In Nepal zijn meisjes smokkelwaar

Twee jaar geleden werd Nepal opgeschrikt door een grote aardbeving. Sindsdien is de mensenhandel in het straatarme land schrikbarend toegenomen. Nepalese meisjes worden zelfs tot in Syrië en Irak teruggevonden.

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Kabita is nerveus. Om de haverklap kijkt ze op de klok. De regendruppels die de jaarlijkse moesson aankondigen, tikken zachtjes tegen het stoffige kantoorraam van hulporganisatie Shakti Samuha. Niet lang geleden werd ze met hulp van de Nepalese stichting na een hachelijk avontuur in Irak naar Nepal gerepatrieerd. “Ik werd door drie mannen meegenomen naar Irak”, vertelt ze met zachte stem. “Ze zeiden werk voor me te hebben als huishoudhulp. We zijn vanuit mijn dorp naar Kathmandu gereden en vervolgens via Dubai naar Baghdad gevlogen. Daar aangekomen moesten we vier keer van auto wisselen onderweg naar een kantoor, waar ik uiteindelijk dagenlang ben vastgehouden.”

Kabita is 23, klein, en heeft ravenzwart haar. Ze groeide op in het arme plattelandsdistrict Rasuwa, in het noorden van Nepal. In haar geboortedorp werd ze aangesproken door een man die ze van gezicht kende. Hij werkte voor een uitzendbureau en had werk voor haar in de Koerdische stad Erbil, zei hij. Van Erbil had ze nog nooit gehoord. Toch stemde ze toe, ondertekende het contract dat haar werd voorgehouden en vertrok. Ze zwijgt even, staart naar de grond. De mannen die haar een baan hadden beloofd bleken mensenhandelaars te zijn.

“Ik zou vierhonderd dollar per maand verdienen en een dag per week vrij krijgen”, zegt ze. “In plaats daarvan zag ik in Baghdad hoe een meisje zo hard werd geslagen dat ze gehoorschade opliep. Steeds nam de baas meisjes voor een nacht mee naar huis. Toen ik eenmaal doorhad dat ik was voorgelogen wachtte ik tot ik alleen was in het kantoor om via Facebook stiekem een bericht naar bekenden in Nepal te sturen. Zij hebben de autoriteiten in Baghdad getipt en gezorgd voor mijn bevrijding. Ik bleek voor dertienduizend dollar te zijn verkocht aan een Irakees.”

Smokkelaars

Mensenhandel is geen nieuw probleem in Nepal. Tienduizenden jonge vrouwen verdwenen de afgelopen jaren over de open zuidgrens met India, om opgeslokt te worden door het bordelennetwerk in Indiase metropolen als Calcutta of Mumbai. Maar nadat de grootste aardbeving sinds mensenheugenis het straatarme land twee jaar geleden in puin legde, is de vrouwenhandel er verveelvoudigd, vertelt Anuradha Koirala in het hoofdkwartier van de hulporganisatie Maiti Nepal.

Maiti Nepal bestaat dit jaar precies 25 jaar, vertelt de 70-jarige trots. Net als Shakti Samuha werkt haar organisatie samen met het Nederlandse Free a Girl om mensensmokkel tegen te gaan. Ze runt een opvanghuis in Kathmandu, heeft een uitgebreid netwerk van controleposten bij grensovergangen en snelwegen in heel Nepal opgezet, biedt voorlichting op het platteland en geeft naaicursussen om Nepalese vrouwen economisch zelfredzaam te maken.

Sinds de aardbeving maken mensensmokkelaars steeds vaker gebruik van clandestiene uitzendbureautjes om jonge vrouwen en hun families te paaien met beloftes over goedbetaald werk in het buitenland, zegt Koirala. De tentakels van het mensenhandelnetwerk strekken zich inmiddels uit van de Nepalese Himalaya tot aan de rijke oliestaatjes in de Arabische Golf, van bordelen van Mumbai tot Nairobi en in dansclubs in Johannesburg of Hongkong.

De laatste jaren duiken Nepalese meisjes ook op in oorlogsgebieden als Syrië of Irak. Koirala: “De eerste leugen is altijd dat de meisjes uit hun dorp naar Kathmandu moeten komen als ze geld willen verdienen.” Buiten in de rustieke tuin begint ondertussen een dansles voor de in het tehuis wonende meisjes. “Vroeger eindigden ze voornamelijk in Indiase havensteden. De laatste jaren is de mensenhandelketen echter snel internationaler geworden. Er is een uitgebreid netwerk ontstaan waarbinnen elke schakel iets verdient. Iemand werft zo’n meisje in haar dorp, iemand vervalst haar paspoort en iemand loodst haar op het vliegveld door de douane op het vliegveld. Zelfs Indiase politieagenten spelen het spel mee, zolang ze er geld aan verdienen.”

Modderige snelweg

Thankot is een klein lintdorp aan de Tribuvanhsnelweg tussen Kathmandu en India. Zoals bij zoveel snelwegen naar de grens staan ook hier controleposten van ngo’s. Sumitra bestelt een kop melkthee en loopt terug naar het kleine checkpoint dat ze namens Maiti Nepal bemant. Van zes uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds controleren medewerkers van de organisatie elke lijnbus die hier de heuvel opploetert, op weg naar India. Een gewapende politieman houdt een oogje in het zeil. “We controleren ook veel minibusjes. Onbegeleide meisjes tussen de vijftien en vijfentwintig jaar die niet goed kunnen uitleggen waar ze naartoe gaan, pikken we er altijd uit.”
Na de aardbeving onderschepte Maiti Nepal in 2015 in totaal 5.700 meisjes bij checkpoints als dit. Een verdubbeling vergeleken met het jaar ervoor. Sumitra klimt een bontgekleurde bus in die onderweg is naar het internationale vliegveld van New Delhi. Razendsnel controleert ze alle passagiers en neemt zes meisjes mee naar buiten. Sumitra bekijkt hun paspoorten en met een grote goudkleurige iPhone belt ze alle ouders. Vaak klopt er iets niet als jongeren op deze route alleen reizen. Maar in dit geval lijkt er niets aan de hand. De zes meisjes zijn onderweg naar familie in India. Buschauffeurs en automobilisten slaan het tafereel gedulig gade. “Onze methode is niet waterdicht en er glippen nog vaak ronselaars met meisjes de grens over”, zegt ze. “Iedereen weet dat dit evengoed hun eigen dochter kon zijn. Zo groot is het mensenhandelprobleem in Nepal ondertussen.”

Verdubbeling

Ook de internationale migrantenorganisatie van de VN (IOM) constateert na de ramp in 2015 een sterke stijging in smokkel van Nepalese vrouwen, zegt IOM-regiocoördinator Chris Lowenstein-Lom. Maar liefst 29 procent van het Nepalese bruto nationaal product bestaat uit geld dat gemigreerde Nepalezen terugsturen. Volgens Lowenstein-Lom zal de economische afhankelijkheid van werk in het buitenland in de toekomst alleen maar toenemen – met alle risico op slavernij of prostitutie van dien.

Vooral de smokkel naar het Midden-Oosten is gestegen, bevestigt hij. In die regio is de grens tussen onderbetaalde en gedwongen arbeid, slavernij en prostitutie vaak zo dun dat ook vrouwen met een legaal arbeidscontract de facto vaak mensenhandelslachtoffers zijn, concludeerden onderzoekers van de VN-organisatie in 2015. Bijna 90 procent van de 162 door IOM ondervraagde mensenhandelslachtoffers zeiden hun werkplek nooit te hebben mogen verlaten en tweederde zei fysiek te zijn mishandeld.

Nachtclub

In Kathmandu is de nacht gevallen. Danseres Senjal Lama (21) zit aan de bar in de nachtclub waar ze werkt. Het is een beetje een afgetrapte club, verscholen bovenaan een smoezelige betonnen trap. Ze werkt hier zeven dagen per week, van zes tot twaalf. Het Radisson Hotel ligt op een steenworp afstand. Een groep Chinese zakenmannen zit onderuitgezakt in de rood beklede fauteuils en slurpt van halve liters bier. Iets later heeft Sanjal zich omgekleed en staat ze in een weinig verhullend broekje op het podium. Een norse jongeman met spieren als staalkabels kijkt onbewogen toe.

Hij had me een baan en geld beloofd. Wat ik precies in Delhi zou gaan doen, weet ik niet

Enkele weken geleden werd Senjal bij een checkpoint uit de lijnbus van Kathmandu naar New Delhi geplukt. De mensensmokkelaar die haar vergezelde, vluchtte te voet de grens over. “Hij had me een baan en geld beloofd. Wat ik precies in Delhi zou gaan doen, weet ik niet”, vertelt ze. Haar familie op het platteland weet niet precies welk werk ze doet in Kathmandu. Haar oudste nichtje denkt dat ze in een hotel werkt. Dat ze bijna slachtoffer was van mensenhandel lijkt niet helemaal tot haar door te dringen. “Ik ben blij dat ik terug ben in Kathmandu”, zegt ze terwijl ze met haar telefoon speelt. “Hier verdien ik net genoeg om mijn zoontje en nichtje naar school te sturen. Maar ik zou graag ergens anders naartoe gaan om meer geld te verdienen.”

Een paar weken later stuurt Senjal een kort bericht via Facebook. Ze heeft ontslag genomen bij de nachtclub in Kathmandu en is vertrokken naar de Keniaanse havenstad Mombasa. Haar zoontje heeft ze bij familie achtergelaten. Veel details wil ze niet kwijt, maar het bevalt haar allerminst in Afrika, zegt ze.

Sindsdien blijft het doodstil.

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons