Mijn vrienden en ik zagen de bui maanden geleden al hangen, tijdens de historische tv-toespraak van Mark Rutte op 16 maart. Het nieuwe coronavirus was nou eenmaal onder ons, luidde zijn boodschap, en zou ook niet meer weggaan. Indammen was een illusie, de schade beperken en geleidelijk werken aan het opbouwen van groepsimmuniteit de enige realistische optie. “Hoelang gaat dat duren?” vroegen mijn vrienden en ik, allemaal chronisch ziek of gehandicapt, ons af. “Moeten wij nog jaren thuis opgesloten zitten totdat de gezonde, abled mensen allemaal een keertje ziek zijn geworden?”

Het ‘beschermen van de kwetsbaren’ blijkt neer te komen op opsluiting en uitsluiting

Voor mijzelf brengt het coronavirus gelukkig niet veel nieuwe risico’s met zich mee, omdat mijn chronische ziekte noch mijn longen, noch mijn weerstand aantast. Veel van mijn vrienden hebben minder geluk: ze hebben bijvoorbeeld een gebrekkige longfunctie als gevolg van hun aangeboren beperking, of hebben een ernstige vorm van diabetes met complicaties. Hun situatie is voor veel gezonde mensen nauwelijks voor te stellen. Terwijl die ernaar uitkijken binnenkort weer op terrasjes te zitten en op vakantie te gaan, zitten mijn vrienden al maanden binnen zonder enig uitzicht op verbetering – en met hen honderdduizenden andere mensen uit de zogeheten ‘risicogroepen’.

Sluipend is er de afgelopen maanden een tweedeling ontstaan. In de meerderheid zijn de jonge, gezonde mensen voor wie de samenleving langzaam maar zeker weer opengaat. Oudere, zieke en gehandicapte mensen moeten voor onbepaalde tijd thuis blijven. Het líjkt misschien alsof het kabinet op deze manier rekening houdt met mensen die meer risico lopen: er wordt immers gesproken over het ‘beschermen van de kwetsbaren’. In de praktijk blijkt die bescherming neer te komen op opsluiting en uitsluiting. Dat is allesbehalve natuurlijk, maar een bewuste, politieke keuze. Het ‘muurtje om de kwetsbaren’ blijkt letterlijk op de muren van hun huis te slaan. Op die manier marginaliseer je deze groep alleen nog maar verder. Niet mijn definitie van beschermen.

Een eerlijker alternatief

Natuurlijk: een pandemie ís nou eenmaal heel vervelend, daar kan Rutte ook niets aan doen, en laat de experts het vooral oplossen zonder dat wij ons met elk detail bemoeien. Ja: het ís ook een ramp, een crisis. En nee: niet iedereen is epidemioloog. Maar rampen vergroten de ongelijkheid niet, dat doen mensen. Het komt niet door het virus zélf dat zieke en gehandicapte mensen nog verder worden buitengesloten, maar door de politieke keuzes die het kabinet maakt. Wetenschappelijke informatie over een crisis leidt bovendien niet vanzelf tot een pasklaar beleid: het zijn nog altijd de politici die de kennis moeten duiden en prioriteiten moeten stellen.

Het doel van containment is een situatie waarin het ook voor kwetsbare mensen veilig is om het huis te verlaten

Over de grens zien we een eerlijker, democratischer alternatief voor de gecontroleerde verspreiding waar de Nederlandse regering op inzet. Het is de strategie van landen als Zuid-Korea, Japan en Australië, maar ook van ons buurland Duitsland: de strategie van containment. In Nederland pleit onder andere actiegroep Containment Nu voor deze strategie, waarin éérst wordt ingezet op het zoveel mogelijk indammen van het virus en pas daarná op het versoepelen van maatregelen. Vlamt het virus toch weer ergens op, dan wordt het brandje zo snel mogelijk geblust door middel van bron- en contactonderzoek en een striktere vorm van quarantaine dan in Nederland nu gangbaar is.

Toegegeven: het is niet per se de eenvoudigste strategie. Zo duurt het in de containmentstrategie waarschijnlijk langer voordat de eerste lockdownmaatregelen versoepeld kunnen worden, en moet het beleid rondom testen en traceren pico bello in orde zijn. Maar het is wel de eerlijkste strategie, waarin we op een later moment, maar wel sámen uit de lockdown komen. Het doel van containment is immers om tot een situatie te komen waarin het voor iederéén veilig is om het huis te verlaten en mee te doen – dus ook voor mensen uit de risicogroepen.

Bescherming of uitsluiting?

Als ik mijn vrienden vraag hoe het met hen gaat, maar dan écht, zeggen ze dat ze het volhouden zolang ze maar niet aan de toekomst denken. Dat ze meerdere paniekaanvallen per dag hebben, of steeds weer moeten huilen. Dat ze meer pijn hebben omdat hun fysiotherapeut hen niet kan masseren. Dat ze hun werk zo missen, zich te pletter vervelen. Ze zijn bang, zeker degenen die nog steeds zorgmedewerkers zonder mondkapjes over de vloer krijgen, of die een partner hebben met een ‘vitaal’ beroep. Toch gaat het nauwelijks over hen, in de media en in de politiek. In elk geval niet op een manier waar ze wat aan hebben.

In de persconferenties wordt namelijk in alle talen gezwegen over wat de nieuwe maatregelen voor de mensen in risicogroepen betekenen. De ministers gaan in detail op de maatregelen en de versoepelingen voor de jongen en gezonden omdat, aldus Mark Rutte op 19 mei, ‘details belangrijk zijn voor iedereen die het betreft’. Uitgebreid komt aan de orde hoeveel afstand zij buiten moeten houden, met hoeveel mensen tegelijkertijd zij mogen afspreken, welke sporten zij mogen uitoefenen.

Het lijstje met maatregelen voor ‘kwetsbare’ mensen is een stuk korter – binnen blijven, liefst geen bezoek – maar wordt in de persconferenties niet besproken. Kennelijk denkt het kabinet dat details er voor hen niet toe doen. Dat jonge en gezonde mensen in de huidige strategie worden bevoorrecht, merk je dan ook pas als je zelf tot de risicogroep behoort of als je, zoals ik, omringd wordt door mensen voor wie dat geldt.

‘Aan de knoppen draaien’

Na 16 maart heeft het kabinet gelukkig niet meer over groepsimmuniteit gerept, maar het mikt nog steeds op ‘gecontroleerde verspreiding’. Deze strategie richt zich niet op het zo snel en zoveel mogelijk indammen van het virus, maar op een balans tussen de volksgezondheid enerzijds en ‘maatschappelijke en economische belangen’ anderzijds. 1 Oftewel: de verspreiding van het virus moet wel afnemen, maar de economie mag er niet te veel onder lijden en ‘de maatschappij’ – lees: jonge en gezonde mensen – mag er niet te veel last van hebben.

‘De maatschappij’ – lees: jonge en gezonde mensen – mag niet te veel last hebben van de maatregelen

Dat is te zien aan de keuzes van het kabinet: lockdownmaatregelen worden al versoepeld vóórdat iedereen met klachten toegang heeft tot een test, en het bron- en contactonderzoek goed en wel op gang is gekomen. Er wordt gesproken over een ‘dashboard’ en over ‘aan de knoppen draaien’: als het virus zich een tijdje goed laat beheersen mogen de jongen en gezonden wat meer, als de IC’s weer vol komen te liggen met doodzieke mensen mogen ze weer even wat minder. Dat de ouderen, de chronisch zieken en de gehandicapten ondertussen al die tijd bijna níets mogen, daar wordt met geen woord over gerept.

De vraag van 17 miljoen

De coronacrisis heeft een vergrootglas gelegd op bestaande verschillen en machtsongelijkheden. Denk aan de sekswerkers die geen financiële compensatie krijgen en daardoor in geldnood komen, aan mensen met een migratieachtergrond die bovengemiddeld vaak aan Covid-19 overlijden, en aan al die mensen die hun tijdelijke banen of nulurencontracten massaal kwijtraakten. De tweedeling in de samenleving die het kabinet nastreeft maakt ook de discriminatie van ouderen en van chronisch zieke en gehandicapte mensen zichtbaarder.

De vraag die we elkaar dan ook moeten stellen is: blijven we een beleid steunen dat gebaseerd is op discriminatie en uitsluiting? Kiezen we voor een situatie waarin het virus zich nog steeds (‘gecontroleerd’) mag verspreiden, en er mensen doodziek op de IC’s zullen blijven belanden zolang die IC’s het nog aankunnen? Of geven we écht om de mensen die we zeggen te beschermen en kiezen we ervoor om de straat, de winkels, de fysiotherapeuten, de kappers, de zwembaden voor iederéén zo veilig en toegankelijk mogelijk te maken? In een echte democratie is maar één antwoord mogelijk: we zorgen dat iederéén erbij kan horen.

Met dank aan een aantal meelezers: epidemioloog en wetenschapsjournalist Jop de Vrieze en ervaringsdeskundigen en/of disability activisten Mira Thompson, Tim Kroesbergen, Caroll Sastro, Hazar Chaouni en Eline Pollaert.

We leven in onzekere tijden door het coronavirus. Er is behoefte aan betrouwbare informatie én verdieping. We hopen dat je dit bij ons vindt en wil bijdragen aan onze onafhankelijke journalistiek.

Dit kan je doen door te doneren of je te abonneren op ons magazine. Alvast bedankt!

A man walks a past a begger

Niet corona, maar ongelijkheid doodt de meeste mensen

'Het is tijd voor een eerlijker zorgsysteem.'

tim-mossholder-zs-PAgqgenQ-unsplash

Hoe help ik ook na corona mensen die gedwongen thuis zitten?

Kijk op afstand dezelfde film. Stuur geschreven kaartjes.

  1. Bijvoorbeeld zoals verwoord door Sjaak de Gouw, directeur van GGD Hollands Midden en portefeuillehouder infectieziektebestrijding GGD GHOR Nederland, tijdens de technische briefing in de Tweede Kamer van 20 mei: “[D]at in Nederland een afweging wordt gemaakt tussen maatschappelijke en economische belangen enerzijds, en de maatschappelijke noodzaak om een aantal maatschappelijke maatregelen te versoepelen, en aan de andere kant de volksgezondheidsaspecten en de ankerpunten zoals die door minister de Jonge zijn genoemd.” ↩︎