Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

“Die V.O.C.-mentaliteit!” Dat moeten Witte de With (WdW)-directeur Defne Ayas en haar personeel gedacht hebben toen ze Egbert Alejandro Martina, Amal Alhaag, Ramona Sno, Hodan Warsame, Patricia Schor en Maria Guggenbichler probeerden te wissen uit het verhaal van de plotseling ‘ontdekte’ dekolonisatiekennis van de medewerkers van Witte de With. Die WdW’ers… ‘ineens’ beseffen ze het. Het Rotterdamse instituut ziet dat de inleg om mee te blijven spelen hoger wordt in een sector waarin diversiteit en dekolonisatie steeds meer als meetlat voor relevantie gelden.

Instant Noodle Wokeness die berust op intellectuele, onbetaalde arbeid

Martina, Alhaag, Sno, Warsame, Schor en Guggenbilcher schreven een open brief die sterker is dan alle kopjes koffie die instituten bij wijze van damage control doorgaans aanbieden. Waar Witte de With dit ijzersterke statement begin juni nog beantwoordde met een standaardbericht over blinde vlekken en bewustwording, kwam begin september ‘ineens’ het inzicht. Uit het niets… zoals hoe sommige mensen weleens vaker ergens aankomen (bij een realisatie, haarstijl of een land, bijvoorbeeld) en claimen dat hun validatie als beginpunt geldt. Wat Witte de With probeert te slijten als instant noodle wokeness berust geheel op de intellectuele, onbetaalde arbeid van de bovenstaande zes personen die nergens op de WdW-site genoemd worden.

Te veel Nederlandse instituten zien dekolonisatie vooral als iets wat zich naar buiten richt

Te veel Nederlandse instituten zien dekolonisatie niet alleen als project met een begin- en bij voorkeur einddatum, maar vooral als iets wat zich naar buiten richt. Van de Zwarte en niet-Zwarte dekoloniale denkers van Kleur die benaderd werden voor een zogenaamd radicaal WdW-programma, werd geacht dat hun kritiek algemeen bleef. In ieder geval algemener dan het bekritiseren van de naam op de voordeur.

De “Ja, maar daar… daar is het pas écht racistisch/koloniaal et cetera!”-reflex is er één waarvan menig medewerker van een van de eurocentrische kennisinstituten in Nederland hoopt dat het de eigen verantwoordelijkheidsangst een beetje sust. Het is het resultaat van een onderwijssysteem dat Nederlanders en de Nederlandse diaspora angstvallig buiten de kaders van monsterlijkheden probeert te houden.

 

Rijksmuseum: Jan van Riebeeck en De Goede Hoop

“Ik kan me niet voorstellen dat zoiets nog gewoon in Kaapstad staat”, stelde een medewerker van het Rijksmuseum tijdens het welkomstwoord voorafgaand aan een rondleiding door de tentoonstelling ‘De Goede Hoop’ over Nederland en Zuid-Afrika. Ze doelde op het standbeeld van Jan van Riebeeck. Deze Nederlander speelde een cruciale rol in de koloniale terreur die eurocentrische geschiedenisboeken en de daarop leunende kennisinstituten eufemistisch “de ontdekking van Zuid-Afrika” noemen.

 

20130420_amsterdam_04_rijksmuseum.jpg

‘Goede Hoop misleidt bijna honderdduizend bezoekers’

Aan het bestuur en leden van de Raad van Toezicht van het Rijksmuseum, Middels deze…

Wat  haar verbazing zo typisch Nederlands maakt, is het feit dat het Rijksmuseum slechts enkele tramhaltes verwijderd is van de Jan van Riebeekstraat. Inderdaad, in de Amsterdamse spelling van zijn naam ontbreekt een -c maar dat het om dezelfde persoon gaat, moge duidelijk zijn.

 

Dat Nederland relatief zuinig is met het aantal pompeuze standbeelden van niet-Nederlanders zegt niets over de mate waarin racisten en andere koloniale onderdrukkers geëerd worden. In Amsterdam-Oost vind je onder andere het Krugerplein, vernoemd naar de vijfde president van de Zuid-Afrikaansche Republiek Paul Kruger, en de Pretoriusstraat, een eerbetoon aan de man onder wiens leiding witte kolonisten tijdens de Slag bij Bloedrivier duizenden Zulu’s vermoordden. Waar deze heren door de kolonisten plus velen van hun nakomelingen en (vader)landgenoten om geroemd werden en worden, ging ten koste van de oorspronkelijke, Zwarte bewoners.

 

Van Pretoria naar Tshwane: de regeringsgebouwen van Zuid-Afrika staan in de stad Tshwane. Deze heette tot 2005 Pretoria. Vanwege het Apartheidsverleden werd besloten om de naam aan te passen. De naamsverandering leidde tot applaus, maar vooral ook tot controverse en protest. Nog steeds wordt de stad door veel mensen bij haar oude naam genoemd.

Het is onmogelijk om de oorspronkelijke bevolkingsgroepen van de continenten die we nu kennen als Afrika, de Amerika’s, Oceanië en Azië als volwaardige mensen te zien en toch de zogenaamde ontdekkingsreizigers te eren. Wie daadwerkelijk beseft dat kolonialisme niet ging om kruiden en kennismakingen, maar om hebzucht en door illusies van superioriteit gedreven geweld, weet wat het probleem is met straten, pleinen en tunnels vernoemd naar figuren als Jan van Riebeeck, James Cook, Abel Tasman en Christopher Columbus.

 

Het slavenschip Brookes (eind 18e eeuw). Tegenstanders van slavernij gebruikten deze afbeelding in hun campagnes.

Zeven misverstanden over ons slavernijverleden

Max Havelaar, Out of Africa, Amistad, Kuifje in Afrika, North & South:…

In tegenstelling tot wat de koloniale hysterici stellen, heeft het hernoemen van straten en het verwijderen van standbeelden niets te maken met geschiedvervalsing. Deze door privilege en eurocentrisme getriggerde reflexen zijn slechts pogingen om geen antwoord te hoeven geven op de vraag waar het echt om gaat: “Is terreur tegen Zwarte personen en/of niet-Zwarte mensen van kleur een reden om een witte persoon te ontdoen van een heldenstatus of soortgelijke verering?”

Ook het gehuil waarbij de dekolonisatie van straten en pleinen vergeleken wordt met Stalinistische praktijken waarbij mensen van foto’s weggevaagd werden, verdient geen intellectuele schoonheidsprijs. De conversatie gaat namelijk niet om het erkennen of wissen van het bestaan van de personen; het gaat om de vraag wie het verdient om geëerd te worden in de vorm van, bijvoorbeeld, een straatnaam of standbeeld en wiens welzijn in deze afweging centraal staat.

Nee, ik vind niet dat Carl Linnaeus uit alle geschiedenisboeken of andere werken over biologie en geneeskunde geschrapt dient te worden; ja, ik vind het feit dat hij een van de sleutelfiguren in de totstandkoming van wetenschappelijk racisme is een reden om de straten die zijn naam dragen te hernoemen.

Een andere, veelgehoorde schreeuw is dat we door het weghalen van de beelden onszelf beroven van de gelegenheden om het over het racisme en andere gewelddadigheden van historische figuren te hebben. Ik denk dat iemand als Adolf Hitler bewijst dat men, zelfs wanneer er geen instituten, straten, pleinen of tunnels naar een persoon vernoemd zijn, uitstekend in staat is om racistische terreur te bespreken. Waar ter wereld staat een Hitlerstandbeeld dat men weigert weg te halen uit angst om het na verwijdering nooit meer over de Shoah te kunnen hebben? Er zijn geen Hitlerstraten of -tunnels.

Stel ik de terreur van Linnaeus gelijk aan die van Hitler? Absoluut niet. Stel ik de Holocaust door Hitler gelijk aan de Holocaust door Leopold II? Ben ik voor het herzien van straatnamen die nu vernoemd zijn naar de Belgische vorst onder wiens leiding 10 miljoen Zwarte mensen vermoord werden in het gebied dat de naam Congo Free State opgedrongen kreeg? Ben ik van mening dat de standbeelden waarmee hij geëerd wordt tot gruis geslagen mogen worden? Zeer zeker, absoluut en jawel.

Zou de Rijksmuseummedewerker, overmand door walging bij het zien van het standbeeld van Van Riebeeck in Kaapstad, petities tekenen waarin geëist wordt dat gemeentes bepaalde straten hernoemen?  Sond ze in de lijst met ondertekenaars van de door Egbert Alejandro Martina, Ramona Sno, Hodan Warsame, Patricia Schor, Amal Alhaag en Maria Guggenbichler geïnitieerde open brief aan Witte de With? Voor de liefhebbers: in de Amsterdamse Admiralenbuurt is de Jan van Riebeekstraat een zijstraat van de Witte de Withstraat.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Simone Zeefuik

Simone Zeefuik

Schrijver en organisator

Profielpagina