Advertentie

Kom naar de Duurzanme Week Utrecht

De verzameling is essentieel voor de biodiversiteit en het voorkomen van voedselproblemen in de wereld, zegt Daniel Debouck, programmaleider bij het Internationaal Centrum voor Tropische Landbouw CIAT. Planten zijn essentieel voor het ecosysteem dat ons kleedt en voedt, en dat zuurstof en medicijnen levert. Maar één op de vijf planten in de wereld loopt het risico te verdwijnen.

Volgens een onlangs verschenen rapport van Royal Botanic Gardens in Kew (Groot-Brittannië), zijn de grootste bedreigingen voor ecosystemen landbouwactiviteiten zoals palmolieproductie, ontbossing voor houtproductie en de bouw van gebouwen en infrastructuur. De klimaatverandering zal naar verwachting ook het landoppervlak dat geschikt is voor voedselgewassen verminderen.

We weten niet eens wat we hebben, terwijl we wel verliezen wat we hebben

De VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) schat dat 75 procent van de diversiteit aan gewassen verdwenen is tussen 1900 en 2000. "We weten niet eens wat we hebben, terwijl we wel verliezen wat we hebben", zegt Debouck. "Waarom zouden we daar niet iets aan proberen te doen?"

Spitsbergen

Slechts dertig gewassen verschaffen 95 procent van het menselijke voedsel, zegt de FAO. De afhankelijkheid van een paar basisgewassen maakt de gevolgen des te groter, als oogsten mislukken. Botanisten nemen daarom maatregelen om belangrijke planten te beschermen. Overal in de wereld worden zaden opgeslagen. De zadenbank op Spitsbergen, in een berg bij de plaats Longyearbyen, bevat materiaal van meer dan vierduizend plantensoorten.

In de buurt van de groene suikerrietplantages bij Cali, de op twee na grootste stad van Colombia, bevindt zich in een voormalig laboratorium de zadenbank CIAT. De zadenbank bewaart enkele van de meest belangrijke voedselgewassen voor de mensheid en bevat meer dan 38.000 monsters van bonen in alle kleuren en vormen. Variëteiten die ontwikkeld zijn bij CIAT voeden 30 miljoen mensen in Afrika. Elk jaar in september gaat een zending naar Spitsbergen, om daar kopieën te bewaren.

De driehonderd medewerkers van CIAT hebben een mandaat van de Verenigde Naties om onderzoek te doen naar bonen en cassaves, basisvoedsel voor 900 miljoen mensen, en om die te distribueren in noodsituaties. Dat gebeurde bijvoorbeeld na de oorlog in Rwanda. CIAT leverde toen plantmateriaal aan boeren.

Klimaatbestendige bonen

"De zaden uit de Amerika's zijn van essentieel belang voor de voedselzekerheid in Afrika. Zonder cassaves en bonen redden de mensen het niet", zegt Debouck. De onderzoekers bewaren zaden uit de hele wereld in hun zadenbank. Tijdens een reis naar Peru in de jaren tachtig liep die zoektocht naar zaden bijna verkeerd af. De wetenschappers konden ternauwernood ontsnappen aan guerrillastrijders. "Maar we kwamen terug met driehonderd nieuwe soorten nuňa-bonen", zegt Debouck.

Nuňa-bonen kunnen bereid worden zonder te koken. Bij verhitting op een heet oppervlak, ontploffen ze net als popcorn. Dat kan praktisch zijn in gebieden waar brandstof en keukenfaciliteiten ontbreken.

Hittebestendige bonen kunnen mogelijk overleven als de temperatuur op aarde met 4 graden celsius stijgt

De zadenbank bewaart met het oog op de klimaatverandering ook bonen die goed tegen warmte kunnen. Deze hittebestendige bonen zijn ontwikkeld door op conventionele wijze te kruisen tussen moderne en oude soorten. Deze soorten kunnen essentieel zijn om te overleven in bepaalde regio's.

"De hittebestendige bonen kunnen mogelijk overleven als de temperatuur op aarde stijgt met 4 graden Celsius", zegt Steve Beebe, onderzoeker bij CIAT. "In het noorden van Oeganda, zuiden van Congo, Malawi en het oosten van Kenia worden nu geen bonen geproduceerd, omdat het er te heet is. Maar met de soorten die we nu bij CIAT hebben, kunnen we daar de bonenproductie uitbreiden."

Wilde soorten

De nieuwe soorten waren er niet geweest als de zadenbank geen wilde en verwante soorten bonen had gehad van de gewone boon. Slechts 5 procent van de wilde verwanten van de belangrijkste gewassen is goed opgeslagen in wereldzakenbanken, staat in een studie die eerder dit jaar verscheen in het online magazine Nature Plants.

Debouck zegt dat er weinig kennis bestaat over de herkomst van voedsel. "We denken dat er genoeg voedsel is, maar we zijn extreem kwetsbaar. Als er droogte uitbreekt in de Verenigde Staten en het gaat buitensporig regenen in Europa, hebben we allemaal een probleem", zegt hij.

Agronomen vormden in het verleden vaak een schakel tussen boeren en landbouwwetenschappers, maar tegenwoordig is het volgens Debouck vooral de agribusiness die boeren probeert te beïnvloeden. Deze bedrijven zijn vaak geïnteresseerd in het verkopen van bestrijdingsmiddelen.

Onderzoeker Beebe wijst erop dat bonen en andere groenten zichzelf bestuiven. Zaad hoeft daarom maar één keer verkocht te worden. "Daarom heeft de industrie er geen belang bij ze te promoten", zegt hij.

Advertentie

Lecture van Max Havelaar