OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Tijdens de drie jaar dat hij in Libië vastzat, is de 24-jarige Muhammed Jallow meerdere keren gemarteld. Hoewel hij een half jaar geleden blij was weer in Gambia te zijn, is hij nu wanhopig door een gebrek aan begeleiding. “Het was zo zwaar om in Libië gevangen te zitten. Ik heb er nog steeds stress van, maar mensen hier begrijpen dat niet. We hebben hulp nodig om ons leven op te bouwen, maar waarom helpt niemand ons?”

Zijn vriend Ousmane Ndiaye kwam vorig jaar met een vlucht van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) terug. Hij vertelt dat hij, afgezien van zo’n 3.750 dalasi (65 euro), sindsdien geen enkele hulp of begeleiding heeft gekregen. Net als veel teruggekeerde Gambianen heeft hij een schuld van een paar duizend euro, een enorm bedrag in een land waar het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking zo’n 350 euro is.

Om mensensmokkelaars voor de peperdure reis naar Europa te betalen lenen de meeste migranten geld van hun familie. Maar voor velen blijft het daar niet bij, doordat ze ten prooi vallen aan criminele bendes die hun gevangen nemen. Ook Ndiaye is in Libië verschillende keren ontvoerd. Zijn gijzelnemers martelden hem en zijn medegevangenen dagelijks om hen op die manier af te persen. “Ze bonden ons vast en sloegen met stokken op onze handen en voeten,” legt Ndiaye uit. “Ze eisen dan geld om je vrij te laten. Als je niet betaalt gaan de martelingen door, of ze vermoorden je gewoon.”

“Ik heb meerdere keren moeten betalen aan mijn kidnappers, meestal bedragen tussen de 35.000 en 50.000 dalasi.” Het losgeld van omgerekend zo’n 600 tot 850 euro heeft zijn familie elke keer voor hem opgehoest, licht Ndiaye toe. “Ze hebben daarvoor al hun eigendommen moeten verkopen: meubels, tv’s tot aan de grond waarop ze wonen. Nu hebben we niets meer. Zelfs het schoolgeld voor mijn jongere broertjes hebben ze niet betaald en gebruikt om mij vrij te kopen. Maar ze hadden geen keus, omdat ze willen dat ik blijf leven.”

Zonder werk kan Ndiaye zijn schuld onmogelijk afbetalen. “Ik ga nu door een hel. We zoeken allemaal naar werk, maar dat is er niet. Ik kan niet langer aanzien dat mijn familie ten onder gaat aan de schulden die ze voor mij hebben gemaakt. Ik ben bang dat ik straks in de criminaliteit beland om toch aan geld te komen”, vertelt de zichtbaar gefrustreerde Ndiaye.

Migratiekampioen
In Gambia verlaat een groot deel van de jongeren het land via ‘the back way’ (de achterdeur),  zoals ze de gevaarlijke route langs Niger naar Zuid-Italië hier noemen. Hoewel Gambia nog geen 2 miljoen inwoners heeft, komt 8% van alle migranten in Italië uit dat land. Daarmee staat Gambia in de top 5 van herkomstlanden en levert het in verhouding tot het aantal inwoners de meeste migranten ter wereld.

Sinds februari vorig jaar haalt de regering, samen met de IOM, Gambiaanse migranten terug uit Libië, Niger, Mali en Marokko. Zij zijn daar komen vast te zitten tijdens hun poging Europa te bereiken. Momenteel is Gambia het land met relatief de meeste teruggekeerde migranten.

Boos op de IOM

Het ongenoegen van Ndiaye en Jallow leeft onder veel teruggekeerde Gambianen. Afgelopen november viel een groep boze teruggekeerden het kantoor van de IOM in de hoofdstad Banjul aan. Ze claimden dat de IOM hun in Libië 3000 euro had beloofd, maar eenmaal op het vliegveld ontvingen ze slechts 65 euro.

De politie moest ingrijpen om het IOM-personeel te beschermen, omdat het omheinde gebouw met stenen werd bekogeld en de werknemers agressief werden benaderd. De IOM ontkent dat ze de teruggekeerden ooit meer dan 65 euro hebben toegezegd.

Ousmane_Ndaye_Portret1
Ousama Ndaye Beeld door: Hugo Boogaerdt

Sinds de eerste vlucht heeft de IOM bijna 3000 Gambiaanse migranten helpen terugkeren. Ongeveer 250 van hen hebben hulp ontvangen om een bedrijf te beginnen of een beroepsgerichte opleiding te volgen. Tot dusver heeft geen enkele teruggekeerde Gambiaan het trainingsprogramma van zes maanden afgerond.

Volgens migratie-expert Judith Altrogge, werkzaam aan de Freiburg Universiteit, heeft de IOM wel de intentie om alle terugkeerders herintegratiehulp te bieden, maar komen ze daar nauwelijks aan toe. “De IOM probeert de teruggekeerde migranten te begeleiden, maar vanwege het grote aantal en de toenemende snelheid waarmee ze ingevlogen worden blijkt dit erg lastig en is er een flinke achterstand,” stelt Altrogge.

Escalatie

Voor haar onderzoek The politics of migration governance in The Gambia heeft Altrogge gesproken met tientallen terugkeerders en met de IOM. Daaruit kwam naar voren dat de Gambianen zich ongelijk behandeld voelen, omdat sommigen hulp van de IOM krijgen in de vorm van scholing of begeleiding naar werk, terwijl anderen dat (nog) niet krijgen.

Altrogge waarschuwt dat er een reële kans is op escalatie: “Omdat er een hoge druk op hen ligt vanuit hun families, worden ze steeds bozer op de IOM. Sommigen waren zo emotioneel en voelen zich zo genegeerd, dat ze dreigden met het willekeurig plegen van moorden in de hoop dat er meer aandacht komt voor hun situatie. Het is natuurlijk de vraag of ze zoiets daadwerkelijk zullen doen, maar het feit dat ze het zeggen is al zorgwekkend.” Ze constateert voorts dat het te snel terughalen van Gambianen een wezenlijk conflictrisico met zich meebrengt in dit kleine land, waar het machtsevenwicht een jaar na de val oud-dictator Yahya Jammeh nog fragiel is.

Woordvoerster Marianna Bertelle van de IOM in Banjul erkent dat het aantal terugkeerders dat op dit moment een herintegratiepakket ontvangt ‘bescheiden’ is, maar denkt niet dat dit een gevaar voor de veiligheid oplevert. “Hoewel het niet te ontkennen valt dat de teruggekeerde Gambianen kwetsbaar en in sommige gevallen gefrustreerd zijn door het tempo van herintegratie, zien we in onze dagelijkse omgang met hen geen bewijs dat ze het land zullen destabiliseren.” Een nauwere samenwerking met de regering moet ervoor zorgen dat Gambianen sneller na hun terugkeer hun training ontvangen.

Bankroet

Ook als de Gambianen straks hun training hebben afgerond zullen ze niet gemakkelijk werk vinden, gezien de jeugdwerkloosheid van 43,9%. Bovendien heeft Gambia grote moeite om haar kwakkelende economie uit het slop te trekken.

Het land aan de West-Afrikaanse kust is 22 jaar lang met harde hand geregeerd door dictator Yahya Jammeh. In januari 2017 heeft een West-Afrikaanse interventiemacht ingegrepen om Jammeh weg te krijgen en plaats te maken voor de democratisch gekozen president Adama Barrow.

De nieuwe regering trof een praktisch bankroet land aan en Gambia leunt daardoor zwaar op buitenlandse donoren, zoals de EU die via het Trust Fund onder meer het herintegratiepakket voor de teruggekeerde migranten financiert.

De National Youth Council coördineert alle jongerenprogramma’s van het Gambiaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken; ze werken nauw samen met de IOM om de terugkeermigranten te begeleiden. Hun directeur Lamin Darboe erkent dat jongeren weinig kansen hebben op de arbeidsmarkt: “De Gambiaanse economie gaat zeker door een transitie. Net als de politieke ommekeer, is er ook een economische overgangsfase.”

Het is volgens hem een lastige periode, terwijl jongeren hoopten op economische voorspoed in het ‘nieuwe’ Gambia. Vooral Gambianen die in de Jammeh-tijd zijn vertrokken en nu terugkeren, hebben al die tijd hoop gekoesterd. “Als ze dan terugkomen met een schuld en zien dat de werkloosheid zo hoog is, zakt de moed ze in de schoenen.” Met internationale donoren zijn er nu projecten opgezet om meer banen te creëren, maar resultaten blijven tot dusver uit.

Youth Empowerment Project

De Gambiaanse regering heeft bijvoorbeeld samen met de EU en het International Trade Center (het ontwikkelingsagentschap van de VN en de Wereldhandelsorganisatie) een landelijk programma opgericht om meer jongeren aan het werk te krijgen: het Youth Empowerment Project (YEP). Jongeren kunnen zich via internet inschrijven voor een cursus ondernemen of een technische opleiding. De regering moedigt ook terugkeerders aan om deel te nemen, maar ze worden niet voorgetrokken ten opzichte van andere werkzoekende jongeren – dit om ongelijkheid te voorkomen.

Mustapha_Sallah-KLEIN
Mustapha Sallah Beeld door: Hugo Boogaerdt

“Die projecten werken niet, omdat de toelatingscriteria te hoog zijn”, stelt Mustapha Sallah (26), die zich met zijn Stichting Youth Against Irregular Migration (YAIM) onder meer inzet voor jongeren die in Libië hebben vastgezeten. Zelf is hij vorig jaar april uit Libië teruggekeerd. “Veel jongeren hier kunnen niet lezen of schrijven, en hebben geen toegang tot internet. Zij kunnen zich onmogelijk aanmelden”, legt hij uit. Daar komt bij dat volgens Sallah veel teruggekeerde Gambianen niet eens weten dat YEP bestaat.

Wanhoop

Muhammed Jallow wil proberen zich in te schrijven voor het Youth Empowerment Program, al vreest hij dat hij niet aan de criteria zal voldoen. Zo moet een kandidaat een ‘realistisch’ businessplan inleveren en spaargeld hebben. Vooral dit laatste is lastig voor Jallow, die net als Ndiaye een schuld van duizenden euro’s aan zijn reis heeft overgehouden.  “Eigenlijk heb ik er geen vertrouwen in, maar ik probeer hoop te houden. Al is dat wel lastig nu.”

Het geduld van Ousmane Ndiaye is inmiddels op. Hij wil geen maanden meer wachten om te weten of hij toegelaten wordt tot een ondernemers- of beroepstraining. “Als ik over een paar maanden nog geen inkomen heb, zit er niks anders op dan weer naar Europa te reizen en zien wat God voor mij in petto heeft”, zucht hij. “Maar misschien probeer ik dan de route via Mauritanië en Marokko naar Spanje”.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
hugo_boogaert

Hugo Boogaerdt

Profielpagina