Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Wie de kranten openslaat krijgt de indruk dat er een bom onder het Latijns-Amerikaanse continent ligt. We moeten ons grote zorgen maken, over opkomend populisme, Bolsonaro die Brazilië naar de afgrond helpt, de diepe politieke en economisch crisis in Venezuela; Nicaragua, waar de regering steeds repressiever optreedt tegen de protesterende bevolking, moorden op Colombiaanse gemeenschapsleiders, de Boliviaanse president Evo Morales die na drie termijnen weigert op te stappen, een economische crisis in Argentinië, continent-brede migratieproblemen en klimaatdreigingen.

Hoogleraar Michiel Baud, onlangs afgetreden als directeur van het Amsterdamse Centrum voor Educatie en Documentatie van Latijns-Amerika (CEDLA), biedt tegenwicht aan dit deprimerende beeld. Baud heeft altijd onderzoek gedaan naar sociale netwerken 1 en burgerbewegingen in Latijns-Amerika. Hij bekijkt daarin hoe mensen, ondanks moeilijke omstandigheden, toch mogelijkheden vinden om vooruit te komen en hun stem te laten horen. In zijn afscheidsrede betoogde Baud dat confianza (een concept dat verwijst naar vertrouwensrelaties in Latijns-Amerika) essentieel is om de sociale veranderingen van de regio te begrijpen (zie kader). Het gaat om veerkracht van gemeenschappen en alternatieve netwerken. Juist nu is het van belang naar dit concept te kijken, stelt Baud. Hoe kunnen we hier hoop uit putten?

Hoe moeten we de dreigende nieuwsberichten interpreteren?
“Dat heb ik me ook veel afgevraagd. Ik heb geworsteld met het thema van mijn afscheidsrede (zie kader, red.), omdat het heersende beeld zo negatief is, deprimerend zelfs – zeker vergeleken met het hoopvolle eerste decennium van de 21e eeuw. Na de tijd waarin Latijns-Amerika gebukt ging onder dictaturen (in de jaren 70 en 80, red.), de wankele en vaak onsuccesvolle democratieën die daarop volgden, gloorde er hoop. De democratieën leken te werken en ook sociale problemen werden aangepakt. En nu denk je: hoe kan een Brazilië dat tien jaar geleden nog op Lula (ex-president en sociaaldemocraat Lula da Silva, red.) stemde, nu kiezen voor Bolsonaro?”

Inderdaad, hoe kan dat?
“Daar zijn verschillende antwoorden op. Politieke perspectieven bewegen zich altijd in een pendulum, van rechts naar links of van conservatief naar progressief, en in Latijns-Amerika kan dat wat heftiger heen en weer gaan. Dat komt door de sterk gepolariseerde samenlevingen, net zoals bijvoorbeeld de VS dat is. Een reden daarvoor is het presidentiële systeem: een gekozen president hoeft in de vier of zes jaar na zijn verkiezing relatief weinig verantwoording af te leggen en zich eigenlijk nauwelijks aan z’n beloftes te houden; heel anders dan in de compromiscultuur van een coalitiesysteem. De politieke cultuur in Latijns-Amerika is bovendien erg ‘alles of niets’; zowel voor de politici zélf als voor hun achterban. Jaren geleden sprak ik in de Dominicaanse Republiek met een jongen over de toen aanstaande verkiezingen. Ik zei terloops dat een bepaalde kandidaat het niet zou redden, waarop hij wit wegtrok: hij had zijn hele leven in het teken gezet van die kandidatuur! Politiek is vaak een manier om bestaanszekerheid te garanderen. Het pendulum is dus extremer, en het gevaar is groter dat het naar de ene of andere kant doorslaat.”

‘Confianza’ in Latijns-Amerika

De afscheidsrede van Michiel Baud, Confianza: Governance and trust in Latin America and the Netherlands, gaat over het begrip ‘confianza’ (‘vertrouwen’ in het Spaans) dat belangrijk is voor vertrouwensrelaties in Latijns-Amerika én voor bredere sociale, politieke en economische netwerken. Baud betoogt dat het begrip essentieel is om Latijns-Amerikaanse gemeenschappen, samenlevingen, en sociale processen te kunnen begrijpen. Het begrip gaat in tegen de mainstream beelden over de politieke en sociale realiteit van Latijns-Amerika, en biedt de mogelijkheid om het dagelijkse overleven, de veerkracht en het verzet van Latijns-Amerikaanse samenlevingen te duiden. Baud laat zien dat confianza aan de basis staat van sociale netwerken en solidariteitsbewegingen in de regio. Het is niet alleen de basis van vertrouwensrelaties tussen mensen onderling (zoals de vrouw in een dorp bij wie alleenstaande mannen hun salaris brengen voor het weekend – zodat ze het niet aan drank uitgeven) maar vormt ook de kern van een levendige civil society.

Hoe kunnen we de zorgelijke ontwikkelingen in de context plaatsen van het begrip confianza, waarover jouw afscheidsrede ging?
“Ik heb geprobeerd na te gaan hoe de Latijns-Amerikaanse bevolking, gewone mensen die niet rijk of machtig zijn, omgaan met moeilijke maatschappelijke situaties, zoals nu in Latijns-Amerika spelen. Waar is hun weerbaarheid – want die is er – op gebaseerd? Het begrip confianza gebruik ik om de netwerken te begrijpen die mensen onderling creëren om te overleven, het beter te krijgen, en zich staande te houden. Confianza en de kracht van burgernetwerken is typerend voor Latijns-Amerika, en heeft de Latijns-Amerikaanse bevolking onder andere dictaturen laten overleven en in staat gesteld om politieke of economische crises te overkomen. Kijk naar de huidige situatie in Venezuela: te midden van alle ellende en hyperinflatie weten mensen toch te overleven. Er voltrekt zich een grote ramp, veel mensen zijn vertrokken, maar er zijn óók miljoenen mensen die nog altijd overleven, en léven. Dat doen ze door middel van sociale netwerken; door vertrouwensrelaties die in de loop der decennia gecreëerd zijn.”

We horen altijd over machismo, repressie en geweld tegen vrouwen, maar de andere kant is: vrouwelijke weerbaarheid en kracht

Juist nú is het van belang naar dit concept te kijken, stelde je. Waarom?
“Aan veel van de sociale bewegingen ligt confianza in kleinere netwerken ten grondslag, en al die relaties en netwerken vormen, onderhuids en zonder direct politiek oogmerk, de basis voor de Latijns-Amerikaanse samenleving. We kunnen de Latijns-Amerikaanse samenleving niet begrijpen als we geen oog hebben voor die netwerken.”

Confianza is ook gerelateerd aan gender, zeg je. Hoe ziet die link eruit?
“Een interessant aspect van de sociale netwerken is dat ze veelal female centered zijn: gesitueerd rond vrouwen. Op zichzelf is dat niet nieuw, aangezien vrouwen in veel samenlevingen de sociale contacten onderhouden, maar het gaat hier specifiek om netwerken die sociale cohesie bewerkstelligen, juist in arme wijken. Dat is opvallend, omdat de positie van de vrouw in Latijns-Amerika een zwaar bediscussieerd thema is. We horen altijd veel over machismo, repressie en huiselijk geweld tegen vrouwen – wat ook allemaal de realiteit is – maar er is dus ook een andere kant: van vrouwelijke weerbaarheid en kracht, die ook de sociale bewegingen hun kracht geeft. Dit verklaart waarom de vrouwenbeweging in Latijns-Amerika op dit moment zo dynamisch is, en hoop kan bieden. Zo is er de Ni Una Menos-beweging (tegen geweld tegen vrouwen, red.) en verschillende andere groeperingen.”

Kun je dat zien als twee kanten van dezelfde medaille? De vrouwenbeweging bloeit, maar tegelijkertijd neemt het aantal vrouwenmoorden toe. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?
“Ik zou niet zeggen dat het twee kanten van dezelfde medaille zijn, maar je kunt wel zeggen: het belang van confianza en van sociale netwerken is extra groot als de rest van de samenleving geen bescherming biedt. Dat een samenleving zo afhankelijk is van dit soort informele, lokale verbanden, zegt natuurlijk veel over de problemen van zo’n samenleving. Door ontoereikende instituties zijn mensen op zichzelf aangewezen en vanuit de overheid is voor dit soort thema’s weinig aandacht. In het geval van femicidios (vrouwenmoorden, red.) is de straffeloosheid een enorm probleem. Instituties ontbreken, het justitieel apparaat werkt niet naar behoren en in het onderwijs is er weinig aandacht voor. Ook ontbreekt de politieke wil om dit te veranderen. Maar machismo is ook aan het veranderen. Het wordt op steeds meer plekken ter discussie gesteld; en de mannenwereld is aan het veranderen.”

Waarom is er vanuit de politiek zo weinig aandacht voor dit soort thema’s?
“Er waaide in het eerste decennium van deze eeuw een progressieve wind door de Latijns-Amerikaanse politiek, maar die zogenoemde Pink Tide heeft achteraf teleurgesteld. Er zijn, bijvoorbeeld in Brazilië en Bolivia, grote verbeteringen geweest in bestrijding van armoede en ongelijkheid. Sommige landen, zoals Ecuador en Bolivia, hebben wetten en zelfs grondwetten gewijzigd ten gunste van een minder koloniaal, minder patriarchaal en minder milieubelastend beleid, dat er op papier prachtig uitzag, maar moeilijk te realiseren was. Latijns-Amerika is niet in staat geweest om de afhankelijkheid van grondstoffenexport te doorbreken. Ook de diepgewortelde corruptie aanpakken lukt onvoldoende, ook al zijn er presidenten die dat proberen, of dat claimen te willen. Ook op dat thema zijn burgerbewegingen belangrijk, zoals in de Dominicaanse Republiek en andere landen de Marcha Verde, tegen corruptie.”

De Nederlandse politieke desinteresse over Latijns-Amerika: die is heel pijnlijk

Hoe wordt er vanuit Nederland naar deze Latijns-Amerikaanse context gekeken?
“Voor het grote publiek is het natuurlijk lastig om de complexiteit van de ontwikkelingen te begrijpen. Het beeld van Latijns-Amerika heeft altijd twee kanten gehad: met sambadanseressen en sombrero’s enerzijds en politieke crises en geweld anderzijds. Media zijn nu eenmaal gebaat bij kortetermijnberichtgeving en neigen ernaar nadruk te leggen op de excessen. Dat ontneemt ze soms de blik op langere processen en ontwikkelingen. En het ís ook lastig om de complexiteit en nuance van zulke onderwerpen te belichten. Hoe werkt corruptie precies? Is iemand corrupt omdat hij op een ander stemt in de hoop een baantje te krijgen? Ik vind overigens dat de Nederlandse media het nog helemaal niet zo slecht doen. De grote kranten hebben correspondenten die de thema’s genuanceerd proberen te brengen. Rond de crisis in Venezuela, spanningen in Nicaragua en over Brazilië is in de meeste kranten behoorlijk goed geschreven.

Wat me wél stoort, is de politieke desinteresse over Latijns-Amerika. De grote verschraling van samenwerkingsverbanden, geen enkele visie op het continent vanuit de Nederlandse politiek; dat vind ik heel pijnlijk. De afgelopen jaren zijn veel Nederlandse ambassades in de regio gesloten, en veel ontwikkelingssamenwerking is halsoverkop stopgezet. In Centraal Amerika bijvoorbeeld bestonden van oudsher veel vormen van ontwikkelingssamenwerking. Had die dan omgevormd tot nieuwe vormen van samenwerking. Dat had veel kunnen betekenen voor de regio die nu sterk aan zijn lot is overgelaten.”

De nieuwe generaties studenten en promovendi die zich bezighouden met Latijns-Amerika, zijn die veranderd in de loop der jaren?
“De motivatie van Nederlandse studenten om zich met Latijns-Amerika bezig te houden is wel veranderd. In de jaren 60 en 70 was het vooral politiek gemotiveerd; daarna werd het meer cultureel, Latijns-Amerikaanse literatuur werd bijvoorbeeld populair. Nu merk ik vooral dat studenten vaker naar de steden trekken, rurale gebieden zijn minder populair. Misschien vinden ze het platteland te uitdagend. Ook zien we onder Nederlandse studenten relatief weinig belangstelling voor ecologische thema’s: duurzaamheid, mijnbouw en milieu zijn niet de populairste thema’s. Bij de promovendi wel, maar die selecteren gerichter. En studenten uit Latijns-Amerika houden zich daar vaker mee bezig.”

Het CEDLA, sinds de oprichting in 1964 gericht op Latijns-Amerikastudies, heeft de laatste jaren steeds meer jonge onderzoekers uit Latijns-Amerika zelf aangetrokken. Wat heeft dat betekend?
“Wij hebben ons onderwijs grotendeels Engelstalig gemaakt, en Latijns-Amerikaanse studenten worden steeds vaker gestimuleerd om elders te studeren. Daarom zijn er veel meer Latijns-Amerikaanse studenten en promovendi gekomen. Dat heeft nieuwe invloeden en perspectieven gebracht, het is een verrijking geweest. Het maakt ook nieuwe discussies los onder de staf, tijdens vergaderingen, maar ook gewoon tijdens de lunch: hoe kijkt men bijvoorbeeld naar de nieuwe Argentijnse president of het vredesakkoord in Colombia? Dat levert een ander gesprek op in een diversere groep. Latijns-Amerikaanse studenten zijn soms heel verbaasd over de Nederlandse studenten: waarom zijn ze zo weinig politiek? Ook dat is een pendulum, denk maar aan hoe het in Amsterdam in de jaren tachtig was.”

Heb je zo ook over je eigen positie nagedacht? Zou het geen tijd worden dat het CEDLA door een Latijns-Amerikaan in plaats van een Nederlander geleid wordt?
“Haha, ik weet niet of ík me nou over mijn opvolgers moet uitspreken. Ook weet ik niet of dat an sich het streven moet zijn. Maar in het algemeen zou de Universiteit van Amsterdam veel diverser en internationaler moeten. Het gaat niet alleen om stafbezetting maar ook om de organisatorische cultuur. Dat uit zich in heel praktische dingen, zoals bewegwijzering die alleen in het Nederlands is, maar ook in de organisatie. We zijn niet altijd bereid onze besluitvormingsprocessen tegen het licht te houden en gaan de dialoog uit de weg met diegenen die kritiek hebben op de organisatie. Hierdoor hebben hoogleraren of medewerkers uit het buitenland het vaak moeilijk om hier te aarden.”

Je bent nu twee maanden directeur-af. Hoe zien de toekomstplannen eruit?
“Ik werk nog wel op het CEDLA, maar hoef er niet meer élke dag van vroeg tot laat te zijn. Ik kan nu een avondje netflixen, in plaats van denken aan alle dingen die ik nog moet doen. De komende tijd blijf ik bezig met mijn eigen onderzoek en begeleid ik nog zo’n acht PhD’ers. Als zij allemaal klaar zijn, kijken we weer verder.”

Michiel Baud

Professor Latijns-Amerikaanse Studies Michiel Baud (66) studeerde geschiedenis in Groningen en promoveerde in Utrecht op onderzoek naar de sociale geschiedenis van een plattelandsgemeenschap in de Dominicaanse Republiek. Daarna werkte hij bij de opleiding Maatschappijgeschiedenis aan de EUR en was hij hoogleraar Latijns-Amerikaanse Studies in Leiden. De afgelopen achttien jaar was hij directeur van het Centrum van Studie en Documentatie van Latijns-Amerika (CEDLA) in Amsterdam en hoogleraar aan de UvA. Naast onderzoek in de Dominicaanse Republiek werkte hij in Ecuador, Brazilië en Argentinië. Hij werd bekend ten tijde van de verloving van Willem-Alexander en Máxima, door zijn geheime onderzoek naar de rol van Jorge Zorreguieta als staatssecretaris (en minister) tijdens het bewind van de Argentijnse dictator Videla. Baud concludeerde dat Zorreguieta op de hoogte moet zijn geweest van mensenrechtenschendingen, maar waarschijnlijk niet persoonlijk betrokken was. Vader Zorreguieta woonde naar aanleiding van de conclusies het huwelijk niet bij.

33301942286_45ef3107fb_o

Bedreigde Braziliaanse abortusactivist: ‘We zien een historische omwenteling’

In gesprek met de prominente voorvechter van abortusrechten in Brazilië, Debora Diniz.

ynske-1-

Venezolanen vluchten naar Colombia

Gewapende groepen zien kans in kwetsbare Venezolaanse vluchtelingen.

  1. Sociale netwerken zijn onderwerp van studie in bijvoorbeeld de sociologie, en slaan op netwerken van mensen of groepen mensen die met elkaar verbonden zijn – doorgaans buiten officiële instanties om. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ruby Sanders

Eindredacteur

Ruby Sanders (1984) is eindredacteur bij OneWorld en schrijft over haar zoektocht naar een verantwoord leven. Ze leest en schrijft ook …
Profielpagina