Opinie

Ik leerde ook om ongelovigen te mijden, in de christelijke les

Esther Samuel verbaast zich over de ophef en selectieve verontwaardiging rondom islamitisch lesmateriaal. ‘In christelijke lessen hoorde ik dezelfde boodschap over homoseksualiteit en ongelovigen.’ Ze vindt dat er eerlijker moet worden gekeken naar de wereld van religieuzen.

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
De onderwijsinspectie moet ingrijpen op de lesmethode van de islamitische scholenkoepel ISBO, lees ik online. Hoogleraar pedagogiek Micha de Winter geeft daarvoor het volgende argument: het lesboek schrijft voor hoe je moet leven, waardoor kinderen niet leren om kritisch na te denken en zelf keuzes te maken. “Dat verhoudt zich niet met de westerse manier van samenleven, waarin mensen een grote mate van vrijheid hebben om te kiezen hoe zij willen leven.” Heel Nederland is inmiddels in rep en roer over het islamitische lesmateriaal.

Maar mijn eerste gedachte was: natúúrlijk worden kinderen in religieus onderwijs niet gestimuleerd om zelf te kiezen hoe zij willen leven. Dat is namelijk precies wat het betekent om te geloven in een God die jou heeft gemaakt, en daarom weet wat het beste voor je is. Keuzevrijheid is binnen de leer van religie per definitie beperkt, omdat er duidelijke richtlijnen zijn over hoe het leven moet worden ingevuld. Daar gaat het schrappen of toelichten van passages uit een schoolboek niets aan veranderen. In religieus onderwijs krijgen kinderen nou eenmaal niet de normen en waarden van een seculiere samenleving onderwezen. Dat geldt niet alleen voor islamitisch onderwijs, maar net zo goed voor christelijk onderwijs.

Maagdelijkheid als traktatie

Vanaf zeer jonge leeftijd kwam ik elke zomer op een christelijke conferentie. Ik vierde daar vakantie met leeftijdsgenoten, maar kreeg er ook les uit de Bijbel en over het christelijke leven. Ik herinner me een seminar voor tieners over seks, die in het teken stond van (vrouwelijke) maagdelijkheid. De boodschap werd geïllustreerd door twee meisjes met een Mars in hun hand, nog netjes in de wikkel. Er volgde een soort optreden waarbij ook jongens naar voren werden geroepen. Eén van hen mocht de Mars openmaken en er een hap uit nemen. Vrouwelijke maagdelijkheid werd voorgesteld als een traktatie – de Mars – en de uiteindelijke boodschap was dat geen enkele man op een aangevreten chocoladereep zit te wachten.

In de Bijbel las ik dat je al overspel kunt plegen door iemand te begeren met je ogen

Ook leerde ik, zowel thuis als in de kerk en op school, dat seks alleen binnen het huwelijk hoort. En in de Bijbel las ik dat je al overspel kunt plegen door iemand te begeren met je ogen. Dat er in het nu veel besproken islamitische lesboek Help! Ik word volwassen – dat overigens is geschreven door de tot de islam bekeerde ex-katholiek – ook een tekst is gewijd aan oogcontact met iemand van het andere geslacht, klinkt voor mij dus niet zo vreemd. Ik leerde ook impliciet dat liefdesrelaties uitsluitend bedoeld zijn tussen man en vrouw; homoseksualiteit werd in mijn christelijke omgeving nooit besproken. Toen daar in de jeugdgroep van de kerk vragen over werden gesteld, werd het uitgelegd als gevolg van de zondeval en door de groepsleiders afgedaan met een verwijzing naar een bekende tekst in Bijbelboek Leviticus. Daarin staat geschreven dat homoseksualiteit een gruwel is in Gods ogen.

De Koran en de Bijbel bieden gelovigen houvast voor alledaagse keuzes. Hoezo verbazen we ons er dan over dat diezelfde overtuigingen zijn opgenomen in het lesmateriaal van religieuze scholen? Hoe hadden we het ons anders voorgesteld toen alle scholen in 2013 verplicht ruimte moesten bieden aan seksuele diversiteit? Dat ze daar opeens hele andere opvattingen over zouden hebben dan er in hun heilige geschriften staat?

Hadden we verwacht dat het religieus onderwijs heet, maar een seculiere boodschap brengt?

Hadden we verwacht dat het wel religieus onderwijs heet, maar een seculiere boodschap brengt? De seculiere wereld druist volledig in tegen de opvattingen van dat soort scholen. Gelovigen worden juist geacht zich niet door ‘de wereld’ te laten beïnvloeden, maar enkel Gods Woord – dat boven alle wereldse wetten staat – te volgen. En dat is geen makkelijke opgave in een wereld met normen en waarden die vaak haaks staan op die van een religie.

Zij van de wereld, wij van God

Mede daarom waarschuwt de Bijbel om je als gelovige niet volledig in te laten met ongelovigen. Ik was een jaar of acht toen ik de worsteling daarvan zelf ondervond. Ik speelde met kinderen van verschillende achtergronden, terwijl mijn christelijke leeftijdsgenoten vrijwel alleen maar met gelijkgestemden optrokken. En dat verschil baarde mij zorgen.

Ondanks dat ik juist van al die verschillende vriendschappen genoot, bekroop me het idee dat het misschien ‘niet goed’ was dat ik mij met ‘wereldse’ mensen inliet. Wat als ik, door me met hen te omringen, verleid zou worden om dingen te doen die God verboden had? Wat als hun wereldse invloed onbewust op mij zou afgeven? Tegelijkertijd wilde ik ze ook niet laten vallen.

Ik was in mijn contact met anderen altijd alert, want ik moest mijzelf beschermen voor het kwade

Ik vroeg een christelijke volwassene om hulp. Ik kreeg antwoord in de volgende metafoor, die ik nooit meer ben vergeten: ‘Je moet je voorstellen dat jij, als christen, op een tafel staat. Je ongelovige vriendjes en vriendinnetjes staan op de grond, in de wereld. Wat gebeurt er als jullie elkaar een hand geven? Is het dan waarschijnlijker dat jij ze bij jou op de tafel trekt, of dat ze jou van de tafel aftrekken?’

Het zorgde ervoor dat ik in mijn contact met anderen altijd alert was, me nooit helemaal openstelde of overgaf aan een vriendschap. Want ik moest mijzelf beschermen voor het kwade. Met dat idee van een tweedeling groeide ik op: zij van de wereld, wij van God. Of ik nu bij het kinderprogramma van een conferentie was, op christelijke weekenden waar ik leerde Bijbellezen of evangeliseren, of ‘gewoon’ op de basisschool: deze scheiding werd altijd en overal benadrukt.

Hypocrisie

Religieus onderwijs verzet zich niet zozeer tegen de Nederlandse samenleving, het verzet zich tegen een geseculariseerde wereld die aan Gods Woord geen boodschap heeft. Een wereld waar je als gelovige maar beperkt deel van bent – en bovendien geen deel van wíl uitmaken.

Ik vraag me af of de seculiere maatschappij wel een realistisch beeld heeft van de religieuze wereld

Ik vraag me af of de seculiere maatschappij wel een realistisch beeld heeft van de wereld van religieuze mensen. De opvattingen van het controversiële lesmateriaal zijn niet voorbehouden aan islamitisch onderwijs, maar worden in grote lijn gedragen door orthodoxe, dogmatische gelovigen in het algemeen. Er zijn christelijke (onderwijs)instellingen te over in Nederland waar kinderen dezelfde conservatieve boodschappen krijgen over man-vrouwverhoudingen, homoseksualiteit en niet-gelovigen. Daarom is de verontwaardiging over islamitisch onderwijs selectief. Dat deze manier van doceren in het nieuws wordt geframed als verzet tegen de westerse manier van samenleven is onjuist en hypocriet.

De grote vraag is of we überhaupt wel vrede hebben met opvattingen van gelovigen en, belangrijker, hun vrijheid die door te geven aan kinderen. Als dat niet zo is, moeten we stoppen met ophef creëren over één lesboek, maar religieus onderwijs in z’n geheel ter discussie stellen.

Gay en christen zijn, dat kan gewoon

Deze gelovigen staan op voor het klimaat

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,00 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,00 / maand
Heb je een waardebon? Klik hier om je code in te vullen

Factuurgegevens

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons