OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

“We zijn ons altijd bewust van de kwetsbaarheid van onze groep. Ook al ben je voor 99 procent geïntegreerd, het tij kan zo omslaan.” Dit zegt Daniël Metz, die zijn Joodse familiegeschiedenis uitploos en leerde dat de kansen voor Joden in Duitsland en Nederland snel kunnen keren.

Portret-Daniel-Metz-foto-Patrick-Sternfeld-jpeg
Daniël Metz Beeld door: Patrick Sternfeld

Er bestaat niet één verhaal over ruim vier eeuwen opvang en integratie van Joden in Nederland, legt historicus Bart Wallet (Vrije Universiteit en Universiteit van Amsterdam) uit. Sowieso werpt de Tweede Wereldoorlog altijd een schaduw over die geschiedenis. Ze ontneemt zowel het zicht op de successen, als op de achterstelling en het isolement in de eeuwen daarvoor.

De geschiedenis van Joodse migratie begon met een zeer succesvolle groep die rond 1600 naar Nederland kwam. Deze Sefardische Joden, afkomstig uit Portugal en Spanje, waren vermogende handelaren, die officieel niet als Joden geregistreerd waren? Wallet: “Ze waren de afstammelingen van de conversos, Joden die zich in de 15e eeuw onder dwang (van de Inquisitie, red) tot het katholicisme hadden bekeerd. Maar toen ze in Nederland aankwamen, midden in de Tachtigjarige Oorlog, merkten ze dat ze juist als katholieken tweederangsburgers werden. Ze hadden protestants kunnen worden, maar besloten terug te keren naar het Jodendom – waar ze eigenlijk niks van af wisten.”

OneWorld onderzoekt: iedereen migrant
In het debat over de multiculturele samenleving valt vaak het begrip ‘Nederlandse identiteit’, waar nieuwkomers zich naar zouden moeten voegen. Maar die onveranderlijke Nederlandse identiteit, zoals historici als Leo Lucassen en Lex Heerma van Voss betogen, bestaat niet. Juist invloeden van buiten en de voortdurende immigratie hebben ons gevormd. Maar liefst 98 procent van de Nederlanders heeft buitenlandse voorouders. OneWorld licht in deze reeks vijf migrantengroepen uit, van 1700 tot nu, en bespreekt aan de hand van een individuele familiegeschiedenis achtereenvolgens de Hugenoten, Joden, Molukkers, Italianen en Chinezen.

Liberaal amsterdam

Daar komt de familie van Daniël Metz om de hoek kijken. Toen de Amstelveense cultuurhistoricus in de archieven dook voor zijn familiegeschiedenis, stuitte hij op zijn betovergrootmoeder, Louise Jacobson. Zij was een nazaat van de fameuze rabbijn Uri Halevi, grondlegger van de Joodse gemeenschap in Amsterdam.

“Het verhaal gaat dat de migranten eerst in Emden, Duitsland, aanlegden. Daar zagen ze een naambordje met Hebreeuwse letters en ze klopten aan. Het bleek rabbijn Uri Halevi te zijn. Hij wilde hen wel besnijden en inwijden in het Joodse geloof, maar had angst dat in Duitsland te doen. Daar was bekering tot het Jodendom verboden. Ze trokken daarom gezamenlijk naar het liberale, kosmopolitische Amsterdam. Daar deed de schout een inval bij de dienst omdat hij dacht dat er een geheime katholieke mis werd opgedragen. Het was echter de Jom Kippoer-dienst. Dat mocht wel, dus de rabbijn werd vrijgesproken en het ontstaan van een joodse gemeenschap toegestaan.”

De Joodse gemeenschap kreeg een huiskamersynagoge aan het Waterlooplein, met Uri Halevi als eerste rabbijn. Hij werd later erelid van de gemeenschap, een bijzondere eer voor een niet-Sefardische maar Asjkenazische, uit Duitsland en Oost-Europa afkomstige, Jood.

Fam.-Metz-19088
Het gezin Metz achter hun woning in Dusseldorf. Louise en Joseph met daarachter de gouvernante Eva Roodschild (afkomstig uit Zutphen). Vooraan de broers Theodor, Bernhard en Iwan (vlnr).

De twee groepen mengden niet, en hadden een heel verschillende maatschappelijke positie. De Sefardische Joden waren als handelaren kosmopolieten, die naar Amsterdam kwamen omdat de stad booming was en die hun internationale netwerk dat reikte van Zuid-Amerika tot India meebrachten. De Asjkenazische Joden kwamen iets later in de zeventiende eeuw, op drift geraakt door de Dertigjarige Oorlog. Wallet: “Ze waren bijna allemaal straatarm, en werden dus bij een oorlog als eersten getroffen.”

Joden in Amsterdam
Eens was Amsterdam een centrum van Joods leven. Dat zie je terug in de naam Mokum, die Joden als koosnaam aan Amsterdam gaven. Het betekent ‘plaats’. Voor de Tweede Wereldoorlog was tien procent van de bevolking Joods, zo’n 80 duizend mensen. Na de Shoah, de Jodenvervolging, bestond de Joodse gemeenschap nog maar uit 15 duizend mensen.
Joden leefden van oudsher in de slechte buurten in het oosten van de stad zoals Vlooienburg en later Uilenburg. De rijkere Joden leefden aan de nieuwe grachten aan de oostkant van de Amstel. In de twintigste eeuw werden de arme buurten gesaneerd en verhuisden veel inwoners naar de nieuwe Transvaalbuurt. Veel Joden werkten vanaf eind negentiende eeuw in de opkomende diamantindustrie. Toen rond 1930 de crisis toesloeg, begonnen ze winkeltjes of stortten ze zich op de straathandel.

Onze Joden

Die sociale kloof bleef ook in de Nederlanden bestaan. De Asjkenaziem brachten de Jiddische taal mee en waren meer orthodox in hun geloofsbeleving. Zij hadden ook het meeste met antisemitisme en uitsluiting te maken. Elke stad, vertelt Wallet, mocht zelf bepalen hoe ze Joden behandelde. In steden als Utrecht, Tilburg en Gouda mochten ze niet overnachten, in andere steden was een quotum voor het aantal Joden dat geaccepteerd werd. Of steden maakten een onderscheid tussen ‘onze Joden’ en nieuwkomers, buitenlandse Joden die met het scheldwoord ‘smous’ werden aangeduid.

Burgerrechten hadden Joden nog steeds niet, en veel gilden waren gesloten voor ze.

Amsterdam was het mekka van de Joden, en zelfs de grootste Joodse plaats in de 18e eeuw, waar ze de meeste vrijheid hadden. Daar behoorden de Sefardische Joden tot de stedelijke elite, bezochten ze de Stadsschouwburg en sponsorden ze de kunsten. “Maar ook in Amsterdam was er wrijving met de rest van de bevolking”, zegt Wallet. Burgerrechten hadden Joden nog steeds niet, en veel gilden waren gesloten voor ze.

Gemengd trouwen

Dat veranderde pas in 1796, nadat de Fransen een einde hadden gemaakt aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Joden werden gelijkgesteld voor de wet en toegelaten tot de gilden – veel eerder dan in omringende landen. Maar Joden bleven overwegend arm, zegt Wallet, en de sociale en culturele verschillen tussen Sefardische en Asjkenazische Joden werden kleiner: ze trouwden zelfs onderling. Wallet: “Maar gemengde huwelijken met niet-Joden kwamen tot de Tweede Wereldoorlog relatief weinig voor, en waren tot 1796 zelfs verboden.”

Huwelijkspartners moest je dus binnen eigen kring vinden. Dat dit niet meeviel, blijkt uit Daniël Metz’ familiegeschiedenis. “Mijn familie van vaderszijde komt uit Münster, het westen van Duitsland. Ze waren welgesteld, nazaten van zogenaamde hofjoden die de machthebbers in de vele Duitse vorstendommen en stadstaten financierden en later in het bankwezen en metaalindustrie actief waren. Om die positie te behouden moesten ze binnen hun sociale klasse trouwen. En daarvoor keken ze over de landsgrenzen. Hun huwelijkspartners vonden ze bij welgestelde Joodse families in Rotterdam en Den Bosch.”

Vogelvrij

Daniël Metz beschreef de Nederlandse connectie van zijn in Duitsland wonende familie in het blad Misjpoge (Jiddisch voor familie). “Mijn betovergrootmoeder Louise Jacobson was een zelfverzekerde dame, die zich goed bewust was van haar afkomst. Ook de Nederlandse cultuur bleef zij trouw. Met regelmaat bracht zij bezoekjes aan familie en vrienden in Rotterdam, Amsterdam en elders. In haar woonplaats Düsseldorf werden drie kinderen geboren: Iwan Ludwig (1883), Bernhard Paul (1885) en Theodoor Maurits (1890). De kinderen zullen een aardig woordje Nederlands hebben gesproken. Het meest opvallend uit de verhalen van mijn grootvader Theodoor is de waardering voor de Nederlandse tolerantie ten opzichten van het Jodendom. Dat was een wereld van verschil vergeleken met het vaak openlijke antisemitisme van de Duitse burgerij. Alleen al om die reden voelde het gezin zich meer verbonden met het land aan de andere kant van de grens.”

De positie van de Joden in Nederland bleef bijzonder: wel geïntegreerd, maar zeker niet opgegaan in de Nederlandse bevolking.

Pas in de jaren dertig, toen Hitler aan de macht kwam en grootvader Theodoor besefte dat de Joden vogelvrij waren geworden, maakte de familie de oversteek naar Nederland. En dankzij Theodoors positie (hij werkte voor het ministerie van Economische Zaken) kon het gezin de oorlog overleven. “Ze maakten deel uit van de bevoorrechte Barneveld-groep, en kwamen via Westerbork in Theresienstadt terecht. Daar belandden ze onderaan de lijst voor transport naar Auschwitz. Het einde van de oorlog kwam net op tijd.”

Midden-Oosten

De positie van de Joden in Nederland bleef dus bijzonder: wel geïntegreerd, en bijvoorbeeld heel actief in de vakbeweging en de sociaaldemocratie, maar zeker niet opgegaan in de Nederlandse bevolking. Bart Wallet: “Vanaf de achttiende eeuw zag je een duidelijke wil om bij Nederland te horen en ontstond een Nederlands Jodendom. Het Jiddisch werd opgegeven voor het Nederlands. Dat werd ook opgelegd door de overheid, maar met instemming van de Joden zelf. Ze waardeerden de Nederlandse verdraagzaamheid en gematigdheid.”

Ook na de Tweede Wereldoorlog bleven de Joden (nu zo’n 52.000 mensen) een duidelijk onderscheiden groep in de Nederlandse samenleving. Dat werd versterkt door de herinnering aan de oorlog en de stichting van de staat Israël. “Om de Nederlandse Joden te begrijpen, moet je naar hun band met Israël kijken”, zegt Wallet. “Ze richten hun blik heel sterk op het Midden-Oosten.”

Exclusief

Daniël Metz noemt zichzelf ‘Joods en Nederlander’. “Wij zijn geen blijvende buitenstaanders die de Nederlandse normen en waarden niet accepteren. De eerbied en het respect voor het landsbestuur zit verankerd in het Jodendom. In de zaterdagsdienst wordt altijd gebeden voor de regering en het koningshuis. Dat komt voort uit het besef van onze kwetsbaarheid en de bescherming die we nodig hebben.”

Voor de oorlog, zegt hij, was het Jodendom meer ingebed in de samenleving en was er meer begrip voor de eigenheid van Joden. “Ik doe onderzoek naar de diamantindustrie waarin veel Joden werkten. Zij maakten hun uren van zondag tot vrijdagmiddag, de christenen van maandag tot zaterdag. Nu moet ik mijn best doen om vrij te krijgen op de Joodse feestdagen.”

Ook zijn keuze voor een Joodse huwelijkspartner moet hij verdedigen, zegt hij. “Mensen vragen mij: waarom moet dat zo exclusief? Dan zeg ik: je verlangt van een homoseksueel toch ook niet dat hij met een hetero trouwt?”

Kwetsbaarheid

Hedendaagse debatten over opvang en integratie van migranten roepen bij Metz ambivalente gevoelens op. “Van de ene kant voel ik mee met vluchtelingen en vind ik dat de gemeenschap een helpende hand moet toesteken. Maar met de vluchtelingen komt ook de spanning in de landen van het Midden-Oosten mee naar ons, en neemt het antisemitisme toe.”

Als Jood is je gevoel van veiligheid heel precair, zegt Daniël Metz. “Je ziet ook het rechtsextremisme toenemen. Het is nu nog klein, maar je weet niet wat de volgende politieke ommezwaai wordt. Het is nu zeventig jaar vrede, maar dat is nog niet eens één heel mensenleven.

Dat is de tragiek van de Joodse geschiedenis: twee generaties lang in veiligheid verkeren is al lang, het kan binnen een generatie weer omslaan. Je leeft met een voortdurend besef van kwetsbaarheid.”

Calvijn-in-Orléans1

Iedereen migrant: de Hugenoten

Hugenoten kwamen eind 17e eeuw met tienduizenden naar Nederland. Wat is hun verhaal?

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
bewlg3-0515

Hans Ariëns

Redacteur

Hans Ariëns (1960) was de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld sinds 2015. Daarvoor oefende hij met frisse tegenzin het hoofdredacteurschap …
Profielpagina

Advertentie

NRC-Live-Circulair-OneWolrd-600×500-002-11-dec