Een liefdesverhaaltje uit Afghanistan

19-10-2015 Bron: OneWorld
Sardar met het groene notitieboekje, zijn telefoon en een ijsje uit de supermarkt van Shoora
Foto: Lotte van Elp
Column – 

Mijn vertaler is een Afghaanse millenial in spijkerbroek. Sardar wil net zoals zijn ouders een ‘liefdesbruiloft’ en niet worden uitgehuwelijkt. Hij twijfelt of dat wel gaat lukken, want vier jaar geleden brak zijn hart. Een nichtje, de liefde van Sardar’s leven, besloot met iemand anders te trouwen: “Kan ik ooit weer zoveel van iemand houden?’. Je kunt in Afghanistan wel klaar zijn voor de liefde, maar romantiek laat zich hier niet zomaar vinden.

Sardar moet mee op werkbezoek naar Herat. De stad ligt dichtbij Iran en 45 minuten vliegen bij onze standplaats vandaan. Hij is er nog nooit geweest, maar de eerste indrukken vanuit de taxi stellen teleur: “Niemand draagt een spijkerbroek." Zwarte gewaden en beige salwar kameez domineren het straatbeeld. Als een sprinkhaan op het strakke t-shirt van Sardar landt, slaakt hij hoge gilletjes. Het dreigt een lange week in Herat te worden.

Dan is Sardar ook nog een tandenborstel en haargel vergeten. Zijn coupe (zijkanten opgeschoren en lang bovenop) kan niet zonder styling. En eigenlijk, besluit hij in de winkel, kan hij ook wel nieuwe deodorant gebruiken. De kassière helpt met kiezen. Van ieder geurtje sprayt ze een wolk op zijn arm. Door de walmen kan je amper nog ademhalen, maar Sardar neemt uitgebreid de tijd.

Bij het avondeten wordt een strategie bedacht. Zomaar een meisje aanspreken is hier immers geen optie

Pas als we weer buiten staan, zie ik het. Sardar is als door de bliksem geraakt. Hij lijkt verward en blij tegelijk. "Dat meisje. Zag je hoe mooi en slank handen waren? En haar gezicht, zo lief en knap?" Sardar is verliefd. Zou kassière Shoora de ware kunnen zijn?

Bij het avondeten wordt een strategie bedacht. Zomaar een meisje aanspreken is hier immers geen optie. Het rampscenario is dat ze al bezet is. Sardar vreest het ergste. Haar wenkbrauwen waren namelijk netjes geëpileerd - en dat mogen de meeste meisjes alleen als ze verloofd zijn.

Sardar pelt zwijmelend en meditatief langzaam zijn toetje, een granaatappel. Eerst wurmt hij het klokhuis eruit om vervolgens met een lepel alle pitjes eruit te kloppen. Zo voorkom je vieze vingers. “Als ik blij ben, doe ik alles heel precies”, zegt Sardar. Gelukkig maar, want voorzichtigheid is geboden. Shoora’s baas bekeek de spontane geurtest in zijn winkel met haviksogen.  

Sardar in Afghanistan

Sardar met fruit uit de supermarkt van Shoora, foto: Lotte van Elp 


In zijn coverstory voor nieuwe boodschappen speel ik domme buitenlander. “We komen niet uit Herat, en de vrouw waar ik mee werk, heeft geen zwart gewaad meegenomen.” Of Shoora misschien weet waar we die kunnen kopen. Er blijkt een winkel om de hoek te zijn, maar beide begrijpen dat de vraag ergens anders over gaat. Shoora schrijft de tweeminutenroute in het Engels en Dari op. “En wat als we het niet kunnen vinden?” vraag de slimme Sardar. Gasten kun je niet laten dwalen door een vreemde stad. En zo loopt een dolgelukkige Sardar de winkel uit met het telefoonnummer van het mooiste meisje van Herat.

Een ongekende SMS-marathon begint die middag. Eerst over koetjes en kalfjes, maar Sardar moet ter zake komen. Als Shoora al verloofd is moet hij, met gevaar voor eigen leven, het contact snel verbreken. Shoora blijkt een eerdere verloving te hebben verbroken. Dat vindt Sardar dapper: “Ik vind haar nu nog leuker.” De smsjes worden snel intiemer. “Ik heb me nog nooit zo openlijk gepraat met iemand die ik niet ken”, schrijft Shoora.

Als Shoora al verloofd is moet hij, met gevaar voor eigen leven, het contact snel verbreken

De volgende dagen wordt Sardar vaste klant. Zijn aankopen zijn een bus Pringles, Snickers, ijsje,  alcoholvrij bier met perziksmaak, nog een ijsje, shampoo en een blikje Redbull. Allemaal voor dat moment bij de kassa; een vluchtig gesprek en elkaar even in de ogen kijken. Na het tweede ijsje verstopt Shoora haar pasfoto in een kassabonnetje.

Onze laatste dag in Herat breekt aan. Voor zijn laatste bezoek moet een beter excuus worden bedacht dan de snacks. Het wordt een afscheidscadeau voor een contact van mij in Herat. “Het liefst ingepakt met veel tierlantijnen”, zeg ik erbij om nog wat extra tijd te kopen.

Sardar komt naar buiten met een gigantische porseleinen schaal en een klein groen notitieboekje. De eerste bladzijde is beschreven: “Dit is een kleine herinnering aan mij, veel te goedkoop voor onze ontmoeting. Maar ik hoop dat je me niet vergeet.” Sardar ruikt aan de groene plastic kaft: “I am the king of the world.”

Eenmaal thuis hoort Sardar niets meer van Shoora. Tot mijn verbazing is hij niet hartverscheurend verdrietig. Misschien is wachten op de liefde wel overal hetzelfde. Soms is voelen dat je het weer kan, van iemand houden, net zo belangrijk als die ene ware werkelijk vinden.

Een abonnement op OneWorld magazine voor 25 euro

Lotte van Elp

Lotte van Elp is journalist en schrijft voor ontwikkelingsorganisatie Cordaid.

Lees meer van deze auteur >

Reacties