Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

“Of is dit nu een mietoetje?” lacht de oudere man naast mij in de vierzits in de trein. Samen met zijn vriend, die tegenover mij zit, maken ze nu al enkele minuten grapjes dat ze me hun naaktfoto’s gaan laten zien. Wanneer er een vrouw langs loopt, roept de man tegenover me terwijl hij op de plek naast zich tikt: “Kom maar naast papa zitten!” Zij kijkt hem met gefronste wenkbrauwen aan en loopt ontdaan door. De man schatert het uit van het lachen door haar geïrriteerde blik. Terwijl ik me in de overvolle coupé afsluit van het geklier van die kerels – muziek aan, koptelefoon op, ogen dicht – realiseer ik me dat ze me succesvol de mond hebben gesnoerd door al bij voorbaat de spot te drijven met hun eigen  grensoverschrijding.

Dit is geen uitzonderlijke situatie: in veel sociale settings duikt de bespotting van de #MeToo-beweging tegen seksueel geweld op. Zo reageerde twitteraar Jente: “Het is echt misselijkmakend hoe vaak ik deze beweging die oproept tot openheid over seksueel grensoverschrijdend gedrag gereduceerd hoor worden tot een hysterisch hesjtekje van de vrouwtjes, dat vooral niet serieus genomen moet worden.” Twitteraar Regina: “Een bewaker voor een bar vorige week nadat ’ie aan mn borsten en kont had gezeten. ‘Hahah nu geen #MeToo zeggen he!!’ Lachen, gieren, brullen joh”.

Het risico van de humorloze zeikerd

Enerzijds zien we door dit frequente gebruik van #MeToo als geestigheid hoe ver de actie zich verspreid heeft, ver buiten de online bubbel waar het vandaan komt. Anderzijds betekent kennisneming van #MeToo dus absoluut niet direct kritische zelfreflectie op grensoverschrijding. Sterker nog, door het op deze manier te noemen kan het een omgekeerd effect hebben. Wie slachtoffer is (of dreigt te worden) zal zich niet snel durven uitspreken in een omgeving die #MeToo als zotheid karakteriseert. Daarin schuilt ook het venijn: veel grappenmakers hebben zelf al door dat zij mogelijk een grens overschrijden, maar beperken de ruimte voor communicatie hierover. Het slachtoffer riskeert in deze omgeving namelijk het label van humorloze zeikerd. Meelachen en zwijgen is de gedragsnorm.

Deze ‘meme-isering’ (een meme is een grap in beeld- of tekstvorm die meestal begint op het internet en veelal viral gaat) van progressieve onderwerpen is geen nieuw fenomeen. We zien deze tactiek bijvoorbeeld bij alt-right. “The alt-right have stormed mainstream consciousness by weaponising irony, and by using humour and ambiguity as tactics to wrongfoot their opponents”, schrijft journalist Jason Wilson. Via ironie en internethumor verspreidt alt-right content over witte suprematie en moslim- en vrouwenhaat, aldus een Amerikaans onderzoeksrapport naar het online gedrag van deze groep. Deze techniek slaat vooral goed aan bij jonge mannen die ‘politieke correctheid’ hekelen. Volgens een van de onderzoekers is dit een zeer efficiënte techniek bij extreemrechts gedachtengoed: door de boodschap met ironie te bekleden, houdt de zender een soort afstand tot de boodschap, terwijl hij hem wel versterkt. Het blijft ogenschijnlijk luchtig en ludiek, maar kan ernstige schadelijke gevolgen kennen.

Moet toch kunnen

De techniek van bagatellisering leidt bij het aanspreken van degenen die van #MeToo komedie maken tot de pavlovreactie: “Het was maar een grapje!” of “We moeten overal een grapje over kunnen maken”. Je verantwoordelijkheid ontlopen door iets in humor te verpakken is een terugkerend patroon bij mensen die kwetsbare groeperingen beschimpen en leidt tot een soort onaantastbaarheid van die retoriek.

Humor is niet het probleem, maar we moeten wel opletten hoe die humor uitpakt. Satire kan twee kanten op werken: ten gunste van bestaande machtsverhoudingen, of daar tegenin. Het kan de stilte rondom seksueel geweld versterken, of juist een veiliger omgeving creëren voor slachtoffers door de spot te drijven met daders. Dat betekent dus niet dat humor als stijlvorm bij gevoelige onderwerpen not done is, maar wel dat we erbij stil moeten staan welke kant de humor versterkt, en wat voor effect dat heeft op ongelijkheid tussen groepen.

Ja, je mag overal grapjes over maken. Maar het hoeft niet.

Lewis Black en Stephen Colbert doen hier voor hoe je daders bespot in plaats van slachtoffers. Bron: youtu.be
bewl3-0743

Justine van de Beek

Justine van de Beek (21) is sociologiestudent aan de UvA en oprichter van het feministische platform Stellingdames.nl
Profielpagina

Advertentie

KERST_Rectangle-Banner_ANIMATED_2

Advertentie

DSW-liever-principieel-dan-commercieel2