Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De grote verliezer van de Algemene Politieke Beschouwingen? Het ooit zo heilige huisje: de ontwikkelingssamenwerking. Het budget voor 2020, dat op Prinsjesdag werd gepresenteerd, is procentueel het laagste ontwikkelingsbudget sinds 1973. Volgens Eveline Rooijmans, politiek adviseur bij Oxfam, en politicoloog Alberta Opoku, ligt de oorzaak bij een verrechtsing van het politieke klimaat in Nederland, waardoor eigenbelang op nummer één staat. Een fors deel van het ontwikkelingsbudget wordt dan ook uitgegeven aan zaken waar vooral Nederland van profiteert: het Nederlandse asielbeleid, anti-migratie afspraken met buitenlandse overheden en subsidies voor Nederlandse bedrijven om verantwoord te ondernemen – wat niet altijd gebeurt.

Op die manier worden de échte oorzaken van armoede en conflict niet aangepakt, zeggen critici. Daarvoor zouden het politieke en economische beleid op de schop moeten. Maar die worden juist in stand gehouden.

De landen van het samenwerkingsverband Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) hebben afgesproken om een budget van 0,7 procent van de nationale begroting opzij te zetten voor ontwikkelingssamenwerking.

Nederland valt ook binnen de OESO, maar heeft een ontwikkelingsbudget van 0,53 procent vastgesteld voor volgend jaar. De Partij voor de Dieren heeft een motie ingediend waarin het kabinet wordt opgeroepen om toch te streven naar het afgesproken budget.

Het budget voor ontwikkelingssamenwerking neemt al jaren af. Ook in overige OESO-landen lijkt de sector te verliezen aan belang: ontwikkelingssteun daalde in 2018 met 2,7 procent vergeleken met het jaar daarvoor.

Een migratiesausje

Ontwikkelingssamenwerking wekt in Nederland veel wantrouwen op en ook onder deskundigen is de sector onderwerp van kritiek. Ontwikkelingsgeld zou ten prooi vallen aan corrupte leiders, het effect zou onvoldoende bewezen zijn en het zou de échte oorzaken van mondiale ongelijkheid niet aanpakken.

Politicoloog Alberta Opoku is een van de critici. Ze noemt ontwikkelingsgeld een ‘politiek instrument’ van zowel donorlanden als ontvangende landen, waarmee gehele continenten worden gereduceerd tot verschaffers van grondstoffen. Via mail weidt Opoku uit: “Corrupte leiders worden in het zadel geholpen of gehouden, zodat wij via allerlei achterdeuren kapitaalvluchten1 uit de betrokken landen kunnen blijven faciliteren. Die leiders worden bekritiseerd door dezelfde donorlanden die hun bankrekeningen opvullen en het multinationals mogelijk maken dat zij smeergelden afschrijven als acquisitiekosten.”

Zelfs fervente voorstanders van ontwikkelingssamenwerking onderkennen deze kritiek. Zoals Eveline Rooijmans, politiek adviseur bij Oxfam Novib in een telefonisch interview beaamt: “Er is een enorme tegenstrijdigheid tussen ontwikkelingssteun aan de ene kant, en ons politiek en economisch beleid aan de andere kant.” En toch werkt ontwikkelingssamenwerking wél, volgens haar. Zij benadrukt de overwinningen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en extreme armoede. Onderzoek wijst inderdaad uit dat ontwikkelingssamenwerking vooral op deze gebieden effect heeft.

We zijn steeds meer bezig met navelstaren. Problemen in eigen land en regio winnen het van armoedebestrijding of internationale ontwikkeling

Is het vermijden van steun voor corrupte leiders, en het creëren van meer coherentie tussen ontwikkelingsgeld en economisch beleid, dan ook de verklaring voor het krimpende budget? Nee, volgens Rooijmans ligt die verklaring eerder bij een verrechtsing en bijbehorende isolationisme van het politieke klimaat in Nederland, waardoor de buitenwereld irrelevant of negatief wordt afgeschilderd. “We zijn steeds meer bezig met navelstaren”, vindt ook Opoku. “Problemen in eigen land en regio winnen het van armoedebestrijding of internationale ontwikkeling.”

rawpixel-665401-unsplash

Ontwikkelingssamenwerking of eigenbelang?

Nederland wil én minder kosten, én minder migranten, én meer export.

Hoezeer we navelstaren blijkt uit de manier waarop het geld wordt uitgegeven. Zo ging in voorgaande jaren al een opvallend groot deel van het budget naar asielzoekers in Nederland: 13 procent in 2018 en 9 procent in 2019. Dit jaar wordt meer dan 10 procent begroot voor ‘migratie’ – bestemd voor ‘opvang in de regio’ en migratieafspraken met buitenlandse overheden.

‘Een veiligheids- en migratiesausje’, noemt Rooijmans het. Ondertussen worden de grondoorzaken van conflict en armoede niet aangepakt. Rooijmans haalt Sudan als voorbeeld aan: “Onze leiders werken samen met de veiligheidssector in Sudan, om migratie tegen te houden. Maar diezelfde veiligheidssector wakkert juist meer conflicten aan, onder andere door burgerlijke protesten met geweld neer te slaan.”

Subsidie voor Heineken

Volgens Opoku is ook een toegenomen nadruk op privatisering een van de dieper liggende oorzaken van het krimpende budget. “Met de populariteit van het neoliberalisme2  groeide de rol voor het bedrijfsleven in de bestrijding van armoede. Wie had dertig jaar geleden gedacht dat ontwikkelingshulp hand in hand zou gaan met handel? Inmiddels is het niet meer weg te denken.”

Volgens Rooijmans is een combinatie van private én publieke investeringen de beste vorm van armoedebestrijding, maar is die balans ver te zoeken. “Publiek geld is hard nodig om een bepaald kader te vormen waarbinnen de private sector kan bloeien. Een nieuw bedrijf of een sterk ondernemingsklimaat heeft weinig nut als de bevolking geen toegang heeft tot onderwijs of gezondheidszorg.”

Inmiddels gaat een flink deel van het ontwikkelingsbudget naar subsidies voor Nederlandse bedrijven. De bedrijven zouden dat geld moeten gebruiken om te zorgen dat de landen waar zij opereren, zelf ook profiteren. De aanname is dat ontwikkeling niet kan plaatsvinden zonder economische groei, aangewakkerd door investeringen van bedrijven.

De ironie is dat multinationals aan subsidies voor ontwikkeling komen. Dezelfde bedrijven die immense kapitaalvluchten faciliteren

Bedrijven kúnnen ontwikkeling bevorderen, volgens Opoku, als er een sterke basis is waarop zij verantwoord ondernemen. Maar dan moeten de subsidies wel naar midden- en kleinbedrijven gaan.  Het is aangetoond dat mkb’s kunnen bijdragen aan ontwikkeling, maar zij ondervinden nog te veel financiële drempels om in ontwikkelingslanden te ondernemen. Nu is de ironie dat multinationals aan de subsidies weten te komen – dezelfde bedrijven die immense kapitaalvluchten uit die landen faciliteren. Als je per se ontwikkelingsgeld via bedrijven wil besteden, maak dan de subsidiekaders toegankelijker en laagdrempeliger voor mkb’ers, en verhoog juist de drempels voor multinationals.”

Zo kreeg Heineken een subsidie van 7 miljoen om te zorgen dat minimaal 60 procent van hun grondstoffen door Afrikaanse boeren geproduceerd zou worden. Maar Heineken haalde de doelstellingen niet: de productie bleef op 37 procent steken, lager dan vóór de subsidie. Ondertussen onderhandelde Heineken wel met Afrikaanse landen over belastingvermindering.

Het einde van ontwikkelingssamenwerking?

Dat er minder geld te besteden is, betekent volgens Rooijmans nog niet dat de ontwikkelingsbranche verloren is. “Ontwikkelingsorganisaties krijgen nog altijd inkomsten uit andere bronnen, zoals individuele donors, de private sector, én steeds meer uit niet-westerse landen.” En enkele landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Noorwegen, Denemarken en Luxemburg halen wél de 0,7 procent.

Áls er moet worden gezocht naar andere bronnen van ontwikkeling, kan migratie juist een uitkomst bieden. Bijvoorbeeld door middel van remittances – het geld dat migranten naar hun land van herkomst sturen. Opoku: “Bepaalde Afrikaanse diaspora zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor een groot aandeel van de ontwikkeling van hun land. Dat zijn veel grotere bedragen dan het reguliere ontwikkelingsgeld. Hoewel dit potentieel al jaren bekend is, en ongekend groot is, hebben we nog geen goede manieren gevonden om dat beter te benutten. Daar zouden we creatiever naar kunnen kijken.”

Dr__Keith_Nurse1

Het terugkeergeld van migratie

Zien Europese overheden onterecht over het hoofd, vindt econoom Keith Nurse.

  1. Het naar het buitenland verdwijnen van kapitaal, bijvoorbeeld door belasting te ontlopen. ↩︎
  2. Doorgaans geassocieerd met laissez-faire economisch liberalisme en vrije-markt kapitalisme. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Roxane Soudagar

Redacteur

Roxane Soudagar studeerde Politicologie (Internationale betrekkingen) en volgde een master in Conflict Studies & Human Rights.
Profielpagina