Advertentie

Kom naar de Duurzanme Week Utrecht

Voor vrouwen is het leven extra zwaar in de geïmproviseerde vluchtelingenkampjes in de Libanese Bekavallei. “Eén man vertelde me dat hij vier vrouwen had: één om te werken, één uit liefde, één om voor de kinderen te zorgen en één omdat ze jong en mooi is.”

Batoul (13) werkt op het land; soms poot ze aardappels, soms plant ze sla. “Ik moet om drie uur ’s nachts op, want het is ver weg”, vertelt ze. “Ik vind het niet erg. Ik wil graag wat geld verdienen.”

Ze komt uit Raqqa, de hoofdstad van IS. Een jaar geleden wist ze samen met haar familie te vluchten. Nu woont ze met haar vader, zijn drie vrouwen, dertien (half)broertjes en zusjes, haar tante en diens twee kinderen in een tentenkamp in de Libanese Bekavallei.

Batoul gaat niet naar school. Met het werk op het land verdient ze zes euro per dag en dat geld heeft haar familie hard nodig. Er zijn in de kampen veel meisjes zoals Batoul: naar schatting werken 60 tot 70 procent van de Syrische vluchtelingenkinderen in Libanon – en dat percentage zou nog hoger liggen in de Bekavallei.

BekavalleiBatoul. Foto: Renate van der Zee

Werkloze mannen

In Libanon wonen 1,1 miljoen geregistreerde Syrische vluchtelingen en er zijn naar schatting ook nog een half miljoen ongeregistreerden. Maar voor hen bestaan geen officiële kampen. Veel vluchtelingen bouwen daarom hun eigen kampjes: rommelige nederzettingen waar het leven zwaar is. En voor vrouwen is het extra zwaar.   

Een groot aantal vrouwen staat er alleen voor. Hun mannen zijn overleden, vermist, gearresteerd of hebben asiel aangevraagd in Europa. Het is voor hen een enorme klus om simpelweg hun gezin te voeden. De kosten van het levensonderhoud zijn in Libanon behoorlijk hoog en op de voedselhulp van het World Food Program is de afgelopen tijd drastisch bezuinigd.

Als er wel een echtgenoot is, dan zit die vaak werkloos thuis, want vluchtelingen mogen in Libanon officieel niet werken. Sommige boeren in de Bekavallei nemen echter graag vrouwelijke vluchtelingen in dienst, omdat die genoegen nemen met een laag loon. Soms zijn de arbeidsomstandigheden deplorabel.

Moderne slavernij

Volgens een rapport van Freedom Fund, een organisatie de strijd tegen moderne slavernij, uit 2016 neemt gedwongen arbeid toe onder Syrische vluchtelingen in Libanon. De uitzichtloze situatie van vluchtelingenvrouwen maakt hen kwetsbaar voor uitbuiting; sommige zien zich zelfs gedwongen de prostitutie in te gaan.  

“De mannen zitten meestal thuis en sturen hun vrouwen en dochters uit werken”, zegt Hiba Fares. Zij werkt voor Medair, een organisatie die in de Bekavallei hulpprojecten runt met geld van ECHO, de humanitaire hulpafdeling van de Europese Commissie. Ze vertelt dat toen Medair bouwmaterialen uitdeelde om tenten mee te bouwen, de mannen hun vrouwen stuurden om die zware spullen op te halen. “Toen hebben we de regel ingevoerd dat we alleen materialen meegeven als er een man meekomt.”

Geweld en misbruik

Vluchtelingen wonen vaak met grote families in één tent en dat levert voor vrouwen allerlei spanningen op. “Die situatie werkt huiselijk geweld en seksueel misbruik in de hand, maar daar wordt over gezwegen”, vertelt Farah Darwiche, die als gezondheidswerker in dienst is van Medair.

Ook de familie van de dertienjarige Batoul woont boven op elkaar. Er is één tent, gemaakt van doeken en landbouwzakken, met twee ruimtes. “In Syrië had elke echtgenote een eigen huis, maar nu zitten we allemaal bij elkaar”, vertelt Sharifa, een van de drie vrouwen van de vader van Batoul. Ze heeft zes kinderen en is 36 jaar, maar ze ziet er veel ouder uit. Sharifa is slechtziend en ze vertelt dat ze ook worstelt met allerlei pijnklachten. “Ik ben zo moe van dit leven”, zucht ze. “Ik kan nog steeds kinderen krijgen. Maar ik wil het niet meer.”

Jonge bruidjes

Maar er is gelukkig ook iets positiefs te vertellen, zegt ze. “Mijn dochter is vorige maand getrouwd.” Die dochter, zo blijkt, is pas vijftien jaar oud.

Verhalen over kindhuwelijken hoor je veel in de Bekavallei. Halouma, een 27-jarige moeder van vijf dochters, vertelt dat haar zwager onlangs met een meisje van twaalf trouwde.BekavalleiHalouma met een van haar dochtertjes. Foto: Renate van der Zee

“Het is onze traditie. We doen het zodat het meisje veilig is”, meer zegt ze er niet over. Volgens het rapport van Freedom Fund neemt het aantal kindhuwelijken in de Bekavallei toe. Jonge Syrische bruiden uit vluchtelingenfamilies zouden bovendien meer risico lopen het slachtoffer te worden van huiselijk geweld en uitbuiting. In het rapport staat het verhaal van twee meisjes die werden uitgehuwelijkt zodat hun families de huur konden betalen. De ‘echtgenoten’ dwongen de meisjes vervolgens tot prostitutie.

“Armoede is de belangrijkste reden voor kindhuwelijken: je hebt een mond minder te voeden”, zegt Farah Darwiche. Ze vertelt dat ze meisjes van vijftien jaar ziet die al twee kinderen hebben. “Het zijn kinderen die kinderen krijgen: hun lichaam is er niet op gebouwd, ze krijgen er allerlei klachten door.”
 

Psychische klachten

Terwijl Sharifa vertelt over haar leven, komen haar mede-echtgenotes bij haar in de tent zitten. Ze willen wel praten over hun problemen, maar het gesprek wordt telkens onderbroken omdat hun man voortdurend zijn hoofd de tent insteekt om te horen wat er allemaal wordt gezegd.

Meryem (37) vertelt dat ze ademhalingsproblemen heeft, maar dat er geen geld is voor een dokter. Na enig doorvragen blijken haar klachten psychisch. “Het komt door de bombardementen. Daardoor ben ik bang voor vliegtuigen en onweer. Dan krijg ik het benauwd”, zegt ze.

Veel vluchtelingenvrouwen hebben last van psychische problemen. Ook depressie komt vaak voor. “Vier vijfde van de vrouwen die wij zien, hebben symptomen die vragen om psycho-sociale zorg”, zegt Farah Darwiche.

Ze maakt zich ook zorgen om de kinderen in de kampen. “Ze worden agressief van de situatie. Ze hebben vreselijke dingen meegemaakt, gaan niet naar school, hebben geen speelgoed. Je ziet ze vaak oorlogje spelen. De vrouwen moeten die grote, gespannen gezinnen draaiende zien te houden.”

Bekavallei
Onbekende vrouw in vluchtelingenkamp in Bekavallei.

Foto: Renate van der Zee

De man is de baas

Darwiche en haar collega’s spreken regelmatig met vluchtelingen, waarbij ze zaken als kindhuwelijken en gezinsplanning aan de orde stellen. “Je ziet vrouwen hier het ene kind na het andere krijgen. Wij zeggen: wacht twee jaar met de volgende zwangerschap. Drie jaar geleden stonden ze daar niet voor open, nu beginnen ze in te zien dat dit in hun situatie verstandig is. Het is belangrijk de mannen erbij te betrekken, want zij zijn nog steeds de baas. Polygamie is heel gebruikelijk. Eén man vertelde me dat hij vier vrouwen had: één om te werken, één uit liefde, één om voor de kinderen te zorgen en één omdat ze jong en mooi is.”

Buiten Halouma’s tent staat haar buurvrouw Define (51) in een traditionele kleioven platte broden te makken. Ze laat met een trotse glimlach zien hoe handig ze te werk gaat. “In Syrië woonde ik gewoon in een huis”, zegt ze. “Ik had daar een goed leven. En ik zeg je, zodra de oorlog voorbij is, doe ik een stel vleugels aan en vlieg ik in twee seconden terug.”   

670

Renate van der Zee

Journalist en schrijfster. Doet onder meer onderzoek naar maatschappelijke issues als eerwraak, migratie, mensenhandel en …
Profielpagina

Advertentie

Lecture van Max Havelaar