Alle foto’s uit dit artikel zijn gemaakt in een van de groenste en twee van de minst groene buurten van Den Haag. Beeld: Thijs de Lange
Analyse

Hittepolitiek: arme wijk, warme wijk

De ene stadswijk krijgt het in de hittegolf veel zwaarder te verduren dan de andere. Hoe meer bomen, hoe koeler. Hoe meer beton, hoe heter. Die verdeling blijkt niet willekeurig: Veruit de meeste Haagse wijken met weinig groen bleken óók minder welgesteld.

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Stadsbewoners weten het: met de steeds warmere zomers is het zwaar in een betonnen jungle. In steden loopt het kwik hoger op dan in de directe omgeving: het zogeheten ‘hitte-eilandeffect’. Stadsbewoners zitten op warme dagen extra te zweten tussen de geasfalteerde wegen, betonnen gebouwen en betegelde voetpaden, die warmte aantrekken en naar de omgeving uitstralen, terwijl de hoogbouw elk zuchtje wind buiten houdt. Als er ook nog een tekort aan groen is, mist er een natuurlijke airco. Bomen gebruiken namelijk een deel van de zonnestraling voor een proces waarin ze water verdampen.

Op kaarten van het RIVM vormen de warme steden grote rode vlekken

Het RIVM bracht het hitte-eilandeffect in kaart. Steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Eindhoven vormen grote rode vlekken. Gemiddeld wordt het er meer dan twee graden warmer dan in omliggende, groenere plaatsen als Landsmeer, Wassenaar en Soestduinen. Zoomen we verder in, dan valt er nog iets op: binnen de toch al warmere steden worden wijken met een lagere sociaaleconomische status vaak nog nét iets heter. Dat zijn dus hitte-eilanden op hitte-eilanden.

Hoe rijker, hoe groener

Een onderzoek dat 25 steden wereldwijd onder de loep legde, concludeerde dat in ruim 70 procent van die steden het kwik hoger opliep in wijken met een lager gemiddeld inkomen dan in welgestelde wijken – van Berlijn tot Kopenhagen, en van Los Angeles tot Vancouver. In 2020 bevestigden onderzoekers aan de Wageningen Universiteit ook voor Nederland deze uitkomst. Ze legden de wijken op landelijk niveau langs de groenmeter, en de conclusie was: in de buurten met de laagste socio-economische status had slechts 28 procent van de mensen groen binnen een bereik van 250 meter, in de rijkere buurten was dat al 45 procent.

Een van de wetenschappers achter het onderzoek, senior sociaal wetenschapper Sjerp de Vries van de Wageningen Universiteit, zet ter illustratie de buurten van Den Haag van groen naar grijs. Dan blijken de 27 meest grijze buurten van de stad allemaal minder welgestelde buurten te zijn – met helemaal onderaan het Valkenboskwartier en het Transvaalkwartier-Noord met respectievelijk 4,4 en 5,6 procent groen. Pas op plek 28 van minst groene Haagse buurten, vinden we een meer welgestelde buurt.

Tekst gaat verder onder de foto.

Het Kamerlingh Onnesplein in de ‘grijze’ Haagse wijk Valkenboskwartier.Beeld: Thijs de Lange

Niet zomaar groen

Voor het tegengaan van verhitting is de hoevéélheid groen in een wijk minder belangrijk dan de vraag: hoe zit het met de kwalitéit van het groen? “Sommige bomen koelen beter dan andere”, legt Jelle Hiemstra, onderzoeker Bomen en Stedelijk Groen aan de Wageningen Universiteit, uit. “Hoe groter de boom, en hoe breder en dichter het bladerdak – hoe meer schaduw en koelend effect.” Eiken en essen zijn geschikt – hoog, breed en dicht. “In steden zie je daarentegen juist veel kleinere bomen omdat er niet meer ruimte is.”

In een groene omgeving slikken minder mensen antidepressiva

Anne Marie Cannoo, adviseur beleid en bestuurlijke zaken Openbare Ruimte in Amsterdam, beaamt dat bij de toewijzing van groen gekeken wordt naar ruimte. “Is een straat smal of breed? Heeft de boom veel ruimte om uit te dijen of krijgen we op den duur boze meldingen dat de boom ramen blokkeert?” Want niet alleen het soort bomen bepaalt de kwaliteit, ook de aantrekkelijkheid van het groen speelt een rol. In de Amsterdamse wijken Bijlmermeer en Nieuw-West laag klaagden de bewoners tijdens straatinterviews met onderzoekers over de gebrekkige kwaliteit van hun groen.

Terwijl deze wijken met een lage socio-economische status juist over flink wat groen beschikken, laat het onderhoud volgens de bewoners te wensen over. Dat zorgt voor een slechte reputatie en onveilig gevoel. Parken zijn voor bomenonderzoeker Hiemstra dan ook pas kwalitatief als ze ook toegankelijk zijn en uitnodigen tot gebruik. “Parken moeten een veilig gevoel uitstralen en er moet iets te doen zijn. Alleen in dat geval helpen wandelpaden, fietspaden en bijvoorbeeld een speeltuintje of een vijver.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Een speeltuintje in de groene buurt Westbroekpark (Den Haag).Beeld: Thijs de Lange
Er is ook nog een verband tussen groen en gezondheid. Marian Stuiver, sociaal wetenschapper aan de Wageningen Universiteit en verantwoordelijk voor het programma Green Cities kent veel onderzoek waaruit die correlatie blijkt. Hoewel het nog altijd gissen is naar hoe en waarom, reageren mensen positief op interactie met een groene omgeving, zoals wandelen of spelen in het groen, of met je vingers in het groen. Eerder bleek bovendien al dat groen in de woonomgeving angststoornissen en depressies kan helpen voorkomen.

Maar daarbij gaat het vaak dus wel om die parken die, in tegenstelling tot het groen in de Bijlmermeer en Nieuw-West, uitnodigen tot ontmoeting, beweging en buitenactiviteiten. Stuiver: “Mensen met toegang tot parken en ander groen, ervaarden bijvoorbeeld minder stress van de coronacrisis. Daarnaast zien we dat een groene omgeving binnen 250 meter rondom het huis ervoor zorgt dat kinderen minder medicatie voor ADHD voorgeschreven krijgen.” Eerder bleek al dat de hoeveelheid bomen op straat invloed heeft op het gebruik van antidepressiva; hoe meer bomen, hoe minder antidepressiva buurtbewoners slikken.

Dodelijke hitte

Dat hitte slecht is voor de gezondheid is bekend. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) noemt hittegolven zelfs ‘een van de dodelijkste natuurgevaren’. Tussen 1998 en 2017 kwamen ruim 166 duizend mensen om door hittegolven, ‘onder wie 70 duizend tijdens de hittegolf in Europa in 2003’. De daadwerkelijke dodentallen liggen vermoedelijk hoger, omdat bijvoorbeeld hart- en vaatziekten als doodsoorzaak worden geregistreerd, zonder daarbij melding te maken van hitte die die problemen versterkte.

In Richmond, in de Amerikaanse staat Virginia, trekken mensen in achtergestelde wijken op extreem warme dagen vaker aan de bel bij hulpdiensten dan mensen uit meer welgestelde wijken. Bijvoorbeeld met een hitteberoerte omdat het lichaam niet genoeg afkoelt, of doordat onderliggende aandoeningen als hart- en vaatziekten op extreem warme dagen verergeren. De vier warmste wijken van Richmond zijn de wijken met de laagste inkomens, de meeste mensen van kleur, het minste groen én de meeste hitte-gerelateerde ambulanceritten.

In veruit de meeste Amerikaanse steden wonen mensen van kleur in warmere stadsdelen dan witte stadsgenoten

Mensen van kleur ‘krijgen geen eerlijk deel van wat goed is – parken, groene ruimtes, natuurpa, goede scholen, markten en goede winkels’, aldus professor Robert Bullard, ook wel de ‘vader van klimaatrechtvaardigheid’, in een interview met The Guardian in 2018. ‘Van alle dingen die een gemeenschap gezond maken, krijgen zij minder, terwijl ze van alle slechte dingen meer krijgen.’ Vuilnisbelten bijvoorbeeld, en installaties voor de verwerking van giftig afval – in Frankrijk werd aangetoond dat die vaker gelegen zijn aan steden met een relatief hoog aantal immigranten.

Racisme in grijze stadsdelen

In Amerika werd de relatie tussen racisme en karig groen in kaart gebracht voor zogenaamde ‘redlined neighbourhoods’. Deze ‘roodomlijnde buurten’ worden gemiddeld 2,6 graden warmer dan omliggende wijken. De term ‘redlined’ stamt uit het midden van de 20e eeuw, toen Amerikaanse banken mensen uit bepaalde wijken bij voorbaat als ‘te risicovol’ aanwezen om een hypotheek aan te verstrekken – op fysieke kaarten werden letterlijk rode lijnen getrokken rondom zulke wijken. Niet geheel toevallig zijn het wijken waar toen – en nog steeds – vooral mensen van kleur wonen. Het gevolg was dat de huizen binnen die rode lijnen niet gekocht of opgeknapt werden, met verval als resultaat. Het langetermijngevolg: in maar liefst 169 van de 175 grootste steden van de Verenigde Staten woont de gemiddelde persoon van kleur in een wijk met een groter hitte-eilandeffect dan diens witte stadsgenoot.

Tekst gaat verder onder de foto.

Voetballende kinderen in het Valkenboskwartier (l) en het Westbroekpark (r).Beeld: Thijs de Lange
‘Inclusie’ is een veelgehoorde term in deze context. De Europese Green Deal, het beleidsplan waarmee de Europese Commissie de EU in 2050 klimaatneutraal wil maken, schrijft een rechtvaardige en ‘inclusieve’ transitie voor naar een Europa waarin ons groen wordt beschermd en versterkt, terwijl alle burgers worden beschermd tegen natuurgeweld.

Ook sociaal wetenschapper Stuiver denkt dat inclusie essentieel is. “Het is belangrijk dat gemeenten dit samen met de bewoners oppakken. Zodat ze de wensen van iedereen, tegengestelde belangen en eventuele weerstand horen, in plaats van de groene oplossingen top down over de gemeenschap te gooien.”

Dit artikel verscheen eerder in een andere vorm in OneWorld Magazine van juni/juli 2022. Dit is deel 1 van een tweeluik over groen en ongelijkheid.

'In Amsterdam zijn energiesubsidies zat, maar ik woon in Utrecht'

Een airco thuis? Beter koel bouwen

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

Word abonnee

  • Digitaal + magazine  —   8,00 / maand
  • Alleen digitaal  —   6,00 / maand
Heb je een waardebon? Klik hier om je code in te vullen

Factuurgegevens

Je bestelling

Product
Aantal
Totaal
Subtotaal in winkelwagen  0,00
Besteltotaal  0,00
  •  0,00 iDit is het bedrag dat automatisch van je rekening wordt afgeschreven.

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons