Beeld: Nastia Cistakova (@nastiacistakova)

Op naar de achterkamertjes: zo word je burgerlobbyist

Lobbyen, dat is toch iets voor grijze mannen in achterkamertjes? Nee hoor, ook ‘gewone burgers’ kunnen invloed uitoefenen op de politiek. ‘Krijg je geen antwoord van een Kamerlid, bel dan naar de fractie, of probeer het via Twitter.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Gefluister in wandelgangen. Stiekeme briefjes die in handen worden gedrukt tijdens het voorbijgaan, en heimelijke theedrinkafspraakjes om ‘gedachten uit te wisselen’. Dat is zo’n beetje wat de meeste mensen voor zich zien bij ‘lobbyen’.

Lobbyen is een democratische vaardigheid, je zou het op school moeten leren

Hoe anders is het beeld dat Mara van Waveren schetst: “Lobbyen is een democratische vaardigheid, je zou het eigenlijk op school moeten leren. Voor mij betekent het: nadenken hoe je invloed kan hebben om de wereld voor jou mooier te maken.” Van Waveren richtte drie jaar geleden Lobby Lokaal op, een stichting die lobbyen toegankelijker wil maken door ‘gewone’ burgers te begeleiden die bij de gemeente iets gedaan willen krijgen. Ze werkt daarnaast bij adviesbureau Wallaart & Kusse Public Affairs, dat organisaties als Warchild, Milieudefensie en KNGF Geleidehonden traint en adviseert op lobbygebied.

Van Waveren hoopt dat meer burgers lobbyen als een mogelijkheid gaan zien: “Politici kunnen hun werk beter doen als ze álle belangen kunnen afwegen, maar ze horen nu voornamelijk die van grote organisaties en bedrijven. Kleinere initiatieven moeten daarom meer toegang krijgen tot het politieke speelveld.”

Allemaal aan de lobby dus. Wat voor tips hebben Van Waveren, haar collega Marije Brinkhorst en enkele ervaringsdeskundigen voor beginnende burgerlobbyisten?

Tip 1: Benader de juiste persoon en wees concreet

Beeld: Nastia Cistakova
Wil je dat een politieke partij iets oppakt, dan is het belangrijk dat je de juiste persoon mailt, zegt Van Waveren. “Kijk welk Kamerlid of welke wethouder momenteel over het onderwerp gaat dat voor jouw input relevant is. En maak in de eerste alinea van je e-mail al heel concreet wat je wilt. Het is veel werkbaarder voor hen als je zegt: ‘deze regeling moet worden aangepast’, dan bijvoorbeeld: ‘er moet meer aandacht komen voor…’.

Ze noemt als voorbeeld een Amsterdamse voetbalclub die snel groeide en een nieuw veld wilde. “Er is een regeling die bepaalt dat je dan een derde zelf betaalt, een derde bij andere geldschieters zoekt en de gemeente ook een derde betaalt. Maar dat was voor zo’n jonge club niet te doen. Nadat ze dat hadden aangekaart, is de regel veranderd. Zo concreet moet het zijn.”

De TAPP-coalitie, een initiatief dat nu een jaar bezig is om een eerlijke vleesprijs in de verkiezingsprogramma’s te krijgen (zie kader), schreef zelfs voor elke partij een aparte tekst die bij de betreffende partij aansluit. Initiatiefnemer Jeroom Remmers: “Bij de VVD hebben we de nadruk gelegd op het argument dat de vleesprijs nu kunstmatig laag is door subsidies en bij de SP op het feit dat de lage inkomens in ons plan gecompenseerd worden. Voor de PVV en FvD benadrukken we dan weer dat er al sinds de middeleeuwen een accijns is op vlees, maar dat de Duitsers dat hebben afgeschaft, en dat het weer terug moet komen.”

Eerlijke vleesprijs
Een groep bedrijven, kennisinstellingen en organisaties, verenigd in de TAPP-Coalitie, probeert hun voorstel voor een eerlijke vleesprijs in de verkiezingsprogramma’s van zoveel mogelijk partijen te krijgen. In hun voorstel wordt de vleesprijs stapsgewijs verhoogd en wordt het extra geld gebruikt om boeren te helpen met omschakelen naar duurzame productie. Consumenten met een kleine beurs worden gecompenseerd.

Initiatiefnemer Jeroom Remmers verzamelde eerst gelijkgestemden om zich heen om een coalitie mee te vormen, liet vervolgens onderzoek doen naar hoe een eerlijke vleesprijs te realiseren is en presenteerde dat in Nieuwspoort in Den Haag, samen met een rapport over hoe het onderzoek vertaald kan worden naar beleid én een enquête waaruit blijkt dat veel mensen vóór het plan zijn. “Draagvlak vinden politici erg belangrijk.” Aanwezige ambtenaren waren geïnteresseerd en besloten het plan door te rekenen.

“We focussen nu vooral op de verkiezingsprogramma’s van CDA, VVD en SP, omdat we via hen een meerderheid voor het plan kunnen krijgen. Op onze website lees je wat de milieuwerkgroepen van alle partijen van ons plan vinden. Elke partij heeft zo’n werkgroep, die bestaat gewoon uit leden. Dat is ook mijn tip: word lid van een partij en sluit je aan bij een van de werkgroepen. Die adviseren de partijtop, dus als je binnen zo’n groep iedereen achter je verhaal kunt scharen, ben je al een heel eind.”

De kans op een antwoord is groter als je mail heel concreet is

Heeft het eigenlijk zin, om een Kamerlid te mailen? Wallaart & Kusse en de Open State Foundation vroegen Kamerleden naar aanleiding van die vraag onlangs een enquête in te vullen over hun bereikbaarheid. Daaruit bleek dat de helft van hen ruim honderd mails per dag ontvangt en slechts de helft daarvan beantwoordt. De kans op een antwoord is groter als de e-mail heel concreet is (maar op geen enkele partijwebsite staan hierover instructies), en als het Kamerlid de afzender kent (dus niet iedereen maakt een even grote kans, wat natuurlijk problematisch is). Toch adviseert Van Waveren het gewoon te proberen. “Krijg je geen antwoord, bel dan naar de fractie, of probeer het via Twitter, bij een ander Kamerlid of een andere partij.”

Mocht je trouwens iets willen toevoegen aan de verkiezingsprogramma’s voor maart 2021, dan ben je waarschijnlijk te laat. Veel partijen presenteren ergens de komende weken hun concept-programma. Dat je hier nu pas achter komt, is niet vreemd: een rondje langs alle partijwebsites levert nergens een flikkerende pop-up met neonletters op: ‘Stuur ons HIER je idee!’.

Marije Brinkhorst: “Veel partijen doen wel zo’n oproep, maar die belandt vaak niet bij het grote publiek.” Het is zelfs flink zoeken naar de e-mailadressen van de programmacommissies (bij de meeste partijen schrijft zo’n speciaal samengestelde commissie het programma), of de deadlines voor input – met D66 als positieve uitzondering. Een gemiste kans dus, om de politiek toegankelijker te maken voor burgers die níét de inputdeadlines een jaar van tevoren in hun agenda hebben staan.

Tip 2: Wees origineel en opvallend

In de periode tot aan de verkiezingen zijn campagneteams hard op zoek naar plekken die ze kunnen bezoeken om op een sympathieke manier in de media te komen. Maak daar gebruik van, zegt Van Waveren. “Organiseer een debat of bijeenkomst, zo kom je in direct contact met politici en kun je je punt maken. In Amsterdam-Zuidoost wilde een aantal culturele initiatieven dat er meer geld vrij zou komen voor de ontwikkeling van cultuur in het stadsdeel.

Toen ze erachter kwamen dat er nog nooit een verkiezingsdebat in Zuidoost was georganiseerd, organiseerden zij het allereerste. Die avond ging het over allerlei thema’s, maar ze vroegen de debatterende partijen ook te beloven: van elke euro die hier wordt gestopt in het bouwen van kantoren, gaan een paar cent naar de ontwikkeling van cultuur in Zuidoost. Dat is gelukt.”

Beeld: Nastia Cistakova
Ook good old Twitter is nog steeds een prima manier om de aandacht van politici te trekken, zegt Van Waveren. “Bedenk een goede hashtag en vraag mensen ervaringen te delen, tag politici. De hashtag #PGBalarm, waarbij mensen hun problemen met het Persoonsgebonden Budget deelden, zorgde bijvoorbeeld voor Kamervragen. Zeker als je niet iets polariserends roept, maar gewoon iets deelt wat misgaat, dan is Twitter prima.”

Tip 3: Ook als je weinig tijd hebt, kun je iets doen

Jeroom Remmers en zijn medestanders vechten nu al een jaar intensief voor een eerlijke vleesprijs. Maar burgerlobby hoeft niet altijd zo arbeidsintensief te zijn, zegt Remmers. Als je een bepaald punt in de verkiezingsprogramma’s voor maart 2021 wilt laten komen, zou je nu lid kunnen worden van een partij en je focussen op het komende partijcongres – die zijn al zeer binnenkort.

“Tijdens het congres wordt het concept-verkiezingsprogramma voorgelegd aan de partijleden. Die kunnen dan moties indienen om punten alsnog in het programma te krijgen, of er juist uit te halen.” De congressen zijn door corona nu online; Remmers denkt dat dat juist een positief effect kan hebben. “Meestal komen alleen de diehards naar partijcongressen. Nu is dat misschien een grotere en diversere groep leden.”

Petities tekenen kost natuurlijk helemaal weinig tijd. Je vindt (of maakt) ze bijvoorbeeld via De Goede Zaak, een platform waar burgers campagnes kunnen starten. Er lopen nu onder andere petities voor een noodpakket om de wooncrisis onder huurders aan te pakken en voor een noodplan voor GGZ-instellingen, zodat mensen met psychische problemen ook tijdens de coronacrisis voldoende toegang hebben tot geestelijke gezondheidszorg.

Beeld: Nastia Cistakova

Tip 4: Spoor mensen aan om te stemmen

Het klinkt misschien als een flauwe tip, maar de oproep ‘ga stemmen’ is nog altijd relevant. Bij de vorige nationale verkiezingen gebruikte 19,6 procent van de stemgerechtigden hun stem niet. Van elke vijf mensen die je kent die kúnnen stemmen, laat er dus één het stembiljet ongebruikt in de la liggen. Niet-stemmers zijn volgens het Nationaal Kiezersonderzoek vaker jong (of juist ‘heel oud’), praktisch geschoold, alleenstaand, wonen in de stad en hebben vaker geen werk of een lager inkomen.

Bij de verkiezingen van 2017 stemden opvallend veel jongeren – 76 procent, een record sinds 1981 – maar was wel sprake van een enorme opleidingskloof: laagopgeleide jongeren (maximaal mbo) stemden veel minder.

Politici denken vaak: ’mensen met een migratie-achtergrond gaan toch niet op ons stemmen’

Ook mensen met een migratieachtergrond stemmen minder, ziet Ian van der Kooye, voormalig campagnemanager bij DENK en Bij1. Hij verwijst naar onderzoek voorafgaand aan de verkiezingen van 2017, waarbij slechts 52 procent van de Nederlanders met wortels in Turkije, Marokko, Suriname en de Nederlandse Antillen zei te gaan stemmen – vergeleken met het landelijke gemiddelde van 80,4 procent behoorlijk laag.

Van der Kooye is bezig met het opzetten van een initiatief om in maart 2021 meer mensen met een migratieachtergrond naar de stembus te krijgen. “De komende jaren worden belangrijk, met alle sociale spanningen die spelen”, zegt hij. Hij hoopt dat door een hogere opkomst van mensen met een migratie-achtergrond, politieke partijen meer aandacht krijgen voor dat deel van de kiezers. “Nu is de houding vaak ’die mensen gaan toch niet op ons stemmen’.”

Inclusiever kabinet
Ian van der Kooye wil samen met diverse organisaties mensen met een migratieachtergrond die op de kieslijsten komen, ondersteunen in het campagnevoeren, zodat ze meer opvallen bij de kiezers. Degenen die uiteindelijk in de Kamer komen, wil hij ook daar ondersteunen. “Zodat ze snel hun weg vinden in de Kamer en ook echt dat multiculturele verhaal kunnen vertellen.” Als kersvers Kamerlid kan het veel tijd kosten voor je je weg vindt in de politieke machinerie, licht hij toe. Extra informatie en ondersteuning kan dat proces bespoedigen, zoals media-, speech- en debattraining. “Die vaardigheden leren Kamerleden nu ook wel, maar summier. We willen dat mensen niet aan hun lot worden overgelaten en ‘gewhitewasht’ worden.”

Daarmee bedoelt hij dat Kamerleden met een migratieachtergrond vaak niet de woordvoering krijgen over thema’s die voor de multiculturele samenleving van belang zijn. “Bij de PvdA bijvoorbeeld was de woordvoerder van integratie jarenlang Jeroen Dijsselbloem. Zo spreekt iemand namens de partij – ongetwijfeld met de beste bedoelingen – over een thema waarvan hij een minder compleet beeld heeft dan iemand die er dagelijks mee te maken heeft. En spreekt een Kamerlid met een migratie-achtergrond zich wél uit over zo’n thema, dan wordt die vaak in een hoek gedrukt van slachtofferschap of cliëntelisme (alleen het belang van je eigen achterban dienen, red.).” Hier bestaan retorische technieken voor, zegt Van der Kooye. “Ik wil aankomend Kamerleden leren hoe je dat soort trucjes kunt herkennen.”

Tip 5: Denk niet ‘als ik niets doe, komt het ook wel goed’

Als je hoort dat anderen druk bezig zijn met mooie initiatieven, is het aantrekkelijk om te denken: ‘dat zit wel snor, ik blijf lekker op de bank’. Maar verlies niet uit het oog dat er ook vanuit andere kanten aan politici wordt getrokken. Jeroom Remmers verwacht bijvoorbeeld dat er ook wordt gelobbyd om de eerlijke vleesprijs níét in verkiezingsprogramma’s te krijgen. “Ik heb daar nu nog niets van gemerkt, maar tijdens partijcongressen gaat er wellicht gepusht worden om het eruit te halen. Dat soort dingen gebeuren. Zo had het CDA bij de vorige verkiezingen een suikertaks in het concept-verkiezingsprogramma staan. Dat is eruitgestemd tijdens het congres.”

Het is lastig om te achterhalen waar lobbyisten precies invloed op hebben, omdat onze politici niet verplicht zijn om te noteren met wie ze spreken – geen wonder dat lobbyen vaak als iets geheimzinnigs wordt gezien. Je krijgt meestal alleen een inkijkje als er schandalen in de media komen, zoals onlangs met de lobby van advocaten die de coronacrisis gebruikten om een nieuwe faillissementswetgeving erdoorheen te duwen.

Een politicus die zich op heel veel thema's moet richten, kan zich niet in alles goed verdiepen

De Europese Commissie is wél verplicht openbaar te maken met wie wordt gesproken. Uit een interactieve database van anticorruptie-organisatie Transparency International blijkt zo dat een steeds groter aandeel van de grofweg 30.000 lobbyisten in Brussel, voor Amerikaanse (tech)bedrijven werkt. Lange tijd liepen maatschappelijke organisaties en bedrijven gelijk op in het aantal lobbybezoekjes aan Brussel, maar nu verschuift dat steeds meer richting het bedrijfsleven. Google is de afgelopen vijf jaar Business Europe – de vertegenwoordiger van bijna alle grote Europese bedrijven – voorbijgestreefd in het aantal Brusselse lobbyisten. Airbus, Microsoft en Facebook staan ook in de top tien van organisaties met een ferme grip op de Europese Commissie.

Transparency International en WKPA – het kantoor van Brinkhorst en Van Waveren – lobbyen momenteel zelf voor meer transparantie over lobbyen. Zo pleiten ze voor een ‘lobbyparagraaf’ bij elk wetsvoorstel, waarin is is bijgehouden met welke personen, bedrijven of organisaties is gesproken om tot het voorstel te komen. “Als dat onbekend is, kan niemand checken of een Kamerlid wel álle belangen heeft afgewogen”, zegt Brinkhorst. “De Kamer kan zijn werk beter doen als je elkaar hierop kunt aanspreken.” Met het groeiende aantal partijen in de Tweede Kamer is dat extra relevant, vertelt ze.

Hoe kleiner een partij, hoe groter het aantal onderwerpen waar één Kamerlid namens die partij immers voor verantwoordelijk is. “Als je beleid moet maken of de regering moet controleren op heel veel thema’s, kun je je nooit in alles even goed verdiepen en word je afhankelijker van lobbyisten voor informatie. Transparantie is daarom nu extra belangrijk.”

Door haar is de Hema-appeltaart nu vegan (en niemand die het wist)

Zo houdt de vleeslobby Europa in haar greep

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons