De Nederlandse berichtgeving over Afghanistan werd de afgelopen tijd gedomineerd door drie onderwerpen: de mislukte Amerikaanse invasie, de opmars van de Taliban en de evacuaties van de Afghanen die Nederlanders hielpen tijdens de missies. De focus in de berichtgeving werd bepaald door witte, westerse politici, militairen Afghanistan-kenners en medewerkers van ngo’s. Hiermee lieten Nederlandse media de deskundigheid van een grote, cruciale groep links liggen: de Afghanen zelf.

Zij kwamen de laatste tijd slechts aan bod wanneer er ruimte was voor emoties: hoe voelen Afghanen in Nederland zich nu de Taliban de macht hebben overgenomen? Hebben ze familie in het land en hoe gaat het met ze? Niet één keer zag ik een Afghaan als deskundige om de situatie vanuit een politieke of militaire context te duiden. Het gevolg is dat onjuiste beeldvorming in stand wordt gehouden, en dat de mensen die wel aan het woord komen misinformatie verspreiden.

Misinformatie

Zelfs voor wie de geschiedenis en cultuur van het land kent, is Afghanistan een complex land om over te berichten, laat staan als je er niet bent opgegroeid. De Afghaanse stammencultuur begrijpen, vergt bijvoorbeeld een jarenlange studie. Toch proberen veel Nederlandse journalisten die slechts korte tijd in Afghanistan doorbrachten die cultuur te doorgronden. Velen gaan er nog steeds de mist mee in.

Zo beweerde Volkskrant-correspondent Rob Vreeken eind vorige maand dat het Taliban-netwerk dat zich de Haqqani-groep noemt, tot de Ghilzai stam zou behoren, iets wat ook elders in Westerse media en door allerlei onderzoekinstituten wordt beweerd. In werkelijkheid behoort de Haqqani-groep tot de Karlani Pashtuns, die hun roots in Pakistan hebben.

Woorden als ‘de woeste volkeren temmen’ en ‘al die mannen met baarden’ getuigen van een etnocentrische blik op Afghanistan

In De Gelderlander schreef Mark van Assen eind vorige maand een artikel over het verzet in de Panjshirvallei, die eerder deze week als laatste Afghaanse regio in handen viel van de Taliban. Neutraal blijkt het artikel geenszins. Woorden als ‘de woeste volkeren temmen’ en ‘al die mannen met baarden’ getuigen van een etnocentrische blik op Afghanistan. Van Assens artikel is vooral een verheerlijking van Ahmad Shah Massoud, een oud-commandant van de mujaheddin (‘strijders van het geloof’), aan wiens handen het bloed van duizenden Afghanen kleeft.

Massoud voerde in de jaren 80 een strijd tegen de Sovjet-Unie in de naam van de islam. In een beroemd artikel in 1992 voor The Wall Street Journal (The Afghan Who Won the Cold War) schetst de Amerikaanse journalist en auteur Robert D. Kaplan een beeld van Massoud als revolutionair en genie, en vergelijkt hij hem met Che Guevara, Ho Chi Minh en de Joegoslavische maarschalk Tito. Sindsdien vervallen vele westerse journalisten in deze retoriek.

Tijdens de burgeroorlog die woedde tussen 1992 en 1994 voerde Massoud vele raketaanvallen uit op Kabul. Parallel aan deze aanvallen begingen zijn soldaten op de grond gruweldaden; moord, verkrachtingen en ontvoeringen waren aan de orde van de dag. Samen met Abdul Rasul Sayyaf, een andere mujaheddin-commandant, werden Hazara’s, een minderheidsgroep, in februari 1993 massaal afgeslacht. Human Rights Watch onderzocht de gruweldaden en publiceerde de uitkomsten in 2005 in een 133 pagina’s dik onderzoek.

Een imperialistische bril

De aandacht voor Afghanistan is afhankelijk van de belangen van het Westen in het land. Sinds 2010 – het jaar waarin de Task Force Uruzgan werd beëindigd, en daarmee de Nederlandse militaire interventie – kwam Afghanistan steeds minder in de media. Journalisten die als correspondenten in Afghanistan gestationeerd waren, gingen zich verdiepen in andere onderwerpen. Maar nu het land weer volop in de aandacht staat, komen bekende namen, zoals correspondenten Bette Dam en Rob Vreeken, de ontwikkelingen weer duiden. En hoewel deze twee hun sporen in de journalistiek dubbel en dwars hebben verdiend, dragen ook zij bij aan verkeerde beeldvorming.

Zo schreef Dam recent nog een artikel voor De Groene Amsterdammer waarin ze betoogt dat de westerse beeldvorming van Afghanistan vooral bepaald wordt door generaals, politici en diplomaten, en zelden door de Afghanen zelf. Ze vertelt hoe hartelijk ze is ontvangen door Afghanen en hoe behulpzaam ze zijn. Maar in hetzelfde artikel vertelt ze ook hoe nieuwe machthebbers valse informatie verstrekten aan de Amerikanen om hun onderlinge disputen te beslechten of om voordeel te behalen. Een artikel dat bedoeld was als een ode aan de Afghanen, bevestigt eerder het beeld van Afghanen als opportunisten die altijd met elkaar in de clinch liggen. Een beeld van het Afghaanse volk dat de media toch al vaak door schetsen.

Om Afghanistan en de cultuur te begrijpen is het cruciaal om Afghaanse deskundigen aan het woord te laten

Het westerse idee van ‘de woeste Afghanen’ als een verdeeld volk dat het nergens over eens kan worden, is gevormd door een imperialistische kijk die stamt uit het koloniale tijdperk, toen de Britten India koloniseerden en Afghanistan veroverden uit angst voor het Russische Rijk, dat in het zuiden steeds meer terrein won. Toen de Britten beseften dat de Afghanen zich niet makkelijk gewonnen gaven, begonnen zij met een verdeel-en-heerstactiek. Afghaanse bevolkingsgroepen, zoals Hazara’s en Pashtuns, werden tegen elkaar opgezet tot zij elkaar gingen bevechten.

Afghanistan door Afghaanse ogen

Voor het begrijpen van Afghanistan en de cultuur is het cruciaal om Afghaanse deskundigen aan het woord te laten. Het is immers een journalistieke plicht om verhalen vanuit andere invalshoeken te benaderen, verschillende bronnen te raadplegen, feiten te checken en te dubbelchecken, maar vooral: je kritisch op te stellen

In de berichtgeving van de afgelopen tijd valt één ding op; deskundigen, politici en militaire kopstukken zijn het met elkaar eens over de mislukking van de Amerikaanse invasie. Over de Nederlandse missie zijn ze echter opvallend positief. Eerder dit jaar stelde generaal in ruste Peter van Uhm ‘dat Nederland daar niet voor niets is geweest’. Hetzelfde zei demissionair minister van Defensie Ank Bijleveld (CDA) vorige maand in een interview met RTL Nieuws. Zij is van mening dat de Afghanen ‘het nu zelf moeten doen’ en dat de internationale gemeenschap heeft laten zien dat ‘het ook anders kan’.

Deze beweringen missen een tegengeluid, vanuit zowel Nederlands als Afghaans perspectief. Het Nederlandse tegengeluid zou zijn dat wij daar niet als enige trainingsmissies verzorgden. Verschillende landen trainden het veiligheidsapparaat, net als enkele VN-organisaties. Waarom zouden nu juist de Nederlandse trainingen meerwaarde hebben gehad ten opzichte van de andere? Het Afghaans tegengeluid zou de vraag zijn of deze trainingen binnen de culturele context van het land pasten. Wat hebben Afghaanse politiemensen daadwerkelijk aan hun ‘Nederlandse’ training gehad? Beide kanten heb ik tot op heden niet belicht zien worden. Dat komt doordat de media zich te weinig kritisch hebben opgesteld.

Nederlandse journalisten zouden er goed aan doen om langer te zoeken naar Afghaanse deskundigen in plaats van steeds weer die ene talking head aan het woord te laten die toch al de media domineert. Hierdoor kan de cyclus, de witte mannen en vrouwen die nog altijd vaak vervallen in imperialistische retoriek – de Afghanen zijn woest en verdeeld! – doorbroken worden. Het wordt tijd om Afghanistan door de ogen van Afghanen te zien. Alleen dan kan misinformatie voorkomen worden.

afghanistan (1)

Ging elke oorlog in Afghanistan eigenlijk om grondstoffen?

In de bergen van Afghanistan liggen voor biljoenen dollars aan delfstoffen.

Israeli Checkpoint, Jerusalem

Wat je in Nederlandse media niet leest over Israël-Palestina

Wat een conflict genoemd wordt, is in werkelijkheid een gewelddadige bezetting.