Eden Zemru blijft protesteren tot Ethiopische Israëliërs hetzelfde worden behandeld als iedere andere Israëliër. Beeld: Tammy van Nerum
Achtergrond

Eden Zemru (22) eist gelijkheid voor Ethiopische Israëliërs

Sinds ze in de jaren 80 naar Israël werden gehaald, kampen Ethiopische joden met stelselmatig racisme en uitsluiting. De dood van een ongewapende tiener door politievuur ontketende deze zomer een grote protestbeweging. Activiste Eden Zemru (22) gaat onbevreesd voorop. ‘We vragen niet meer, we eisen.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Het is donderdagavond, half acht en al pikdonker. Zoals elke week verzamelt een groep Ethiopische Israëliërs zich in de havenstad Haifa voor de poort van het politiebureau. “Ik leerde als klein meisje om bij gevaar nooit de politie te bellen”, vertelt Eden Zemru. “Voor je het weet ben jij degene die in de boeien wordt geslagen.”

Zemru staat in afgeknipte spijkerbroek en met vastberaden blik tussen de demonstranten. Het is tijd voor de dienstwissel en politiewagens rijden in en uit. De activisten laten geen auto zomaar voorbijgaan. Ze houden spandoeken voor hun neus en proberen met iedere agent een gesprek aan te knopen. De meesten blijven stug voor zich uit kijken, maar af en toe draait iemand zijn raampje voor ze open. “We zeggen dat ze ons ook moeten beschermen, dat ze ook onze politie zijn”, legt Zemru uit.

Ethiopische gemeenschap in Israël

Sinds het ontstaan van zionisme verhuizen joden van over de hele wereld naar Israël. In 2017 woonden er 148.700 Ethiopische joden, van wie 61.700 in het land zijn geboren. In de jaren 80 en 90 werden ze met grote reddingsoperaties naar Israël gehaald. Ze ontsnapten zo aan discriminatie en onderdrukking. Israël vertelt graag heldenverhalen over deze reddingsacties, met als kers op de taart een nieuwe actiefilm op Netflix. Wat die verhalen meestal niet vermelden is hoe de Ethiopiërs vervolgens amper in de samenleving werden opgenomen, maar wel dienstplichtig waren.

Als enige joden met een zwarte huidskleur kregen ze van begin af aan te maken met racisme. Volgens veel van hen vervingen Israëlische ambtenaren de Amhaarse 1namen van hun kinderen zonder overleg door Hebreeuwse namen. Talloze schandalen volgden waaronder segregatie op scholen, oneerlijke huisvesting, gebrekkige gezondheidszorg en discriminatie op de arbeidsmarkt. Nog steeds zijn Ethiopische Israëliërs de armste joden van het land.

De laatste druppel

De afgelopen 22 jaar schoot de politie elf zwarte Israëliërs dood. Vooralsnog leidde dat tot geen enkele vervolging. Deze zomer doodde een agent in burger de ongewapende tiener Solomon Teka. De agent spreekt van een mislukt waarschuwingsschot, maar voor Ethiopische Israëliërs was het de laatste druppel. De rellen die volgden waren bloederig en kregen veel media-aandacht. “De aandacht is inmiddels afgenomen, maar een groot deel van de gemeenschap strijdt nog dagelijks voor verandering”, zegt Zemru.
Elke donderdagavond protesteren Israëlische Ethiopiërs bij de poort van een politiebureau in Haifa. Eden Zemru probeert auto’s tegen te houden maar wordt genegeerd.Beeld: Tammy van Nerum

Ik heb drie zoons en vrees voor hun leven. Niet door de oorlog, maar door onze eigen politie

Zelf rent Zemru al maanden van protest naar protest en geeft ze voorlichting over racisme op scholen en kibboetsen. De jonge twintiger werkt als bijscholingslerares, maar het activisme neemt tegenwoordig het grootste deel van haar tijd in beslag. In een korte pauze leunt ze tegen een boom, haar mededemonstranten blijven koppig elke agent aanspreken. “We staan hier allemaal om dezelfde reden: angst voor wat er met onze familieleden zou kunnen gebeuren. Voor mij is het mijn kleine broertje. Zijn dienstplicht zit er bijna op en ik weet: zodra hij zijn uniform uittrekt is hij een doelwit voor de politie.”

Mismoedig kijkt ze naar de grote poort voor zich, hoge muren met prikkeldraad. “Als zwarte jongen loop je het grootste risico.” Een vrouw met gebloemde sjaal om haar hoofd knikt instemmend. “Ik heb drie zoons en vrees voor hun leven. Niet door de oorlog, maar door onze eigen politie.”

Het laatste schandaal: een kleuterschool met aparte ingang voor zwarte kinderen

Zemru groeide op in de bergstad Karmiël, in het noorden van Israël. Ze staat op het binnenplaatsje voor haar ouderlijk huis in een sober appartementencomplex. “Mijn ouders werden hier weggestopt, ver weg van alles en zonder auto. In een buurt met alleen maar nieuwkomers, voornamelijk van Ethiopische afkomst. Dat maakte integreren lastig. Van wie moesten ze Hebreeuws leren?” Het grote gezin deelde een driekamerappartement. “We moesten dankbaar zijn, omdat we zogenaamd uit rieten hutjes in de rimboe kwamen en toch niets gewend waren.”
Eden Zemru in haar ouderlijk huis in een van de slechtere wijken van Karmiël. In de wijk wonen vrijwel alleen Israëliërs met een Ethiopische en Russische afkomst.Beeld: Tammy van Nerum
“Op mijn vijftiende realiseerde ik me pas hoe anders ik werd behandeld dan mijn witte landgenoten. Agenten begonnen me om de haverklap aan te houden. Zonder aanleiding moest ik me identificeren en mijn zakken legen.”

Het is een paar dagen later als Zemru opgewonden appjes stuurt: ‘Heb je het nieuws gezien?!’ Een kleuterschool is in opspraak. Die zou een aparte ingang hebben voor zwarte kinderen. Zemru is kwaad, maar amper verbaasd. Vergelijkbare incidenten gaan terug tot in de jaren 90, toen uitlekte dat Ethiopische Israëliërs werden buitengesloten bij bloedbanken. De nationale bloedbank bleek hun bloed na donatie consequent te vernietigen uit angst voor hiv. Begin 2013 gaf de Israëlische regering toe vrouwen van Ethiopische afkomst buiten hun weten om te hebben gesteriliseerd, na dat jaren te hebben ontkend.

Ondanks alles hou ik van Israël

“Ondanks alles hou ik van Israël”, zegt Zemru dezelfde avond. Ze is onderweg naar een protest in Tel Aviv. Gitaartas op de rug, want ze komt rechtstreeks uit de muziekles. “Ik zou naar het buitenland kunnen verhuizen, maar dat wil ik niet. Dit is mijn land. Ik heb mijn dienstplicht achter de rug en heb net zoveel recht om hier te zijn als iedere andere Israëliër.”

Voor de woning van de minister van Justitie staan een stuk of twintig demonstranten op haar te wachten. Verderop leunen minstens evenveel agenten verveeld tegen hun dienstwagens. Sinds de dood van Solomon Teka komen er dagelijks activisten protesteren voor het appartementencomplex van de minister. In de meeste andere grote steden zijn ook nog steeds dagelijks protesten voor de woningen van invloedrijke figuren.

Dagelijks komen activisten bij elkaar voor het appartementencomplex van de minister van Justitie. Ze schreeuwen leuzen en roepen de namen van de doodgeschoten jongens.Beeld: Tammy van Nerum

Een veelkoppig monster

“Het is rustig vandaag, veel activisten hebben vorige week een straatverbod gekregen”, zegt Zemru. Dan zet ze haar handen aan haar mond en schreeuwt ze alsof haar leven ervan afhangt. “Gerechtigheid voor onze broers!” schalt het tegen de hoge gebouwen. De demonstranten herhalen het in koor.

Een van hen, Mevkat Mashashu (32), is duidelijk kwaad. Hij schreeuwt uit volle borst mee. “Ik ben ooit op de terugweg van een feestje zomaar in elkaar geslagen door drie agenten.” Andere activisten komen bij hem staan en vertellen vergelijkbare verhalen. Sommige gaan over de politie, andere over buurmannen, uitsmijters of leraren. “Het is alsof je tegen een veelkoppig monster vecht”, zucht Zemru.

De eerste rellen in juli verliepen bloederig. Vlak na Teka’s dood gingen Ethiopische Israëliërs massaal de straat op. Ze blokkeerden snelwegen, staken auto’s in brand en vochten met de politie. Tientallen agenten raakten gewond. Volgens Zemru blies de media het verhaal op en ging het maar om een kleine groep gewelddadige activisten. “Het waren tieners met zoveel opgebouwde frustraties dat ze zijn ontploft.”

Sinds de rellen wordt racisme steeds vaker besproken in de Knesset, het Israëlische parlement, maar voor de demonstranten in Tel Aviv is dat nog lang niet genoeg. “We zullen doorgaan tot we hetzelfde worden behandeld als iedere andere Israëliër.”

Ik hoop dat andere Israëliërs zich realiseren dat het geen hobby van ons is. We doen dit uit pure noodzaak

Activisten schreeuwen leuzen naar de woning van de minister van Justitie en roepen de namen van de doodgeschoten jongensBeeld: Tammy van Nerum
Na het protest ploft Zemru voldaan op een bankje. Ze kijkt uit op een kunstwerk van planten en lichtbakken. “Zoiets zou je nooit in de Ethiopische wijken zien. Hier wonen alleen ministers en andere rijken met macht, daarom is het ook zo’n goede plek voor protest. Als iemand in dit land iets kan veranderen, zijn zij het.”

Ze werpt een felle blik op de appartementen tegenover haar, alsof ze haar daarbinnen kunnen horen, en trekt haar gitaartas dichter tegen zich aan. “Ik zit hier niet voor mijn lol. Het is half twaalf, als ik straks thuiskom ga ik geen muziek meer maken. Ik ben kapot en mijn stem is schor van het schreeuwen. Ik hoop dat andere Israëliërs zich realiseren dat het geen hobby van ons is. We doen dit uit pure noodzaak.”

Dan vist ze haar mobiel uit haar tas om een vriendin, die bij een soortgelijk protest was, te bellen. “Checken of ze niet is gearresteerd.” Pas als ze is gerustgesteld, vervolgt Zemru haar verhaal. “We worden constant opgepakt, maar het leidt meestal tot niets. We hebben het recht om te protesteren, dat weet de politie best. Ze proberen ons gewoon uit te putten.” In het felle licht van de lantaarnpaal valt de vermoeidheid in haar gezicht pas op.

Ze wrijft in haar ogen en even lijkt de politie haar zin te krijgen, maar dan krijgt ze haar vastberaden blik terug, alsof iets groters het van haar overneemt, en zegt ze: “Ik voel verantwoordelijkheid om te doen wat mijn ouders niet konden. Zij spraken destijds de taal niet en waren misschien ook wel te beleefd. Wij zijn beter tegen het racisme opgewassen. De tijd van vragen om acceptatie in ons eigen land is eindelijk voorbij. We eisen het.”

Deze Palestijnse Nederlander klaagt Israëlische generaals aan

Deportatieplan Israël stimuleert mensenhandel

  1. Het Amhaars is de officiële voertaal van Ethiopië. Van zo’n 27 miljoen mensen is het de moedertaal. ↩︎

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,00 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,00 / maand
Heb je een waardebon? Klik hier om je code in te vullen

Factuurgegevens

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons