Beeld: iStock
Opinie

‘Gaan we nu wel naar dove en slechthorende Nederlanders luisteren?’

Vandaag vergadert de Tweede Kamer over het officieel erkennen van de Nederlandse Gebarentaal. Tamara Hartman – dochter van een dove moeder en slechthorende vader – legt uit dat we er hiermee nog niet zijn. ‘1,5 miljoen Nederlanders kunnen nog steeds niet helemaal meedoen in het nieuwe normaal.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Het lijkt alweer zo lang geleden dat op 10 maart de 26-jarige, dove Machiel Ouwerkerk een NOS-crew zag staan in zijn woonplaats Den Bosch. Hij twijfelde niet, schreef snel een tekst op een stuk karton, en ging achter de verslaggever staan die op dat moment live op het achtuurjournaal verscheen. Zijn tekst: ‘Waar is de gebarentolk voor doven tijdens crisissituaties?’ Nederland kon niet meer weigeren en de eerste beschikbare gebarentolk (let wel: géén doventolk1)‘mocht’ bij de volgende persconferentie zijn. Dit werd de Haagse Irma Sluis. De rest is zogezegd geschiedenis.

Sindsdien is de tolk Nederlandse Gebarentaal (NGT2) niet meer weg te denken van de nieuwspagina’s en social media. Na de vele ‘hamsteren’-gifjes, een uitgebreide Wikipediapagina en een stijgend animo voor de opleiding tot gebarentolk, kan niemand meer om haar heen. Nederland heeft Sluis in het hart gesloten.

De dovengemeenschap schrijft geschiedenis, niet Irma

Als dochter van een dove moeder en een zwaar slechthorende vader sta ik van jongs af aan dicht bij de hechte dovengemeenschap. En wat ik vooral voel bij deze hype: ongemak. In een al even ongemakkelijk interview met het Parool wordt Sluis gevraagd hoe het was om geschiedenis te schrijven. Ze antwoordt: ‘Nou, het is vooral belangrijk dat de dovengemeenschap gelijkwaardige toegang heeft tot informatie. Dat ik daar sta, is dan maar zo. Het had ook een collega kunnen zijn. Ik ben vooral blij dat het gelukt is dat er een gebarentolk stond.’

Sluis’ nuchtere houding wordt geprezen en ze wordt gezien als stabiel lichtpunt in deze chaotische tijden. Die nuchterheid is niet meer dan terecht: het platform waar ze op staat, is niet het hare, maar dat van dove en slechthorende Nederlanders. De dovengemeenschap schrijft geschiedenis, niet zij.

Toch lijkt het vooral de tolk die centraal wordt gesteld, en – ironisch genoeg – de dovengemeenschap die wordt vergeten. Bij de tramaanslag in Utrecht vorig jaar maart, ontstond ook al commotie over informatiegebrek voor dove en slechthorende Utrechters. Desondanks werd helemaal aan het begin van de coronacrisis deze groep opnieuw vergeten.

NGT als verboden taal

De uitsluiting van de dovengemeenschap wordt nu heel zichtbaar, maar kent een lange en wrede geschiedenis. Gebarentaal was van 1890 tot 1980 in het onderwijs verboden. De gedachte hierachter: dove en slechthorende mensen zouden beter in de maatschappij integreren wanneer ze zich beperkten tot orale communicatie zoals liplezen en praten zoals ‘horenden’ dit doen. 3

Met dit verbod werden dove onderwijzers vervangen door horende onderwijzers, die leerlingen soms lijfelijk bestraften wanneer zij gebaren gebruikten. Ondanks het verbod spraken leerlingen met elkáár wel via gebaren. Doordat er toen vijf ‘dovenscholen’ waren – alle internaten – ontstonden er verschillende dialecten, die nu langzaam aan het verdwijnen zijn.

Geen officiële taal

Het is een feit dat ik tweetalig ben opgevoed, met NGT en Nederlands, maar officieel bestaat een van mijn moedertalen niet. Nederlandse Gebarentaal is namelijk geen erkende taal, zoals Fries, Limburgs, Nedersaksisch, Jiddisch, Sinti-Romanes en Papiaments dat wél zijn, al dan niet als ‘minderheidstalen’ of regiotalen. Dat het niet bij wet erkend is, betekent dat de taal officieel niet bestaat. Er zijn 1,5 miljoen dove en slechthorende mensen in Nederland, waarvan ongeveer 25.000 NGT als eerste taal hebben, en daarnaast haalt een groot deel meer begrip uit de gebarentaal. Dit officialiseren heeft een grote emotionele waarde: het erkent naast de taal ook de cultuur, identiteit en pijnlijke geschiedenis van deze 1,5 miljoen mensen.

Nederland loopt wat dit betreft achter op bijvoorbeeld Zweden, waar de Zweedse Gebarentaal (ZGT) sinds 1981 bij wet erkend is, en je ZGT kunt kiezen als ‘vreemde taal’ in het ‘normale’ onderwijs. Ook Nieuw-Zeeland erkent de New Zealand Sign Language (NZSL) als derde officiële landstaal, naast Engels en Maori, en in Papoea-Nieuw-Guinea is Papua New Guinean Sign Language (PNGSL) de vierde officiële landstaal.

Sinds 1998 lobbyt de dovengemeenschap, onder meer via de organisatie Dovenschap, voor een betere maatschappelijke positie van dove en slechthorende Nederlanders. Ze strijden vooral voor de officiële erkenning van Nederlandse Gebarentaal, maar ook voor inclusieve informatievoorziening en beleidsvorming.

De Nederlandse Gebarentaal is geen erkende taal, en bestaat officieel dus niet

Inmiddels is het zover: in de Kamer is besproken dat crisisinformatievoorziening toegankelijk moet worden voor mensen met een auditieve of visuele beperking. GroenLinks, ChristenUnie en PvdA stelden dat voor tijdens een debat over de Mediawet4. ‘Veranker Irma in de wet’, kopte ook het Algemeen Dagblad.

Dove en slechthorende Nederlanders zouden echter in de wet moeten worden verankerd, niet Irma Sluis. En in plaats van een verandering van de Mediawet te koppelen aan het ‘fantastische voorbeeld Irma’ in de woorden van ChristenUnie-kamerlid Van der Graaf, zouden dove en slechthorende mensen zelf in beeld moeten komen. Want nog steeds wordt er veel te weinig naar hen geluisterd.

Hoe kun je liplezen door een mondkapje?

Neem het voorbeeld van de mondkapjes, die in het ‘nieuwe normaal’ voor ‘essentiële’ beroepsmensen en in het openbaar vervoer verplicht zijn. Doordat die geen doorschijnend vlak hebben, vallen communicatiemogelijkheden met en van dove en slechthorende mensen weg. Mimiek en liplezen zijn namelijk cruciaal voor deze groep. Zonder gezichtsuitdrukkingen en liplezen kan er geen betekenis worden gegeven aan gebaren, en blijft er weinig van gebarentaal over. Om dezelfde reden is enkel ondertiteling op televisie niet genoeg.

Mijn moeder werkt als schoonmaakster bij verschillende mensen die zorgafhankelijk zijn. Het schoonmaakbedrijf waarvoor ze werkt stelde geen mondkapjes beschikbaar, maar haar collega heeft er een voor haar gemaakt. Eentje waarbij helaas haar al beperkte communicatiemogelijkheden volledig wegvallen. Is dit voorlopig haar realiteit?

Wanneer de thuiszorgmedewerker met mijn vader moet communiceren, gaat het mondkapje af

Mijn vader is afhankelijk van thuiszorg, die uit protocol met mondkapjes werkt. Hiermee winnen ze aan hygiëne, maar gaat het enige stukje communicatie met mijn vader verloren. Soms wanneer ze met hem moeten communiceren gaat het mondkapje af, waardoor de initiële reden om een mondkapje te dragen wegvalt. Ook van andere dove kennissen die in de zorg werken hoor ik soortgelijke verhalen: degenen die durfden te vragen naar doorzichtige mondkapjes, kregen te horen dat die te duur waren.

Ik kan me voorstellen dat het moeilijk is om transparante mondkapjes te eisen. Maar het gaat om gelijke rechten op communicatie; daar zou je nooit op moeten inleveren. Stel dat je maandenlang niet met je collega’s kunt praten, terwijl zij dat onderling wel kunnen. En hoe kun je een arts of verpleegkundige begrijpen, nu bij ziekenhuisbezoeken geen tolk Nederlandse Gebarentaal meer mee mag en ziekenhuispersoneel verplicht een mondkapje draagt?

Voor deze laatste situatie bedacht de zelf doof geboren, Castricumse Roos Wattel een oplossing: een aanwijskaart waarmee een dove of slechthorende patiënt kan laten weten wat er nodig is.

Kwetsbare mensen raken van slag door dichte mondkapjes

Ook zijn er verschillende particuliere initiatieven die mondkapjes met een doorzichtig vlak aanbieden, zoals Stichting Welzijn Doven Rotterdam. In België eisten dove en slechthorende mensen al transparante mondkapjes. Want, zo stelt Marie-Florence Devalet, directrice van de Federatie voor Doven: ‘kwetsbare mensen raken van slag door dichte mondkapjes’, daarbij ook doelend op mensen met bijvoorbeeld een vorm van autisme.

Maar deze particuliere initiatieven maken niet goed dat er niet gewoon mondkapjes beschikbaar zijn voor álle essentiële beroepsmensen, dus ook aangepaste mondkapjes voor zowel dove en slechthorende mensen, als voor de mensen met wie zij werken.

Het 'Irma-effect' liet vooral zien hoe weinig vanzelfsprekend de inclusie van de dovengemeenschap in Nederland is

In een crisissituatie wordt pijnlijk duidelijk aan welke groepen wordt gedacht – en aan wie niet. Hoewel de Irma-hype ervoor zorgt dat op crisismomenten vanaf nu waarschijnlijk altijd een gebarentolk aanwezig is, is er voor het ‘nieuwe normaal’ dat de coronacrisis ons bezorgt opnieuw niet aan dove en slechthorende Nederlanders gedacht. Zo laat het ‘Irma-effect’ vooral zien hoe weinig vanzelfsprekend de inclusiviteit van de dovengemeenschap in Nederland is. Als je de gebarentolk viert, erken dan ook de taal die zij vertolkt. En vraag aan Machiel Ouwerkerk hoe het was om geschiedenis te schrijven; niet aan Irma Sluis.

Dit artikel verscheen eerder op OneWorld.nl op 29 mei 2020.

'Risicogroepen worden niet 'beschermd', maar buitengesloten'

Opgroeien met dove ouders

  1. Doventolk is geen inclusieve term, omdat het impliceert dat Nederlandse Gebarentaal geen echte taal is. Een gebarentolk tolkt van Nederlandse taal naar Nederlandse Gebarentaal, en doet dat niet enkel voor dove mensen, maar ook voor slechthorende, horende en doofblinde mensen. ↩︎
  2. Gebarentaal is niet-universeel. Dit betekent dat ieder land zijn eigen gebarentaal heeft. ↩︎
  3. Dit idee, dat het onderwijs aan dove leerlingen vooral bestaat uit gesproken taal door het gebruik van liplezen , spraak, en het nabootsen van de mond, wordt ook wel oralisme genoemd. ↩︎
  4. De Mediawet is in 2008 ingevoerd en omvat regels en eisen voor Nederlandse radio- en tv-omroepen, die onder andere zorgen voor veelzijdigheid van de media. ↩︎

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons