Beeld: kali9/iStock

Waarom sommige Nederlanders maar een halve AOW krijgen

Tienduizenden Surinaams-Nederlandse ouderen krijgen veel minder AOW, omdat ze tussen 1957 en 1975 in Suriname woonden. Dat was toen nog deel van het Koninkrijk, maar voor pensioenen moest het land zelf zorgen en dat is niet gebeurd. ‘Door het gat lopen veel ouderen maandelijks zo’n 300 tot 400 euro mis.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Update van de redactie 28 maart 2022

Surinaamse Nederlanders met een AOW-gat krijgen mogelijk binnenkort een tegemoetkoming van het kabinet. Voorwaarde is wel dat daar de komende weken geld voor wordt gevonden tijdens het bespreken van de Voorjaarsnota. Dat schreef de Volkskrant op basis van berichten van het ministerie van Sociale Zaken. Het zou gaan om een eenmalig bedrag dat niet bedoeld zou zijn het AOW-gat volledig te dichten.

De Raad van State adviseerde de minister eerder al om niet te compenseren, omdat dat juridisch niet hoeft en omdat het precedenten zou scheppen met mogelijkerwijs grote financiële gevolgen.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen op OneWorld.nl in juni 2020. In de oorspronkelijke tekst stonden onvolkomenheden die inmiddels zijn gecorrigeerd.

Veel Surinaams-Nederlandse ouderen kampen met een zogeheten AOW-gat. Zo ook de 90-jarige tante van de Surinaams-Nederlandse Dennis Belfor. Zij krijgt maar 47 procent van haar AOW. Belfor legt het uit: “Voor elk jaar dat Surinaamse Nederlanders buiten Nederland woonden, worden zij gekort op hun AOW-uitkering.” Onterecht, vindt hij: “Tot 1975 was Suriname onderdeel van het Nederlands Koninkrijk. Die jaren – de periode vóór de Surinaamse onafhankelijkheid – zouden dus moeten meetellen in de opbouw van het AOW-pensioen.” Maar omdat Suriname al in 1954 een autonoom land binnen het Koninkrijk werd, moest het land vanaf dat moment ook zelf voor sociale zekerheid zorgen, en dat gebeurde niet.

Bij de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 werden geen afspraken gemaakt over het meenemen van de pensioenen

Verschillende belangenorganisaties eisen reparatie voor dit ‘AOW-gat’. En ook een speciale onderzoekscommissie van de Tweede Kamer riep het kabinet in 2020 op om er iets aan te doen. Hoe zit het precies met dat AOW-probleem? En waarom heeft de politiek nog altijd geen oplossing voor de mensen die dit al jaren aanvechten?

Wat is het AOW-gat?

Het AOW-gat bij Surinaamse Nederlanders komt door het onderscheid dat de Staat maakt tussen inwoners van het Koninkrijk der Nederlanden ín Nederland en inwoners van het Koninkrijk in Suriname, de voormalige Nederlandse Antillen en de BES-eilanden. Toen de Algemene Ouderdomswet in 1956 werd ingevoerd, stond daarin dat de AOW-regeling van toepassing is op inwoners van ‘het Rijk’. Maar twee jaar daarvoor ondertekende Suriname al het Statuut voor het Koninkrijk, waarin staat dat wetgeving (zoals de Algemene Ouderdomswet) een verantwoordelijkheid is voor het land zelf en niet voor het Koninkrijk. Surinaamse Nederlanders bouwden daardoor pas AOW op vanaf het moment dat zij naar Nederland kwamen.
Hoe zit het met de Algemene Ouderdomswet?

Wie in Nederland de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, heeft recht op een maandelijks bedrag aan AOW. Dat staat los van het pensioen dat je bij een werkgever opbouwt. Het AOW-bedrag is gekoppeld aan het minimumloon en hoeveel je precies ontvangt, hangt af van je persoonlijke situatie 1. Iedereen die in Nederland woont of werkt, is  via de Algemene Ouderdomswet (AOW) verzekerd. Voor elk verzekerd jaar bouw je 2 procent AOW-pensioen op. Als je dus de vijftig jaar vóór de pensioengerechtigde leeftijd in Nederland woonde, ontvang je 100 procent. Maar elk jaar dat je níet in Nederland woont, bouw je niets op. Wie vijftien jaar buiten Nederland woont, bouwt bijvoorbeeld 30 procent minder AOW op.

Hoewel dus al in 1954 duidelijk was dat de autonome landen binnen het Koninkrijk elk zelf verantwoordelijk waren voor de sociale zekerheid van hun burgers, vindt Dennis Belfor, sub-landelijk coördinator van Het Overkoepelend Orgaan Bestrijding AOW-gat Surinaamse (ex)Rijksgenoten (HOOB) het opmerkelijk dat in 1990 de AOW-wet werd aangepast, van ‘inwoners van het Rijk’ naar ‘inwoners van Nederland’. Belfor: “Als men toentertijd al wist dat deze wet alleen gold voor Nederland hadden ze ‘het Rijk’ gewoon in de wet laten staan. Het feit dat ze het hebben veranderd naar Nederland laat zien dat de bepaling eerst naar iets anders verwees dan alleen Nederland. Deze wijziging is moedwillige kwaadaardigheid om mensen ongeïnformeerd te houden.”

Sommige van hen zijn gedwongen een bijstandsuitkering aan te vragen

Veel Surinaams-Nederlandse ouderen leven door het AOW-gat in armoede. Sommigen zijn gedwongen de bijstandsuitkering AIO aan te vragen, maar die komt met beperkingen, omdat je met die uitkering niet langer dan dertien weken per jaar buiten Nederland mag verblijven. Belfor: “Voor mensen zoals mijn tante zou het enorm helpen als ze het percentage AOW dat ze tussen 1956 en 1975 in Suriname heeft opgebouwd toch krijgt.”
Om hoeveel mensen gaat het eigenlijk?

Bijna 40 duizend Surinaams-Nederlandse ouderen hebben door de huidige wetgeving niet de volledige 100 procent opgebouwd en hebben dus een AOW-gat. In werkelijkheid gaat het om meer ouderen, want ook ongeregistreerde ouderen ontvangen niet het volledige AOW-bedrag. Door het gat lopen veel ouderen maandelijks zo’n 300 tot 400 euro mis.

Hoe wordt het probleem bevochten?

Volgens Ram Rambaratsingh, vicevoorzitter van de Vereniging Surinaamse Nederlanders (VSN) die tussen 2016 en 2017 tot de Hoge Raad procedeerde over het AOW-gat, had bij de onafhankelijkheid van Suriname direct een fatsoenlijke regeling getroffen moeten worden . “Er wordt al 45 jaar niets gedaan om dit probleem op te lossen.”

Rambaratsingh bracht deze zaak naar de rechtbank van Den Haag, daarna in hoger beroep in Utrecht en tot slot in cassatie bij de Hoge Raad. “Alle drie de instanties zeiden dat het met de aangevoerde argumenten niet mogelijk was om het gat te dichten. Ik heb behoorlijk wat redenen om aan te tonen dat Surinamers wél in aanmerking moeten komen voor reparatie van hun AOW-gat.” Rambaratsingh verwijst naar het Statuut uit 19542: “Daarin staat dat Suriname, Nederland, de Nederlandse Antillen en de BES-eilanden gelijk zijn. Maar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en gerechtelijke instanties houden vol dat je voor de jaren dat je niet in Nederland woonde geen AOW opbouwt.” Dat komt omdat in het Statuut ook staat welke rechten, plichten en verantwoordelijkheden geregeld worden op koninkrijksniveau, zoals Nederlanderschap en buitenlandse betrekkingen. Sociale zekerheid staat daar niet bij en si dan dus de verantwoordelijkheid van de autonome landen zelf.

De commissie-Sylvester deed een moreel appél op het kabinet

Een volgende juridische stap voor Rambaratsingh zou zijn om naar de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) te stappen, maar dat proces zou tijdrovend zijn. “Het duurt al twee jaar voordat ze bepalen of je überhaupt een zaak hebt en of je gelijk zou kúnnen krijgen.”

Op 28 januari 2020 diende de HOOB een petitie in bij de Tweede Kamer. Ondanks veel vertraging door onder andere de coronacrisis nam de Tweede Kamer uiteindelijk een motie aan waarin ze het kabinet vroeg om te onderzoeken of er niet toch een compensatie moest komen. De commissie-Sylvester deed vervolgens een moreel appél op het kabinet. Hoewel het juridisch niet hoeft, adviseerde ze het kabinet om deze groep vanwege de unieke omstandigheden toch een tegemoetkoming te geven.

AOW-premie in Suriname

Om AOW te krijgen, moet je premie afdragen. Is er in Suriname toentertijd voldaan aan die voorwaarde? Nee, zegt Rambaratsingh. Waar Nederland al in 1956 en de Antillen in 1960 een wet voor de oudedagsvoorziening opstelden, regelde Suriname niets. Volgens Roy Ritsie, voorzitter van Comité 30 juni, was de Nederlandse staat wel nalatig in zijn informatieplicht. “Als een wet ingaat, moeten mensen daar actief over geïnformeerd worden. Men heeft dat verzuimd te doen. Mensen wisten niet dat zij een gat zouden krijgen en konden dus ook geen alternatieve regelingen treffen.” Wat de premie betreft, heeft men wettelijk gezien een punt, zegt Ritsie. Maar hij ziet het niet als een juridische kwestie. “Het is een humanitaire aangelegenheid.” Comité 30 juni koos daarom voor de politieke route. In 2017 startte de organisatie een petitie die ruim dertienduizend keer werd ondertekend.

Wat doet de politiek?

“Rechtsongelijkheid, misleiding binnen het recht, maar ook politieke misleiding”, noemt Belfor deze kwestie. “Het gaat om een omissie – nalatigheid van de Staat.” Volgens Belfor zijn er meerdere gelegenheden geweest waarop de Nederlandse politiek het probleem had kunnen oplossen. Dat dit nog altijd niet is gebeurd, komt volgens hem door een gebrek aan politieke wil. “Volgens minister Koolmees heeft dit onderwerp een geschiedenis. Maar als je dat weet, waarom los je het dan niet op?” vraagt Rambaratsingh.

Volgens de Nederlandse politiek is een Surinaamse afkomst vergelijkbaar met elke andere migratieachtergrond

De Nederlandse politiek haalt vaak het argument aan dat Surinaams-Nederlandse ouderen, maar ook ouderen uit andere delen van het voormalig Koninkrijk der Nederlanden, te vergelijken zijn met elke andere persoon met een migratieachtergrond. Dat is onterecht, vindt Rambaratsingh. “Tot de onafhankelijkheid is dat helemaal niet te vergelijken. Wij zijn volgens de Grondwet gelijke burgers. Ik heb een Nederlands paspoort, altijd al gehad. Er waren geen voorwaarden voor mijn Nederlands burgerschap. Hoe kun je dat dan met elkaar vergelijken?”
In 2017 besloot de Nederlandse regering dat ze geen mogelijkheid zag het AOW-gat te dichten. Volgens Jetta Klijnsma, toenmalig staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bouwden alleen ingezetenen van het Europese deel van het Koninkrijk een AOW-pensioen op. Zij schreef dat Suriname ook voor de onafhankelijkheid verantwoordelijk was voor het eigen sociaal zekerheidsstelsel. De Surinaamse overheid was dus nalatig in de opbouw van een oudedagsvoorziening. Ook oordeelt Klijnsma dat AOW uitkeren aan deze groep tot ongelijke behandeling zou leiden van mensen die als ingezetene tijdens hun werkzame leven wél een bijdrage hebben geleverd aan de AOW. Een oplossing voor het AOW-gat moet volgens haar in Suriname worden gevonden.

Herman Hoogers, universitair hoofddocent staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, ziet geen juridische grond voor reparatie van het AOW-gat. “Het Nederlands staatsrecht is nogal ongelukkig verwoord, maar met ‘het Rijk’ wordt altijd Nederland bedoeld. Niet het Koninkrijk der Nederlanden. De AOW is dus altijd al alleen op Nederland van toepassing geweest. De benaming in de wet levert verwarring op, maar sociale zekerheid en alles wat daarmee samenhangt was een aangelegenheid van de individuele landen.” Ook Arjen van Rijn, bijzonder hoogleraar staatsrecht en staatskundige vernieuwing aan de University of Curaçao liet RTL Nieuws weten dat de verantwoordelijkheid voor sociale en economische zaken, zoals de AOW-regeling, bij de landen zelf lag. Een reparatie van het AOW-gat zou volgens hem een politieke tegemoetkoming zijn, geen juridische noodzaak.

Het gat repareren

Toch wil HOOB het AOW-gat repareren. De oplossing zou moeten gelden voor Surinamers die nooit in Nederland hebben gewoond en nu helemaal geen AOW ontvangen, maar volgens de belangengroep tussen 1956 en 1975 dus eigenlijk wel een deel hebben opgebouwd, als voor Surinaamse Nederlanders die in Nederland wonen en er een deel bij krijgen, afhankelijk van het jaar waarin ze zich in Nederland vestigden.

'Wij willen volledige reparatie en uitvoering zoals aangegeven in de Algemene Ouderdomswet van 1956'

“Wij willen volledige reparatie en uitvoering, zoals aangegeven in artikel 2 tot en met 10 van de Algemene Ouderdomswet van 1956”, zegt Belfor. Dat houdt in dat Surinaams-Nederlandse en andere ouderen die destijds inwoner waren van het Koninkrijk der Nederlanden en een AOW-gat hebben, alsnog het bedrag ontvangen waar zij volgens hem recht op hebben.

Rambaratsingh besluit: “Wij gaan het niet loslaten. Ze moeten niet denken dat het probleem met ons sterft: wij brengen de geschiedenis over op de volgende generatie en zij zullen het weer oppakken. Als ze willen dat deze discussie stopt, moeten ze het AOW-gat repareren.”

'Nederland duwt de eilanden dieper de coronacrisis in'

  1. Het netto AOW-pensioen voor een alleenstaande is 70 procent van het netto minimumloon: 943,26 euro per maand. Wie gehuwd of samenwonend is, ontvangt 645,54 per maand. ↩︎
  2. Op 15 december 1954 ondertekende koningin Juliana het Statuut voor het Koninkrijk, waarmee een Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen een koninkrijk van autonome landen vormden. ↩︎

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,00 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,00 / maand
Heb je een waardebon? Klik hier om je code in te vullen

Factuurgegevens

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons