OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

“Het liefst zou ik zo’n les zelf geven, maar ik zou niet weten hoe”, zei een leraar een tijd terug tegen me, na de workshop die ik vlak daarvoor met collega-vrijwilligers van stichting Emancipator had gegeven aan jongens uit 4- en 5-havo. Twee uur lang spraken we met de groep over gendernormen, grenzen, seksualiteit, en seksueel geweld. “Sommige oefeningen maakten écht iets los bij de jongens, ik weet niet of dat mij of m’n collega’s was gelukt.”

Als er iets is dat me opvalt in de reacties van de middelbare scholen en MBO’s waar we workshops geven, is het wel de enorme behoefte aan meer kennis en kunde bij docenten over thema’s als gender en seksualiteit. Ze willen er graag meer aandacht aan besteden, ‘zeker nu, door MeToo’, maar durven het niet aan. In sommige gevallen is onze komst zelfs het enige moment waarop leerlingen op school leren over gendernormen en seksueel geweld.

Doelstellingen zijn niet genoeg

Dit beeld wordt voor een deel bevestigd door onderzoek van de onderwijsinspectie uit 2016. Hoewel seksualiteit en seksuele diversiteit ‘inclusief aandacht voor seksuele weerbaarheid en seksuele vorming’ door de overheid zijn opgenomen in de kerndoelen voor het onderwijs, concludeert de inspectie dat lang niet altijd voldoende invulling wordt gegeven aan deze doelstelling. Bovendien gebeurt het in de meeste gevallen incidenteel, zonder expliciet geformuleerde visie of structureel kader.

De inspectie noemt verschillende redenen: van onzekerheid bij leraren en een gebrek aan sturing van schooldirecties, tot (vermeende) verschillen in opvatting over de thema’s tussen scholen en ouders, en soms tussen docenten onderling. Wat de precieze redenen ook zijn: seksualiteit, seksuele diversiteit, seksuele weerbaarheid, en seksuele vorming zijn – terecht – verankerd in de kerndoelen. Wanneer blijkt dat scholen er te weinig invulling aan geven, ligt er een heldere taak voor de overheid: zorg ervoor dat dit wél gebeurt. Niet door net het vingertje te wijzen naar scholen, en al helemaal niet naar leraren. Wel door hen te steunen en handvatten te bieden die ze nodig hebben om aan de slag te gaan.

Te belangrijk om te laten liggen

Want dat is essentieel. Recente cijfers (gemeten in 2017) van het kenniscentrum voor seksualiteit Rutgers laten opnieuw zien hoe wijdverspreid seksuele grensoverschrijding is: meer dan de helft van de vrouwen in Nederland is ooit tegen haar wil aangeraakt of gezoend, bijna een kwart heeft ooit tegen haar wil manuele, orale, vaginale of anale sek  meegemaakt. Voor de mannen is dit respectievelijk negentien en zes procent. In het geval van transmannen en -vrouwen en non-binaire mensen liggen de percentages vermoedelijk nog een stuk hoger.

Het probleem is te belangrijk en te groot om het gesprek erover op school over te laten aan die ene leraar, of die ene gastles per jaar, hoe belangrijk het ook is dat die worden gegeven. Daarom is het goed dat eind vorig jaar een motie van PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul werd aangenomen, waarin ze het kabinet vraagt erop toe te zien dat basisscholen, middelbare scholen, en mbo-scholen seksuele diversiteit en weerbaarheid écht gestalte geven in het curriculum. Alleen de christelijke partijen, FvD en PVV stemden tegen.

Maar dan moet dat wel op een goede (lees: gendersensitieve en haalbare) manier gebeuren. Leraren kunnen dit niet alleen. Op dit moment kampt liefst een op de vier leraren in het primair en voortgezet onderwijs met burn-outklachten. Laten we ervoor zorgen dat dat aantal niet nóg meer stijgt door docenten zonder extra middelen op te zadelen met een extra taak die veel van hen vraagt.

Steun de leraar

We moeten leraren in staat stellen zelf aan de slag te gaan, door hen de expertise en de tijd te gunnen er iets van te maken. Dat kan alleen als de minister in gesprek gaat en blijft met organisaties die gastlessen, trainingen, en workshops geven. Rutgers biedt train-de-trainer-workshops voor leerkrachten, maar die kosten de school of individuele leerkracht honderden euro’s. Emancipator gaat – nu nog gratis – langs scholen om met groepen jongens aan de slag te gaan, maar dat gebeurt met een team van amper tien actieve vrijwilligers. Als de regering werkelijk van plan is werk te maken van de aanpak van seksueel geweld, dan zal er simpelweg geld moeten worden vrijgemaakt. De expertise bestaat bij verschillende organisaties. De wil van de leraar is er ook. Nu is Den Haag aan zet.

We kunnen het naar aanleiding van MeToo – terecht – hebben over seksueel geweld van Hollywood tot Hilversum, in de sportwereld en op de werkvloer, maar zolang we niet óók structureel iets veranderen aan ons onderwijs, zijn we grotendeels bezig met symptoombestrijding. Laten we de strijd tegen seksueel geweld voortzetten in de klas door volledig achter de leraar te gaan staan. Alleen zo kunnen we erop blijven hopen dat seksuele grensoverschrijding en seksueel geweld in Nederland worden teruggedrongen.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
FotoGijs

Gijs Hablous

Naast schrijven voor OneWorld werkt Gijs (25) bij het team Inclusie en Diversiteit van Kennisinstituut Movisie. Verder zet hij zich op …
Profielpagina