OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Precies als Geert Jan Spanninga (38) uit Kampen de telefoon opneemt, zet een van ‘zijn’ kinderen het op een krijsen. “Momentje hoor.” Spanninga werkt drie dagen per week als gastouder. Zelf is hij vader van vijf kinderen (‘al een heel bedrijf op zich’), en op een drukke dag komen daar nog drie kinderen tussen de nul en vier jaar bij.

Hij rolde er zo’n beetje in, zegt hij, terug aan de telefoon als de rust is weergekeerd. “In mijn vorige baan raakte ik tegen een burn-out aan, waardoor ik thuis kwam te zitten. Tijdens gesprekken met vrienden ontdekte ik toen dat ze behoefte hadden aan opvang van hun kinderen. Zo begon het balletje te rollen.”

Hij vertelt het allemaal alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Maar cijfers laten zien dat de keuze van Spanninga best bijzonder is. Een steekproef van het Kohnstamm Instituut in 2014 leert dat slechts 5 procent van de gastouders man is. Een landelijke kwaliteitspeiling in 2012 voor de kinderopvang van nul- tot vierjarigen trekt de verhoudingen nog verder uit balans; volgens dit onderzoek zou nog geen 1 procent van de pedagogisch medewerkers man zijn.

Het zal Spanninga een zorg zijn. “Het contact met de kinderen, de vrijheid, even een rondje in de bakfiets met z’n allen, boodschappen doen: werken met kinderen is fantastisch”, zegt hij. Evenmin klaagt hij over zijn salaris. “Misschien vinden sommige mannen het interessant om op een feestje hun glimmende BMW te laten zien of te vertellen over hun zestigurige werkweek en hoeveel nullen dat aan salaris oplevert. Ik zie daar persoonlijk minder waarde in. Ik ben trots op mijn waardevolle bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen en ben erg blij dat ik dankzij deze baan zoveel met mijn gezin kan zijn.”

Waarom zijn mannen ondervertegenwoordigd in bepaalde sectoren?
In verreweg de meeste sectoren werken meer mannen dan vrouwen, laat recent arbeidsmarktonderzoek van het CBS zien. Toch zijn er ook sectoren waarin vrouwen de scepter zwaaien. Met name uitvoerende functies in het onderwijs, de zorg en administratieve functies weten mannen maar niet, of steeds minder, te trekken. Op topfuncties in deze sectoren zijn mannen overigens wel oververtegenwoordigd. In de zorg was er zelfs een afname van het aandeel vrouwen in topfuncties.

Volgens Esther-Mirjam Sent, hoogleraar Economische Theorie en Beleid aan de Radboud Universiteit, zijn salariëring en status de factoren die mannen tegenhouden. Ze pleitte onlangs voor een mannenquotum in het onderwijs en de zorg. Sent legt uit dat het aanzien van een beroep daalt naarmate er meer vrouwen in werkzaam zijn. ‘Het onderwijs en de zorg kampen dus met een imagoprobleem; het zouden vrouwenberoepen zijn, waardoor de mannen die er werken worden gezien als ‘softies’.’

Genderstereotyperingen creëren rolbevestigende patronen en verwachtingen. Het debat over wat dit maatschappelijk betekent wordt al jaren gevoerd. Zie bijvoorbeeld de ‘feminisering van het onderwijs’, de reacties op de reclame van Gillette en de SIRE-campagne over jongens.

De enige man

Jurren Albers (27) was tijdens zijn hbo-opleiding Verloskunde vier jaar lang de enige man, vertelt hij in een bevalkamer van het OLVG in Amsterdam. Dat sluit aan bij wat cijfers van het CBS over onderwijsdeelname in het schooljaar 2017/2018 laten zien: slechts 12 procent van de hbo-studenten verpleeg- of verloskunde, was een man. Gemeten naar het aantal mannelijke studenten in de zorgbranche bungelt deze tak ergens onderaan. Van de studenten farmacie is bijvoorbeeld 40 procent een man; van de geneeskundestudenten 34 procent.

In campagnes wordt op geen enkele manier geprobeerd het beroep voor mannen aantrekkelijker te maken, constateert Albers. “Het woord ‘verloskundige’ heeft in Nederland een sterk vrouwelijke connotatie. Maar in het Engels is het nog erger; daar heet mijn beroep ‘midwife’.”

Jurren Albers: ‘Voordat ik me voor mijn opleiding aanmeldde, heb ik nagevraagd of ik me eigenlijk wel kón inschrijven’

Dat er in de praktijk nauwelijks mannelijke verloskundigen zijn te vinden, mag dan ook niet verbazen. Het Nivel telde op 1 januari 2016 in totaal 3.221 werkzame verloskundigen, onder wie slechts 38 mannen. Op de afdeling verloskunde in het OLVG is Albers al ruim twee jaar lang de enige man en ook bij zijn vorige werkgever was dat het geval.

verloskundige
Jurren Albers Beeld door: Jasper van den Bovenkamp

Voor hemzelf is dat totaal geen issue, zegt hij. “Ik heb het erg naar mijn zin en ik werk heel leuk samen met mijn vrouwelijke collega’s.” Voor de sector maakt het ook niet uit of er veel of weinig mannen werken, denkt hij. “De zorg trekt mannen aan die van zichzelf al verzorgend en meelevend zijn aangelegd. De praktische handelingen die je moet verrichten, moeten mannen hetzelfde uitvoeren als vrouwen. In principe moet dat geen verschil maken.”

Voor wie zijn mannelijkheid wél verschil maakt: de patiënt. Sommige vrouwen zijn verrast, maar vinden het leuk. Sterker nog, als feedback van zijn patiënten krijgt hij weleens terug dat hij in zijn verpleging rustiger te werk gaat dan vrouwelijke collega’s. “Bijvoorbeeld bij het inwendig voelen. Je zou zeggen dat vrouwen beter dan ik weten wat prettig is. Maar misschien ben ik extra voorzichtig omdat ik het níét uit eigen ervaring weet.” Andere vrouwen zijn – meestal uit culturele of religieuze overwegingen – minder enthousiast, en eisen soms zelfs dat hij vertrekt uit de bevalkamer.

Voor zover mogelijk probeert Albers die wens in te willigen, al kan hij er nog altijd niet aan wennen op deze manier in zijn werk beperkt te worden. Want soms zijn er geen vrouwelijke collega’s beschikbaar, en dan heeft de patiënt geen keuze. “Het voelt wel vervelend dat je in zo’n geval een vrouw moet helpen die jouw hulp eigenlijk niet wil.” Meestal weet hij gaandeweg de bevalling het vertrouwen wel te winnen. “Als je heftige ontsluitingsweeën hebt, heb je ook echt wel andere dingen aan je hoofd.”

Beeldvorming

Waar het aantal mannen in beroepen als verloskundige of gastouder altijd stabiel was – het zijn er nooit veel geweest – laat het onderwijs een duidelijk negatieve trend zien: steeds minder mannen kiezen voor de klas. In het primaire onderwijs is het aandeel mannen zelfs gehalveerd sinds 1995, toen nog 38 procent van de medewerkers een man was, in 2017 was dat nog maar 19 procent. Wie nog verder op de statistieken inzoomt, ontdekt vervolgens dat maar liefst driekwart van die mannen niet voor de klas staat, maar een managementfunctie bekleedt.

matthijs voor de klas
Matthijs in de klas Beeld door: Privé beeld

Kleutermeester Matthijs Meijer (38) is dus echt een uitzondering. Op basisschool De Oosterenk in Zwolle is hij de hele dag in hun broek plassende kinderen aan het verschonen en verder een beetje aan het knippen en plakken. Fout! Dat is de beeldvorming, zegt hij, en soms wordt hij daar wel moe van. “Ik lever als kleutermeester kleine individuutjes af in groep 3, mensjes die weten wat ze willen, die spelenderwijs hebben geleerd om de meest basale problemen van het leven op te lossen.”

Meijer vindt het jammer dat zo weinig mannen kiezen voor een baan in het onderwijs. “Mannen – merk ik althans bij mijzelf – zijn beter in staat om pedagogisch verantwoord boos te worden. Juffen blijven soms hangen in het lief oplossen van probleempjes. Ik weet dat veel kinderen ravotten en ouwehoeren gewoon nodig hebben, ze moeten hun energie kwijt. Ik denk dat kinderen door voorzichtig juffengedrag wel belemmerd kunnen worden.”

De meeste jongens denken dat leerkracht een vrouwenberoep is

Overigens bleek uit onderzoek dat juffen niet negatiever staan tegenover experimenteergedrag dan meesters; het tegendeel bleek zelfs het geval. Daarnaast is de bewegingsruimte van kinderen eerder toe- dan afgenomen de afgelopen decennia.

Hoe het ook zij, een tekort aan mannen in het primaire onderwijs leidt tot verder ingeroeste traditionele genderpatronen. Meijer: “De meeste kinderen – en dan met name de jongens – denken nu dat kleuterleerkracht, of zelfs leerkracht in het algemeen, een vrouwenberoep is. Dat geeft wel te denken voor de komende decennia.”

Dit artikel verscheen eerder op 5 juli 2019.

aangepast Dennis

Deze mannen rocken de rok

Drie mannen vertellen over hun keuze om een rok of jurk te dragen.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
profielfoto jasper oneworld

Jasper van den Bovenkamp

Jasper van den Bovenkamp (1987) is journalist en schrijver. Hij publiceert graag over filosofie, religie en sociologie, schreef onder meer …
Profielpagina