Beeld: Ashley Röttjers
Opinie

‘Dodenherdenking was een kans om straf en schuld te vergeten’

4 en 5 mei zouden behalve een erkenning van onze geschiedenis, ook een oefening in verbeelding moeten zijn, zegt Simon(e) van Saarloos. ‘Jammer dat we de Nationale Dodenherdenking niet hebben aangegrepen om ons een werkelijk geweldloze wereld voor te stellen.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Het ongewisse krijgt te weinig plek in Nederlandse herdenkingsrituelen. We kiezen statische vormen – standbeelden, stenen monumenten, vaste data, elk jaar dezelfde choreografie – om een chaotische werkelijkheid te eren. In mijn boekje Herdenken herdacht vraag ik me af of zulke vormen ons wel voldoende oefenen voor een onbegrijpelijk heden en een onbekende toekomst.

Dit jaar vieren we vijfenzeventig jaar Bevrijding. De feesten en bijeenkomsten zijn grotendeels afgelast of aangepast. De Dodenherdenking op de Dam ging door, maar zonder publiek. Het Koninklijk echtpaar legde een krans en media deden verslag. De officiële dans was extra zichtbaar zonder mensen op de Dam. De twee minuten stilte voelden anders aan. Het was al stil in de stad. De stilte van afwezigheid was niet dezelfde als de bewuste stilte die door honderden mensen wordt gecreëerd.

Grote bedrijven ontvangen overheidssteun, terwijl de werkende klasse doorbuffelt

Anders is niet erg. Wel is het jammer dat de huidige situatie niet werd aangegrepen om een heel ander ritueel te proberen. Ik heb niets tegen de huidige Dodenherdenking en rituelen rond 4 en 5 mei, maar ik zou graag zien dat we dit soort onderbrekingen door Covid-19 aangrijpen om een wezenlijke verandering van ‘normaal’ te onderzoeken. In plaats van anders te omarmen, wordt er zoveel mogelijk aan normaal vastgeklampt. Normaal betekent op dit moment helaas ook dat bestaande ongelijkheden worden voortgezet en verdiept.

Grote bedrijven zoals KLM en Booking.com vragen overheidssteun, terwijl de werkende klasse doorbuffelt. De kunst- en cultuursector valt nog verder om, sekswerkers mogen hun ‘contactberoep’ niet uitvoeren maar komen zelden in aanmerking voor financiële steun, hotels staan liever leeg dan dat ze als huisvesting dienen, vluchtelingen worden nog altijd aan de grens geweigerd en de politie deelt boetes uit terwijl mensen nauwelijks in staat zijn om de huur te betalen. Normaal is misschien niet zo normaal.

Non-violence vs. nonviolence

Activisten maken een onderscheid tussen non-violence en nonviolence. Non-violence verwijst naar de afwezigheid van geweld, terwijl nonviolence om een actieve handeling vraagt tegen geweld. In plaats van je aan geweld te onttrekken of het als andermans probleem te zien, verbind je je aan conflict, je gaat er juist op af. Non-violence gaat over wat je laat, nonviolence over wat je wel doet in respons op geweld en onrechtvaardigheid. Actief geweldloos handelen is niet zonder agressie of woede.

De individualistische ideologie die ons leven beheerst, moet worden ontwricht

Individualisme blokkeert ons vermogen om geweldloos te handelen en een geweldloze wereld te verbeelden. Het leert ons dat het mogelijk is om onszelf los te denken van anderen, terwijl wij altijd bestaan in relatie tot mensen en andersoortig leven. Als je iemand iets aandoet, raak je nooit maar één persoon. Er zijn altijd meerdere mensen bij betrokken – van de arts die de wond hecht tot de ouder die zich zorgen maakt. En wie zichzelf niet als een af te scheiden individu beschouwt, maar als onderdeel van een interactief geheel, doet ook zichzelf pijn in de aanval op een ander.

Het nastreven van nonviolence is dus zeer ingrijpend: de individualistische ideologie die ons leven beheerst, moet daarvoor worden ontwricht. Je kunt niet langer steunen op de bekende structuren die veiligheid zouden garanderen.

Wie nonviolence praktiseert en een opstootje ziet, belt geen 112. Wie nonviolence praktiseert en als homostel wordt uitgescholden, belt niet naar Roze in Blauw. Want de politie keert zich niet tegen geweld. De politie gebruikt intimidatie en (de dreiging van) geweld om één standaard van goed gedrag af te dwingen. Wie zich daar niet aan houdt, wordt uit het collectief verstoten.

Het einde van de gevangenis

Bij de filosofie van nonviolence hoort ook het afschaffen van gevangenissen. In de VS is dit bekend als Prison Abolition, onder meer dankzij activist en professor Angela Davis. In de VS worden almaar nieuwe gevangenissen gebouwd en gevuld. In Nederland staan gevangenissen soms ten dele leeg. We richten ons doorgaans op preventie, toezicht en het beperken van vrijheid door middel van een enkelband of psychiatrische supervisie.

Deze maatregelen worden evengoed als een individuele straf opgelegd. Zo’n straf wordt als rechtvaardig gezien: wie leed veroorzaakt, moet daarvoor boeten. De nonviolence aanpak richt zich echter niet op vergelding, maar op zorg en heling. En omdat een persoon nooit losstaat van de omgeving en gemeenschap, verdienen alle betrokkenen heling.

De nonviolence aanpak richt zich niet op vergelding, maar op zorg en heling

Waarom denk ik bij 75 jaar Bevrijding aan nonviolence en de afschaffing van gevangenissen? Omdat ik met het werk van activisten zoals Angela Davis terug wil naar de jaren ná de Tweede Wereldoorlog. We kunnen discussiëren over de vorming van de militaire staat Israël, het ontstaan van de EU, het Marshall-plan uit de VS en over de luie dekolonisatie die Europa inzette, maar ik wil me nu richten op de juridische vervolging van oorlogsmisdadigers.

We spreken van rechtvaardigheid wanneer er een dader is aangewezen, opgepakt en veroordeeld. Ook in het geval van meerdere daders krijgt ieder een individueel proces. Er is pijn, onvrede en verdriet over de nazi’s en collaborateurs die vrijuit gingen na de oorlog, die zich vermomden en elders een nieuw leven begonnen. Een nieuwe woonplaats, een nieuwe naam, publiek een andere moraal. Die onvrede is begrijpelijk. Woede en verdriet en pijn over onrecht zijn eigenlijk altijd begrijpelijk en verdienen een centrale plek in onze maatschappij – juist meer dan nu het geval is. Maar met welke middelen we die woede stillen, verdient discussie.

De banaliteit van het kwaad

Vanwege mijn studie filosofie ben ik zelf het best bekend met het proces tegen Adolf Eichmann, zoals beschreven door filosoof Hannah Arendt in Eichmann in Jeruzalem, beter bekend vanwege de ondertitel: De banaliteit van het kwaad. Arendt deed verslag van de rechtszaak, die pas in 1961 plaatsvond omdat Eichmann zich had schuilgehouden in Argentinië.

Eichmann werd ter dood veroordeeld. Normaal gesproken was Arendt geen voorstander van de doodstraf, maar nu vond ze het passend. Eichmann was eigenlijk al doods. Het ontbrak hem, stelde Arendt, aan het menselijk vermogen om te fantaseren. Eichmann verdedigde zich door te zeggen dat hij niet anders kon, hij deed gewoon zijn werk. Hij kon geen ‘nee’ of weigering uiten, omdat hij zich niets anders kon indenken dan een voortzetting van de huidige zaken.

Voor de vele slachtoffers die de zaak volgden, was het erg pijnlijk dat Eichmann geen verantwoordelijkheid nam voor zijn daden. Misschien was het voor de persoon Eichmann nooit mogelijk geweest om berouw te tonen, maar in de Prison Abolition-beweging wordt voorgesteld om de directe link tussen schuld en straf te doorbreken. In het huidige bestel is een schuldbekentenis vrijwel altijd gekoppeld aan straf.

Berouw en verantwoordelijkheid zijn makkelijker op te pakken als deze niet aan straf gekoppeld zijn

Als rechtsspraak zich meer op zorg en heling richt dan op straf en vergelding, ontstaat er veel meer ruimte voor daders om schuld te bekennen, stelt activist Mariame Kaba bijvoorbeeld. Berouw en verantwoordelijkheid zijn makkelijker op te pakken als deze niet aan straf gekoppeld zijn. Dat is ook in het belang van slachtoffers: zij willen vaak vooral dat hun pijn wordt erkend, en ze hopen herhaling te voorkomen.

Waar ons huidige rechtssysteem bescherming belooft door de dader buiten de maatschappij te plaatsen, gaan nonviolence-activisten ervan uit dat het collectief niet te breken is. In plaats van te worden buitengesloten, blijf je opgenomen in het collectief – je spreekt verplichtingen en verantwoordelijkheden uit naar de mensen om je heen, inclusief de slachtoffers. Je wordt niet aangespoord door meldingsplicht of de dreiging van autoriteiten, maar door de aanwezigheid van gemeenschap.

Een oefening in verbeelding

Vanwege Covid-19 worden er wereldwijd gevangenen vrijgelaten. Dat is een heel logische beslissing: de meeste mensen die in de gevangenis zitten, komen sowieso weer vrij. Vaak binnen een aantal weken of maanden, soms jaren. Het vrijlaten van gevangenen is dus niet zo radicaal anders dan normaal. Wat radicaal anders zou zijn, is als we maatschappijbreed zouden erkennen dat gevangenissen, politiebewaking, boetes, digitale controle en een individuele benadering van rechtvaardigheid geen bescherming bieden, maar kwaad veroorzaken.

Herdenken is behalve een erkenning van pijnlijke feiten en verhalen, ook een oefening in verbeelding: we stellen ons iets voor wat niet in het heden plaatsvindt. Hoe zouden we ons nu een nieuw begin voorstellen? Hadden we de staat Israël willen stichten, hadden we niet een ander idee van veiligheid willen bieden? Hadden we dekolonisatie zonder herstelbetaling en herverdeling rechtvaardig gevonden? Zouden we oorlogsmisdadigers weer isoleren of zouden we hen meer als één van ons willen zien, wetend dat we allemaal met elkaar verbonden zijn en elkaars beslissingen en daden mede (on)mogelijk maken?

Bevrijding is niet hetzelfde als vrij

Vijfenzeventig jaar later is er misschien ruimte voor de verbeeldingskracht die Eichmann zo miste, en om te erkennen dat het einde van de oorlog niet genoeg was. Dat wederopbouw niet genoeg was. Dat we de bouw van een geheel andere wereld hadden kunnen ambiëren. Dat bevrijding niet hetzelfde is als vrij.

Dit essay is geschreven op uitnodiging van het Amsterdams 4 & 5 mei comité.

We leven in onzekere tijden door het coronavirus. Er is behoefte aan betrouwbare informatie én verdieping. We hopen dat je dit bij ons vindt en wil bijdragen aan onze onafhankelijke journalistiek.

Dit kan je doen door te doneren of je te abonneren op ons magazine. Alvast bedankt!

‘Voor wie leg je wél een krans en voor wie niet?’

Van wie is de dodenherdenking?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons