Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Waar ik vandaan kwam, was er geen enkele vrouw zoals mijn Amerikaanse docenten genderstudies die beschreven. Ze sloegen ons om de oren met generalisaties – vrouwen zouden passief zijn en onderworpen zijn aan mannen. Hoe meer ik over hen hoorde, hoe meer mijn wenkbrauwen omhoog gingen.” Ze besloot op onderzoek uit te gaan naar hoe gender er wél uitziet waar zij opgroeide, bij het Yorubavolk. Oyèwùmí is een paar dagen in Utrecht, waar ze in een middeleeuws klooster in het hart van de stad vertelt over haar grote familie, de genderloze Yorubataal en de tunnelvisie van westerse feministen.

Het is lastig voor te stellen. Hoe ziet een maatschappij zonder gender eruit?
“Deze vraag krijg ik vaak. Toen ik nog midden in mijn onderzoek zat, kreeg ik zelfs te horen dat een wereld zonder gender niet bestaat. Gender zou een sociaal construct zijn en bij de Yoruba gewoon op een ándere manier worden vormgegeven.”

De Yoruba verwijzen niet naar ‘hij of zij’

Zoals de two spirit-mensen bij de oorspronkelijke bewoners van Amerika of de hijra’s in India? “Precies. Het Westen is geobsedeerd door het lijf. Er bestaan allerlei generaliseringen over mannen en vrouwen, gebaseerd op die biologische verschillen. Ik heb in mijn Westerse studie geleerd dat álle culturen een gendersysteem hebben, dat het genderdenken inherent is aan de mens. Aanvankelijk ging ik daarom op zoek naar gender in Yorubaland. Maar van oudsher is de Yoruba een genderloos volk. Je ziet het terug in de taal. Er is geen apart woord voor ‘broer’ of ‘zus’. Sociale categorieën die in het Engels een gender hebben, zoals ‘husband’ of ‘wife’, kunnen bij de Yoruba door iedereen vervuld worden. Onze traditionele namen verraden niets over het biologische lichaam van de drager en we ver­wijzen niet naar ‘hij’ of ‘zij’.”

De Nigeriaanse socioloog Oyèrónké˙ Oyèwùmí (60) studeerde aan de Universiteit van Californië. In 1997 kwam haar eerste boek uit: The Invention of Women. Het werd onthaald als een baanbrekend werk op het gebied van gender en feminisme. Inmiddels is Oyèwùmí hoogleraar Sociologie aan de Stonybrook Universiteit in New York.

Maar er is wel een woord voor ‘vrouw’ (obinrin) en voor ‘man’ (okùnrin) in het Yoruba.
‘‘Obinrin en okùnrin worden gebruikt om de anatomie aan te duiden. Maar het lichaam bepaalt niet de identiteit of sociale positie. Obinrin en okùnrin kunnen allebei bestuurder, genezer, boer, handelaar of jager zijn. Je sociale positie wordt gevormd door je leeftijd ten opzichte van de ander: senioriteit. Met een vragenlijst wilde ik het verborgen seksisme bij de Yoruba blootleggen. Ik vroeg bijvoorbeeld: ‘Je huis moet worden geveegd. Wie roep je?’ Ik verwachtte dat een vrouwelijk familielid zou worden aangewezen. Maar het antwoord was omo, dat wordt gebruikt voor ‘zoon’ of ‘dochter’: het jongste familielid.”

Hoe ging dat vroeger bij u thuis?
“Mijn vader, die inmiddels 92 is, staat aan het hoofd van de familie. Nee, hij is niet de ‘koning’ want een oba kan ook een vrouw zijn. Ik heb 26 broers en zussen, en ik ben de achtste. In mijn gezin is anciënniteit altijd belangrijk geweest. Mijn jongere broers en zussen tonen hun respect aan mij, bijvoorbeeld door me niet direct bij mijn voornaam te noemen. Ik doe dat ook bij mijn oudere broers en zussen. Vroeger kon één dag leeftijdsverschil al de verhoudingen bepalen, tegenwoordig moet er wel een paar jaar verschil zijn. Overigens zijn wij óók erg westers: we hebben drie promovendi en zo’n tien advocaten in de familie. Maar we groeiden op met niet één, maar met vele moeders.”

GVF02431
Beeld door: Rein Kooyman

Hoeveel moeders had u dan?
“Als mensen deze vraag stellen, willen ze eigenlijk weten hoeveel vrouwen mijn vader had. Europeanen hebben altijd gefan­taseerd over harems vol onderworpen vrouwen. Het is een vraag die met een westerse blik naar mijn familie kijkt en de vrouwen reduceert tot willoze slachtoffers die gered moeten worden.

Ik begrijp het. We slaan hem over.
“Ik zag al op jonge leeftijd een verschil tussen mijn familie en die van sommige van mijn vrienden. Hun moeders waren naar school geweest en kopieerden het typische kerngezin van de Europeanen. Die moeders waren veel minder autonoom dan de mijne. Dat had vooral te maken met de invloed van het christen­dom en het idee dat de man het hoofd van het gezin is. Ik ben toen nieuwsgierig geraakt naar de invloed van kolonisatie op het Nigeriaanse gezinsleven. Want bij ons thuis ging het er héél anders aan toe.”

Ziet u gender als een westers exportproduct?
“Absoluut. Het schadelijkste resultaat van kolo­nisatie is niet per se dat het de categorieën ‘man’ en ‘vrouw’ bracht, maar dat de vrouw onder­geschikt werd gemaakt en de man alle middelen in handen kreeg, zoals onderwijs, werk, land en leiderschap. Er is daardoor steeds minder bewegingsruimte voor vrouwen. Niet door onze tradities, maar door dit koloniale systeem.

Leiderschap was nooit voorbehouden aan mannen. Ook de goden waren niet per definitie mannelijk. Culturen in heel Afrika zijn nu onomkeerbaar vervormd. Afrikaanse regeringen zijn hypermasculiene instituten geworden. En we aanbidden Jezus Christus, die wordt afgebeeld als een witte man. Op kleinere schaal zet deze verandering ook door. Het kerngezin is het nieuwe ideaal, een familie­vorm waarin de vrouw ondergeschikt is. Het gaat ten koste van de traditionele verhoudingen. Neem de markten in Yorubaland. Van oudsher werden deze gerund door de meest gewiekste handelaren. Vroeger waren dat vooral vrouwen, al deed dat label er toen niet zoveel toe. Deze ruimte wordt in rap tempo overgenomen door mannen.”

U beschreef eens de ‘westerse tunnelvisie’. Lijden hedendaagse feministen, vrouwenrechtenactivisten en hulpverleners hier ook aan?
“Het probleem met witte vrouwen is dat ze alleen zichzelf zien. Ze gaan uit van hun eigen ervaring en doen alsof die universeel is. Feministisch kolonialisme, noem ik dat. Veel feministen zien genderongelijkheid wereldwijd als de ergste vorm van onderdrukking. Maar ze hebben niet door dat ze bevoorrecht zijn door hun witheid, net als witte mannen. Er is daarom nooit sprake geweest van een global sisterhood. Witte vrouwen zijn blind voor de effecten van kolonialisme, voor de rassenongelijkheid. Zij hadden óók Afrikaanse gevangenen die ze slaven noemden. Ik ben een zeer bevoorrechte Afrikaanse vrouw wat betreft klasse. Maar als ik over de wereld reis, dan merk hoe ik aan hoe ik behandeld word, hoe levend racisme is. Wit feminisme volgt hetzelfde pad als kolonialisme – net zo dwingend, brutaal en imperialistisch.”

Moeten Afrikaanse vrouwen bevrijd worden?
Stilte.

Moeten Europese vrouwen bevrijd worden?
“Ja, ik denk van wel. Kijk naar de salariskloof, het lage percentage vrouwen in de politiek, het dagelijkse seksuele geweld waar we niet meer omheen kunnen door de #MeToo­campagne. Mijn punt is: witte vrouwen hebben helemaal geen vrijheid te bieden aan anderen. Witte vrouwen zijn zelf ook niet vrij.

Weet je wat ik het ergste vind? Dat Afrikanen zo vaak verteld is dat hun cultuur waardeloos en onbeschaafd is, dat ze dat zelf zijn gaan geloven. Wij hebben altijd van het Westen geleerd, het Westen heeft nooit iets van ons willen leren. Sommige transgenderpersonen in het Westen moeten strijden om met ‘hij’, ‘zij’ of ‘hen’ aan­gesproken te worden, ze kiezen een nieuwe naam die bij hun gender past, ze laten zelfs in hun lichaam snijden om in een sociaal systeem te passen. Ik zou ze graag naar het oude Yorubaland halen.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
lisapeters

Lisa Peters

Genderjournalist

Lisa Peters is journalist en genderspecialist. Ze schrijft over vrouwen, mannen en iedereen ertussenin voor onder meer OneWorld, De …
Profielpagina

Advertentie

wca2018_600x500_oneworld