De enige keer dat ik aan jacht denk is met Kerst: als de winkels wild aanprijzen en middenop de tafel een dampend stuk reebout pronkt. Ik heb me nooit afgevraagd wanneer je mag jagen en of plezierjacht wel écht bestaat of dat het een bootje is. Tot nu. Want er zijn zoveel vragen! Ik polste op twitter of anderen ook met dit soort vragen kampen en ging op jacht naar antwoorden. 

Met de vragen van twitter in mijn hand, belde ik twee jagers om aan antwoorden te komen. De eerste jager die ik belde is Hubert-Jan van den Brink (29), jager en voorzitter van de Junior Jagers, de jeugdvereniging van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging. Daarna belde ik met Ellen Mookhoek (48). Zij is jager en wildplukker, en woont in Amsterdam. Ze kon me de eerste keer dat ik haar belde niet te woord staan, want ze was op weg om een edelhert dat ze vorige week had geschoten uit te snijden.

Ellen Mookhoek (EM): “Ik ben pas vier jaar jager. In die periode heb ik niet veel verandering gezien.” Op de achtergrond blaft haar jachthond.

Hubert-Jan van den Brink (HB): “Dat vind ik een moeilijke vraag, want ik ben nog best jong. Je hoort wel eens hoe het vroeger was, van oudere jagers. Ze spreken dan over grotere hoeveelheden wild, maar ik neem dat ook wel met een korreltje zout. Het zal vast zo zijn, maar toen reden er ook niet zoveel auto’s 120 kilometer per uur op de snelweg. Er wordt namelijk veel wild aangereden. De beleving – het hoogste uit de natuur, en daarvan kunnen eten – is wat mij betreft nooit veranderd. De wetgeving wordt wel steeds moeilijker: bijvoorbeeld vanuit Europa krijg je meer dingen opgelegd, over op welke soorten je mag jagen en in welke gebieden. Er is bovendien per provincie ook nog een woud aan regeltjes.”

Hubert-Jan van den Brink

Hubert-Jan van den Brink

Maakt dat de jacht wel eens lastig?
HB: “Ja, dat maakt het wel moeilijker, maar ik ga er niet om deze reden mee stoppen. Als je daar niet mee om wilt gaan, dan moet je maar soja gaan eten.”

En hoe zit het met jullie eigen regels?
HB: “Naast de officiële regels die uit wetgeving voortkomen is er ook een gedragscode. Hoe ga je om met wild? Je legt het wild netjes uit in een tableau, als de jachtdag is geweest. Zo’n moment is eervol, je betuigt dan de laatste eer aan het geschoten wild.

DE CIJFERS
Er zijn in Nederland zo’n 27.000 jagers. 

 

Ruim twee miljoen hectare Nederland is jachtveld
 

56% van de Nederlanders is voorstander van duurzame benutting van wild, 38 % staat hier neutraal tegenover.

 

 

De Nederlandse jager jaagt ieder jaar gemiddeld 510 uur

 

 

Jagers zijn verenigd in ruim 300 lokale jagersverenigingen (of: WBE’s)

Iedere WBE legt jaarlijks gemiddeld 400 vierkante meter aan bos, akkerranden en houtwallen aan en besteedt  500 uur aan tellingen.

 

 

In Nederland wordt per jaar zo’n 12 miljoen kilo aan wild gegeten. Ongeveer 600.000 kilo hiervan komt uit eigen land.

EM: “De regels die Hubert-Jan noemt zijn de ‘weidelijkheidsregels’. Als je je onweidelijk gedraagt, dan word je daarop afgerekend en raak je uit de gratie. In die regels gaat het over de manier waarop je wild schiet. Je schiet een vogel bijvoorbeeld niet op de grond, of je schiet geen dier waar kleintjes bij zijn.  De kern is dat je respectvol met dier en natuur omgaat.”

Welke soorten jacht zijn er?
HB: “Er zijn drie soorten jacht: benuttings-, beschermings- en beheersjacht. Benuttingsjacht is de jacht op soorten waar er genoeg van zijn, en dus op verantwoorde wijze van geoogst kan worden. Denk aan eend, haas, konijn, duif en fazant. Beheersjacht is het in toom houden van een soort, en zorgen dat er een evenwicht is in een bepaald gebied. Die jacht is volledig onderbouwd met telgegevens. Het gaat dan bijvoorbeeld om herten en zwijnen op de Veluwe. Die jacht hebben we vanwege veiligheid en balans: bij te veel wild vinden er te veel auto-ongelukken plaats. Bij beschermingsjacht bescherm je: op dit moment word er bijvoorbeeld gejaagd op kraaien bij fruittelers. Wij beschermen de oogst van de boer.”

EM: “Die benuttingsjacht is in de juiste vorm ook schadebestrijding, maar dan op een veel beter moment. Er is geen ‘druk’ om op de dieren te jagen, waardoor er geen jacht is op soorten die op dat moment kwetsbaar zijn en bijvoorbeeld net kleintjes hebben gekregen.”

Meer weten over de toekomst van de jacht? Op dierendag (4 oktober) gaat Wilbert van de Kamp in gesprek met jagers, vertegenwoordigers van jagers en verkopers van wild in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Reserveren kan hier.

Wordt al het wild gegeten?
HB: “De soorten die bij beheers- en benuttingsjacht worden geschoten zijn allemaal eetbare soorten, die in veel gevallen ook door de jager zelf binnen zijn eigen kringen worden genuttigd. Ook veel gaat naar poeliers en slagers. Beschermingsjacht is de enige jacht waarbij je soorten schiet die niet altijd voor consumptie geschikt zijn, zoals vossen en kraaien. Er zijn restaurants die daar proeven mee doen, maar dat is geen gemeengoed.”

Is jagen ethisch verantwoord? En waarom?
HB: “Wat mij betreft is het dat zeker. Als mens hebben we een verantwoordelijkheid richting natuur en omgeving. Je ziet in bepaalde gebieden, als er geen beheer of toezicht is, bepaalde soorten de overhand nemen. Daardoor is de biodiversiteit niet zoals je zou willen dat die is. De Oostvaardersplassen zijn een goed voorbeeld: de mens bedenkt dat het leuk zou zijn daar herten en grote grazers neer te zetten, maar wil daar niet de verantwoordelijkheid voor nemen. Die soorten zijn succesvol op hun manier, want planten zich snel voort en groeien snel, maar het leidt ook tot voedseltekorten en ziektes. Dat willen we voorkomen, en daar speelt jacht een rol in. In Nederland is bijna niets meer originele natuur. Vroeger was er een natuurlijk evenwicht, en was er een predator (natuurlijke bedreiging zoals andere dieren, maar vanouds ook de mens) voor veel soorten . We hebben het land zo ingericht dat dat niet meer zo is, en dan moeten we verantwoording nemen in het beheer ervan.

En heb je als jager dan ook wel eens last van gewetensnood?
EM: “Ja, dat hebben heel veel jagers, want jagers houden van het wild. Jagen is niet zomaar met een geweer rondzwaaien, het vraagt heel veel toewijding en kennis over een veld. Waar je toegewijd mee bezig bent, daar houd je van. En dan voel je er ook wat bij. Bijvoorbeeld zo’n keer dat ik een edelhert schoot. Het is het beste als een hert heel even naar je kijkt, want op dát moment staat het perfect stil. Dat is tegelijkertijd ook een moeilijk moment, want je moet wel dán de trekker overhalen. Onder jagers wordt gezegd: wanneer dat moment je niks meer doet, moet je stoppen met jagen.”

“Aan de andere kant vind ik het ook wel gek dat jagers deze vraag zo vaak krijgen. Ik vind dat we die discussie bij alle dieren zouden moeten voeren. Alle dieren zouden recht moeten hebben op weidelijkheidsregels. We hebben wel regels voor hoe dieren leven maar niet voor hoe ze sterven en de manier waarop we daarna met ze omgaan. Jacht is wat dat betreft heel direct, dat vind ik er mooi aan!”

Hoe word je jager?
HB: “Dat word je niet zomaar! Het is een zware avondopleiding van een jaar, met een theorie- en praktijkgedeelte. Bij de theorie leer je alle flora en fauna te herkennen, belangrijke wetgeving, soorten wapens en andere regels. Bij het praktijkdeel leer je schieten en veilig omgaan met je wapen. Het examen haalt lang niet iedereen: zo’n 30% zakt de eerste keer. Als je dat haalt krijg je een jacht- en natuurbeheerdiploma, maar dan mag je nog niet jagen. Je moet ook gelegenheid hebben, zoals een veld, of iemand om samen mee te jagen.

Waarom zijn jullie jager?
HB: “Ik ben ermee opgegroeid. Mijn opa en vader waren jager, dus het was logisch dat ik het ook zou worden. Zodra ik 18 werd ging ik jagen. Ik ben graag buiten, en vind het ook belangrijk dat je weet wat je eet. Voor mij is het van waarde dat je datgene wat je schiet ook zelf klaarmaakt.”

EM: “Ik was eerst wildplukker, daarna ging ik op paddenstoelenjacht. Jacht was eigenlijk een logische volgende stap, maar het was een wereld die ik niet kende. Ik heb er toen veel over nagedacht, geld verzameld voor de jachtopleiding en tijd vrij gemaakt. Na het behalen van mijn diploma’s ben ik gaan jagen. Eerst ‘voor eigen kookpot’, als een ouderwetse jager-verzamelaar. In de loop der tijd ben ik me meer met faunabeheer bezig gaan houden.”

Wat is het lekkerste dier?
EM: “Voor mij is jacht het eten met de seizoenen. Als het de tijd van haas is, dan eet ik een paar keer haas en dan ben ik er weer klaar mee. Het mooie is dat er veel afwisseling is. Eigenlijk net als met groenten-seizoenen, maar dan met wild.

HB: “Dat zijn er meerdere. Ree vind ik echt heerlijk, zeker een stuk platte bil. Bak het als een stuk en trancheer het: dat is genieten. Maar duiven- of eendenborst gaat er ook wel in!” 

Meer weten over voedsel? Kom op 16 oktober naar het World Food Day event in Rotterdam!

 

670

Wilbert van de Kamp vertelt verhalen over waarom eten de wereld een betere plek maakt. Dat doet hij als coördinator bij de Youth Food …
Profielpagina

Advertentie

Neem nu een OneWorld-abonnement en ontvang een cadeau, bijvoorbeeld 10 nummers + Sprinklr-cadeaubon!