Vluchtelingenkamp op Lesbos. Beeld: Joel Carillet/iStock
Essay

Hoe ngo’s op Lesbos verandering in de weg staan

Een paar jaar geleden was Lesbos een baken van onderlinge solidariteit, nu het middelpunt van een internationale humanitaire business. Vonne Hemels, die eind 2016 op het eiland aankwam, vraagt zich af of het beter was geweest als ‘we allemaal helemaal niet gekomen waren’.

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Toen in 2015 honderdduizenden mensen vanuit Syrië en Afghanistan via Turkije naar Europa vluchtten, werd Lesbos al snel het middelpunt van de belangstelling. Zo’n 450.000 mensen passeerden het eiland gedurende één jaar. Dit was onverwacht, en bij de lokale bevolking van Lesbos was sprake van opvallende, zelfgeorganiseerde solidariteit. Lokale vissers en dorpsbewoners organiseerden veelvuldig reddingsacties, en kleine restauranteigenaars kookten gratis op het strand. Deze solidariteit werd internationaal erkend, en de bevolking van Lesbos werd in 2016 zelfs genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede.

Ik kwam aan op het eiland in december 2016, om me aan te sluiten bij No Border Kitchen – een netwerk van activisten dat zich inzet voor de onvoorwaardelijke bewegingsvrijheid van migranten. In die tijd was de lokale solidariteit al voor een groot deel vervangen door een breed scala aan internationale ngo’s. Een oude visser in een bar vertelde me dat het “toen [in 2015] veel beter was”. Hoewel er in 2015 een ware crisis plaatsvond, kijken de meeste mensen op die periode terug met bijzonder warme en nostalgisch gevoelens. Het was een tijd van oprechte solidariteit, van mens tot mens.

Ngo’s hebben een rol gespeeld in de beperking van de bewegingsvrijheid van vluchtelingen

Met de komst van de EU-Turkije-deal in maart 2016 kwam daar definitief een einde aan. Sindsdien kan Europa (tegen ruime betaling) vluchtelingen terugsturen naar Turkije als deze niet kunnen aantonen dat ze daar onveilig zijn. Vanaf nu zouden vluchtelingen hun asielprocedure op Lesbos moeten afwachten, zodat de meesten idealiter daarna met de ferry snel weer konden worden gedeporteerd naar Turkije. Het idee was om op deze manier vluchtelingen af te schrikken en ervan te weerhouden naar Europa te komen. Maar mensen bleven komen, en van de ene op de andere dag veranderde Lesbos in een enorme openluchtgevangenis.

Internationale ngo’s – waarvan sommige al op het eiland aanwezig waren – schoten onmiddellijk te hulp. Door de grootschalige media-aandacht was het gemakkelijk om snel en veel fondsen te werven, en er werden in rap tempo grootschalige ontvangstcentra en kampen gebouwd die de langdurige opvang van vluchtelingen mogelijk zou maken. Onder anderen IRC, Danish Refugee Council en Oxfam bouwden mee aan een infrastructuur die de veelvuldig bekritiseerde EU-Turkije-deal zeer ten goede kwam. Door het bouwen en behouden van kampen zorgden zij ervoor dat de nieuwe realiteit van een openluchtgevangenis realiseerbaar werd en in stand gehouden kon worden. We kunnen dus stellen dat ngo’s een rol hebben gespeeld in het versterken van de grens, en dus in de beperking van de bewegingsvrijheid van vluchtelingen.

Ik heb me in de afgelopen vier jaar wel een afgevraagd of het beter zou zijn als we allemaal niet gekomen waren

Volgens schrijver en activist Siraj Izhar werden ngo’s op Lesbos de uitvoerders van Europees beleid, waardoor ze de situatie hielpen legitimeren en normaliseren. Bewust of niet, ngo’s op Lesbos hebben de afgelopen jaren bijvoorbeeld bijgedragen aan het registreren van vluchtelingen voor de autoriteiten en het uitbreiden en onderhouden van kamp Moria (door Human Rights Watch een concentratiekamp genoemd). De Griekse ngo EuroRelief heeft zelfs de kampbewaking op zich genomen.

Ik heb mij in de afgelopen vier jaar wel eens afgevraagd of het misschien beter zou zijn als we allemaal niet gekomen waren. De Amerikaanse auteur Rebecca Solnit heeft het in haar boek A Paradise Built in Hell over solidariteit en zelfgeorganiseerde samenwerking tijdens crises. Volgens haar komen mensen tijdens crises op een verrassende manier tot elkaar, zodat er in korte tijd sterke en horizontale gemeenschappen ontstaan. Pikpa-kamp van Lesvos Solidarity was hiervan een mooi voorbeeld: dat was jarenlang een klein, zelfgeorganiseerd kamp dat de kwetsbaarste vluchtelingen opving en zich uiteindelijk als NGO registreerde. Eind oktober werd het op onbegrijpelijke wijze ontruimd door de politie. De bewoners van Pikpa zouden volgens de autoriteiten voortaan in het grotere Kara Tepe-kamp moeten worden ondergebracht, onder de ongeloofwaardige dekmantel van ‘beheersbaarheid’.

Ondanks de vele miljarden aan humanitaire hulp is de situatie alleen maar erger geworden

Zouden de Grieken nog steeds met sandwiches op het strand staan, klaar om de nieuwkomers te verwelkomen, als de autoriteiten de opvang van vluchtelingen aan de lokale bevolking hadden overgelaten? Zouden de vluchtelingen in betere levensomstandigheden verkeren als ze de vrijheid hadden gehad om zelf iets op te bouwen, in plaats van dat ze een zomertentje en een deken toegestopt kregen binnen de hekken van kamp Moria? Zou er eindelijk iets veranderd zijn aan deze onmenselijke en uitzichtloze situatie waarin mensen jarenlang worden opgesloten in schrikwekkende omstandigheden, met nauwelijks uitzicht op verbetering?

Ik weet het niet, maar ik weet wél dat de situatie voor vluchtelingen op Lesbos de afgelopen jaren alleen maar erger is geworden, ondanks de vele miljarden aan humanitaire hulp.

De Indiase schrijfster en activiste Arundhati Roy stelt in haar artikel ‘People vs Empire’ het concept ‘ngo-ization of resistance’ voor. Ze beargumenteert dat de ware bijdrage van ngo’s is dat ze politieke woede onschadelijk maken, als een soort buffer tussen de regering en haar onderdanen. Ngo’s zijn de bewaarders van de status quo geworden, de seculiere missionarissen van de moderne wereld.

In de week na 9 september 2020 kwam de tegenstrijdige rol van ngo’s op Lesbos opnieuw op een pijnlijke manier in beeld. Op 9 september brandde kamp Moria geheel af. Het was een verschrikkelijk drama, mensen sliepen op straat in de kou, bewaakt en agressief bejegend door politie en leger, onder het mom van ‘nationale gezondheid’ (er werd handig gebruik gemaakt van de corona pandemie om mensen in toom te houden). Voor velen kwam de brand echter niet als een verrassing, en was de gebeurtenis ook een moment van hoop: “Nu moet er toch eindelijk écht iets veranderen?”

Na negen dagen was het gelukt de meeste mensen door chantage het nieuwe kamp in te krijgen

Ik sprak veel mensen die vanwege de brand uit Moria gevlucht waren, en bijna iedereen die in deze tijd gedwongen op straat sliep was vastbesloten in hun voornemen: “Wij gaat nooit meer terug naar kamp Moria”, “Alles liever dan dat”. Er werden demonstraties georganiseerd en eisen gesteld. “We willen van het eiland af, we willen huisvesting, nooit meer een Moria”.

Ondertussen werd er door het leger een compleet nieuw kamp gebouwd. Met de enthousiaste medewerking van onder anderen EuroRelief, Refugees4Refugees en Movement on the Ground – een Nederlandse stichting die in 2015 werd opgericht door niemand minder dan Johnny de Mol. Binnen een week stond het er, en na negen dagen was het gelukt om de meeste mensen door middel van pure chantage het nieuwe kamp in te krijgen.

Maryam (21) uit Afghanistan legde me uit: “We kregen te horen dat we werden afgewezen als we weigerden. Ik weet dat we bijna geen kans hebben, maar ik wil niet terug naar Turkije.”

Sarah (40) uit Eritrea vat samen hoe velen zich voelden: “Na de brand dachten we dat het eindelijk over was, we waren bang maar opgelucht. Maar er is niks veranderd. Houdt het dan nooit op?”

Na maanden zijn er nog nauwelijks toiletten en geen douches

Moria 2.0 is nog erger dan voorheen, en dat zegt wat. De locatie aan zee maakt het kamp kwetsbaar voor sterke wind en overstromingen. Hoewel duizenden mensen na de brand naar het vasteland zijn verplaatst, verblijven er momenteel alsnog 8000 mensen in het kamp. Alleenstaande mannen delen barakken met ongeveer driehonderd personen. Na maanden zijn er nog steeds nauwelijks sanitaire voorzieningen – zo zijn er nauwelijks toiletten en geen douches. Het nieuwe kamp laat vooral meer hekken, meer politie en minder bewegingsvrijheid zien. Kortom: dit doet nog sterker dan het vorige kamp Moria denken aan een concentratiekamp, maar ditmaal gebouwd en gefinancierd door organisaties die hun bestaansrecht verschuldigd zijn aan zogenaamde solidariteit met vluchtelingen.

Vluchtelingen demonstreren al jaren tegen kamp Moria, en voor de vrijheid om het eiland te verlaten. Terwijl na de brand honderden vluchtelingen voor de zoveelste keer de slogan ‘No More Moria’ roepen, zijn verschillende ngo’s tegelijkertijd bezig Moria 2.0 te bouwen. Hoe kan het dat wanneer vluchtelingen duidelijk aangeven wat ze willen, organisaties die beweren hen te helpen in het geheel niet aan hun wensen tegemoet kunnen komen? Is het een paternalistische overtuiging van “wij weten beter wat goed is voor jullie”?

Ngo's hebben van solidariteit een handelsartikel gemaakt

Dat is natuurlijk zeer aannemelijk, gezien het Westen al honderden jaren beter lijkt te weten wat goed is voor de rest van de wereld. Daarnaast speelt geld een grote rol. Veel ngo’s worden direct of indirect financieel gesteund door Europese en nationale fondsen, ondanks het misleidende label van niet-gouvernementele organisaties. Movement on the Ground nam dit jaar bijvoorbeeld 3,5 miljoen euro aan van staatssecretaris Ankie Broekers-Knol om drie kleine shelters voor alleenstaande minderjarigen op te zetten op het vasteland van Griekenland, zodat deze niet naar Nederland hoefden te komen. Dit gebeurde allemaal tijdens het begin van de coronacrisis, toen er in Nederland juist erg veel draagvlak was voor de opvang van kinderen uit kamp Moria. Inmiddels is pas één van die shelters open.

En zo hebben ngo’s het concept van solidariteit op Lesbos veranderd in een handelsartikel dat goed verkoopt op de markt van internationale humanitaire business.

Is er dan nog iets dat wél werkt? De inheemse actiegroep Indigenous Action stelt voor om medeplichtig te worden. Een medeplichtige is iemand die een ander helpt om een misdaad te begaan. Dit klinkt misschien extreem, maar op Lesbos is het dat niet. Sinds de rechtse partij Nea Dimokratia in Griekenland aan de macht is worden antimigratiewetten in rap tempo ingevoerd, ondanks veelvuldig kritiek van mensenrechtenorganisaties.

Kijk naar de kleine, onafhankelijke organisaties die een sterk politiek standpunt in durven te nemen

Medeplichtigheid, aldus de organisatie, betekent aanvaarden dat de wetten en regels oneerlijk zijn. Het betekent oprecht luisteren naar degenen die systematisch onderdrukt worden, en bereid zijn om risico’s te nemen. Het betekent géén carrière maken van het lijden van vluchtelingen. Medeplichtigheid is vriendschap, en de eindeloze strijd tegen grenzen en voor de vrijheid van iedereen.

Dit is de groep vrijwilligers die dagelijks wordt lastiggevallen door de politie omdat ze wacht houden op het strand, klaar om boten met vluchtelingen veilig te helpen aankomen. Het zijn de mensen die de straat op gaan en verandering eisen, ondanks traangas en arrestaties. Het is Carola Rackete, de kapitein van Sea Watch die ondanks een ban de haven van Lampedusa in voer en zo een gevangenisstraf riskeerde.

Wie de vluchtelingen op Lesbos een warm hart toedraagt, raad ik aan om kleine, onafhankelijke organisaties te ondersteunen, zoals Legal Centre Lesvos, No Border Kitchen en WISH. Kijk naar hen die een sterk politiek standpunt in durven te nemen. Zij die niet meewerken aan het behoud van een concentratiekamp maar zich inzetten voor alternatieven, zoals huisvesting buiten het kamp, acties tegen detentie en deportaties, en onvoorwaardelijke juridische hulp.

Ik nodig je ook van harte uit om Lesbos eens te komen bezoeken. Maar dan wel als medeplichtige, en niet als humanitaire hulpverlener.

Noot van de redactie 29 maart 2021

Aanvankelijk werd geschreven dat na de brand in Moria nauwelijks hulpverleners op straat te zien waren. Het International Rescue Committee (IRC) heeft laten weten dat er wel degelijk hulpverleners op de been waren, zij het niet in herkenbare kleding uit voorzorg tegen agressie van extremistische groepen.

Waarom weigert Nederland minderjarige vluchtelingen op te vangen?

Wie beschermt vluchtelingen in de coronacrisis?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,00 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,00 / maand
Heb je een waardebon? Klik hier om je code in te vullen

Factuurgegevens

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons