OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Mijn latere promotors Willem Heinemeijer en Herman van der Wusten waren indertijd druk met ‘Weggaan om te Blijven’, de grote studie over de Marokkaanse arbeidsmigratie naar Nederland en de effecten daarvan in de Rif. Ikzelf hield me met Kenia bezig en een van mijn vroege publicaties ging over de interne migratie in dat land. Daarbij liet ik zien dat in de statistieken over migratiebewegingen heel veel verschillende tendensen samenkwamen, en dat je daar derhalve genuanceerd naar moet kijken.

Maar migratie was niet mijn  specialisme. Ik hield me met andere thema’s bezig: pastoralisme, droge gebieden, ontwikkeling,  milieu, klimaatverandering. Bovendien waren anderen beter op de hoogte dan ik. Rinus Penninx en Hans van Amersfoort waren de Amsterdamse kenners met hun Institute for Migration and Ethnic Studies (IMES). Het bestaat nog steeds. Wel was ik trots dat een van mijn meest succesvolle studenten en promovendi, Hein de Haas, beroemd werd als migratiespecialist in Oxford. Later werd  hij in Maastricht en daarna in Amsterdam hoogleraar migratiestudies. Toen ik in 2010 directeur werd van het Afrika-Studiecentrum in Leiden, werd ik echter steeds dieper de migratieproblematiek ingezogen. Vooral vanaf sinds 2015 ging dat rap en dat had natuurlijk alles te maken met de enorme aandacht voor de bootvluchtelingen, onder andere uit Afrika. Bij publieke optredens en gesprekken met journalisten leek het nadien alleen nog over migratie te gaan.

Defensie als trigger en Olomouc als ‘wake-up call’

In mei 2015 werd me gevraagd om een trainingslezing te geven bij de Hogere Defensie Vorming in Brussel. Het moest gaan over bevolkingsgroei in Afrika en de kans op conflicten daar. Alle vragen daar gingen over migratie. Blijkbaar zei ik zinnige dingen: er kwam meteen een vervolgverzoek om bij de Nederlandse Defensie Academie in Breda in september 2015 een lezing over migratie te geven. Ik was in 2014 naar de oratie van Hein de Haas in Maastricht geweest en was onder de indruk van de helderheid en diepgang van zijn betoog, dus lag het voor de hand eens goed in zijn werk te duiken. Ik zag dat hij op een erg effectieve manier gebruikmaakte van blogs over migratie. Daarin laat hij vaak geen spaan heel van simpele (voor)oordelen en politiek opportunisme.

De lezing in Breda gaf veel stof tot discussie. Maar zelf was ik niet zo tevreden, omdat ik het lastig vond om de link te leggen met scenarioverhalen waar ik inmiddels mee bezig was: waar gaat Afrika naartoe deze eeuw? Het kwartje viel tijdens een conferentie van  de European Association of Development and Training Institutes (EADI) in Olomouc (oktober 2015), waar de Slowaakse ontwikkelingsdeskundige Juraj Mesik een buitengewoon zwartgallig verhaal hield over de consequenties van de ‘bevolkingsexplosie’ in Afrika en onder meer speculeerde over de migratiegolf die over Europa zou spoelen als eerst Egypte en later de rest van Afrika politiek zou exploderen. Daar zou Syrië, dat de Europese Unie nu al in grote moeilijkheden had gebracht, kinderspel bij zijn.  Uit zijn heftige en controversiële verhaal klonk vooral de waarschuwing: Europa is niet bij machte dit psychologisch te verwerken, en de hele Unie krijgt te maken met het nieuwe fascisme: vreemdelingenhaat, nationalisme en ultrarechts geweld tegen iedereen die zich daartegen verzet. Ik had nu juist zo mijn best gedaan een positiever verhaal over Afrika te vertellen. Mijn oratie in Leiden in 2011 heette ‘Silverlining Africa’ en mijn afscheidsrede in 2017 heet ‘Africa: still a silverlining’ – zonder vraagteken. Ik had dus grote moeite met Mesiks negatieve insteek. Maar ik zag wel dat hij een aantal heel rake dingen zei.

De aardrijkskundeleraren

Vlak daarna gaf ik een lezing voor aardrijkskundeleraren die bijeen waren voor hun jaarlijkse conferentie. Mesik had me zijn powerpoint ter beschikking gesteld en ik mocht daar vrijelijk gebruik van maken. Het werd een heftig verhaal, dat tot veel discussie leidde en tot een artikel in het geografenlijfblad.  Dezelfde lezing heb ik daarna op allerlei plekken mogen geven en steeds aangepast aan het soort publiek: het Ministerie van Buitenlandse Zaken (een overvolle zaal), allerlei colleges voor eigen en andere studenten, studentenconferenties, ga zo maar door. Ik voelde me een soort Al Gore met zijn klimaatboodschap in The Incovenient Truth.

Steeds vaker verwerkte ik in dit betoog de kernboodschap van Hein de  Haas: migratiestromen zijn het effect van aspiraties en capaciteiten. (Van hem mogen we nooit meer over ‘push’ en ‘pull’ spreken, waarmee ik ben grootgebracht.) Hein liet op basis van statistisch onderzoek uit zijn Oxfordperiode zien dat mensen uit arme landen nauwelijks migreren, dat de migratie met sprongen stijgt wanneer landen opklimmen op de ladder van de human development index, en de immigratie pas gelijk trekt bij nog veel hogere scores op die index. Voor al mijn verhalen waren Heins gegevens meer dan voldoende, al kreeg ik steeds vaker de vraag hoe dat nou precies voor Afrika in elkaar stak. Ik nam mij voor om dat voor mijn afscheidsrede eens goed uit te zoeken; de laatste maanden heb ik daarom veel zitten spelen met de opeenvolgende migratiedata van de bevolkingsafdeling van de Verenigde Naties en met gegevens van de UNDP.

De politie

Ondertussen werd ik met mijn lezingen een ander circuit ingetrokken. Er blijkt in Nederland een ‘High-level Task Force on Migration’ te bestaan en samen met enige andere ‘migratiehoogleraren’ werd ik gevraagd mijn licht te laten schijnen over migratievooruitzichten. Kort daarna sprak ik enkele  honderden politiemensen toe die zich in Nederland bezighouden met vluchtelingen en criminaliteit. De boodschap in die kring heb ik vervolgens in een blog gegoten.

De kern van het betoog:

  • Er zijn nu 7,4 miljard mensen op de wereld. Drie procent daarvan woont niet in het land waar zij/hij is geboren. Dat zijn 244 miljoen mensen. Daarvan is maar tien procent erkend vluchteling en verreweg de meesten van hen verblijven in Afrika en Azië. In Europa zijn er 2,7 miljoen.
  • In Afrika is de meerderheid van de bevolking erg jong en steeds beter geïnformeerd, door toegang tot internet. Dat voedt de migratieaspiraties. De economische groei tussen 2000 en 2015 zorgde voor meer middelen om te migreren en bovendien werd reizen goedkoper. Veel jonge Afrikanen zien tal van voorbeelden van succesvolle emigratie om zich heen, en zij zien de effecten van groeiende migrantenovermakingen.
  • De Afrikaanse bevolking groeit razendsnel. Toen ik geboren werd, in 1951, woonden er 230 miljoen mensen. Op dit moment zijn het er 1,25 miljard en voor 2100 liggen de voorspellingen tussen de 3,3 en 5,6 miljard. Dit terwijl er wel degelijk een ‘demografische transitie’ aan de gang is: gemiddeld krijgen Afrikaanse vrouwen minder kinderen dan hun moeders deden.
  • Er is een enorme verstedelijkingstrend gaande, en veel migratie naar de kuststeden. In Afrika is migratie gewoon aan het worden (people on the move). De armsten trekken vooral naar plekken die kwetsbaar zijn (bijvoorbeeld moerassen aan de kust) en waar ze extra risico lopen op stormschade en overstromingen. En dan trekken ze weer verder.
  • Binnen Afrika is de migratie slechts voor een deel ingegeven door calamiteiten: oorlog, geweld, onderdrukking en milieurampen. De meeste migratie komt voort uit de zoektocht naar beter werk met een beter inkomen, beter onderwijs en betere gezondheidszorg. De jeugd is mobieler: jongeren willen reizen of is verliefd geworden op een partner die elders woont. Een klein maar groeiend deel van de migratie kun je lifestyle migratie noemen: mensen die naar tolerantere plekken trekken, bijvoorbeeld omdat ze homoseksueel zijn, of omdat ze onder de druk van (groot)ouders en lokale sociale normen uit willen komen.
  • Van alle Afrikanen woont op dit moment 16 miljoen buiten Afrika en nog eens 17 miljoen in een ander land in Afrika. De totale Afrikaanse internationale migranten betreft dus maar 2,5 procent van alle Afrikanen.
  • Als Afrika zich verder ontwikkelt, zal dat eerst gepaard gaan met meer en niet met minder migratie. Ook indien er in Afrika veel werk wordt gecreëerd (bijvoorbeeld door de te verwachten snelle industrialisatie en door de groei van de commerciële landbouw) zullen er veel Afrikanen zijn die in elk geval gedurende een deel van hun leven buiten Afrika hun geluk zoeken. En veel van deze internationale migranten zijn geen verschoppelingen, maar horen tot de hogere- en middenklasse, met vaak een redelijke tot goede opleiding. Waar ze naartoe trekken hangt af van bestaande netwerken, inschattingen van risico’s en kansen, en politieke/grensbarrières. En dan zijn er natuurlijk ook de plotselinge migratiestromen na rampen. Ook daarbij geldt: de meeste mensen blijven in Afrika, maar een deel van hen die de middelen en de contacten hebben, zullen – deels via migratieondernemers, zoals je de mensensmokkelaars ook kan noemen – naar elders willen trekken; vooral naar Europa.
  • Want: hoewel er een verschuiving is richting Azië, is Europa nog steeds de favoriete bestemming . Dat zal nog wel een tijd zo blijven. Op dit moment leven er van de (minimaal) 16 miljoen Afrikanen buiten Afrika (minimaal) 9 miljoen in Europa.
  • Voor veel families in Afrika in betere doen is (internationale) migratie onderdeel geworden van hun bestaansverwerving en risicospreiding. Veel migratiestromen worden vergemakkelijkt door bestaande netwerken en door religieuze opvang (zowel in islamitische als in christelijke kringen). Veel lokale en nationale overheden juichen migratie en geld overmakingen toe.
  • De politieke boodschap is: “wen er maar aan”. En de vervelende boodschap is: hoe hoger je de muren maakt, des te kostbaarder en gevaarlijker de oversteek wordt, maar ook: des te meer geld zullen migratieondernemers (en migranten zelf) steken in het omkopen van douane en politie. Daarbij zijn migranten vaak slimmer dan degenen die geacht worden ze tegen te houden of te ontmoedigen.
  • En Europa wordt steeds meer een bejaardenhuis. En daar zijn bejaardenverzorgers voor nodig.

De cijfers ingedoken

Voor mijn afscheidsrede (op 25 september) maakte ik samen met anderen een thematische kaart over de Afrikaanse migratie. Op de voorkant kwamen de resultaten van de emigratiestudies en op de achterkant lieten we zien dat er ook steeds meer migranten naar Afrika gaan: “Destination Africa”. Dat is tevens de titel van een conferentie die we in Europees verband aan het organiseren zijn.

Ik heb voor die kaart en voor mijn  afscheidslezing de nieuwste cijfers gebruikt: die van 2015. Eens in de vijf jaar komen die VN-overzichten uit. De belangrijkste bevinding was dat Hein de Haas ook voor Afrika volkomen gelijk heeft wat betreft de intercontinentale migratie. Bij de landen met een relatief lage score op de Human Development Index (en dat is in Afrika nu nog een meerderheid) blijken maar vijf tot acht van elke duizend inwoners buiten het continent te wonen. Bij de landen met een wat betere positie zijn dat er meteen gemiddeld 30-45 per duizend. Maar dan wel met de kanttekening dat de variatie binnen elke HDI-categorie erg groot is: in Kaapverdië bijvoorbeeld wonen inmiddels 275 van de 1000 Kaapverdianen buiten Afrika , terwijl er van elke 1000 Marokkanen maar 80 buiten Afrika wonen. En het land met waarschijnlijk de laagste HDI-score, Somalië, scoort verhoudingsgewijs hoog op de intercontinentale migratie: 66 van de 1000 (en ook nog eens 116 van de 1000 elders in Afrika).

Wanneer je kijkt naar de migratie binnen Afrika zelf, blijkt echter dat die cijfers volkomen vertroebeld worden door de grote calamiteitsstromen: de vluchtelingen voor oorlog en geweld (bijvoorbeeld Somalië, DRC, Mali), voor politieke onderdrukking of economische crisis (bijvoorbeeld Zimbabwe) en voor droogte (bijvoorbeeld Burkina Faso). En als grote kanttekening bij dit alles geldt natuurlijk: hoe zeker kunnen we zijn van die cijfers? Hoeveel internationale of intercontinentale migranten worden er niet, of niet goed geteld? En hoe slim wordt er gemanoeuvreerd? Het is bekend dat er in Afrika zelf gehandeld wordt in paspoorten. Veel Nigerianen die het zich kunnen veroorloven zijn het zat om overal met argwaan te worden bekeken als ze een visum willen, en gaan nu als Sierra Leonees of Soedanees door het leven. Als je maar betaalt en je connecties hebt.

En toen de hamvraag

Bij de vele recente gesprekken, vooral met journalisten, kwam al snel de hamvraag: “Ton” (of “meneer Dietz” dan wel “professor Dietz” als ze netjes zijn opgevoed of uit België komen) , “hoeveel komen er?” Ik heb lang geweigerd hierop te antwoorden, omdat cijfers meteen gehyped worden en het vervolgens alleen daar nog over gaat.

Maar natuurlijk kun je er scenario’s op loslaten, en dat heb ik ook gedaan. In de week voor mijn afscheid heb ik de schroom losgelaten en in een artikel in het Leidse universiteitsblad Mare staat het onomwonden: in 2030 vijftig miljoen. Hoe ik daarbij kom? 2030 is het prikjaar van de werelddoelen, de Sustainable Development Goals. En hoewel die in de vorm waarin ze zijn geformuleerd, waarschijnlijk onhaalbaar zijn (“geen armoede”; “geen honger”) is het denkbaar dat Afrika een heel eind komt. Niet eens vanwege die geformuleerde doelen (want dat geeft te veel eer aan de ‘maakbare samenleving’ en zo maakbaar is die niet). Maar vooral vanwege de interne economische en sociaal-politieke dynamiek in Afrika zelf. Die wordt gedreven door het feit dat het aantal Afrikanen in 2030 gegroeid zal zijn tot 1,7 miljard en dat daarvan de helft in steden woont, met een daaruit voortkomende economische vraag naar van alles en nog wat. Laten we er nu eens van uitgaan dat alle Afrikaanse landen één HDI niveau naar boven opschuiven. Als de modellengemiddeldes ook dan nog gelden, komen allerlei landen (Nigeria voorop) van een intercontinentaal migratieniveau van onder de 1% op een niveau van zeker 3%. En dan is het verder een kwestie van rekenen: je komt uit op een stijging van de huidige 16 miljoen naar 50 miljoen.

“Hoeveel van die Afrikanen komen dan naar Europa?” is de onvermijdelijke vervolgvraag. Lastig te beantwoorden, want dat hangt natuurlijk af van hoe relatief aantrekkelijk en haalbaar Europa zal zijn vergeleken met Azië, Brazilië en Noord Amerika. Het is nu zo’n 57%. Als we nu eens uitgaan van de helft? Maar eigenlijk denk ik dat vijfentwintig miljoen een onderschatting is van wat er staat te gebeuren. Een dynamische analyse laat zien dat sinds 2000 de intercontinentale migratie in 2015 relatief is gegroeid, en dat geldt voor bijna elke HDI-categorie. Voor een lid van de Tweede Kamer  (Jasper van Dijk van de SP) maakte ik dit overzicht:

Die groei van de gemiddelde migratie wijst op een grotere capaciteit en op grotere aspiraties vanuit Afrika. En inderdaad zie je daarnaast dat de groei in deze vijftien jaar zich heeft vertaald in een verschuiving van een aantal landen naar een volgende HDI-categorie, een trend waarvan ik verwacht dat die verder zal doorzetten. Dus inderdaad Europa, “wen er maar aan”. Maar waar Europa ook aan zal moeten wennen, is de toename van het aantal calamiteitsmigranten: door de grotere kans op weersextremen, door grotere kans op politiek-militaire botsingen en door alles wat er in de vergeten en verwaarloosde uithoeken van Afrika gebeurt en dat leidt tot voortdurende kans op geweld, radicalisering en anarchie.

De vragen die ik eigenlijk niet wil beantwoorden

“Wat moeten we er dan aan doen?” is de onvermijdelijke vraag. Ik zeg dan steeds: ik ben wetenschapper en ik geef jullie de cijfers, de onderzoeksresultaten en de interpretaties; het is aan de politiek om die te vertalen in beleid. Als wetenschapper kan ik vervolgens wel kennis inbrengen die er is over effectiviteit van beleid. Wat weten we bijvoorbeeld over demografische transities of over het effect van ontmoedigingsmaatregelen? Zo is er veel bekend over de migratie vanuit Spaans-Amerika naar de Verenigde Staten, daar zou je als politicus kennis van moeten nemen en je zou er bescheidenheid van kunnen leren.

Wanneer ik me toch tot uitspraken laat verlokken, begin ik eerst over de bevolkingsgroei zelf. Want eigenlijk is vrij duidelijk wat je moet doen om de demografische transitie te versnellen (als je dat tenminste een politieke prioriteit vindt; veel Afrikaanse politieke en religieuze leiders zien dat heel anders): meisjes minstens tien jaar naar school laten gaan, een sociaal vangnet voor de oude dag opzetten, verstedelijking, seksuele en reproductieve rechten verankeren, en het ondersteunen van campagnes tegen pro-natale bewegingen, waarschijnlijk ook in die volgorde van prioriteit.

“En wat voor migratiebeleid moet Europa dan voeren?”. Ik zou zeggen: regel dat op Europees niveau, voer beleid gericht op het ondersteunen van circulariteit (dat wil zeggen: dwing migranten vooral niet zich uitsluitend op het ontvangende land te richten), doe aan gerichte rekrutering van scholingsmigranten en migranten voor plekken waar bejaardenhuis Europa arbeidsproblemen krijgt, en geef het naïeve geloof  op in de kracht van ‘harde afspraken’ met herkomstlanden. En vooral: neem de angst weg aan de ‘onderkant van de Europese samenleving’ voor de ‘tsunami uit Afrika’ (of erger, ‘de islamitische tsunami uit Afrika’). Dat kan door beter voor die Europese onderkant te zorgen en hun kinderen beter perspectief te bieden. En door zo goed mogelijk gebruik te maken van de creativiteit en werklust van al die Afrikaanse migranten die eraan komen. Zodat migratie gezien wordt als een kans voor vergrijzend Europa en niet als een gevaar. En dan heb ik eigenlijk al te veel gezegd, want zeg ik dit nu als wetenschapper of als burger met specifieke opvattingen?

 

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
670

Ton Dietz

Is voormalig directeur van het Afrika Studie Centrum, hoogleraar Ontwikkeling in Afrika aan de Universiteit van Leiden en één van de van …
Profielpagina