Advertentie

Kom naar de Duurzanme Week Utrecht

Banen, banen en nog eens banen. Jeugdwerkloosheid staat wereldwijd hoog op de agenda, maar in Afrika nog net iets hoger. Want terwijl in het Westen de vergrijzing toeneemt, wordt Afrika juist jonger. In sub-Sahara Afrika moeten tot 2035 elk jaar 18 miljoen nieuwe banen worden gecreëerd om jongeren van werk te voorzien. Dit zijn 34 nieuwe banen per minuut. Daar komt bij dat de sectoren waar het werk vandaan moet komen nog te weinig vernieuwen en het onderwijs niet of nauwelijks aansluit op de behoeften van de arbeidsmarkt. Daardoor doen jongeren zonder de juiste kennis en vaardigheden hun entree op de arbeidsmarkt en hebben bedrijven moeite met het vinden van juist geschoold personeel. Hoewel het door de grote diversiteit van het continent lastig is een algemeen beeld te schetsen van de jeugdwerkloosheid, ligt in veel Afrikaanse landen een verloren generatie bankzitters op de loer.

Afrikaanse landen zijn erg divers en daardoor is het moeilijk een algemeen beeld te schetsen van de algehele jeugdwerkloosheid. Rwanda heeft wereldwijd een van de laagste percentages werkloze jongeren, Zuid-Afrika een van de hoogste. Nigeria zit net onder het wereldwijde gemiddelde, maar met een bevolking van meer dan 182 miljoen, waarvan ruim de helft jonger is dan dertig, zitten ook hier veel jongeren werkloos op de bank. Het percentage werkloze jongeren in heel sub-Sahara Afrika is ongeveer gelijk aan het wereldwijde gemiddelde. Maar omdat meer dan de helft van de bevolking in sub-Sahara jonger is dan 25 jaar, is het aantal werkloze jongeren ten opzichte van de hele bevolking juist erg groot.

Dat dit vraagstuk een flinke hersenkraker is, mag duidelijk zijn. Maar hoe pak je het aan? Tijdens het symposium ‘Working with youth for a sustainable future – What works and why to improve youth employment?’ bij Oxfam Novib, gingen ontwikkelingsorganisaties daarover in gesprek. OneWorld ging op bezoek bij vertegenwoordigers van Edukans, Plan Nederland en Oxfam Novib.

Geen training zonder uitzicht op werk

Het thema ‘banen voor jongeren’ is hot in de ontwikkelingssector, merkt Hester Pronk van de onderwijsorganisatie Edukans. Edukans zet beroepsonderwijsprogramma’s op scholen op in onder andere Kenia, Uganda, Ethiopië, Ghana en Malawi. Samen met lokale trainingsinstituten, bedrijven en NGO’s probeert Edukans de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren: ze trainen bijvoorbeeld de docenten ter plekke en proberen de lesprogramma’s aan te laten sluiten op de behoeften van de arbeidsmarkt. Wanneer je alleen een training uit de grond stampt, kom je volgens Pronk niet ver. “Veel organisaties constateren dat ze iets met jeugdwerkgelegenheid moeten doen, zetten beroepstrainingen voor jongeren op en denken dan dat ze het probleem hebben opgelost. Maar zo werkt het niet”, aldus Pronk. “Een goede training opzetten vergt behoorlijk wat expertise en daarnaast kun je jongeren niet zomaar trainen zonder de belofte dat ze daarna ook daadwerkelijk een baan zullen vinden. Een goede link met, en kennis van de lokale arbeidsmarkt is dus ontzettend belangrijk.”

Ook scholen zelf hebben volgens Pronk nog te weinig ambitie de arbeidsmarkt te onderzoeken: “Scholen volgen hun oud-leerlingen zelden. Ze weten niet of leerlingen makkelijk een baan vinden, in welke sectoren ze werken en of ze later vaardigheden blijken te missen. Deze informatie kan veel kennis opleveren over de markt en wat je je leerlingen moet aanbieden willen ze straks een goede baan krijgen.” Een stevige marktanalyse en het schetsen van baanprofielen zijn dan ook onderdeel van het stappenplan dat Edukans samen met de scholen uitvoert.

Ujima

In Kenia werkt Edukans samen met de Ujima Foundation. Hier zetten ze gezamenlijk beroepsonderwijsprogramma’s op voor jongeren tussen de 18 en 24 jaar, die door het verlies van hun ouders geen vooropleiding hebben gevolgd en verantwoordelijk zijn voor de zorg van andere familieleden. Honderden jongeren worden getraind in vaardigheden voor de hotelbranche en 80% vindt na afronding van de opleiding binnen vier maanden werk. Foto: Jacco van Laar.

Bedrijven aan tafel krijgen

Een goede link tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt is dus belangrijk om jongeren aan het werk te krijgen. Daarom investeert Plan Nederland met haar programma’s rond jeugdwerkgelegenheid ook fors in relaties met het lokale bedrijfsleven in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Dat brengt de nodige uitdagingen met zich mee: “In Azië is de markt groot en zijn er dus mogelijkheden genoeg om jongeren met bedrijven in contact te brengen”, zegt Aisja Frenken van Plan Nederland. “In veel Afrikaanse landen is dat lastiger. Bovendien wonen de meeste Afrikaanse jongeren op het platteland, waar minder bedrijvigheid te vinden is dan in de steden. Vooral het vinden van een decent job, oftewel een baan voor eerlijk loon en goede arbeidsomstandigheden, is daar een grotere uitdaging.”

Bedrijven moeten volgens Frenken vooral leren inzien dat ze er zelf baat bij hebben wanneer er meer jonge krachten op de werkvloer rondlopen. Daarom zet Plan netwerken op van lokale bedrijven en gaat met hen aan tafel om te praten over het nut van jonge werkkrachten. “In Noord-Uganda werken we bijvoorbeeld samen met een sojaproductenbedrijf”, vertelt Frenken. “Door de grote vraag naar sojaproducten in de regio had dit bedrijf een tekort aan sojabonen van goede kwaliteit. Wij hebben hen gekoppeld aan coöperaties van door Plan getrainde jonge boeren die nu hoogwaardige sojabonen leveren aan het bedrijf. De samenwerking die Plan faciliteert, is wel gebonden aan een aantal voorwaarden: het bedrijf moet bijvoorbeeld de rechten van vrouwen in acht nemen en uiteraard moeten jongeren een fatsoenlijk inkomen kunnen verdienen.”

De meeste Afrikaanse jongeren wonen op het platteland. Het vinden van een decent job is daar een grotere uitdaging

Rolmodellen voor jonge ondernemers

Werkgelegenheid gaat niet alleen over het zoeken naar een baan binnen een bedrijf of organisatie. Het gaat ook over eigen kansen scheppen. Afrikaanse jongeren beginnen steeds vaker, al dan niet gedwongen door het gebrek aan banen in loondienst, een eigen bedrijf. Binnen het programma ‘Work in Progress!’ richten Oxfam Novib, Butterfly Works, IOM en VC4Africa zich onder andere op jonge ondernemers die een duwtje in de goede richting kunnen gebruiken. “Wij werken samen met jongeren uit achterstandswijken, midden- en kleinbedrijf én met jongeren die al een startup hebben en hun bedrijfsvoering willen verbeteren”, vertelt Mirjam Horstmeier van Oxfam Novib. “Zij kunnen bijvoorbeeld hulp gebruiken bij hun marketing, communicatie en het op orde krijgen van hun financiën.” Zo worden deze startups aantrekkelijker voor bijvoorbeeld Angel Investors, vermogende individuen die geld in een nieuw bedrijf willen steken.

“In Nigeria werken we samen met She Leads Africa”, vervolgt Horstmeier. “Daar trainen we samen jonge vrouwelijke ondernemers. De ondernemers krijgen klassikaal les en mentoren toegewezen waarmee ze een-op-een afspreken. Die begeleiding is heel waardevol, want er wordt als ondernemer echt van je verwacht dat je vooruitgang boekt.”

“We hebben geleerd dat de jongeren die succesvol zijn, vaak ontzettend gemotiveerd zijn en een enorm netwerk hebben van familie en vrienden die achter hen staan”, zegt Horstmeier. Om jongeren van werk te voorzien, zijn een toegankelijke arbeidsmarkt en hervormde onderwijssector alleen niet voldoende. Ook de steun van hun directe omgeving is voor jongeren van groot belang op de weg naar succes. Een goede samenwerking tussen deze partijen is overduidelijk essentieel. Maar de vraag hoe de grote groep Afrikaanse jongeren die de komende jaren de arbeidsmarkt zal betreden aan het werk komt, zal overheden, ontwikkelingsorganisaties, bedrijven en andere experts voorlopig nog wel even van de straat houden.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Oxfam Novib, Plan Nederland, Butterfly Works, Edukans, VC4A en Hivos.

Pasfoto

Joline Heusinkveld

SDG redacteur

Joline Heusinkveld werkt als freelance redacteur Sustainable Development Goals bij OneWorld en coördineert hier o.a. het Nederlandse …
Profielpagina

Advertentie

Lecture van Max Havelaar