OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

“Syriërs werden als gasten ontvangen in Turkije toen de burgeroorlog in 2011 uitbrak”, zegt Omar Kadkoy, die bij TEVAP (Economic Policy Research Foundation of Turkey) onderzoek doet naar de integratie van Syriërs in Turkije. “Maar die gastvrijheid leverde geen betekenisvolle stappen op. Je kon niet op de deur van een bedrijf kloppen en zeggen: ‘Hallo, ik ben te gast hier, heb je een baan voor mij?’ Eerste opvang en accommodatie verlenen is de eerste stap, maar toegang tot werk, gezondheidszorg en educatie blijkt moeilijk.”

Van de bijna miljoen Syrische kinderen in de schoolgaande leeftijd, gaan er 230.000 naar tijdelijke scholen waar het lesaanbod beperkt is. 370.000 kinderen zijn nog niet opgenomen in het systeem, blijkt uit de cijfers van het Turkse ministerie van Onderwijs. Ook het aanbod van gezondheidszorg is beperkt. Behandeling van bijvoorbeeld een chronische ziekte moeten Syriërs zelf betalen.

Aan werk komen is het grootste probleem binnen de ‘tijdelijke bescherming’, die de meeste Syriërs kregen van de overheid. Van de twee miljoen Syriërs in de werkende leeftijd, heeft slechts 1 procent een werkvergunning. De meeste Syriërs werken illegaal. “Zij vullen banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, voor nog geen twee dollar per dag. Dit zorgt voor uitbuiting. Kinderen in fabrieken, seizoenarbeiders die als slaven in hutjes op het land gehouden worden: schrijnende verhalen die realiteit zijn voor Syriërs in Turkije. In november kwam een arts uit Aleppo nog om bij een explosie in een kledingfabriek in de Turkse stad Bursa.”

Met de inval in Afrin opende Turkije in januari een nieuw hoofdstuk in het conflict in Syrië. Het doel van de operatie is om Syriërs terug te laten keren naar hun land, maar het einde van het conflict lijkt nog lang niet in zicht.

In 2017 waagden 12.395 Syriërs, ondanks de EU-Turkije-deal, de oversteek van Turkije naar de Griekse eilanden.

Vier procent van de bevolking in Turkije bestaat uit Syriërs. 44 procent van hen wil ook in de toekomst in Turkije blijven, blijkt uit het onderzoek van Omar Kadkoy. Turkije is geen volwaardig lid van het Vluchtelingenverdrag van de VN, waarin afspraken zijn gemaakt over de rechten van vluchtelingen. Daardoor kunnen Syriërs geen asiel aanvragen in Turkije. De meeste Syriërs in Turkije hebben een ‘tijdelijke bescherming’, een kaart die bij het immigratiekantoor aangevraagd kan worden. Slechts 14 procent heeft een verblijfsvergunning. Het aanvragen hiervan is een moeizaam en duur proces. In 2017 waagden 12.395 Syriërs, ondanks de EU-Turkije-deal, de oversteek van Turkije naar de Griekse eilanden.

Dit artikel is tot stand gekomen met de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten.

Integreren moet je zelf doen

KHAIJDA
Beeld door: Doğukan Köse

KHAIJDA (23) woont in Gaziantep. Vier jaar geleden kwam ze naar Turkije en studeert nu Engelse literatuur. Syriërs kunnen, net als Turkse jongeren, voor een overheidsbeurs in aanmerking komen en naar de universiteit. Dit jaar begonnen 15.000 Syrische jongeren aan een studie aan een Turkse universiteit. Khaijda kreeg een beurs via de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SPARK. Van de 9000 aanvragen kregen 500 studenten een beurs.

Afgelopen jaar kreeg ze twee kinderen, Fatima (13 maanden) en Mohammed (2 maanden). “Ik ben niet van plan om te stoppen met studeren, in welke fase van mijn leven ik ook zit”, zegt Khaijda, terwijl ze haar dochter voedt. “Als moeder vind ik het belangrijk dat ik mijn kinderen kan opvoeden vanuit kennis. Als je als moeder niet kunt lezen en schrijven, krijgen je kinderen een achterstand op school.” Khaijda omschrijft zichzelf als een geëmancipeerde vrouw. “Als ik niet kook, eten we ’s avonds kebab. Mijn man studeert in het weekend, ik doordeweeks. We hebben de taken verdeeld.”

Volgens Khaijda hangt integratie van jezelf af. “Turkse basisscholen zijn toegankelijk voor Syrische kinderen, maar veel ouders laten hun kind uit nood werken.” Kinderarbeid is in Gaziantep een groot probleem. “Ik zie dagelijks kinderen werken. Jongens die afval verzamelen op straat, meisjes die werken als schoonmaakster. Laatst sprak ik een meisje aan bij de kapper die haren opveegde. Ze was Syrisch en tien jaar oud. Dat breekt mijn hart.”

Toch zijn er volgens de studente voldoende mogelijkheden in Turkije om rond te komen. Via hulpprogramma’s van Turkse hulporganisaties bijvoorbeeld. “Maar Syriërs willen niet in de rij staan voor een voedselpakket, daar zijn ze te trots voor. Ze werken dan liever voor weinig geld.”

Khaijda heeft nooit overwogen naar Europa te gaan. Ze wil terug naar Syrië. “Ik wil dat mijn kinderen op straat kunnen buitenspelen, zonder angst voor een bom op hun hoofd. We willen ons land weer opbouwen,” zegt ze stellig.

Ondernemer tegen wil en dank

FERAS
Beeld door: Doğukan Köse

FERAS (24) woont in Istanbul. In 2012 kwam hij met zijn familie naar Turkije. Tussen zijn reizen naar Bosnië -Herzegovina, Sudan en Saudi -Arabië door heeft Feras tijd voor een interview. Niet te lang, want hij organiseert een onderwijsbeurs in drie Turkse steden. Hij werkt in de onderneming van zijn vader, die zich richt op het integreren van Syriërs in de samenleving. Feras helpt Syrische studenten aan een beurs bij Turkse universiteiten, die de onderneming voor iedere student iets uitbetalen. Zijn vader sluit bovendien contracten met ziekenhuizen om betere gezondheidszorg te garanderen voor Syriërs.

Turkije verdient goed aan Syriërs, zegt Feras. “Waar je ook heengaat in Turkije, je ziet Syriërs werken. Maar Turken zijn niet blij met ons. Syriërs accepteren een laag salaris, waardoor Turken moeilijker aan een baan komen. ‘Voor jou tien Syriërs’, zeggen werkgevers.” Zijn succes dankt hij aan eerlijk en professioneel zijn, en de cultuur doorgronden. “Turken kijken naar uiterlijk. Als je onverzorgd bent, staat dat voor armoede en willen ze geen zaken doen. Ik ben daarom altijd goedgekleed.” Hij lacht: “Ze moeten denken: die vent slaapt op een bed met geld.”

Feras’ oma is Turks, dus hij heeft als een van de weinige Syriërs een Turks paspoort. Dat maakt het leven voor hem gemakkelijker. “Me hier thuisvoelen was voor mij niet moeilijk. Mensen hebben dezelfde geschiedenis, ideeën en cultuur. Voor Syrische mensen is Turkije een goede mix tussen Oost en West.” Feras spreekt vloeiend Arabisch, Engels en Turks, en leert nu Russisch. “Ik spreek straks alle toekomsttalen van Syrie”. Hij ziet een goede toekomst voor zichzelf in Turkije. Maar als het kan, gaat hij terug naar Syrië. “Ik wil daar dokter worden.”

Geen dokter die kan helpen

NOUR
Beeld door: Doğukan Köse

NOUR (28) woont in Izmir, in het huis van een smokkelaar. In 2016 kwam ze met haar moeder en broer naar Turkije. Haar benen raakten verlamd in Syrië, toen dorpsgenoten voor haar ogen vermoord werden. Eerst kreeg ze een psychische inzinking, haar zenuwen verslechterden verder door een infectie. Inmiddels zijn haar armen ook deels verlamd en zit ze in een rolstoel. Ze werkt fulltime voor een internationale hulporganisatie in Izmir om geld te verdienen voor haar zieke vader die nog in Damascus woont. Maar Nour heeft zelf dringend een operatie nodig. Ze weegt 39 kilo en eet amper. “Ik kan niet aankomen, want mijn moeder kan me niet meer tillen. Ze wordt oud. En mezelf verplaatsen gaat makkelijker als ik licht ben.”

Nour spreekt vloeiend Turks. Ze kan haar rechtenstudie afmaken in Turkije, maar dan moet ze eerst geopereerd worden. De basiszorg waar Nour als vluchteling toe veroordeeld is, is niet gespecialiseerd genoeg om te achterhalen wat het probleem is. “Ik ben meerdere keren in het ziekenhuis geweest. Ze willen me bij uitzondering eenmalig gratis opereren. Maar hoe kun je me opereren als je niet weet wat er aan de hand is?” Daarom wil ze weg uit Turkije. Drie keer probeerde ze met haar moeder per boot naar de Griekse eilanden te gaan. Twee keer zonk de boot en werden ze door de kustwacht teruggebracht naar Turks vasteland. De laatste poging werd gedwarsboomd door de net gesloten EU-Turkije-deal. “We konden de boot niet op, de zee was vol met surveillance”, vertelt Nour. Ze is nog steeds geïrriteerd als ze aan deze laatste poging denkt: “Zonde van het geld.”

Alle hoop is nu gericht op Canada. Daar kun je met vijf gezinnen een Syrische familie adopteren en over laten komen, een uniek vluchtelingenhervestigingsprogramma. Nour en haar familie zijn ‘geadopteerd’ door een Canadese kerk. “In november heb ik een interview gehad op de Canadese ambassade in Ankara. Ik hoop zo snel mogelijk op het vliegtuig te stappen”, besluit Nour. En anders? “Dan stap ik weer op de boot.”

Dit artikel is tot stand gekomen met de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
670

Ans Boersma

Freelance journalist

Ans Boersma (1988) werkt momenteel als freelance journalist in Istanbul. Is daarnaast docent aan de opleiding Journalistiek in Ede.  
Profielpagina
670

Doğukan Köse

Fotograaf.
Profielpagina

Advertentie

wca2018_600x500_oneworld