OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Veel kinderen hebben problemen om mondelinge instructies en geschreven teksten op school te begrijpen, waardoor ze soms het label krijgen van ‘kind met een taalachterstand’. “Maar dat een kind enkele Nederlandse woorden niet begrijpt, wil niet zeggen dat het geen taal kan leren. De meeste kinderen beheersen hun moedertaal goed. Ze hebben alleen minder blootstelling gehad aan het Nederlands dan hun eentalige klasgenoten. Dit is geen ‘taalachterstand’.” Taalkundige, logopediste en taaldocent Manuela Julien (55) spreekt liever over ‘onvoldoende blootstelling aan het Nederlands’.

DSC01529
Manuela Julien | Wageningen

Julien legt uit dat de zogenaamde ‘taalachterstand’ vooral gaat om de woordenschat. Twee- en meertalige kinderen kennen vaak minder woorden in het Nederlands dan hun eentalige leeftijdsgenoten. Ze kennen die woorden ook minder ‘diep’ dan Nederlandse kinderen: “Een woord kan bijvoorbeeld twee of drie betekenissen hebben. Het kan zijn dat een meertalig kind maar één betekenis kent, afhankelijk van zijn ervaring met dat woord.”

Bepaalde woorden niet kennen in de schooltaal kan serieuze gevolgen hebben. “Een kind kan bijvoorbeeld bepaalde instructies niet begrijpen, of niet goed rekenen, omdat de rekensommen zo talig zijn.”

Julien is in Mozambique geboren, in het Portugees opgevoed en werkt al 33 jaar met meertalige kinderen. Ze is gefascineerd door meertaligheid, en gebruikte bij haar eigen kinderen tweetalige boeken om hun taalontwikkeling te stimuleren. Haar man las verhalen in het Nederlands voor, zij in het Portugees.

“Veel anders- of meertalige ouders krijgen een verkeerd signaal vanuit hun omgeving: het signaal dat hun moedertaal minderwaardig is aan het Nederlands. ‘Maar we hebben gehoord dat het beter is om enkel het Nederlands te stimuleren, en niet het Turks.’ Deze reactie hoor ik vaak. En dat het beter is om de aandacht op het Nederlands te vestigen. Denk bijvoorbeeld aan Berbertalen – die worden zowel in Nederland als in Marokko beschouwd als een taal met een lagere status dan het Frans, Arabisch of Nederlands. Dat heeft invloed op hoe de ouders hun eigen taal beschouwen. Het kan ervoor zorgen dat ze zelfs stoppen in hun moedertaal tegen de kinderen te spreken.”

De moedertaal is cruciaal voor het Nederlands, legt Julien uit: “In de media horen we vaak over Marokkaanse en Turkse kinderen met een zogenaamde ‘taalachterstand’. De ouders willen voorkomen dat hun eigen kind daar last van heeft. Ook de overheid en het onderwijs leggen veel nadruk op het zo vroeg en snel mogelijk Nederlands leren, zodat kinderen zonder problemen kunnen meedoen op school. Dat is logisch,  maar heel vaak gaat dat gepaard met onvoldoende aandacht voor de moedertaal. Terwijl deze een cruciale rol speelt in de taalontwikkeling: een goede basis in de moedertaal is namelijk cruciaal voor de ontwikkeling van het Nederlands. Als de moedertaal voldoende gestimuleerd wordt, dan leren kinderen ook makkelijker het Nederlands. Als de kinderen een rijk taalaanbod in de moedertaal zouden krijgen, dan heeft het kind al een basis in zijn of haar moedertaal, waarop de tweede taal kan voortbouwen.”

“De meeste kinderen die hier geboren zijn en een anderstalige ouder hebben, worden tot de leeftijd van 2,5 jaar vooral blootgesteld aan hun moedertaal. Ze gaan hun eerste structurele confrontatie met het Nederlands aan op de peuterspeelzaal of op school. Vanaf dat moment worden ze steeds meer blootgesteld aan het Nederlands en hun moedertaal blijft op hetzelfde niveau of gaat in veel gevallen zelfs achteruit. Dat is eigenlijk een zorgwekkende ontwikkeling, omdat het kind daardoor minder snel Nederlands kan leren en later moeilijker met eigen ouders kan communiceren.”

Op school worden anderstalige kinderen meer blootgesteld aan het Nederlands en hun moedertaal blijft op hetzelfde niveau of gaat zelfs achteruit

Het verband tussen de goede beheersing van de moedertaal en het leren van een tweede taal wordt vaak onderbelicht. Daarom geeft Julien workshops aan de ouders (in hun eigen taal) en de professionals die met anderstalige kinderen werken zoals leerkrachten, peuterspeelzaal consulenten, logopedisten. Ze maakt ook duidelijk aan de ouders dat ze een belangrijke rol spelen in het leren van het Nederlands, de schooltaal, door bij te dragen aan de taalontwikkeling van hun kind in de moedertaal. Ze geeft hen tips over hoe ze het leren van de moedertaal bij hun kunnen stimuleren. Daarnaast krijgen ze info over wat de school eigenlijk van hun kinderen eist. “Op school wordt van hun kinderen onder meer verwacht dat ze abstracte instructies begrijpen. Die schooltaal is veel complexer en contextvrijer dan de dagelijkse taal dat het kind thuis hoort. Daar zijn sommige ouders zich niet van bewust. Binnen schooltaal worden vaak complexe verwijzingen gebruikt zoals ‘de voorlaatste bladzijde’, ‘de eerste paragraaf’, ‘andersom’, terwijl in informele thuissituaties vaak goed mogelijk is om te verwijzen naar de situationele context (die, deze, daar…).

De schooltaal is veel complexer dan de dagelijkse taal dat het kind thuis hoort. Daar zijn sommige ouders zich niet van bewust

Generatiekloof door de taal

Een onvoldoende beheersing van de moedertaal door het kind kan soms zelfs tot een generatiekloof leiden. Dat probeert Julien te voorkomen. “Ik kom bijvoorbeeld regelmatig een situatie tegen waarin een kind bij familie aan de tafel zit en niet alles kan volgen. Naarmate kinderen ouder worden, worden problemen ook groter. Dan wil je diepgaandere gesprekken gaan voeren en dingen uitleggen. Maar het is behoorlijk moeilijk om te spreken over gevoelens of waarden als een kind de moedertaal onvoldoende beheerst en de ouders geen of onvoldoende Nederlands spreken.” Julien ervaart het zelf: “Ik merk het als ik diepere onderwerpen met mijn twee pubers probeer aan te snijden in het Nederlands. Dan kom ik soms woorden te kort”, geeft ze toe. “Als ouders en het kind geen gemeenschappelijke taal kunnen vinden, dan heeft dat een negatieve weerslag op de opvoeding en op de sociale en emotionele ontwikkeling van het kind”, vertelt Julien.

Ik merk het als ik diepere onderwerpen met mijn twee pubers probeer aan te snijden in het Nederlands. Dan kom ik soms woorden te kort

“Positieve ontwikkelingen op het vlak van taalbeleid”

Julien benadrukt dat er eindelijk meer aandacht wordt besteed aan het belang van de moedertaal. Ze laat enthousiast twee documenten zien: een rapport van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen “Talen voor Nederland”en een praktische handleiding van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en PO-Raad 1Ruimte voor nieuwe talenten”. Daarin staat hoe leerkrachten, begeleiders en taalcoördinatoren met de anderstaligen op de basisschool kunnen werken. “Volgens mij gelden veel van die adviezen ook voor anders- en meertalige kinderen die al langer in Nederland wonen. Adviezen die decennialang door taalkundigen en docenten ‘Nederlands als tweede taal’ werden gegeven zijn eindelijk in het taalbeleid opgenomen en naar het veld overgedragen. Zo kunnen we verder aan het werk!”

DSC01522

‘Omarm de multiculturele identiteit’

Drie professionals begeleiden migranten in de zoektocht naar hun identiteit.

  1. PO-Raad is een sectororganisatie voor het primair onderwijs (PO). De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.  ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ula Idzikowska

Redacteur Movement

Ula is storyteller en blogger. Zij heeft literatuur en onderzoeksjournalistiek gestudeerd en schrijft graag over migratie en …
Profielpagina