Beeld: Stichting Vluchteling

Dit zijn de onzichtbare klimaatvluchtelingen

Ioane Teitiota ontvluchtte het zinkende Kiribati, maar kreeg in Nieuw-Zeeland geen asiel. ‘Klimaatvluchtelingen’ worden namelijk nog niet erkend. Miljoenen mensen in nood dreigen genegeerd te worden. Dit zijn de verhalen van drie mensen die nu al in gevaar zijn.

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
Aan een filmploeg van de BBC laat Ioane Teitiota de pusbulten en witte vlekjes op de huid van zijn kinderen zien. Het is een gevolg van wassen met vervuild water. De waterbron van het gezin bevindt zich naast een begraafplaats. Drinkwater halen ze uit de tank met regenwater. “Als er niet genoeg regen valt, weten we niet wat we moeten drinken”, zei de bewoner van het eiland Kiribati (destijds 38) in 2015 tegen de BBC. Volgens Teitiota zijn zijn kinderen zwak en minder actief dan voorheen. In de muur die zijn huis moet beschermen tegen het zeewater ontstaan scheuren en gaten.

Vijf jaar eerder had hij vol goede moed asiel aangevraagd in Nieuw-Zeeland, het geboorteland van zijn kinderen. In Kiribati zou hun leven gevaar lopen als gevolg van klimaatverandering, aldus Teitiota. De eilandengroep in de Stille Oceaan is mogelijk een van de eerste landen ter wereld die door een stijgende zeespiegel op den duur volledig zal verdwijnen.

De uitspraak van de VN betekent dat toekomstige asielaanvragen door klimaatmigranten succesvol kunnen zijn

De laatste decennia kwamen grote delen van Kiribati al onder water te liggen, en trokken veel mensen naar het hoger gelegen hoofdeiland Tarawa. Door de enorme bevolkingsgroei (van 1600 inwoners in 1947 naar 50.000 in 2010) ontstonden daar spanningen, bijvoorbeeld over de verdeling van de weinige vruchtbare stukken landbouwgrond. Bovendien heerst er een tekort aan schoon drinkwater en wordt landbouw bemoeilijkt doordat zout water in zoetwaterbronnen terechtkomt. Voor Teitiota genoeg reden om zijn heil in Nieuw-Zeeland te zoeken, maar zijn asielaanvraag werd afgewezen. In 2015 werden Teitiota en zijn gezin uitgezet, terug naar Kiribati.

In 2016 klaagde Teitiota Nieuw-Zeeland aan bij het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties. Op 20 januari dit jaar oordeelde het comité dat de uitzetting niet onwettig was geweest, omdat Teitiota’s leven niet direct in gevaar was. Maar de VN zei wel dat regeringen bij het uitzetten van asielzoekers rekening moeten houden met mensenrechtenschendingen als gevolg van de klimaatcrisis. Deze ogenschijnlijk kleine aantekening heeft een belangrijke implicatie, namelijk dat toekomstige asielaanvragen door klimaatmigranten succesvol kunnen, bijvoorbeeld als het recht op huisvesting of het recht op gezondheid wordt geschonden.

Wanneer is iemand een ‘klimaatvluchteling’? Een internationaal juridisch kader voor dit type vluchtelingen ontbreekt vooralsnog, evenals een precieze definitie. Volgens het vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties uit 1951 is een vluchteling iemand ‘die in zijn thuisland gegronde vrees heeft voor vervolging op grond van ras, religie, nationaliteit, het behoren tot een etnische of sociale groep of het hebben van een bepaalde politieke mening’. Over gevaren op grond van klimaatverandering is in het verdrag niets opgenomen.

De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR onderschrijft de term ‘klimaatvluchteling’ dan ook niet en heeft het liever over ‘mensen die zich verplaatsen in de context van rampen en klimaatverandering’. Wel erkent de organisatie dat er situaties bestaan waarin de vluchtelingencriteria van het verdrag uit 1951 van toepassing kunnen zijn. ‘Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van gewapende conflicten die zijn gerelateerd aan door droogte veroorzaakte honger.’

Mensen vluchten eigenlijk niet ‘voor het klimaat’, maar voor de gevolgen die klimaatverandering met zich meebrengt. Ze vertrekken niet vanwege de droogte, maar omdat hun vee sterft en ze geen eten meer hebben. Niet vanwege een overstroming, maar omdat hun oogst door hevige regenval keer op keer mislukt en er conflicten ontstaan over de verdeling van de schaarse vruchtbare landbouwgrond die overblijft.

De Wereldbank verwacht in 2050 143 miljoen klimaatmigranten in Zuid-Azië, Latijns-Amerika en de Subsahara

Het verhaal van Teitiota krijgt volop media-aandacht omdat hij mogelijk erkend zou worden als ’s werelds eerste klimaatvluchteling. Maar hij is zeker niet de enige: de Wereldbank schat dat het alleen al in Zuid-Azië, Latijns-Amerika en de Subsahara in 2050 gaat om 143 miljoen potentiële klimaatvluchtelingen en -migranten. Opvallend is overigens dat veel klimaatvluchtelingen en -migranten zich in eerste instantie binnen hun landsgrenzen verplaatsen en dat met name mensen op het platteland worden getroffen.

Lastig is dat de ernst van hun situatie vaak minder direct en minder zichtbaar is dan bij bijvoorbeeld oorlogsvluchtelingen – terwijl de achterliggende oorzaak van een oorlog best klimaat(verandering) kan zijn. Kiribati zal niet van vandaag op morgen zinken (wetenschappers geven het nog een jaar of tachtig) en Teitiona is (nog) geen slachtoffer van een gewapend conflict over landbouwgrond. Maar het ontbreken van een internationaal erkende, heldere definitie voor degenen die hun thuis verlaten als gevolg van klimaatverandering, maakt dat de problemen van miljoenen mensen genegeerd dreigen te worden.

Dit zijn drie van hun verhalen, op drie continenten.

Wolde Danse, 28, Ethiopië

Ethiopië wordt extreem hard getroffen door klimaatverandering. Het land heeft een lange geschiedenis van hongersnoden. Al tussen 1888 en 1892 kwam volgens schattingen een derde van de bevolking door honger, veroorzaakt door droogte en de runderpest, om het leven.

De afgelopen vijftig jaar werden er in Ethiopië vijftien serieuze hongersnoden geregistreerd. In 1984 veroorzaakte honger de dood van een half miljoen mensen. Tijdens de hongersnood van 2016, de ergste in vijftig jaar, vluchtten tienduizenden Ethiopiërs naar Saudi-Arabië en het onrustige Libië. Het platteland wordt het hardst door de droogte getroffen, terwijl een overgrote meerderheid van de Ethiopiërs afhankelijk is van landbouwactiviteiten.

Ethiopië vangt veel vluchtelingen op uit omliggende landen, waardoor de druk op natuurlijke bronnen toeneemt

De komende dertig jaar neemt de bevolking van Ethiopië naar verwachting met 60 tot 85 procent toe. Ethiopië vangt bovendien veel vluchtelingen op uit landen als Somalië, Eritrea en Sudan, waardoor de druk op natuurlijke bronnen alleen maar toeneemt.

Wolde Danse heeft vijftien broers en zussen. Zijn vader bezit een kleine boerderij in een droog gebied. “In het plantseizoen bleef de regen uit, en als we het niet wilden, regende het wel. Ik wilde niet meer lijden onder de droogte en vertrok naar de stad Awasa”, vertelt hij aan vertegenwoordigers van de Wereldbank. Veel plattelandsbewoners komen af op de groeiende (textiel)industrie in de stad.

In Awasa vond Danse een baantje als opzichter van straatschoonmakers. Hij krijgt hulp van een programma van de Wereldbank, dat er speciaal is voor de armste stadsbewoners van Ethiopië. Wie van het arme platteland naar de stad trekt, moet vaak met helemaal niets beginnen. Naast zijn werk gaat Danse naar de universiteit. Hij hoopt zijn studie af te kunnen maken en zo zijn familie te kunnen helpen.

Pedro Juarez Ardon, 38, Guatemala

Pedro Juarez Ardon is 38 jaar oud en komt uit Huité, in het Guatemalteekse departement Zacapa. Hij is vader van een dochter en twee zoons. In de vallei waar Ardon woont worden meloenen verbouwd, maar dat voorziet lang niet iedereen in de omgeving van werk. In een poging zijn gezin in ieder geval van eten te kunnen voorzien, zaait Pedro daarom ook mais. Door de droogte, die steeds eerder komt en langer duurt, dreigt de oogst volledig te mislukken. Ardo vreest dat hij in mei, als er gezaaid kan worden, geen zaad meer heeft.

Ardon is een van de vele slachtoffers van klimaatverandering in wat de Droge Corridor wordt genoemd, een gebied tussen Zuid-Mexico naar Panama, via Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua en deels Costa Rica dat bijzonder kwetsbaar is voor droogte. De problemen worden verergerd door natuurverschijnsel El Niño, dat elke drie tot zeven jaar rond december het water van de Grote Oceaan opwarmt en in het doorgaans zo droge gebied juist extreme regenval als gevolg heeft.

Vorig jaar mislukte meer dan de helft van de oogsten in de Droge Corridor

Vorig jaar mislukte meer dan de helft van de oogsten in de Droge Corridor, terwijl veruit de meeste inwoners voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de landbouw. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties hadden als gevolg van de crisis 1,4 miljoen mensen acute hulp nodig.

Ardon trok naar een departement een paar honderd kilometer verderop om daar te werken. Als veeboer in het minder droge Izabal verdient hij nu 9 dollar per dag: meer dan het dubbele dan de meloenboeren in Huité. Het geld dat hij kan sparen neemt hij na twee maanden mee naar huis.

Dergelijke tijdelijke migratie is kenmerkend voor het gebied, ziet Marco Antonio Mérido. Hij werkte vijf jaar als veldwerker op het platteland van Guatemala voor het Wereldvoedselprogramma van de VN. Volgens hem zag de toch al arme plattelandsbevolking door het extreme weer grote delen van hun oogst verloren gaan. “De hoeveelheid mensen die vertrekken neemt toe, en ze blijven steeds langere periodes weg van huis.”

Renu Bibi, 80, Bangladesh

De 80-jarige Renu Bibi vertelt aan The Guardian hoe ze haar huis kwijtraakte door erosie van de rivierbedding. Omdat haar complete dorp overstroomde, vertrok Bibi met lege handen van het platteland naar een sloppenwijk in Dhaka. ‘Nu varen er boten over de plek die ooit ons land was.’

Saber Saladas, die eveneens zijn verhaal doet in het artikel van The Guardian, zag ook geen andere optie dan vertrekken. Zijn familie had generaties lang in de visserij en landbouw gewerkt aan de zuidwestkust van het land. Toen andere families door de stijgende zeespiegel naar de stad trokken, hield Saladas stug vol. Pas toen hij thuis tot zijn enkels in het water stond, gaf hij op.

Plattelandsbewoners in Bangladesh vluchten naar de steden, die uit hun voegen barsten

Tasneem Siddiqui is als onderzoeker naar vluchtelingen en migratie verbonden aan de Universiteit van Dhaka. “De meeste migranten zijn afkomstig uit districten aan de kust, die kwetsbaar zijn voor overstromingen, erosie en verzilting. Ze trekken naar Dhaka, Chittagong of andere steden. Maar geld voor een huis in de dichtbevolkte stad hebben veel gevluchte plattelandsbewoners niet. Mede hierdoor groeide het aantal sloppenwijken in Bangladesh de afgelopen zeventien jaar met 60 procent. De stad barst uit zijn voegen.”

De ligging (het land heeft de grootste rivierdelta ter wereld) en de hoge bevolkingsdichtheid maken Bangladesh een van de kwetsbaarste landen ter wereld voor de gevolgen van klimaatverandering. Overstromingen, cyclonen en andere natuurrampen bedreigen het leven van meer dan 19 miljoen kinderen in het land, zo waarschuwde Unicef vorig jaar (op een totaal van 165 miljoen inwoners). De Wereldbank verwacht dat in 2050 één op de zeven Bengalezen vanwege klimaatverandering zal zijn verplaatst.

Klimaatmigratie: ‘Als de vissen wegtrekken, trekken wij mee’

'Er gaan miljoenen klimaatvluchtelingen komen'

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons