Advertentie

Flag-Banner_B

Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Gora Myiann Arkani (75) behoort tot die eerste groep Rohingya die na de staatsgreep in 1962 per boot vanuit Myanmar in Pakistan arriveerde. “Boeddhisten gesteund door het leger verjoegen ons.” Zijn familie bleef in Myanmar. In zijn kale krot met slechts een afgekloven matje op de cementen grond begint de oude man zachtjes te huilen. “Mijn vader, mijn broers, mijn neven en nichten zijn allemaal tijdens verschillende geweldsgolven vermoord.” Gora heeft nog een zusje in de provincie Rakhine, het thuisland van de Rohingya. Daar verjagen soldaten nu met grof geweld de moslims en steken ze complete dorpen in brand. Hij weet niet of ze nog leeft.

gora-met-zijn-kinderen-en-zoon1
Gora met zijn kinderen Beeld door: Wilma van der Maten

Moslimdorpen schoongeveegd

In een stoffige grauwe straat in Karachi, in de sloppenwijk Arakan – het is de oude naam van Rakhine, voordat Myanmar onafhankelijk werd – zit Mirhammad (77) op een bankje. Hij kwam in 1978 naar de Pakistaanse havenstad toen het Myanmarse leger opnieuw een militaire actie begon. Mirhammad vertelt over de bloedige geschiedenis van zijn geboorteland. Na de onafhankelijkheid in 1948 eisten de Rohingya, zoals andere etnische minderheden, een eigen staat op. De Britten hadden ze dat min of meer voor hun trouwe steun beloofd. De Boeddhisten, bang om door de moslims te worden verdreven, riepen de steun van het leger in. Moslimdorpen werden schoongeveegd. Mirhammad besloot te vluchten. Hij stak de rivier over die Myanmar van Bangladesh scheidt. Vandaaruit reisde hij verder naar Pakistan.

Na iedere opstand in Rakhine kwamen er nieuwe groepen Rohingya bij in de overvolle krottenwijken aan de kust van Karachi. Het zouden er inmiddels een miljoen zijn, maar niemand precieze aantallen. Ook in Pakistan is deze etnische minderheid stateloos. “We kwamen van de regen in de drup terecht”, vertelt Arakan. “Bijna niemand die hier is geboren heeft een geboortebewijs. Een identiteitskaart krijgen we niet, zodat onze kinderen niet naar overheidsscholen mogen en wij niet kunnen werken.”

Arakan trouwde een Pakistaanse vrouw met wie hij acht kinderen heeft. De overheid weigert die de Pakistaanse nationaliteit te geven. Arakan voerde een proces tegen de staat waarin hij identiteitskaarten eiste. De rechter stelde hem in het gelijk. Hij laat het vonnis zien. Maar de burgerlijke stand weigert hem de ‘gouden toegangskaart’ te geven. Hij wijst naar zijn zeventienjarige zoon die nog nooit naar school is geweest. “Wat moet er van hem terecht komen?”

DSC_0524

De Rohingya

Het geweld tegen de Rohingya gaat onverminderd door in Myanmar. Sinds augustus zijn al…

rohingya-wijk1
Rohingya kinderen Beeld door: Wilma van der Maten

De scholen zijn broedplaatsen voor terroristen

In de krotten hangen opgeschoten jongeren verveeld rond. Vanuit een van de vele madrassa’s, koranscholen, klinken in het Arabisch de stemmen van jonge kinderen. Advocaat en hulpverlener Rana Asif, die al twintig jaar met zijn ngo Human Development in de krottenwijk werkt, vertelt dat de radicale moslimorganisatie Jamaat-e-Islami de gratis scholen voor de Rohingyakinderen opende. De islamitische sociaal-politieke beweging is een van de weinigen die zich om de etnische moslims uit Myanmar bekommert. Maar wel met een duidelijk doel. De scholen, waar de kinderen alleen de Koran uit hun hoofd leren op te dreunen, zijn volgens hem broedplaatsen voor terroristen.

Asif noemt de radicalisering in de krottenwijken van Karachi een gevaarlijke ontwikkeling. Verscheidene jonge islamitische strijders zijn al actief in Rakhine. Ze trokken illegaal de grens over om samen met het Arakan Rohingya Salvation Army voor een onafhankelijke staat te vechten. De bekendste madrassastudent uit de sloppen van Karachi is de jonge Ata Ullah. Onder zijn leiding viel de terreurbeweging deze zomer verschillende politieposten in de deelstaat Rakhine aan, waarna het leger met de genocide op de Rohingya begon.

Agenten troggelen de stateloze vluchtelingen geld af en blokkeren de toegang naar de zee

Voor de jonge werkloze Rohingya is Ata Ullah een held. Als ze de kans krijgen willen ze allemaal naar ‘hun land’ om aan zijn zijde te vechten. “Ze hebben niets te verliezen. Hier zijn ze nobodies zonder toekomst”, zegt Asif. Hij adviseert de Pakistaanse regering al jaren om onderwijs en werkgelegenheid voor de gefrustreerde jongeren te regelen. “Maar ze doen niets.”

Hij spreekt eveneens grote zorgen uit over de politie. Agenten troggelen de stateloze vluchtelingen geld af en blokkeren de toegang naar de zee waar de mannen in de visvangst geld verdienen. “De corrupte politie maakt de Rohingya nog militanter”, stelt Asif.

DSC_05881
Kinderen spelen op straat Beeld door: Wilma van der Maten

Buurland India wil alle Rohingya het land uitzetten omdat zij volgens de regering in New Delhi allemaal terroristen zijn. Als gemeenschapsleider probeert Arkani op de jongeren in te praten. Waar moeten ze heen als Pakistan het voorbeeld van India volgt? “De zee is de enige plek waar we nog welkom zijn.”

wilma2

Wilma van der Maten

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Profielpagina

Advertentie

Rectangle-Banner_B

Advertentie

WeDo2030