Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Ik kom uit Iran. Met mijn lichtbruine huid en donkerbruin haar ben ik soms mikpunt van racisme. Maar ik ben ook dader. Ik heb ontdekt dat ‘tegen racisme zijn’ geen principe is, maar een levensstijl. En dat je pas echt vrij kunt worden van je eigen vooroordelen wanneer je je er constant van bewust durft te zijn. De zoektocht naar mijn eigen vooroordelen was niet gemakkelijk, kan ik je verzekeren. Hij werd in gang gezet door een zeldzaam eerlijk moment tijdens een bezoek aan de verloskundige, toen ik ontdekte dat ik een zoon zou krijgen.

Alleen in Amerika

Toen ik nog in Iran woonde, bestond racisme voor mij alleen in Amerika. Slachtoffers waren zwarte Amerikanen, daders witte Amerikanen. Ik keurde het af: racisme mocht niet en moest stoppen.

Pas toen ik op twintigjarige leeftijd in Nederland kwam, ontdekte ik hoe racistisch wij Iraniërs zijn tegenover Afghanen, Arabieren en zelfs tegen Iraanse Turken, Koerden en Beloetsjen. Het duurde even voor ik besefte dat ik die andere bevolkingsgroepen in Iran zelf ook discrimineerde. Afghanen kon ik niet vertrouwen, dat waren onbeschaafde barbaren. Turken waren stomme opportunisten. Beloetsjen waren onderontwikkelde mensen.

Racisme is iemand een eigenschap, vermogen of onvermogen toekennen op basis van zijn of haar huidskleur. Met schaamte in mijn hart besefte ik dat het ook deel van mijn leven is. Al besteedde ik als immigrant weinig tijd aan dit zelfonderzoek, omdat mijn aandacht in beslag werd genomen door het herkennen van de momenten waarop ik zelf racistisch benaderd werd.

Toen ik nog in Iran woonde, bestond racisme voor mij alleen in Amerika. Slachtoffers waren zwarte Amerikanen, daders witte Amerikanen

Afwijzing

De caissière keek stiekem in mijn lege boodschappentas. De conducteur had meer argwaan bij mijn treinkaartje dan bij dat van mijn witte buurvrouw. De ober in een restaurant waarschuwde dat een gerecht varkensvlees bevatte. De huisbaas wees me af, omdat hij geen donkere mensen in huis wilde.

Zelf had ik Afrikaanse scharrels gehad. Het was een van de pijnlijkste momenten in mijn leven toen ik besefte dat ik die niet als gelijkwaardige partners had gezien, maar als lustobject. Ondanks hun intellectuele vermogens was ik alleen met hen samen vanwege hun passie in bed. Nog steeds voel ik schaamte en pijn in mijn hele lijf als ik eraan terugdenk. Maar ik kon dat inzicht niet meer negeren of wegstoppen. Ik moest die pijn verdragen. En later bleek dat dit niet het eindpunt was.

Onvoorwaardelijke liefde

“Waar hoop je op?” vroeg de verloskundige. Ik lag met mijn kleine buik bloot voor de twintig-wekenecho. Vol verwachting keek ik naar het scherm. Mijn geliefde hield mijn hand vast en keek me aan met zijn mooie groene ogen. Het uur van de waarheid was aangebroken. Over een paar seconden zouden we zien wat het geslacht van ons kindje was.

“Mij maakt het niet uit, zolang het kindje gezond is,” zei ik gespannen.
“Het is overduidelijk: een jongetje!” zei de verloskundige.
“Ik wist het, ik zei het toch?!” zei mijn man.
“Ja, mooi”, reageerde ik kortaf.

Toen we na de echo terug naar huis liepen, zei mijn man dat we de gezondheid van onze zoon moesten gaan vieren. Ik kon mijn teleurstelling niet langer voor me houden. “Misschien is hij homo of transgender,” zei ik met een scheve glimlach.
“Dat meen je niet! Je kunt dat niet wensen voor je ongeboren kind,” zei mijn geliefde. Hij keek me aan alsof hij wist in wat voor pijnlijke strijd ik verwikkeld was. “Waarom kun je niet van een gewone jongen houden?”

Een paar minuten later, in een café in Amsterdam-West, begon ik te huilen. Er kwamen woorden uit mijn mond die ik nooit had verwacht. Maar ik wist op dat moment dat ik ze moest laten komen. Dat ik mijn zelfcensuur moest uitzetten en mijn hart moest laten spreken.
“Ik wilde graag een meisje om mijn ervaringen als vrouw mee te delen. Ik wilde mijn worstelingen als meisje in een islamitisch land en in het zogenaamde vrije westen met haar delen. Ik wilde haar laten zien hoe ze zelfstandig en met zelfvertrouwen in het leven kan staan.”
“Dat kun je toch ook allemaal met je zoon delen?” vroeg mijn man.
Ineens kwam de schrikbarende gedachte eruit: “Dat zal hij nooit begrijpen. Hij wordt een witte man, met white privilege.”

Schaamte

En pas toen realiseerde ik me dat witte mannen in mijn beleving zo van hun positie profiteren dat ze amper moeite hoeven te doen voor het leven. Dat ze daardoor geen diep begrip kunnen ontwikkelen, en dat ze door hun rationele mindset weinig empathie hebben met anderen. Vooral niet met niet-westerse mensen. Dat ze door hun welvaart oppervlakkig zijn geworden.

Ik haatte mezelf om die gedachte. Ik zag het kwaad van een witte man die een zwarte man discrimineert, in mezelf terug. Dat kon mijn lichaam niet bevatten. Ik begon onrustig te wiebelen. Ik wilde weg van de schaamte die ik voelde.

En het werd nog erger: ik kwam erachter dat ik de witte mens in andere opzichten superieur vind. Dat ik zelf een witte spreker in een discussie eerder geloofde dan een minder witte of zwarte spreker. Blijkbaar denk ik dat witte mensen de wetenschap beter begrijpen of er meer bedreven in zijn. Blijkbaar geloof ik ergens dat de witte mens iets goed heeft gedaan en dingen daardoor beter weet.

In theorie kan ik mezelf tegenspreken, en laten zien dat mijn gevoelens niet kloppen. Maar daar ging dit niet over. Dit was niet iets dat ik met mijn hoofd kon oplossen. Mijn hoofd had al mijn racisme lang genoeg verborgen gehouden. Dit moest ik met mijn hele wezen voelen en verwerken.

Naar onszelf kijken

Talloze artikelen, paneldiscussies, tv-programma’s en documentaires zijn aanleiding om te onderzoeken hoe we elkaar en onszelf beoordelen. Laten we – ongeacht onze huidskleur – naar onszelf kijken. Niet alleen om de racist in onszelf te ontdekken, maar ook om onze privileges te onderkennen.

Het is niet genoeg om alleen maar racistische sporen te herkennen. We moeten het taboe doorbreken en durven uitspreken en voelen hoe racistisch we zijn. Dus kijk nog een keer naar Wit is ook een kleur (Sunny Bergman) en de aflevering van Glenn Helberg bij Zomergasten. En probeer dit keer niet boos te worden op de witte man die zijn witheid niet ziet, of op de zwarte man die zich niet gezien voelt, maar kijk vooral eens goed naar jezelf.

 
Dit artikel is overgenomen van RFG Magazine, een platform voor vluchtelingen die journalistiek werk leveren. Via RFG Magazine krijgen ze een Nederlandse buddy die ze helpt met taal, stijl en een netwerk.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Sara Mohammadi

Sara Mohammadi

Sara Mohammadi (1981, Iran) is projectleider en schrijft daarnaast geregeld. Identiteit, immigratie, burgerinitiatieven, culturele …
Profielpagina