OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Twee jaar geleden reageerde Sol Duran (21) via social media op een oproep van het – toen nog in aanbouw zijnde – Riviera Casino in de hoofdstad van Suriname, Paramaribo. Dat was op zoek naar – Venezolaanse – meisjes om in het nieuwe casino als dealer aan de slag te gaan. Een geldig paspoort, interesse in een cursus en wat Engelse woordenschat waren de enige vereisten. Duran stopte met haar studie business management en zat acht maanden later samen met veertig andere jonge meisjes op het vliegtuig naar Suriname. “Ik zag geen toekomst meer voor mezelf in Venezuela, dus ik besloot te gaan. Overal was beter dan daar”, aldus Duran. Haar familie moest ze achterlaten.

Overleven

Eenmaal in Suriname werd alles voor de meisjes geregeld: verblijfsvergunning, werkvergunning, onderdak en transport tussen huis en werk. Met werkdagen van twaalf uur aan een stuk en slechts één vrije dag in de week ging Duran zware dagen in het casino tegemoet, maar de vergoeding aan het einde van de maand maakte het allemaal de moeite waard. 700 Amerikaanse dollar is niet alleen een groot bedrag voor een Venezolaan, maar ook voor een Surinamer, die niet zelden moet rondkomen met een minimumloon van 8,40 Surinaamse dollar per uur, omgerekend 1 euro. In Venezuela moet je voor diezelfde euro bijna een maand werken. “Iedereen wil weg. Zelfs als de hele familie werkt, is het salaris niet genoeg om drie keer per dag van te eten”, zegt Duran, de enige dochter in een gezin van vijf.

Met haar loon en voorzieningen kon Duran veel sparen en geld terugsturen naar huis. Mede dankzij dit geld konden haar ouders twee maanden geleden naar Colombia vluchten. “Ze proberen daar werk te zoeken, maar het is moeilijk. Er zijn zoveel Venezolanen in Colombia.” Haar oudere broer vluchtte eerder al naar Chili, alleen haar jongere broer blijft nog achter in Venezuela.

Iedereen wil weg. Zelfs als de hele familie werkt, kun je niet drie keer per dag eten

De spanningen in Durans thuisland bereikten afgelopen week een hoogtepunt. President Nicolás Maduro wierp blokkades op om te voorkomen dat buitenlandse hulp (in de vorm van voedsel en medicijnen) het land binnenkwam. Oppositieleider Juan Guaidó, die zich eind januari opwierp als interim-president van Venezuela, stuurde zelf ook vrachtwagens met hulpgoederen vanuit Colombia richting Venezuela.

Zelf al genoeg problemen

De crisis in Venezuela brengt veel mensen op de been, met talloze verscheurde families als gevolg. Volgens de Verenigde Naties bereikte het aantal Venezolaanse vluchtelingen eind vorig jaar een piek van drie miljoen, van wie buurland Colombia alleen al een derde opvangt. Exacte cijfers over het aantal Venezolanen in Suriname zijn niet beschikbaar. De Venezolaanse ambassade in Paramaribo weigert haar medewerking te verlenen, en hoewel de immigratiedienst in de Surinaamse hoofdstad is voorzien van een overzicht van verleende verblijfsvergunningen, is dit niet gecategoriseerd op nationaliteit.

Volgens de Surinaamse politie is er geen dusdanige toestroom van Venezolanen te merken, maar Mahinder Jogi, een Surinaamse parlementariër van de Vooruitstrevende Hervormings Partij, zei begin dit jaar tegen dagblad De West dat Suriname zich moet voorbereiden op een mogelijke toestroom van Venezolaanse vluchtelingen. Volgens hem kijkt de politie slechts naar de geregistreerde gevallen.

Wij hebben zelf al genoeg problemen

Vorig jaar maakte dagblad de Ware Tijd melding van een groeiend netwerk van mensensmokkel of mensenhandel. De regering van Guyana, buurland van zowel Venezuela als Suriname, merkte op dat vele Cubanen, Haïtianen en Venezolanen Guyana legaal zijn binnengekomen, maar daarna langs illegale routes zijn verdwenen – waarschijnlijk naar buurlanden Brazilië en Suriname. Jogi is echter van mening dat Suriname niet in de positie is om vluchtelingen uit Venezuela op te vangen. “Wij hebben zelf al genoeg problemen.”

Suriname geen eindhalte

En dat is niet gelogen. Sinds 2015 gaat de Surinaamse burger gebukt onder stijgende prijsstijgingen en criminaliteit, als gevolg van de eigen economische crisis die in 2016 haar dieptepunt bereikte. Maar dan nog blijft Suriname voor de Venezolaan een goedkoop land. “Suriname is een ontwikkelingsland, maar juist daarom een populaire bestemming voor Venezolanen. Het is hier rustig, er zijn niet zoveel Venezolanen, je legale status is goedkoop en makkelijk te verkrijgen en je komt rond met 500 dollar per maand”, zegt Manuel Ramirez (42). Hij verliet Venezuela in 2014 en werkt sinds augustus in Suriname, voor een internationaal bedrijf dat in bouwmateriaal handelt. Net als Duran wordt ook hij uitbetaald in Amerikaanse dollars, en ook zijn loon is er een waar de meeste Surinamers van dromen. Waar Ramirez onderdeel was van de Venezolaanse middenklasse, kan hij in Suriname een luxeleven leiden.

Hij ziet dat voornamelijk Venezolaanse vrouwen makkelijk aan werk komen in de vele casino’s die Paramaribo rijk is, maar ook in stripclubs zijn Venezolaanse vrouwen geen onbekenden. In 2016 zei de 33-jarige Venezolaanse Maria tegen de Ware Tijd dat van de 45 prostituees die in nachtclub Diamond werkten, er 35 uit Venezuela kwamen. Bij nachtclub Lapinha zouden destijds 28 van de 31 sekswerkers uit Venezuela afkomstig zijn. Maria werd twee jaar eerder door de situatie in Venezuela ‘gedwongen tot prostitutie’, zoals ze zelf meldde.

Er wordt hier niets voor ons gedaan. Geen taallessen, geen integratiecursus, geen opvang, geen luisterend oor

Venezolanen zijn in Suriname een kleine groep en kennen een groot verloop, maar vormen desondanks een hechte gemeenschap. “Als je één Venezolaan kent, leer je ze allemaal kennen,” lacht Ramirez, “Er zijn twee of drie plaatsen in Suriname waar Venezolaans eten te verkrijgen is. Daar vinden we elkaar.” Hij spreekt, zegt hij zelf, voor alle Venezolanen als hij zegt dat de Nederlandse taal de grootste integratiedrempel is. De ambassade van Venezuela in Paramaribo voorziet in gratis Spaanse lessen voor Surinaamse inwoners, maar omgekeerd is er geen begeleiding voor Venezolanen. “Er wordt hier niets voor ons gedaan. Niets. Geen taallessen, geen integratiecursus, geen opvang, geen luisterend oor, niets. We hebben een besloten Facebookgroep, ‘Venezolanos en Suriname’ (met zo’n 550 leden, red). Dat is het. De ambassade is er alleen voor documenten en politieke issues”, zegt Ramirez, die zelf Nederlandse lessen volgt bij een Colombiaanse vrouw. “We weten wel te overleven”, lacht Ramirez.

Ramirez woonde voordat hij in Suriname kwam werken, enkele jaren in Panama. “Ik heb weinig vertrouwen in het onderwijs hier en ook de gezondheidszorg is slecht, dus mijn vrouw en dochter blijven in Panama. Elke drie maanden ga ik een week terug.” Hij vertelt dat Suriname voor de meeste Venezolanen geen eindhalte is. “Hier kom je om te werken en geld te sparen, zodat je op een dag verder kan. Of terug.” Hijzelf is van plan om zijn pensioen in Venezuela door te brengen. Hoe het tot die tijd zal lopen, is ook voor hem niet duidelijk. “Maar ooit wil ik terug, als het conflict is opgelost.”

Hulpeloos

Van de veertig meisjes die samen met Duran naar Suriname kwamen, werken er nog maar veertien in het casino. De rest zocht andere oorden op, Brazilië of (Frans-)Guyana. Drie maanden geleden stopte ook Duran met het werk. “De baas behandelde ons niet goed, daarom zijn er zo weinig meisjes over.” Op de vraag of er misschien seksuele intimidatie in het spel was, schudt ze zwijgend het hoofd en houdt haar blik op tafel gericht.

“In het begin ging het goed, ze zeiden dat we alleen maar moesten werken en ons geen zorgen hoefden te maken. Later kwam de stress. Als het casino verlies leed, was je bang dat het jouw schuld was en de baas was…” Na een korte stilte vervolgt ze: “Ik blijf hier voor mijn Surinaamse vriend, met wie ik samenwoon. Ik zoek naar werk in een ander casino, want ik weet niet wat ik anders kan doen.”

Ze is (nog) niet illegaal in het land, maar binnenkort verloopt wel haar verblijfsvergunning. De kans dat ze die kan verlengen is klein. “Om mijn status te legaliseren heb ik vijf documenten nodig, waarvan ik er eentje aan het casino had gegeven. Dat zegt nu dat ze het mij hebben teruggegeven, maar dat is niet waar. Ik kan niets doen zonder dat papier.” Duran glimlacht flauw wanneer wordt gevraagd naar andere opties. “Misschien zal ik trouwen, zodat ik toch in Suriname kan blijven.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
02

Zoë Deceuninck

Zoë Deceuninck is freelance journalist en werkt vanuit Suriname.
Profielpagina