Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

“Hebben we daar de mankracht voor?”; “Kom op, jongens, aan de slag!”; “Wat moeten we koken voor dertig man?”; “Als we met z’n drieën de bar bemannen dan komt het wel goed.” Zomaar een handvol voorbeelden uit ons dagelijks taalgebruik waarin we de helft van onze samenleving uitwissen. Natuurlijk, als we “met dertig man” zeggen, dan bedoelen we gewoon mensen, ook vrouwen (en andere niet-mannen). Ook al noemen we ze eigenlijk niet. Het feit dat dit taalgebruik doorgaans wel begrepen wordt, neemt echter niet weg dat de uitwissing die er plaatsvindt onnodig is en schadelijk kan zijn.

Meisjes leren van kleins af aan dat het niet erg is om vergeten te worden, en dat ze genoegen moeten nemen met ‘impliciet ook bedoeld worden’. Het idee dat de uitwissing van vrouwen niet zo belangrijk is, dat zij tot voor kort nooit meetelden en, hoewel ze dat nu wel lijken te doen, ze alsnog niet belangrijk genoeg zijn om de taal wat aan te passen, gaat er al vrij vroeg diep in. Dit geldt overigens in een nog grotere mate voor kinderen en jongeren van kleur en voor LHBTQIA+ers, die in taal, termen en wat we als ‘normaal’ beschouwen, nóg meer last hebben van uitwissing en -sluiting. Overal in de taal lopen we tegen woorden aan waarin we weer herinnerd worden aan die ‘vroegere’ ongelijkheid, die blijkbaar in ere gehouden moet worden. Alsof vrouwen geen noemenswaardige kracht bezitten (‘mankracht’). Alsof vrouwen letterlijk niet meetellen (‘dertig man’). Alsof vrouwen gewoon geen mensen zijn (l’homme, mankind). Of alsof vrouwen geen solidariteit verdienen (‘broederschap’).

Taal is onze manier om structuur aan te brengen in de wereld, en stuurt onze perceptie.

Problemen met genderongelijkheid in de taal zijn in de loop van de twintigste eeuw mondjesmaat en met horten en stoten aangepakt. Veranderingen in taalgebruik vonden echter vooral plaats omtrent het aanduiden van vrouwen zelf. Zo spreken we al een tijd niet meer van ‘het zwakke geslacht’, zijn in de jaren 70 de meeste West-Europese landen gestopt met onderscheid maken tussen getrouwde en ongetrouwde vrouwen, en is er ook al veel moeite gedaan vrouwelijke beroepsnamen te emanciperen. Naast het rechtzetten van deze ongelijkheden in benoemingen zijn sommige gevallen van uitwissing ook al geadresseerd. In talen als het Engels en Frans zijn in de meeste officiële gevallen in elk geval mankind en l’homme vervangen door humankind en l’humain (dit slaat in alledaags taalgebruik echter nog maar matig aan) en in Nederland wordt er nu bijvoorbeeld ook weleens gesproken van een ‘ombudsvrouw’.

Kijkend naar de openingswoorden van dit stuk is het echter duidelijk dat we er nog niet helemaal zijn. Wanneer je over dit onderwerp begint, of zelf alternatieve woorden als ‘menskracht’ gebruikt, dan wordt duidelijk dat er nog een lange weg is te gaan, en dat het nodig is om hier als maatschappij wat meer aandacht aan te besteden.

Een eerste reactie wanneer je het over mogelijke veranderingen hebt, is dat taal maar taal is. Woorden zouden niet zo belangrijk zijn. De onderliggende aanname is in zo’n geval dat taal geen invloed heeft op onze waarneming (en constructie) van de realiteit. Dat mensen met zo’n aanname zo’n honderd jaar op de wetenschappelijke consensus achterlopen, alsof ze bij wijze van spreken nog denken dat roken geen invloed heeft op onze gezondheid, wordt duidelijk te weinig behandeld in onze kwaliteitsmedia. Taal is onze manier om structuur aan te brengen in de wereld, en stuurt onze perceptie. Wanneer je geen woorden hebt voor bepaalde dingen, dan is de kans veel kleiner dat je bewust over die zaken nadenkt. Twintig verschillende woorden hebben voor sneeuw zorgt ervoor dat je ook veel bewuster bij de verschillende soorten sneeuw stilstaat en de namen van verschillende bomen en vogels kennen zorgt ervoor dat je ze veel bewuster waarneemt. Wanneer je geen naam hebt, of zelfs uitgewist wordt, ben je minder aanwezig in het bewustzijn van mensen, en tel je minder mee. Taal is dus niet maar taal, taal doet ertoe.

Een ander vaak gehoorde reactie op het stilstaan bij uitwissing in taal is dat het veranderen ervan zo’n gedoe is. De taal aanpassen zou lastig zijn. Mensen vinden het niet fijn om op hun woorden te letten. Iemand vragen om dat te doen wordt, in Nederland, over het algemeen als grove aantasting van de persoonlijke vrijheid gezien. En een teken dat niks meer mag, en we met z’n allen een dikkere huid zouden moeten kweken. Mensen worden erdoor beledigd, want ze voelen zich aangesproken als racist of seksist en vinden het maar gedoe. Dit vormt wederom een moment waarop het persoonlijke gemak van veelal witte mannen doorgaans boven de gelijkwaardige behandeling van alle andere mensen wordt geplaatst. (Dit wil overigens niet zeggen dat alle vrouwen, queermensen en mensen van kleur staan te springen om op hun woorden te letten.) Dat we de afgelopen decennia met groot gemak nieuwe woorden in ons taalgebruik hebben geïncorporeerd, zoals tinderdate, meeten, random en ge-upgrade, en daarvoor soms andere woorden hebben ingeruild, vergeten we dan voor de gelegenheid maar even. Zolang het niet om inclusiviteit gaat en gewoon vanzelf, dan hebben we er geen problemen mee.

Ten slotte is er vaak te horen dat we veel belangrijkere strijden hebben om te leveren. Of we ons niet beter kunnen richten op vrouwenbesnijdenis en kindhuwelijken. Uit wit-progressieve hoeken horen we zelfs zo af en toe dat het strijden voor inclusief taalgebruik de oorzaak zou zijn van het failliet van links – alsof identity politics de aandacht zou afleiden van klassenstrijd of andere zaken (terwijl deze twee benaderingen elkaar geenszins uitsluiten). Dit is natuurlijk onzin. Uiteraard zijn er prangendere kwesties om voor te strijden, die op een directere manier over leven en dood gaan. Klimaatverandering. Wereldhonger. Kinderarbeid. Op deze drogreden (want dat is wat het wegwuiven van een probleem door naar ergere problemen te verwijzen is) zijn verschillende replieken mogelijk. Ten eerste is het erkennen van ieders menselijkheid eigenlijk een basisvoorwaarde voor zowel een gelijkwaardige democratie als een essentieel onderdeel van de strijd tegen welk onrecht dan ook. Het is niet iets wat je opzij kan schuiven voor belangrijkere strijden omdat het de toonsoort zou moeten zijn van elke strijd.

Ten tweede wordt het maatschappelijk debat daarnaast gevuld met discussies die niet over de meest urgente kwesties van deze tijd gaan. Als we het over files hebben, over de AKO Literatuurprijs, over rokjesdag of over hoeveel Groenlinksers er bakfietsen hebben dan besteden we onze tijd en energie ook aan onderwerpen die niet van levensbelang zijn. Toch wordt deze drogreden vaak pas in de strijd gegooid wanneer mensen worden aangesproken zelf iets te veranderen dat ze ongemakkelijk vinden. Dit zie je bij #metoo of andere discussies over seksuele intimidatie, en dit zie je hierbij ook.

Dat dit soort woorden voor sommigen een macrobiotische-geitenwollensokken-connotatie hebben, is een kleine prijs voor gelijkwaardige behandeling.

Natuurlijk zijn we de laatste jaren al op een aantal vlakken bezig dit te verbeteren. We zijn er in geslaagd het n-woord, ‘allochtoon’ en ‘blank’ te problematiseren, en de NS heeft bijvoorbeeld het afgelopen jaar hun “Beste dames en heren” veranderd in “Beste reizigers”, om de uitwissing van mensen die elders op het genderspectrum vallen te stoppen. Winkels zijn, tot grote woede van linkse en rechtse islamofoben, steeds vaker bezig hun producten seculier te maken in plaats van christelijk. Zo wordt er op meerdere vlakken gewerkt om de uitwissing en uitsluiting van mensen een halt toe te roepen.

Met woorden als mankracht, bemannen en andermans zou het net zo kunnen gaan. Kranten kunnen ermee stoppen en er menskracht, bemensing en andermens van maken. Dat dit soort woorden voor sommigen wellicht een macrobiotische-geitenwollensokken-connotatie hebben, is een kleine prijs voor gelijkwaardige behandeling. En die connotatie zal bovendien snel vervagen. Voor journalisten, wier beroep het is hun woorden zorgvuldig te kiezen en die bovendien vaak een stijlgids achter de hand hebben, moet dit niet zo’n probleem zijn. Thuis is het echter lastiger. Het vervangen van ‘guys’ of ‘jongens’ is voor velen nog niet zo simpel, vooral omdat er geen direct bevredigend alternatief voor handen ligt. Toch is ook dat geen goede reden om het niet te proberen. Want eigenlijk is het gewoon een raar en onnodig gebruik, dat meisjes en andere niet-jongens van jongs af aan leert dat ze het minder verdienen om genoemd en erkend te worden, en dat ze niet de norm zijn.

De menselijkheid en relevantie van al je burgers erkennen is een essentiële stap voor een gezonde en gelijkwaardige samenleving. Een samenleving waarin meisjes niet van jongs af aan verteld wordt dat hun kracht insignificant is, en ze zich dus ook vrij zullen voelen verhuizer of bouwvakker te worden. Een samenleving waarin we met iedereen even solidair zijn, niet alleen met ‘broeders’. Een samenleving waarin vrouwen die een eigen bedrijf willen geen ‘eenmanszaak’ hoeven op te richten. Laten we zelf thuis beginnen. Probeer er eens bij stil te staan als je ‘jongens’ tegen een gemengde groep zegt. Zeg menskracht. Andermens. Bemensing. Eenmenszaak. Het kan allemaal. Zo moeilijk is het niet.

Ben je het eens met het belang van het neutraler maken van onze taal? Vind je ook dat de overheid hier een voorbeeldfunctie in zou moeten nemen? Steun dan de actie om de overheid de rechtsvorm ‘eenmanszaak’ in ‘eenmenszaak’ te laten veranderen, zodat niemand nog hoeft te doen alsof we in de jaren 50 leven. Kijk op Geenmanszaak.nl

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
pasfoto-nieuw

Naomí Combrink

Naomí Combrink is literatuur- en cultuurwetenschapper, gespecialiseerd in narratieve en kritische theorie. Tegenwoordig houdt ze zich …
Profielpagina