Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Vorige maand bood de Belgische premier Charles Michel zijn excuses aan voor de behandeling van metiskinderen: kinderen uit Congo, Rwanda en Burundi met een koloniale witte vader en een zwarte moeder, die in de jaren vijftig op jonge leeftijd bij hun moeders werden weggehaald door de Belgische staat. Nu hebben de meeste van deze ‘kinderen’ de pensioenleeftijd bereikt, maar nog altijd weten velen niet wie hun familie is.

‘In het regime van de koloniale staat waren gemengde koppels verboden. Metiskinderen werden gezien als een probleem, gevaarlijke elementen en zelfs een bedreiging voor het koloniale systeem’, verklaarde de premier, toen hij vorige maand officieel excuses aanbood aan de metiskinderen en hun moeders. In de aanloop naar de onafhankelijkheid van Congo in 1960 werden deze kinderen, geboren uit een relatie tussen een zwarte moeder en een Belgische koloniaal, tot eigendom van de Belgische staat verklaard en bij hun moeders weggehaald.

Ze werden zonder medeweten van de moeder naar België gebracht, waar ze terechtkwamen in weeshuizen, katholieke ziekenhuizen of bij adoptieouders. Mogelijk gaat het om duizenden kinderen, maar het precieze aantal is onbekend.

Hun nationaliteit werd hen vaak afgenomen, en ze arriveerden in België met een voorlopig paspoort dat drie weken geldig was. Niet alle kinderen kregen vervolgens de Belgische nationaliteit, waardoor ze staatloos werden. Hun geboorteakte werd aangepast zodat hun vader ‘onbekend’ werd en hun eigen naam en soms ook geboortedatum werden veranderd, waardoor contact zoeken met hun moeders onmogelijk werd.

Levensverhalen vol losse eindjes

Eenmaal in België belandden de kinderen in uiteenlopende situaties: sommigen gingen van instelling naar instelling, anderen kwamen in foute gezinnen terecht, waar mishandelingen en seksueel misbruik plaatsvonden, en weer anderen groeiden op in een warm nest. Een aantal vaders hebben hun kinderen wel erkend – die kinderen werden soms naar de familie van de vader in België gestuurd, of ondergebracht in internaten.

Jacqui Goegebeur werd in 1956 in Rwanda geboren en bij haar moeder weggehaald toen ze twee jaar oud was. “Ik kwam relatief goed terecht, al was het Belgische gezin vrij koud en voelde ik me eenzaam. Als het eigen kind van het gezin vakantie had, moest ik taakjes in het huishouden doen. Mijn zus was bij een ander gezin geplaatst. We zagen elkaar om de vijf jaar.”

Sommige kinderen dachten onterecht dat hun moeder prostituee was of hen in de steek gelaten had

2_Jacqueline Goegebeur
Jacqui Goegebeur. Beeld door: Lorenzo Rietveld

Wat de ‘metissen’ delen, zijn levensverhalen vol losse eindjes. Goegebeur richtte daarom samen met lotgenoten de vereniging AMB/MVB (Metissen van België) op. “We zaten allemaal met dezelfde vraag: wie zijn we eigenlijk? Sommigen dachten onterecht dat hun moeder prostituee was of hen in de steek had gelaten. Er leefden allerlei verhalen, maar niemand had feiten.”

Een deel van de ‘kinderen’, die nu tussen de zestig en zeventig jaar oud zijn, kwam bij gegoede families terecht en is hoogopgeleid. En dat is een voordeel, zegt Goegebeur, als je een publiek geheim voor het voetlicht wil brengen. “We hadden een netwerk, wisten hoe we politici moesten aanspreken. Ze konden ons niet blijven negeren. Wat er gebeurd is met de metissen is algemeen bekend in België, maar in het onderwijs en in de politiek wordt er meestal over gezwegen. Het blijft lastig om hier iets te zeggen over de gevolgen die de kolonisatie had voor de lokale bevolking. Men wil dat nog steeds niet onder ogen zien.”

Eindelijk excuses

De groep bleef op allerlei manieren aandacht vragen voor hun verhaal. Twee jaar geleden werd er een mijlpaal bereikt toen de Belgische kerk haar excuses aanbood voor de rol die katholieke ordes en instellingen gespeeld hadden in de kwestie. Dit jaar volgden de excuses van premier Michel. Een unicum, want België heeft nooit excuses aangeboden voor de koloniale wreedheden in Congo, zelfs niet op verzoek van de Verenigde Naties eerder dit jaar.

Dat dit nu gebeurd is, weliswaar voor een kleine groep, is volgens Goegebeur een belangrijke eerste stap: “De Belgische regering heeft in onze dossiers een cruciale foute rol gespeeld. Met deze excuses wordt erkend dat ons en onze moeders iets is aangedaan. Sommige kinderen zijn getraumatiseerd, en dat geldt evengoed voor de moeders die van de ene op de andere dag hun kinderen kwijt waren. Er zijn moeders die jarenlang gedacht hebben dat hun kinderen vermoord waren.” Sommige metiskinderen zijn erin geslaagd hun moeders te vinden en te ontmoeten, maar dat geldt lang niet voor iedereen. Veel van de moeders zijn inmiddels overleden.

De regering heeft ook een resolutie aangenomen waarin zij zich eraan verbindt metissen te helpen bij het zoeken naar hun biologische ouders en aan de metissen de Belgische nationaliteit toe te kennen. In januari 2020 moet er in Vlaanderen een afstammingscentrum openen, dat het mogelijk maakt om mensen praktisch en psychologisch te begeleiden in hun zoektocht naar hun ouders, die ze dan via een DNA-test kunnen laten bevestigen.

Verstopt in de archieven

Volgens Goegebeur is dat een goed begin, maar ze zou het liefst zien dat er daarnaast een onafhankelijke onderzoekscommissie wordt aangesteld, die de archieven kan onderzoeken en systematiseren. “Er bestaat 10 kilometer aan archief over de kolonisatie, maar een archief is pas nuttig als het ook toegankelijk is. Het is heel erg als je weet dat de namen van je ouders in dat dossier zitten, maar je niet bij die informatie kunt komen omdat er geen enkel systeem inzit.”

Als deze kinderen hun nalatenschap gaan opeisen, gaat dat om veel geld

Dat de archieven niet onderzocht zijn komt onder meer door de jarenlange besparingen bij de federale wetenschappelijke instellingen. Maar het heeft ook met onwil te maken, zegt Goegebeur. “Wij zijn met het idee opgegroeid dat onze ouders niet getrouwd waren en dat hun kinderen, zoals het in die tijd gezien werd, onwettig waren. Maar vaak klopte dat niet: in veel gevallen was er wel degelijk sprake van een lokaal erkende overeenkomst die het mogelijk maakte voor koppels om samen te wonen. Om een huwelijk echter ook in België te laten erkennen, moest de koloniaal een aankondiging doen in de krant van zijn geboortestad. Omdat gemengde relaties taboe waren, deden ze dat niet.”

Omdat de kinderen door België als onwettig werden gezien en vaak geen Belgische nationaliteit kregen, waren zaken als trouwen voor de wet, geld erven of reizen moeilijk of zelfs onmogelijk. Sommigen kregen hun documenten op orde na jaren procederen, anderen zijn daar nu nog mee bezig. Goegebeur: “De mannen die naar Belgisch Congo vertrokken waren veelal hoogopgeleid, sommigen waren van adel, er zitten zelfs Nobelprijswinnaars 1 tussen… Als hun kinderen hun nalatenschap gaan opeisen, gaat dat om veel geld. Velen zien dat liever niet gebeuren.”

Vijftig jaar identiteit onbekend

Zelfs als de vaders wél probeerden te zorgen dat hun kinderen gevrijwaard werden van armoede, zaten er administratieve barrières in de weg. De vader van Goegebeur overleed toen ze zes maanden oud was – haar ouders waren toen nog samen in Rwanda. Voor zijn overlijden had hij verzekeringen afgesloten zodat zijn kinderen later zouden kunnen studeren, maar de banken hebben hen nooit geïnformeerd dat dit geld er was. Goegebeur  kwam er na eigen speurwerk in de archieven achter dat die verzekeringen bestonden.

Ook daarom is een onderzoekscommissie nodig, zegt Goegebeur, die zich over de juridische kant van de zaak kan buigen. “De excuses zijn heel fijn, maar veel resoluties verdwijnen onder het stof en daarvoor moeten we op onze hoede zijn. Het blijft een open vraag wat zal kunnen worden rechtgezet. De metissen zijn gemiddeld 65 jaar oud; het uitpluizen van de archieven vraagt meer tijd, middelen en expertise dan wij in huis hebben.”

Voor de mensen die hun dossier hebben kunnen bemachtigen kan dat een groot verschil maken. Goegebeur noemt het voorbeeld van een man die door zijn eigen dossier te leren kennen pas echt een band kon opbouwen met zijn eigen kinderen. “Want wat moest hij hen vertellen? Hij wist zelf niet zeker wie hij was. Hij is drie keer ergens anders ondergebracht, telkens onder een andere naam, moest telkens een nieuwe taal leren: het Kinyarwanda van zijn moeder, het Frans van de instelling en het Vlaams van zijn adoptiegezin.”

Uit zijn dossier kwam naar boven dat hij een nicht heeft die om de hoek bleek te wonen, en een broer in Rwanda. “Nu heeft hij woorden om aan zijn kinderen te vertellen wie hij is. En dat waar woorden voor gevonden zijn, daar kun je mee leren omgaan. Nu pas, vijftig jaar later, kunnen sommigen van ons die woorden beginnen te zoeken.”

  1. Zoals de Belgische Nobelprijswinnaar voor de Chemie (1978) Ilya Prigogine. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
avatar_5a21cbb298aa_128

Selma Franssen

Selma Franssen werkt als freelance journalist en is auteur bij uitgeverij Houtekiet. Haar werk verscheen onder meer bij Charlie Magazine, …
Profielpagina