OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Beheersing van het Nederlands, motivatie en een herwaardeerd diploma; dat alles volstaat nog niet om in Nederland een baan te vinden. Mustafa Nowilativ (29) probeert het al drie jaar – ondanks zijn diploma Civiele Techniek van de internationale universiteit voor Wetenschap en Technologie in Syrië en een jaar werkervaring als ingenieur in Egypte.

image1
Mustafa Nowilativ (29)

Hoewel zijn diploma erkend is via Internationale Diplomawaardering, heeft Nowilativ voorlopig alleen stages gelopen. Zijn taalcoach hielp hem aanvankelijk aan een stageplaats bij een architectenbureau, waar hij zes maanden meedraaide. “Maar ik ben geen architect. Dat is niet mijn beroep”, legt Nowilativ uit. “Ik kon daar dus niet heel veel doen of leren.” Daarom wilde hij na de stage niet blijven, al had dat gemogen van zijn werkgever, om zogezegd de taal beter te leren. “Maar professioneel gezien had het weinig zin voor mij.” Nowilativ wil zijn éigen beroep uitoefenen. Voorlopig zal hij genoegen moeten nemen met stages in zijn vakgebied, ondanks mensen en instanties die hem willen helpen.

Angst voor het onbekende

Het liefst zou de Syriër zijn zwarte haar verven en de kleur van zijn ogen veranderen. “Misschien zou ik dan anders worden bekeken. Als mensen horen dat ik uit Syrië kom, schrikken ze vaak, kijken me zielig aan: ‘Gaat het wel?’ De meeste Nederlanders kennen Syrië alleen van berichten over de oorlog. Maar daarvóór functioneerde het land goed.” Het beeld van een verwoest Syrië, waar chaos regeert en bommen rondvliegen, heeft volgens Nowilativ een negatieve weerslag op het vertrouwen dat werkgevers in de diploma’s en deskundigheid van Syriërs hebben. “Ik ben jong, ik ben intelligent, ik kan verder leren. Het zou ook voor de Nederlandse economie veel beter zijn als ik aan de slag kon gaan.”

Statushouders komen moeilijk aan het werk, concludeerde de Sociaal Economische Raad (SER) afgelopen mei. Van de mensen die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, heeft een kwart momenteel betaald werk. Tweederde van de volwassenen is afhankelijk van een uitkering. Dat ligt deels aan het huidige inburgeringsbeleid, waar de statushouders in het ondoorzichtige woud van inburgeringsbureaus hun weg moeten vinden. Er is volgens de SER dan ook meer maatwerk en verandering in de wetgeving nodig om een grotere groep statushouders aan het werk te krijgen.

Nowilativ heeft een plan B en zelfs een plan C klaarliggen, voor als het toch niet lukt een baan in de civiele techniek te vinden. “Ik fitness graag, dus ik zou misschien trainer kunnen worden.” Een andere optie is de ICT, een mogelijkheid die ook Amanuel Gebregziaber (34) overweegt. In Ethiopië studeerde hij journalistiek en communicatie en werkte hij als docent communicatie en redacteur van een universiteitsblad. Zijn diploma werd gelijkgesteld met vier jaar hbo Communicatie. Hij praat zelfverzekerd en vrijwel foutloos Nederlands.

“Ik ben nu 4,5 jaar in Nederland. Toch durven werkgevers me nog steeds geen kans te geven als ik solliciteer op een baan in de communicatie. Ze vragen het hoogste niveau van de Nederlandse taal. Mijn niveau achten ze onvoldoende. Dat begrijp ik ook wel, maar ik krijg óók negatieve reacties bij banen waar een veel lager niveau gevraagd wordt. Daar spelen vooroordelen mee, dat kan niet anders.” Gebregziaber vermoedt dat de werkgevers Afrikaanse diploma’s niet serieus nemen. Daar komt bij dat de Nederlandse arbeidsmarkt heel competitief is, merkt hij. “Veel hoogopgeleide mensen trekken naar Nederland. De concurrentie is groot.”

Nederlands in de praktijk brengen

Inas Fahed Salymeh (40) heeft ook de indruk dat hoogopgeleiden het moeilijker hebben dan laagopgeleide vluchtelingen. Zelf heeft ze twaalf jaar ervaring als apotheker. Maar na bijna vijf jaar in Nederland zit ze nog altijd thuis. De taal speelt haar parten. “Om aan de slag te gaan bij een apotheek moet ik Nederlands B2-niveau hebben. Nu zit ik op B1.” En juist die laatste stap valt haar zwaar. Naar de talenschool wil ze niet meer. “Ik leer veel meer als ik onder de mensen kom. Op school sloeg de docent gewoon het handboek open en begon voor te lezen. Ook de oefeningen maakte hij zelf. Daar kan ik toch niet van leren?” Nu oefent ze haar Nederlands bij het Haagse vrouwenatelier Mijn Buuf. Medewerker Petra Prent-Hofker helpt haar daarbij. “Het is echt een kip en ei-verhaal bij Inas: ze moet haar Nederlands opkrikken, maar kan dat niet doen bij een baan, want ze kan geen werk vinden omdat haar Nederlands niet goed genoeg is.”

De gemeente Den Haag regelde verschillende baantjes voor Fahed Salymeh, onder andere bij een verzorgingshuis. Maar communicatie met de bewoners was lastig. Thuiszorg is te zwaar, het vele tillen gaat niet, vertelt ze. Nu krijgt ze banen in fabrieken aangeboden. “Ze gaat toch ook geen Nederlands leren bij het pellen van garnalen of vouwen van dozen!”, zegt Prent-Hofker. “Daar is ze trouwens ook veel te slim voor.”

In Syrië was ik de baas. Hier kan ik niet eens een stage vinden

In Syrië runde Fahed Salymeh haar eigen apotheek. “Ik was de baas. Hier kan ik niet eens een stage vinden.” Terwijl ze staat te trappelen om aan de slag te gaan. “Mijn man werkt, mijn dertienjarige dochter is zelfstandiger aan het worden. Ik kan niet thuis zitten niksen.” Vrouwelijke statushouders met een werkende man vormen een vergeten groep, bleek vorig jaar uit onderzoek van het Kennisplatform Integratie & Samenleving. Bij het begeleiden naar werk richten gemeenten zich vooral op de man, die meer kansen zou hebben dan een vrouw die voor de kinderen zorgt. Die aanname houdt veel vrouwen in een isolement. Zodra de man werk heeft, stopt de uitkering en dus ook de begeleiding vanuit de gemeente. Vrouwen moeten vervolgens hun eigen plan maar trekken.

Zo ook Fahed Salymeh, die nu uitzoekt hoe ze een beroepsbegeleidende leerweg(BBL)-traject voor in de kinderopvang kan starten. Dat zou inhouden: vier dagen in de week stage lopen en één dag studeren. Ze wacht nog op reacties van de potentiële werkgevers, voorlopig zonder succes. Haar leeftijd werkt niet mee, denkt Fahed Salymeh. “Ik ben al flink boven de dertig. Mijn indruk is dat werkgevers vooral jongere mensen willen.”

Maatwerk en anders kijken

“Nederlanders bekijken ons wantrouwig, omdat ze ons niet kennen”, ervaart Nowilativ. “Mensen lijken te denken dat we in Syrië midden in de woestijn leven en op kamelen rijden. Daardoor word je behandeld alsof je niets kunt. Maar ik ben jong, ik kan veel en ik kan blijven leren.”

Hetzelfde geldt voor Fahed Salymeh, die veel initiatief neemt om haar Nederlands te verbeteren. Zo vond ze op eigen houtje een taalcoach. Bij vrouwenatelier Mijn Buuf meldde ze zich aan. Prent-Hofker: “Maar ze wordt van het kastje naar de muur gestuurd als ze werk of een stageplek probeert te vinden. Van de Stichting voor Vluchteling-Studenten (UAF) naar de gemeente, tot het Werkgevers Servicepunt. Ik kan mijn weg al moeilijk vinden in die brei van complexe regelgeving en instanties, terwijl ik in Nederland ben geboren en getogen. Er moet meer maatwerk komen zodat mensen zoals Inas begeleid worden totdat ze effectief werk vinden.”

pexels-photo-761295

Dit vinden nieuwkomers zélf van het integratiebeleid

'Ik ben een nummer om weg te werken'

inburgeren

Inburgeren in Nederland met Imad Bdewe

Inburgeren in Nederland, hoe ziet dat eruit voor vier nieuwkomers?

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ula Idzikowska

Ula is journalist en storyteller. Ze studeerde literatuur en onderzoeksjournalistiek en schrijft graag over migratie en duurzaamheid.
Profielpagina