Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Afgelopen week vond op een school in Florida de zeventiende schietpartij van 2018 plaats – en het jaar is pas 45 dagen oud. Er komen meer Amerikaanse dan Pakistaanse kinderen om bij aanslagen. In het ‘gevaarlijkste land ter wereld’ zijn de meeste scholen zwaarbewapend.

Voor de deuren van de school van mijn dochter in Islamabad staan twee sluipschutters, hun mitrailleurs in de aanslag. Een derde staat op het dak, zijn wapen strak gericht op de lange rij auto’s met chauffeurs die de kinderen komen ophalen. Een vierde militair houdt de wachtende ouders ‘onder vuur’. Je weet maar nooit of er een zelfmoordenaar tussen zit. Aanvankelijk moest ik erg wennen aan al die bewapende mannen. Zenuwachtig giechelde ik ooit tegen een andere moeder: “Wat als er een vlieg op de neus van de soldaat zit die zijn geweer op mij heeft gericht, hij moet niezen en per ongeluk schiet?” Ze moest er hartelijk om lachen.

De soldaten rond de school gaven haar een zeker gevoel, vertelde ze. Met een gerust hart stuurt ze haar kind weer naar school. Dat was wel anders na het bloedbad drie jaar geleden op een instituut in Peshawar, waarbij 154 kinderen omkwamen. Wekenlang durfde niemand hun kind naar school te laten gaan. De Taliban waren het gebouw via de achterkant al schietend binnengekomen. Kinderen renden angstig weg, de militanten schoten ze als schietschijven af. Na het drama heb ik verschillende keren met mijn dochter geoefend: wat doe je als een terrorist je school binnenvalt? Houd je hoofd koel en beslis in een seconde waar je onder kunt gaan liggen. Ga plat en beweeg je niet. Ze moest een beetje om me lachen. Ze is niet bang, zegt ze.

Na dat bloedbad zijn de meeste scholen veranderd in onneembare vestigingen met torenhoge muren en meterslang prikkeldraad. Mijn dochter vertelt dat in de pauzes soldaten omzichtig om de spelende kinderen heen sluipen. Ze vindt ze soms zelfs irritant omdat ze haar gesprekken met vriendinnen afluisteren. Op haar school komt niemand zonder afspraak het gebouw binnen. Via de luidspreker worden de leerlingen na schooltijd opgeroepen. Daarna komen ze een voor een naar buiten lopen.

Het afgelopen jaar is de veiligheidssituatie in Pakistan enorm verbeterd. Toen we hier net woonden, moesten de scholen verschillende keren dicht. Het leger voerde toen dichtbij de Afghaanse grens een militaire operatie tegen de Taliban uit. Uit wraak pleegden die vervolgens aanslagen op ‘softe doelen’, zoals scholen. Bij elke dreiging, waarschuwing of gerucht moesten de kinderen thuisblijven. Sinds de Taliban zijn verjaagd, is het een stuk rustiger in Pakistan.

 

Toch vindt Amerika dat het land niet genoeg doet om de militanten aan te pakken. In Pakistan mogen dan minder aanslagen plaatsvinden, er bevinden zich nog steeds terreurbewegingen, zoals het beruchte Haqqani-netwerk, dat met de Taliban samenwerkt. Vanaf Pakistaans grondgebied voeren ze samen aanvallen in Afghanistan uit. Volgens Pakistan zijn alle jihadi’s van Haqqani inmiddels vertrokken.

Amerika gelooft Islamabad niet en dreigt alle militaire en economische hulp te stoppen. De Pakistaanse regering werkt aan een hoog hek tussen Afghanistan en Pakistan. Maar de grens is wel 2400 kilometer lang, en gaat over ruige bergen waarvan de Taliban elk paadje kennen. Het geld komt uit Pakistaanse zak, nu Amerika de hulpgelden heeft bevroren; de eerste 150 kilometers zijn aangelegd.

In Pakistan hebben ze genoeg van de aanhoudende Amerikaanse kritiek op hun anti-terreurbeleid. Wat doet Amerika zelf eigenlijk om zijn kinderen te beschermen? Iedere gestoorde ‘gek’ kan met een wapen in zijn rugzak ongestoord een school binnenlopen. In de afgelopen zes jaar verloren meer dan 1800 kinderen hun leven op school. Elke 60 uur vindt er ergens in Amerika een aanslag op een onderwijsinstituut plaats. In Pakistan kun je zonder vergunning nergens een wapen kopen. Of je moet richting de Afghaanse grens gaan, waar de Pathanen in het niemandsland hun eigen geweren maken.

Pakistan heeft hulp nodig. Niet alleen om de laatste terreurbolwerken te ontmantelen, maar ook om meer scholen en onderwijzers te financieren. Momenteel vallen 25 miljoen kinderen buiten het onderwijssysteem. “Onze toekomst wordt niet langer bedreigd door een bom- maar door een bevolkingsexplosie. In plaats van de geldkraan dicht te draaien, kan Amerika ons beter helpen. Al die schoolverlaters zonder baan hangen maar wat op straat rond en zijn een makkelijke prooi voor radicale organisaties. Tegen de tijd dat Amerika weer bereid is geld te doneren, heeft er een wildgroei van militante bewegingen plaatsgevonden en kunnen we weer van voren af aan beginnen met ons anti-terreurbeleid”, vrezen veel Pakistanen.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
wilma2

Wilma van der Maten

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Profielpagina