'Mensen uit de Syrische diaspora stuurden apparatuur waarmee we konden uitzenden wat het regime probeerde te blokkeren.' Beeld: Coco Olakunle

Hij helpt asielzoekers aan werk: ‘Ik keek zelf de dood in de ogen’

In Syrië beveiligde Khaled Shaaban (37) de telefoons van activisten, zodat het regime hen niet kon traceren. Die hulp moest hij bijna met de dood bekopen. Nu doet hij, in het asielzoekerscentrum, veiliger werk: zijn stichting Subul leidt vluchtelingen en andere kwetsbare mensen op tot ICT’er. ‘We hielpen al 700 mensen aan werk.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Het computerlokaal van het asielzoekerscentrum in Leersum is in principe slechts twee dagen per week, twee uur per dag open. Maar nu heeft Khaled Shaaban (37) de sleutel en is hij elke dag in het lokaal te vinden. Binnenkort beginnen hier zijn eerste cursussen waarin vluchtelingen computervaardigheden als Digi-D leren. Die cursussen zijn een zijproject van zijn sociale ICT-onderneming Subul (Arabisch voor ‘pad’). Daarin leidt hij mensen uit crisis- en conflictgebieden op als ICT’er en koppelt ze dan aan werkgevers in Europa en de Verenigde Staten.

Ik hielp met het beveiligen van laptops en telefoons, zodat het regime ze niet kon traceren

Shaaban vroeg eind vorig jaar asiel aan in Nederland. Maar passief wachten tot de IND beslist over zijn verblijfstatus is niet aan hem besteed. Hij rijdt graag op zijn motor, die hij ‘Suzy’ doopte, is fanatiek sporter – van salsa tot zeilen – en elke dag is hij druk met Subul. Zijn missie: vluchtelingen en andere mensen uit crisis- en conflictgebieden een kans op de arbeidsmarkt geven.
OneWorld portretteert mensen die zich inzetten voor een betere buurt, school, of werkomgeving. De Verenigde Naties en miljoenen betrokken burgers spraken hiervoor de duurzame werelddoelen af (SDG’s), die we in 2030 moeten halen. Denk aan gendergelijkheid, géén armoede, betaalbare en duurzame energie en kwaliteitsonderwijs voor iedereen. De Goal Getters in deze rubriek gaan daar nu al voor. Geïnspireerd? Check hier wat jij kunt doen.
In Syrië runde Shaaban al een klein IT-bedrijf. Hij verkocht computeronderdelen en pc’s, en gaf computeradvies. Tijdens de Arabische Lente in 2011 ging zijn winkel verloren in de chaos en de plunderingen. In eerste instantie was hij bang om actie te ondernemen tegen het regime. “Ik hield me doof voor oppositiegeluiden. Maar na een paar weken kon ik mezelf niet langer voor de gek houden.”

Hij besloot technische hulp te bieden aan activisten. “Ik hielp met het beveiligen van laptops en telefoons, zodat het regime ze niet kon traceren.” Toen het Syrische regime de communicatie in de regio uitschakelde, zorgde hij voor alternatieve communicatiemiddelen voor ziekenhuizen, zodat ze contact konden houden met ambulances en het veld. “We ontvingen financiële steun van mensen uit de Syrische diaspora, die ons apparatuur stuurden waarmee we konden uitzenden wat er in Syrië gebeurde, en wat het regime probeerde te blokkeren.”

Shabaan bereikte lopend Turkije: ‘De eerste keer dat ik weer werkende verkeerslichten zag, was magisch.’Beeld: Coco Olakunle

Fulltime activist

Ze blinddoekten me, bonden mijn handen op mijn rug en gooiden ons in een gat in de grond

Het had weinig gescheeld of Shaaban was er niet meer geweest. Bij een aanval op zijn dorp in de zomer van 2012 werd hij met een aantal anderen opgepakt door het regime. “Op dat moment weet je dat de dood nadert. Ze blinddoekten me, bonden mijn handen op mijn rug en gooiden ons in een gat in de grond. Een voor een schoten ze mensen dood.” Toen hij het wonder boven wonder overleefde, besefte hij dat parttime activisme geen zin had. “Om het regime te stoppen, moesten we er fulltime voor gaan.”

In november van dat jaar martelden ze een vriend van hem net zolang tot hij Shaabans naam gaf. Vanaf dat moment werd hij gezocht. “Ik stuurde mijn vrouw en dochter, en mijn ouders en broers en zussen naar Jordanië en vluchtte zelf naar het Syrische platteland, dat in handen was van de oppositie.” Daar installeerde hij met acht medewerkers internet- en communicatiesystemen, zodat de regio online bleef.

Maar uit heimwee naar zijn familie en uit angst gevonden te worden, vertrok hij alsnog lopend via de woestijn naar Turkije. Daar werd zijn verlangen naar een ‘normaal leven’ aangewakkerd. “De eerste keer dat ik weer werkende verkeerslichten zag, was magisch. Het gevoel van veiligheid, de straat op kunnen wanneer je wilt, is geweldig.”

In Turkije zag ik hoe moeilijk het voor de 2 miljoen Syrische vluchtelingen daar was om werk te vinden

Vanuit Istanbul bleef hij leidinggeven aan de IT-organisatie, die inmiddels meer dan een miljoen dollar aan fondsen had opgehaald. “In Turkije zag ik hoe moeilijk het voor de 2 miljoen Syrische vluchtelingen daar was om werk te vinden. Hetzelfde gold voor een deel van de Turkse bevolking en andere mensen in crisis- en conflictgebieden in het Midden-Oosten, zoals Irak en Jemen. Terwijl er in andere delen van de wereld grote vraag was naar personeel. Dat moest toch anders kunnen, dacht ik.”
Shabaan rijdt graag op zijn motor, die hij ‘Suzy’ doopte.Beeld: Coco Olakunle

Zonder bankrekening

In 2018 richtte hij – nog steeds in Turkije – Subul op, waarmee hij sindsdien 700 mensen aan werk hielp. “In korte tijd kun je een hoop leren”, legt hij uit. “Binnen twee weken kun je een website bouwen, óók zonder basisopleiding of ervaring in ICT.” Bedrijven kunnen ook bij Subul terecht voor diensten als vertalingen of het laten inspreken van voice-overs. “En we bieden sociale diensten: onze mensen monitoren bijvoorbeeld op afstand patiënten in ziekenhuizen.”

Zijn cursisten zijn veelal jonge mensen in Turkije en het Midden-Oosten. “Syriërs die naar Turkije zijn gevlucht, maar ook Turken die door de economische crisis zijn getroffen.” Subul richt zich ook op vrouwen. “In het Midden-Oosten werken weinig vrouwen in de ICT. Niet omdat ze dat niet kunnen of willen, maar door culturele gewoonte en te weinig kennis over de mogelijkheden. Dit werk verbetert hun positie en maakt ze onafhankelijker.”

De eerste nacht in Ter Apel sliep ik op het basketbalveld, de opvang was bomvol

In 2020 sloeg de coronacrisis toe. Veel ondernemers kwamen door de pandemie in de problemen maar hij niet. “Het maakte steeds minder uit waar ter wereld we werkten. Subul haalde dat jaar 350.000 euro omzet.” Privé had hij het een stuk zwaarder. Zijn inmiddels ex-vrouw en dochter waren vanuit Turkije via Griekenland naar Nederland gevlucht. Door corona zag hij al die tijd zijn dochter niet.

In november 2021 arriveerde hij zelf in Nederland en vroeg asiel aan. “De eerste nacht in Ter Apel sliep ik op het basketbalveld, de opvang was bomvol.” Via het azc in Budel kwam hij in de noodopvang in Leeuwarden en begin april werd Shaaban overgeplaatst naar Leersum. Óf en wanneer hij zijn Nederlandse verblijfsvergunning krijgt, weet hij niet. En omdat hij nog geen BSN heeft, kan hij niks regelen en geen bankrekening openen. Toch is de motivatie om door te gaan groot. Hij stelde zijn Syrische kamergenoot aan als stagiair en is bezig met een marketing- en communicatieteam om het bereik van Subul te vergroten. “We begonnen met 20 mensen, inmiddels hielpen we er al 700 aan werk. Ik verwacht dat dat er alleen maar meer worden.”

Opvangcrisis veroorzaakt door regering zelf

Frontex: Europa's dodelijke grensleger

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons