter, Berfin, zei op een dag: ‘Ik ben Turks, ik voel me Turks. Papa waarom heb je mij een Koerdische naam gegeven?’ Ja, wat kon ik zeggen? ‘Sorry’, zei ik, ‘je mag je naam veranderen.'” Ali valt even stil. “Als je de hele dag Turkse tv-zenders kijkt, dan word je zo. Ik zou op een gegeven moment dan ook denken dat Koerden gek zijn, mafketels, of zelfs terroristen. Er is zoveel propaganda. Ja, ik heb hun misschien ook nooit veel dingen verteld over vroeger, over het leven van mijn familie in Turkije, maar ik werk zoveel. Voor zulke gesprekken heb ik gewoon te weinig tijd.”

Ali herpakt zich en glimlacht. “De Dapperbuurt was echt gezellig vroeger. Zondag was barbecuedag. Ik nam vlees mee uit mijn slagerij en dan aten we samen met mijn buurman Geert en zijn Australische vrouw; vaak sloten andere buren ook aan.”

Ook ex-kraker Zafer heeft goeie herinneringen aan de zomerse zondagen. “De oma van Patrick Kluivert woonde tegenover ons, mevrouw Kenton. Was het mooi weer? Dan zette zij de tafels buiten en stond er harde muziek op. We aten samen babi pangang. Alle buren aten mee. En er werd gedanst, we dansten samen tot het donker werd. Nu ken ik niemand meer, alleen de oude winkeliers. Die van de bloemenzaak, de schoenmaker en een paar kennissen van vroeger nog. Wij zijn de oudste bewoners van de Dapperbuurt. Ik woon hier al de helft van mijn leven. Dit is mijn buurt.”

Van dit artikel hebben Zara en Zola eerder een voorstel tot een voorstelling gemaakt voor Theater Frascati in het kader van ‘De (on)vertelde stad’.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Zara

Zara Toksöz

Redacteur Movement

Zara runt ‘Movement’, een platform over migratie. Zara studeerde Politicologie en Internationale Betrekkingen. Hierna heeft ze …
Profielpagina
bewl3-0730

Zola Can

Redacteur Movement

Zola heeft Politicologie gestudeerd en deed de Master Midden-Oostenstudies. Voor OneWorld schrijft ze over migratie en sociale en …
Profielpagina

Advertentie

wca2019_600x500_v4 (002)