OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Ruim twee jaar geleden confronteerde Arjen Lubach Nederland met ons even treurige als lachwekkende inburgeringsbeleid. Nieuwkomers moeten met Nederlandse informatie een taalcursus regelen, inburgeringsexamens vragen de deelnemer of een tv beter uit of op stand-by kan en politici ontweken de kritiek met het argument: ‘Niet onze schuld, we hebben juist de verantwoordelijkheid bij de nieuwkomer gelegd’. Het beleid heeft geleid tot corrupte taalscholen, drastisch dalende slagingspercentages en zelfs een belemmering op integratie.

De discussie ontstond in een periode dat het debat rond immigratie en integratie steeds hoger opliep. Nu wordt in 2020 weliswaar een nieuw inburgeringsbeleid ingevoerd (zie kader), maar het is nog maar de vraag of dat de zorgen en moeilijkheden wegneemt. Daarbij is het niet duidelijk naar wiens zorgen eigenlijk is omgekeken. Nederland maakt zich druk om integratie, maar de enige groep die daadwerkelijk weet hoe integratie eruit ziet in de dagelijkse praktijk, bestaat uit nieuwkomers die weinig ruimte krijgen in het debat. Hoog tijd dus, om migranten zelf aan het woord te laten over integratie en inburgering.

Vanaf 2020 gaat het nieuwe inburgeringsbeleid in, met drie belangrijke veranderingen.

De meest concrete aanpassing is het verplichte taalniveau: dit wordt verhoogd van A2 naar B1. Ook zullen er strengere maatregelen worden genomen voor nieuwkomers die de inburgering niet halen, al is het niet duidelijk hoe dit precies wordt ingevuld. Een derde belangrijke verandering ligt in de persoonlijke begeleiding naar werk en taal. Gemeenten hadden al de verantwoordelijkheid voor begeleiding naar werk, maar de inburgering zelf was de verantwoordelijkheid van de nieuwkomer.

‘Hoeveel wil ik integreren?’

Aladin* (30) was in Marokko bankier. Vanwege zijn homoseksualiteit kon hij niet in veiligheid leven en in 2017 vroeg hij asiel aan in Nederland. Hij woont nu in Haarlem. Op de vraag wat integratie voor hem betekent, geeft hij twee antwoorden: acceptatie aan de ene kant, iets teruggeven aan de andere kant. “Ik snap wel dat Nederlanders boos zijn. Jullie wachten jaren op een woning en ik zit hier in een mooi appartement. Het spijt me! Mijn manier om dankjewel te zeggen, is om deel te zijn van de samenleving.”

Aladin
Aladin* (30)
Nancy
Nancy* (25)

Zo ziet Nancy* (25) uit Libanon het ook. Als transgender vrouw voelde zij zich altijd al een buitenstaander. “Toen ik hier kwam moest ik mezelf afvragen hoeveel ik wil integreren. Wil ik Nederlands worden? Nee. Mijzelf aanpassen? Natuurlijk. Maar echt deel zijn van een groep… ik zou niet weten hoe dat voelt.”

Acceptatie, aanpassing en iets teruggeven: het klinkt simpel. Maar volgens Nancy is het belangrijk om te onthouden dat integratie voor iedereen iets anders betekent. Zo gelooft zij dat lhbti+-vluchtelingen zich de ‘westerse cultuur’ makkelijk eigen maken. “Zelf voelde ik me op dag één al thuis in Nederland, omdat ik voor het eerst mezelf kon zijn. Dat is niet voor alle vluchtelingen even makkelijk.”

Daarin raakt ze aan het deel van het debat dat Nederland in tweeën splijt: hoe ziet integratie eruit voor mensen die zich minder snel ‘thuis’ voelen in Nederland? “Ik zou best hard zijn”, geeft Nancy toe. “Dankzij de regels hier voel ik mij veilig, dus die moeten mensen wel respecteren. Ik zou een manier vinden, bijvoorbeeld via lezingen of activiteiten, om mensen te onderwijzen over hoe de samenleving werkt. Dat wordt al een beetje gedaan in de beginfase maar het kan veel meer, en het moet telkens terugkomen.”

Eerlijk gezegd vind ik integratie een vervelende term

Jasmin* (37) kijkt hier anders tegenaan. Jasmin komt uit Syrië en woont met haar man en drie dochters in Zaandam. “Eerlijk gezegd vind ik ‘integratie’ een vervelende term. Het zegt dat ik nieuw ben, geen Nederlander ben, dat mensen mij hier niet willen. Mijn familie en ik zijn hier veilig dus we willen blijven, maar we zullen altijd Syrisch blijven.

JAsminw
Jasmin* (37)

Verder kost het tijd: ik ben hier nu twee jaar en ik spreek de taal steeds beter, mijn kinderen gaan naar school en ik heb veel Nederlandse vrienden. Natuurlijk merk ik cultuurverschillen: de eetgewoontes, dat iedereen fietst, mensen zijn vrijer, drinken alcohol. En het is zeker ook nieuw voor mij dat homoseksuele relaties zichtbaar zijn. Wat ik doe om daarmee om te gaan? Niks, wat kan ik doen? Het is gewoon zo, we zijn anders.

Integratie in de praktijk

Jasmin mag dan geloven dat het met de tijd goed komt, beleidsmakers willen toch controle over integratie. Vandaar het inburgeringsbeleid: nieuwkomers zijn verplicht om de taal te leren, krijgen een persoonlijke klantmanager vanuit de gemeente en volgen lessen waarin de Nederlandse maatschappij wordt uitgelegd. “Veel theorie en weinig praktijk”, volgens Aladin. “Eerlijk gezegd: het inburgeringsbeleid werkt niet. Je leert de taal en de maatschappij niet kennen door de lessen maar door naar buiten te gaan. Ik heb vrienden die na twee jaar school nog steeds amper Nederlands spreken. Zelf ga ik snel vooruit, maar dat komt doordat ik sociaal en actief ben.”

Die opvatting wordt breed gedeeld: vooruitgang in de taal, een sociaal netwerk en het begrijpen van de cultuur zit hem meer dan wat dan ook in alledaagse interactie die je niet vindt in een klaslokaal. Zo dankt Jasmin haar snelle vooruitgang in de taal aan vrijwilligers in haar omgeving. “Ik ga vaak naar De Sluis (een buurtcentrum voor statushouders, red.), ik heb wekelijks een taalmaatje, ik doe activiteiten met het Sociaal Wijkteam en ik doe zelf vrijwilligerswerk op een basisschool voor migrantenkinderen. Op die manier heb ik Nederlanders leren kennen, en die nieuwe vrienden helpen ook weer om de taal te oefenen en de tradities hier beter te begrijpen.”

Integratie gaat om kleine dingen, die niet altijd politiek beladen zijn

“Integratie gebeurt elke keer dat je naar buiten gaat of met Nederlanders praat”, zegt ook Nancy. Op die manier leert ze de gewoontes kennen: gewoontes die heus niet altijd politiek beladen zijn. “Het gaat om kleine dingen, zoals dat het vriendelijk is om goedemorgen te zeggen tegen de buschauffeur. En ik ga beter met mijn geld om sinds ik hier ben, want het is waar wat ze zeggen: Nederlanders zijn zuinig.”

Begeleiding naar werk

Los van sociaal contact en het leren van de taal heeft integratie nog een belangrijk speerpunt: werk vinden. Het idee is dat de klantmanagers dit proces begeleiden, maar dat ziet er in de praktijk anders uit dan op papier, zo laten de ervaringen zien. Nancy wil graag een master volgen, zodat zij aan het werk kan als voedingsdeskundige. “Ik wilde al in september beginnen, maar het lukte niet om erachter te komen hoe alles werkt met een lening, registratie en inschrijfgeld. Mijn klantmanager is heel aardig maar kon me niet goed oriënteren. Het geeft niet, ik begin volgend jaar wel.” Jasmin vreest hetzelfde: haar man zoekt werk als boekhouder, en zij wil binnenkort aan een opleiding beginnen zodat ze uiteindelijk werk vindt. “Tot nu toe is er niemand die ons daarbij helpt. Mijn klantmanager heb ik nooit ontmoet, die heeft eigenlijk nooit contact gezocht.

Ga maar achter de kassa staan, betaal je eigen leven

Daarbij is de motivatie achter de zoektocht naar werk anders voor migranten zelf dan voor de gemeente die liever geen uitkering geeft. “Veel van mijn vrienden voelen de druk om snel werk te vinden”, ziet Aladin, “deels omdat je dan makkelijker de inburgering haalt. Dus nemen ze de eerste makkelijke baan die ze tegenkomen, terwijl ze veel meer kunnen. Zelf was ik bankier, maar voor mijn jobhunter vanuit de gemeente ben ik een nummer om weg te werken. ‘Ga maar achter de kassa staan, betaal je eigen leven.’ Ik neem haar niets kwalijk, ze doet gewoon haar werk en ik snap het ook wel. Maar ik kan meer.

En dan is er één ding waar niemand het over heeft. Op de ID-kaart die je krijgt, staat ‘asiel’. Ik heb al twee keer meegemaakt dat ik een baan bijna had en alleen nog het contract moest tekenen. Dan zagen ze mijn ID-kaart en opeens waren ze van gedachten veranderd. Kunnen ze daar niets aan doen?”

Wat kan er beter?

Een van de belangrijkste veranderingen die met het nieuwe inburgeringsbeleid wordt doorgevoerd is de persoonlijke begeleiding naar werk en taal door de gemeenten. Dit zorgt ervoor dat taalscholen aan een hogere eis voldoen en nieuwkomers minder aan hun lot worden overgelaten. Het zou ook de begeleiding naar werk vergemakkelijken: nu gemeenten over beide zeggenschap hebben, kan het beter worden afgestemd. Althans, in theorie, erkent Marjan de Gruijter, senior onderzoeker voor het Verwey-Jonker Instituut en het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS). Ook zij geeft toe dat er variatie bestaat, en blijft bestaan, onder de gemeenten en klantmanagers die over de uitvoering gaan.

In hoeverre de stemmen van migranten zelf worden meegenomen in de beleidsvorming is moeilijk te zeggen. “Bij elk onderzoek klinkt de stem van degenen die moeten inburgeren luid en duidelijk door”, zegt de Gruijter. “Maar het is weer een andere vraag in hoeverre je ook tegemoet komt aan die ervaringen: het beleid is ook een uitvloeisel van politieke onderhandelingen.” Het is geen geheim dat politici reageren op de publieke opinie, en juist die opinie wordt gebaseerd op een incompleet debat.

Wat als je Nederlanders vraagt om een dagje ‘student’ te zijn in de taalles?

Vraag een nieuwkomer wat er beter kan aan het integratiebeleid, en de eerste reactie gaat terug naar de dagelijkse praktijk: sociaal contact. “Zorg voor meer contact met Nederlanders”, zegt Jasmin zonder aarzeling. “Dat moet natuurlijk ook van mensen zelf komen, maar het is écht heel belangrijk.” Aladin heeft hier genoeg ideeën over. “Wat als je bijvoorbeeld Nederlanders vraagt om als vrijwilligers een dagje ‘student’ te zijn in de taalles? Er zijn initiatieven buiten school om, maar mensen hebben het druk met werk, gezinnen, verplichte taalcursus: breng het naar ze toe.

En ik heb het geluk gehad om mee te doen aan de Ajax Challenge voor statushouders, een project van Ajax, de Gemeente Amsterdam en het ROC. Dat was gewéldig: we hadden lol samen, ik heb Nederlandse vrienden gemaakt en ik zou geen Nederlands spreken zoals ik nu doe zonder dit project. Ik hoop dat meer scholen zoiets organiseren want dit werkt, juist voor mensen die moeilijk leren.”

De nadruk op sociaal contact herkent De Gruijter uit haar eigen onderzoek. “Maar het heeft geen plek in de wetgeving. Het beleid faciliteert het leren van de taal, het idee is dat je daarmee alles kan bereiken. Wel zijn er talloze vrijwilligers en initiatieven. Het zou goed zijn als gemeenten dat aanbod kennen, niet in de weg staan en bij voorkeur zelfs faciliteren. Ook bij klantmanagers is veel te winnen op dit gebied: zorg dat zij het veld goed kennen.”

* Wegens privacyredenen zijn de achternamen niet vermeld. De volledige namen zijn bij de redactie bekend. 

verkleindkyle-glenn-598701-unsplash

De grenzen sluiten, maar het aantal asielverzoeken neemt toe

Hoe verklaren we de toename van Nederlandse asielverzoeken als Europese grenzen sluiten?

43746909_2435416049807139_2588481514039672832_o

Succesvolle integratie is een uitdaging

Vier Afrikaanse voetballers spreken over hun moeilijke positie in de Europese samenleving.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Roxane Soudagar

Redacteur

Roxane Soudagar studeerde Politicologie (Internationale betrekkingen) en volgde een master in Conflict Studies & Human Rights.
Profielpagina