OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De coalitie is er bijna ongewoon eendrachtig over: laat die kinderen daar. Joël Voordewind (ChristenUnie) vind dat alleen als de situatie van de kinderen levensbedreigend is, Nederland ze moet terughalen. D66 sluit zich daarbij aan. VVD en CDA vinden dat de kinderen ter plaatse moeten worden geholpen. Kamerlid Arno Rutte (VVD):

Bron: twitter.com

“Dat is erg kort door de bocht”, zegt Liesbeth van der Heide, Research Fellow bij het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT). Ze houdt zich bezig met (contra)terrorisme en de-radicalisering, en op dit moment evalueert ze in opdracht van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) de reïntegratie van gedetineerden met een extremistische achtergrond in Nederland.

“Met zo’n tweet suggereert Arno Rutte dat het niet om Nederlandse kinderen gaat”, aldus van der Heide. “En daar zit meteen een grote paradox in de benaming: wij noemen hun ouders foreign fighters, alsof het voor ons geen Nederlanders zijn. Zo distantiëren we onszelf van de situatie.”

Wat vind je van dergelijke uitspraken?

“De kernvraag is wat mij betreft: wat is de verantwoordelijkheid van de BV Nederland jegens deze kinderen? Volwassenen maken hun eigen keuzes, kiezen er zelf voor om in Syrië of Irak terrorist te worden. Over hen heeft premier Rutte zelfs gezegd dat hij hoopt dat ze niet terugkomen en in het Midden-Oosten sterven. Een erg ferme uitspraak voor een premier. ‘Zodra ze bij ons de grens over zijn, top. Dan zijn wij van het probleem af.’ Dat kun je ook interpreteren als isolationisme. Maar ze blijven Nederlandse staatsburger. In het geval van kinderen is het een nog lastigere kwestie, want zij zijn veelal slachtoffers van de keuzes van hun ouders.”

Zou de overheid moeten proberen ze terug te halen? Het gaat om tachtig tot honderd kinderen.

“Het gaat niet alleen om het terughalen. Je moet een deel van de kinderen monitoren als ze terug zijn, zeker de oudere. Qua capaciteit zou de overheid dat kunnen, maar het vraagt om een behoorlijke inzet, ook financieel. Nu is het standpunt van de overheid – zoals Dick Schoof, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid ook zegt – dat ze het niet als hun verantwoordelijkheid zien om Nederlandse burgers, inclusief kinderen, actief terug te halen. De kinderen zijn de verantwoordelijkheid van de ouders.”

We laten kinderen dus aan hun lot over wanneer hun ouders slechte keuzes maken. Ben je het daarmee eens?

“Dat vind ik lastig. Moreel gezien ben ik het er niet mee eens. Persoonlijk vind ik dat de staat, net als een school, een zorgplicht heeft. Als een leraar ziet dat een kind vaker blauwe plekken heeft, geeft hij door dat er vermoedens zijn van misbruik. Dan grijpt de overheid ook achter de voordeur in. Dan zeggen ze niet: dat jij je kind iedere dag slaat, is jouw verantwoordelijkheid. Maar is het uitvoerbaar en veilig om alle kinderen terug te halen? Niet alles wat moreel juist is, is ook haalbaar. Het is aan de politiek om daar een afweging in te maken.”

Op steun van de overheid om terug te keren hoeven de kinderen van IS-strijders dus niet rekenen. Sommige families ondernemen daarom zelf actie om ze terug naar Nederland te halen. Een bekend verhaal is dat van Laura Hansen, wier vader een tussenpersoon bij een private Duitse stichting had ingeschakeld om haar naar Koerdisch gebied te leiden. Zij had haar twee kinderen bij zich.

De Nederlandse staat heeft niet meegeholpen aan Laura’s terugkeer. Iedereen die terug wil moet op eigen kracht het Nederlandse consulaat in Turkije bereiken, waarna de papieren en de reis naar Nederland kunnen worden geregeld. Dat is het officiële beleid.

Hoe komen vrouwen en kinderen uit vluchtelingenkampen of IS-gebied naar zo’n consulaat?

“Dat is bijna een soort Super Mario; je moet het tot hier redden. Succes ermee.”

Kan de overheid niet een task force samenstellen en langs kampen gaan?

“Dan krijg je een probleem tussen kind en volwassene. Kinderen zijn vaak met (een van hun) ouders en die willen dan misschien ook mee naar Nederland. Bijna niemand in de politiek wil dat. Kijk maar naar de tweet van Arno Rutte.

Het is ook juridisch complex. Je kunt niet zomaar langs vluchtelingenkampen gaan en zeggen: alle Nederlandse kinderen onder de zes melden, die nemen we mee. Onder internationaal recht mag je niet zomaar kinderen van ouders meenemen. En veel Syriëgangers hebben ter plekke kinderen gekregen. Als zij op IS-grondgebied geboren zijn, misschien van ouders met verschillende nationaliteiten, wat is het kind dan? Nederlands, Syrisch, Irakees, staatloos?”

Wie heeft het recht?

Een kind mag niet zomaar bij zijn ouders worden weggehaald als de ouders het gezag hebben. Degene met gezag mag namelijk bepalen waar het kind woont. Als het kind ergens anders gaat wonen, moeten de ouders met gezag dus toestemming geven. Als een kind echter ernstig wordt bedreigd in zijn ontwikkeling, dan heeft de overheid de plicht om in te grijpen. De Raad voor de Kinderbescherming doet dan onderzoek naar de vraag of er een kinderbeschermingsmaatregel moet worden opgelegd door de kinderrechter. Zo’n kinderbeschermingsmaatregel kan inhouden dat het kind gedwongen ergens anders gaat wonen.

Voor Nederlandse kinderen in Syrië en Irak geldt ook dat hun ouders met gezag mogen bepalen waar zij wonen. Er zijn echter grote zorgen om de veiligheid en ontwikkeling van deze kinderen. Toch is het lastig om een kinderbeschermingsmaatregel over hen uit te spreken omdat de Raad voor de Kinderbescherming niet zomaar naar deze gebieden kan afreizen om onderzoek te doen.

Dit betekent echter niet dat Nederland niet verantwoordelijk is voor deze kinderen. In het VN-Kinderrechtenverdrag is ook bepaald dat ouders als eerste verantwoordelijk zijn voor hun kinderen. Als zij deze verantwoordelijkheid niet kunnen dragen, dan moet de overheid ingrijpen en het kind beschermen. Daarnaast staat in het VN-Kinderrechtenverdrag dat het belang van het kind altijd voorop moet staan als er een beslissing wordt genomen over een kind en dat fouten van de ouders niet aan het kind mogen worden tegengeworpen.

Overigens valt niet van alle kinderen die in IS-gebied geboren zijn met zekerheid te zeggen of zij Nederlands zijn. Er moet dan een DNA-test plaatsvinden op basis waarvan vastgesteld kan worden dat de vader of moeder Nederlands is. Als dat zo is, dan krijgt het kind ook de Nederlandse nationaliteit.

– Marielle Bahlmann, juridisch medewerker bij Defence for Children

Kunnen we iets leren van het verleden?

“De situatie is vergelijkbaar met Boko Haram in Nigeria of met de FARC in Colombia, waar mensen ook voor lange tijd bijhoren. Maar IS had echt een eigen grondgebied, een totalitair systeem en er kwamen veel buitenlanders meestrijden – dat maakt het uniek. Veel kindsoldaten, zoals bij The Lord’s Resistance Army (LRA) in Soedan, zijn juist weggehaald bij hun familie, maar bij IS is de hele familie betrokken bij het conflict.

In ons onderzoeksrapport ‘Children of the Caliphate’ kijken we naar studies in de criminologie en psychologie. Vanaf een jaar of negen kunnen kinderen bij IS actief bij de strijd betrokken zijn geweest. Als een kind al terugkomt, wat is dan het effect van blootstelling aan dit (soms jarenlange) geweld? En hebben ze zelf geweld gebruikt?”

De overheid behandelt deze kinderen als ‘tikkende tijdbommen’.

“Kinderen zijn in eerste instantie slachtoffer, maar ze hebben ook vaak gevechtstraining gehad en waarschijnlijk trauma’s opgelopen. Daar moeten we serieus mee omgaan. Tikkende tijdbommen vind ik veel te ver gaan. Daarmee suggereer je dat ze allemaal meteen achter slot en grendel moeten.

Het debat splitst zich snel in zwart-wit. Of ze zijn slachtoffers, of daders. In het rapport zeggen wij: soms zijn ze beide.”

Wat is jouw advies aan de coalitie?

“We lopen continu achter het probleem aan. We gingen van ‘Syriëgangers’ naar ‘jihadgangers’, want we kwamen erachter dat ze niet gingen vechten in de burgeroorlog maar voor het terrorisme. Vervolgens ging het over ‘terugkeerders’, onze angst voor de dreiging en de vraag wat we ermee moeten. En nu dus de kinderen van jihadgangers.

Het vraagt tijd om meer inzicht te krijgen in wat de kinderen hebben meegemaakt. Het belangrijkste vind ik dat we een minder individuele benadering moeten proberen toe te passen. Persoonsgerichte aanpak, PGA – je hoort het overal. Maar het kenmerkt deze groep, met een jihadistische achtergrond, nu juist dat het geen individueel probleem is. Het merendeel van onze uitreizigers en terugkeerders is via familie, vrienden of digitale netwerken aan elkaar gelinkt. Wat gebeurt er als er meer familieleden hier in Nederland zijn met radicale denkbeelden, en een kind daarbij in huis wordt geplaatst? Dan radicaliseren ze hier net zo goed als in Syrië of Irak. De kern is uitzoeken wat het beste voor het kind is, en dat is meteen het lastigste. Zeker als de ouders terroristen zijn.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewlg3-0565

Laura Sofie van der Reijden

Freelance journalist, onderzoeker, antropoloog. Ik werk voornamelijk aan sociale en menselijke onderwerpen: migratie, etniciteit, …
Profielpagina