Pauline van Dongen (l) en Maaike Gottschal (r) Beeld: Coco Olakunle

Deze ontwerpers wekken energie op met kleding

De energietransitie kan wel wat kunst gebruiken, en onze textiel wel wat technologie, zeggen modeontwerper Pauline van Dongen en textielkunstenaar Maaike Gottschal. In hun ‘zonnestof’ komt dat samen. ‘Stel je een huis voor met gordijnen en tapijten die energie opwekken.’

Dit artikel krijg je cadeau van OneWorld. Word abonnee
In een ruime weefstudio in Rotterdam, gevuld met etalagepoppen, linnen kleding, een weefgetouw en een piano, laten modeontwerper Pauline van Dongen (34) en textielkunstenaar Maaike Gottschal (47) hun laatste creaties zien. Kleine lapjes stof met patronen, franjes en een mix van lichte en donkere kleuren. Wie goed kijkt, ziet smalle donkere strips in de stof verweven zitten, en een klein lampje in de hoek dat oplicht wanneer de zon erop schijnt.

Ze zijn namelijk gemaakt van een nieuw soort materiaal, dat Van Dongen en Gottschal samen hebben ontwikkeld. Zonnestof: textiel verweven met zonnecellen, die energie opwekken als het (zon)licht erop valt. Sommige bevatten ook een batterij aan de achterkant, zodat de energie wordt opgevangen, en een heel klein stekkertje; met deze stof zou je dus een telefoon kunnen opladen.

OneWorld portretteert mensen die zich inzetten voor een betere buurt, school, of werkomgeving. De Verenigde Naties en miljoenen betrokken burgers spraken hiervoor de duurzame werelddoelen af (SDG’s), die we in 2030 moeten halen. Denk aan gendergelijkheid, géén armoede, betaalbare en duurzame energie en kwaliteitsonderwijs voor iedereen. De Goal Getters in deze rubriek gaan daar nu al voor. Geïnspireerd? Check hier wat jij kunt doen.

Zo maak je de energietransitie aantrekkelijk

“Het is hoog tijd dat we binnen de duurzaamheidssector ook over esthetiek en gebruik gaan nadenken,” zegt Van Dongen. De energietransitie kan dus wel wat kunst gebruiken. “Er is bijvoorbeeld veel geïnvesteerd in zonnepanelen, en die zijn hoognodig hoor, maar ik ken ontzettend veel mensen die het vertikken om zonnepanelen te installeren. Niet omdat ze niet om duurzaamheid geven, maar omdat ze ze niet mooi vinden. Bovendien zijn panelen uniform en alleen toepasbaar op grote, platte oppervlakken. Het zou toch fantastisch zijn als al onze huizen vol liggen met kleding, gordijnen en tapijten die energie opwekken?”

Kunst, schoonheid en verwondering maken de energietransitie aantrekkelijk

Gottschal fantaseert graag over de dag dat we precies evenveel energie verbruiken als we zelf opwekken, bijvoorbeeld doordat onze huizen vol liggen met ‘verstopte’ zonnecellen. Hun eerste lapjes zonnestof gaan daar voorlopig nog niet voor zorgen: het project staat nog in de kinderschoenen. “We willen mensen vooral bewustmaken en inspireren: doe met ons mee, want dit kán gewoon.” Daarom geven Van Dongen en Gottschal workshops aan hobbywevers, modestudenten en andere geïnteresseerden.

Én de twee delen hun ideeën met de duurzaamheidssector. Die is laaiend enthousiast, zegt Van Dongen. “In die sector groeit het bewustzijn dat we er nooit gaan komen met de hele transitie, zolang we het alleen hebben over efficiëntie en kosten. We hebben ook kunst, schoonheid en verwondering nodig om een taai onderwerp als de energietransitie aantrekkelijk te maken. Daar hopen wij aan bij te dragen.”

De zonnecellen die in de Zonnestof zijn verweven, wekken energie op als er zonlicht op valt.Beeld: Coco Olakunle

Draagbare technologie

Zonnestof klinkt ingewikkelder dan het is. Zonnecellen zetten lichtenergie om in bruikbare elektriciteit – zo’n cel kan minuscuul zijn. Voor hun zonnestof gebruiken Van Dongen en Gottschal een soort zonnecelfolie: flexibel, dun en licht materiaal dat bedekt is met zonnecellen. Ze snijden dunne strips af en verweven deze met het textiel door middel van een speciale soort garens die elektriciteit geleiden. “Een soort stroomdraad”, zegt Van Dongen. “Zo creëer je eigenlijk een klein elektrisch circuit. Ik laat de ontwerpen ook altijd aan een ingenieur zien ter controle, want hoewel ik inmiddels veel van zonnecellen afweet, blijf ik gewoon een modeontwerper.”

Ik wil niet de zoveelste vervuiler zijn

Van Dongen volgde haar opleiding aan ArtEZ in Arnhem, en promoveerde met een proefschrift naar de rol van technologie in de mode. Ze is inmiddels gespecialiseerd in wat ‘wearable technology’ wordt genoemd. “Toen ik afstudeerde, in 2010, was er eigenlijk nog nauwelijks aandacht voor duurzaamheid. Ons werd nog geleerd om gewoon twee collecties per jaar te maken, en die zien te verkopen. Wat er daarna met je producten gebeurt doet er niet echt toe. Maar ik wil niet de zoveelste vervuiler zijn. Ik wil een nieuw soort relatie met onze kleding opwekken, één waarbij onze kleding ook iets teruggeeft. Technologie is daar een heel goed middel voor.”

Welke kledingmerken zijn écht ethisch verantwoord?

Van Dongen kwam eigenlijk al in 2013 op het idee om zonnecellen te combineren met textiel, en ze heeft al meerdere items gemaakt die succesvol energie opwekken en opslaan. Zo heeft ze thuis een Solar Shirt liggen: een T-shirt gemaakt met zonnecellen, een kleine batterij zodat de energie ook wordt opgeslagen en een USB-stekkertje. Binnen een paar uur kan je hiermee een telefoon of ander draagbaar apparaat opladen. Maar voor dat shirt plakte Van Dongen nog zonnecellen op bestaand textiel; in het project Zonnestof, dat ze begin dit jaar samen met Gottschal opstartte, zijn de zonnecellen onderdeel van het textiel, doordat ze vanaf het begin erin verweven zitten. Dat brengt veel meer mogelijkheden qua textielsoort, dikte, kleuren en patronen.

Goed voor de variatie, en het praktische voordeel is dat het makkelijker op te schalen is, vertelt Van Dongen. “We willen ooit bijvoorbeeld een grote tent van zonnestof maken. Dat zou heel veel tijd kosten als je de zonnecellen op bestaand textiel moet plakken, gewoon een grote lap zonnestof weven is veel beter te doen.” Als het zover komt, zal de zonnestof wel industrieel gewoven moeten worden; nu gebeurt alles met de hand, met een weefgetouw.

Met hun zonnestof bundelen ontwerper Pauline van Dongen (l) en textielkunstenaar Maaike Gottschal (r) hun krachten.Beeld: Coco Olakunle

Geen dameshobby

Gottschal is opgeleid tot modeontwerper aan de Gerrit Rietveld Academie, maar ontwikkelde zich later tot textielkunstenaar: ze volgde lessen bij talloze (internationale) textieldocenten, deed onderzoek naar de eeuwenlange geschiedenis van textiel, en leerde talloze weefpatronen en -technieken.

“In mijn tijd was textiel niet ‘cool’ genoeg als studierichting, en weven wordt al helemaal als een ouderwetse ambacht gezien. Terwijl er zoveel verschillende weefpatronen mogelijk zijn, het is echt een vorm van techniek. Daarom stoort het me enorm dat weven, ook in de mode-industrie, wordt gezien als een soort ‘dameshobby’ – dit is serieus, technisch werk! Als we dat inzien, zullen we misschien ook weer begrijpen hoe waardevol textiel is.”

Als ik het Solar Shirt aanheb, loop ik altijd aan de zonnige kant van de straat

Gottschal is dan ook actief betrokken bij het Linnen Project, een project van ArtEZ waarin mensen zélf vlas – het gewas waar linnen van wordt gemaakt – verbouwen op kleine akkers in de buurt van Arnhem. In de toekomst wil Gottschal dat deelnemers aan de zonnestofworkshops ook hun eigen vlas verbouwen. “Het hele proces van de akkers tot een kledingstuk, al het wieden, oogsten, spinnen, verven en dán nog weven – dat is maanden werk. Als mensen dat inzien, beseffen ze ook wat hun kleding waard is.” Zo willen de twee tegenwicht bieden aan de mode-industrie die leunt op arbeidsuitbuiting, vervuiling en goedkope kleding die we makkelijk weer weggooien.

Bovendien zorgt het dragen van zonnestof ervoor dat de consument zuiniger met energie omgaat, weet Van Dongen: “Als ik het Solar Shirt aanheb, loop ik altijd aan de zonnige kant van de straat, omdat ik weet dat de energie ’s avonds snel op is als ik overdag niet genoeg heb opgevangen. Op die manier word je je veel bewuster van waar energie vandaan komt, en dat het moeite het kost om haar op te wekken.

Ooit moet zonnestof te koop zijn; we willen nu eerst de beweging in gang zetten

Momenteel werken Van Dongen en Gottschal aan een groot doek, dat gebruikt kan worden als wandobject, gedragen kan worden als tuniek, of dienst kan doen als picknickkleed: een perfecte manier om overdag zonne-energie op te vangen, zodat je ’s avonds een volle batterij hebt. Daarnaast werken ze aan een tuniek en blijven ze experimenteren met kleuren, vormen en patronen. “Er zijn natuurlijk wel technische uitdagingen”, erkent Van Dongen. “De stof is niet erg robuust, en hoewel ze wel nat kan worden, kan ze niet meermaals gewassen worden of een hoosbui doorstaan. Daarom hebben we juist investeringen en verder onderzoek nodig.”

De zonnestof ligt voorlopig nog niet in de kledingwinkel op de hoek, want de spullen die Van Dongen en Gottschal nu maken zijn prototypes, die weken kosten om te maken en daarom peperduur zouden zijn als consumentenproduct. Gottschal: “Ooit moet zonnestof natuurlijk wel te koop zijn, maar er zullen geen kledingstukken van in de H&M of Zara liggen. Die twee werelden kunnen gewoon niet samenkomen. Uiteindelijk zal iemand het commercieel maken, op industriële schaal gaan weven, dat willen we ook mogelijk maken. Maar we willen nu allereerst de beweging in gang zetten.”

Hoe duurzaam zijn zonnepanelen nu eigenlijk?

De kledingindustrie op zijn kop zetten, maar wel in stijl

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust met OneWorld en draag bij aan een rechtvaardige wereld.

Dat kan al vanaf 6 euro per maand

Ontvang onze beste verhalen in je mailbox

Volg ons